<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2015:8036</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-30T11:33:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-11-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-11-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/684995-14</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_materieelStrafrecht">Strafrecht; Materieel strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2015:8036">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2015:8036</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-23T14:07:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-11-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2015:8036 Rechtbank Amsterdam , 09-11-2015 / 13/684995-14</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2015:8036:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Onderzoek 13Baron</para>
        <para>Inherent aan phishing is een zekere mate van organisatie. Phishing vergt immers een planmatige aanpak, intensieve samenwerking en duidelijke afstemming tussen de daarbij betrokken personen. De rechtbank acht bewezen dat  sprake is geweest van meerdere criminele samenwerkingsverbanden. [medeverdachte 3] komt naar voren als degene die binnen het phishing proces de vervangende pinpassen aanvraagt en zich bezighoudt met het overboeken of opnemen van geldbedragen. [medeverdachte 4] komt naar voren als degene die de gegevens van de rekeningen aan [medeverdachte 3] verstrekt en [verdachte] komt hoofdzakelijk naar voren als degene die de geldbedragen opneemt. In samenwerking met elkaar hielden zij grotendeels een vaste rolverdeling aan. Verdachten hebben zich gedurende weken tot maanden schuldig gemaakt aan deelname aan een criminele organisatie die phishing tot oogmerk had. Daarbij is op grootschalige wijze geld van de rekeninghouders en banken afhandig is gemaakt en zijn grote bedragen door contante geldopnames, overboekingen en door de aanschaf van goederen, weggesluisd. Op dergelijke feiten kan in niet anders worden gereageerd dan met de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Mede in de nog jeugdige leeftijd van de meeste verdachten, het feit dat zij de juiste weg lijken te zijn ingeslagen of willen inslaan, maar hoofdzakelijk in het uiteindelijke belang dat de maatschappij erbij heeft dat verdachten niet opnieuw strafbare feiten zullen plegen, ziet de rechtbank aanleiding hen niet terug te sturen naar de gevangenis. Wel zal aan hen, naast een voorwaardelijke gevangenisstraf, een forse taakstraf worden opgelegd.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2015:8036:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">VONNIS</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/684995-14</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 9 november 2015</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994, </para>
      <para>ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres [adres 1] , [te plaats] . </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek ter terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 28 en 29 september 2015 en 2, 5, 6, 9 en 26 oktober 2015.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie</para>
      <para> mr. N.M. Smits, en van wat door verdachte en zijn raadsman mr. W. van Vliet naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte wordt – samengevat – verweten dat hij zich in verschillende plaatsen in Nederland heeft schuldig gemaakt aan:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. deelname aan een criminele organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven in de periode van 24 juli 2013 t/m 17 november 2014;</para>
    <para />
    <para>2. medeplegen van diefstal van geldbedragen van diverse rekeninghouders in de periode van 1 oktober 2014 t/m 13 oktober 2014 door middel van een valse sleutel;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">subsidiair:</emphasis> opzetheling dan wel schuldheling van de geldbedragen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. medeplegen van diefstal van een geldbedrag van [persoon 1] in de periode van 1 oktober 2014 t/m 30 oktober 2014 door middel van een valse sleutel;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">subsidiair</emphasis>: medeplichtigheid aan de diefstal;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. mishandeling van [persoon 2] op 8 oktober 2014.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De volledige tekst van de tenlastelegging is als <emphasis role="bold">bijlage I</emphasis> aan dit vonnis gehecht en maakt daarvan deel uit. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Voorvragen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">De dagvaarding</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank verwerpt het verweer van de verdediging dat de dagvaarding onder 1. nietig moet worden verklaard ten aanzien van de zinsnede “…en/of een of meer andere perso(o)n(en)…”. In het licht van het dossier moet het voor verdachte voldoende duidelijk zijn dat de beschuldiging inhoudt dat hij heeft deelgenomen aan een criminele organisatie, bestaande uit een aantal met name genoemde personen, alsmede uit andere personen. Dat deze andere personen niet met name worden genoemd in de tenlastelegging, maakt de beschuldiging nog niet zo vaag dat deze niet meer aan de eisen van artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) voldoet.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte voor de ten laste gelegde feiten en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Waardering van het bewijs</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het standpunt van het Openbaar Ministerie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van alle aan verdachte ten laste gelegde feiten onder verwijzing naar haar op schrift gestelde requisitoir.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman heeft het standpunt van de officier van justitie bestreden en vrijspraak bepleit voor de feiten 1, 2 en 3. </para>
        <para>Ten aanzien van feit 4 heeft de raadsman geen verweer gevoerd. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank betrekt in haar bewijsoverwegingen, indien relevant en van toepassing, telkens de door de officier van justitie en de raadsman aangevoerde standpunten. </para>
      </parablock>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>4.3.1</nr>
        <para>
          <emphasis role="bold">Uitlezen smartphones </emphasis>
        </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>De verdediging heeft – zakelijk weergegeven – aangevoerd dat de onderzoeken aan de smartphones van (mede)verdachte(n) onrechtmatig zijn geweest, nu artikel 94 Sv onvoldoende wettelijke basis biedt voor een dergelijk onderzoek. Een dergelijk onderzoek vormt een inbreuk op de privacy van verdachte, gewaarborgd in artikel 8 van het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Onder verwijzing naar het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 22 april 2015 (ECLI:NL:GHARL:2015:2954) dient dit volgens de verdediging te leiden tot bewijsuitsluiting van de door middel van deze onderzoeken verkregen informatie. Aangezien het gerechtshof de hoogste instantie is die aldus heeft beslist dient deze lijn te worden gevolgd, aldus de verdediging.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De officier van justitie heeft de zienswijze van de verdediging bestreden en gewezen op meerdere vonnissen van diverse rechtbanken, ook van later datum dan van het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, waarin onderzoeken aan smartphones niet zijn gesanctioneerd.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank overweegt als volgt:</para>
          <para>De strafvorderlijke bevoegdheid tot inbeslagneming (artikel 94 Sv) omvat de bevoegdheid aan of in dat voorwerp onderzoek te doen naar aanwijzingen die licht kunnen werpen op de verdenking (in belastende of ontlastende zin). Juist is dat smartphones veel privacygevoelige informatie kunnen bevatten. Bij de vraag of die gegevens onderzocht mogen worden zullen – nu een daarop specifiek gerichte wettelijke regeling vooralsnog ontbreekt – de beginselen van subsidiariteit en proportionaliteit beperkingen kunnen meebrengen die in acht moeten worden genomen bij de uitoefening van de bevoegdheid onderzoek te doen naar de informatie die zich bevindt op een inbeslaggenomen telefoon. Dat betekent dat het onderzoeken van mogelijk privacygevoelige informatie achterwege dient te blijven als dat voor het opsporingsonderzoek onnodig is of als de aard en ernst van de verdenking daarvoor onvoldoende rechtvaardiging biedt. </para>
          <para>De verdenking op basis waarvan de inbeslagnames zijn geschied was telkens betrokkenheid bij phishing. De ernst van deze feiten rechtvaardigt naar het oordeel van de rechtbank deze inbreuk op de privacy van verdachte – voor zover die al in het geding zou zijn bij onderzoek aan andermans telefoon. Gelet op de aard van de verdenking kunnen de op de smartphones aanwezige gegevens voorts bij uitstek de waarheid aan het licht brengen. Dat die informatie op andere wijze beschikbaar was, is niet aannemelijk. Saillant is overigens te noemen dat de voor het onderzoek van belang zijnde gegevens die in diverse smartphones zijn aangetroffen juist uitermate privacygevoelige (bank)gegevens van derden bevatten. </para>
          <para>De rechtbank is dan ook van oordeel dat de onderzoeken aan de smartphones niet in strijd zijn geweest met de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit, zodat geen sprake is van een vormverzuim. </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.3.2.</nr>
        <para>
          <emphasis role="bold">Bewijsoverwegingen feit 1</emphasis>
        </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold italic">Deelname aan criminele organisatie</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De officier van justitie heeft – samengevat – ten aanzien van het aantonen van het bestaan van een criminele organisatie tussen verdachte en de andere in het onderzoek <emphasis role="italic">13Baron</emphasis> naar voren gekomen verdachten, gewezen op de verklaringen van medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] . Op basis daarvan, in combinatie met de bevindingen in het dossier, kan volgens haar in elk geval worden vastgesteld dat de door verdachten gepleegde feiten zijn gepleegd door een criminele organisatie. Naar haar mening zijn alle in de tenlastelegging onder 1 genoemde verdachten gedurende ruim een jaar onderdeel geweest van een criminele organisatie waarin op grote schaal misdrijven werden gepleegd.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De raadsman heeft – samengevat – aangevoerd dat uit de bewijsmiddelen blijkt dat verdachte contacten heeft met twee van de medeverdachten. Met de overige medeverdachten heeft verdachte geen contact gehad. In veel gesprekken en contacten voert verdachte feitelijk uit wat hem gezegd wordt. Nergens blijkt van een intellectuele of sturende rol over de phishing. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Beoordeling </emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Inherent aan phishing is een zekere mate van organisatie. Immers, er worden e-mails verstuurd die zogenaamd van een bank afkomstig zijn; rekeninghouders worden naar websites gestuurd die sprekend lijken op de websites van banken; banken worden gebeld door personen die zich voordoen als rekeninghouders die een nieuwe bankpas nodig hebben; er zijn personen nodig die de nieuw aangevraagde bankpassen onderscheppen en er zijn mensen nodig die met de onderschepte bankpas en de reeds eerder bemachtigde pincode van het slachtoffer, binnen een zo kort mogelijke termijn, geld opnemen. Deze handelwijze vergt een planmatige aanpak, intensieve samenwerking en duidelijke afstemming tussen de daarbij betrokken personen.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Verdachte komt in het dossier meermalen naar voren in gesprekken met medeverdachte [medeverdachte 3] . De gesprekken tussen hen zijn phishing gerelateerd. Tussen hen worden gegevens van rekeninghouders uitgewisseld en wordt concreet gesproken over geldopnames, overboekingen en de verdeling van de buit. Verdachte komt daarbij naar voren als degene die binnen het phishing proces de geldopnames doet. Dat blijkt ook uit de hierna bewezen verklaarde feiten. [medeverdachte 4] komt naar voren als degene die de gegevens van de rekeningen aan [medeverdachte 3] verstrekt en [medeverdachte 3] als degene die vervangende pinpassen aanvraagt. Hoewel ook is gebleken dat de verdachten in enkele gevallen wisselden van rol, kan worden gesteld dat zij in samenwerking met elkaar grotendeels een vaste rolverdeling aanhielden. Uit het dossier blijkt dat verdachten ook met anderen dan voornoemde verdachten samenwerkten, maar van een structurele en duurzame samenwerking kan in ieder geval worden gesproken waar het verdachte, [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] betreft.  </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Dat het [medeverdachte 4] is die schuilgaat achter de bijnamen  [bijnaam 1 van medeverdachte 4] en [bijnaam 2 van medeverdachte 4] leidt de rechtbank af uit het volgende.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>In het dossier bevindt zich een politiemutatie van 12 augustus 2014 betreffende een vechtpartij in Rotterdam waarbij onder andere medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] als betrokken personen worden genoemd en waarbij wordt vermeld dat [medeverdachte 4] werd aangehouden omdat hij geen identiteitsbewijs kon tonen. Het dossier bevat een telefoongesprek op 12 augustus 2014 tussen medeverdachte [medeverdachte 2] en een onbekend persoon waarin [medeverdachte 2] vertelt dat hij in Rotterdam was, ruzie kreeg en dat ene “ [bijnaam 2 van medeverdachte 4] ” (fonetisch) werd aangehouden omdat hij geen identiteitsbewijs bij zich droeg. Het dossier bevat ook een telefoongesprek tussen [medeverdachte 2] en een vrouw, die tegen [medeverdachte 2] zegt dat “ [medeverdachte 4] ” (fonetisch) vastzit op het politiebureau Doelwater in Rotterdam en dat zij geld moet overmaken om “ [medeverdachte 4] ” vrij te krijgen. Uit onderzoek in de politiesystemen blijkt dat [moeder van medeverdachte 4] (geboren [geboortedatum] 1972) aan het bureau Ganzenhoef in Amsterdam Zuidoost een boete van 400 euro heeft betaald voor [medeverdachte 4] , die op dat moment vastzat op politiebureau Doelwater. [medeverdachte 4] heeft bevestigd dat hij op 12 augustus 2014 met [medeverdachte 2] in Rotterdam was, dat hij daar werd aangehouden en dat zijn moeder toen in Amsterdam Zuidoost een openstaande boete voor hem heeft betaald.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Het dossier bevat voorts een tapgesprek tussen de gebruiker van het telefoonnummer eindigend op * [nummer 1] , die zichzelf “ [medeverdachte 4] ” (fonetisch) noemt en medeverdachte [medeverdachte 2] . Datzelfde telefoonnummer komt terug in de telefoon van verdachte, maar dan in diens contacten onder de naam “ [bijnaam 2 van medeverdachte 4] ”.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Uit het voorgaande leidt de rechtbank af dat met “ [bijnaam 2 van medeverdachte 4] ” dan wel “ [bijnaam 2 van medeverdachte 4] ” telkens [medeverdachte 4] wordt bedoeld. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Medeverdachte [medeverdachte 3] heeft via whatsapp verschillende gesprekken gevoerd met een contact genaamd “ [bijnaam 1 van medeverdachte 4] ” die gebruik maakt van het telefoonnummer eindigend op * [nummer 2] . Op 7 september 2014 stuurt medeverdachte [medeverdachte 2] naar [medeverdachte 3] een foto van een nieuwsbericht van 7 september 2014 over een veroordeling van een 17-jarige jongen wegens een oplichting met een privéjet. [bijnaam 1 van medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] voeren op diezelfde dag gesprekken waarbij gerefereerd wordt aan deze oplichtingszaak. [bijnaam 1 van medeverdachte 4] geeft hierbij aan dat hij bang wordt en [medeverdachte 3] stelt hem gerust omdat de jongen maar een weekje celstraf heeft gekregen. Uit de inhoud van het nieuwsbericht en nader onderzoek van de politie blijkt dat de oplichtingszaak betrekking heeft op de huur van een privéjet waarmee drie jongens op één dag naar Antwerpen en Ibiza zijn gevlogen, zonder de rekening daarvoor te betalen. Naar aanleiding van deze oplichtingszaak is [medeverdachte 5] als één van de verdachten aangehouden. In zijn verklaring geeft [medeverdachte 5] aan dat hij de vlucht naar Ibiza heeft gepland en gemaakt met twee vrienden, genaamd “ [medeverdachte 4] ” en “ [naam 1] ”. In de telefoon van medeverdachte [medeverdachte 3] zijn foto’s aangetroffen van [medeverdachte 5] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] , poserend voor een privéjet. [medeverdachte 4] heeft verklaard dat hij zichzelf herkent op de foto en dat het klopt dat hij is mee geweest naar Ibiza en Antwerpen.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Ook in de telefoon van medeverdachte [medeverdachte 1] wordt het telefoonnummer eindigend op * [nummer 2] aangetroffen. De gebruiker van dit nummer heeft als whatsapp-naam: [naam 2] / [medeverdachte 4] . </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Op grond van de voorgaande feiten en omstandigheden, in onderlinge samenhang beschouwd, leidt de rechtbank af dat [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] betrokken zijn bij genoemde oplichtingszaak, dat [medeverdachte 4] (ook) als gebruiker van het telefoonnummer eindigend op * [nummer 2] kan worden aangemerkt en dat hij in de telefoon van [medeverdachte 3] als ‘ [bijnaam 1 van medeverdachte 4] ’ wordt aangeduid.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para> Gelet op het feit dat verdachten gezamenlijk in beeld komen ongeveer vanaf september 2014 zal het bestaan van de criminele organisatie worden aangenomen vanaf 1 september 2014 en verdachtes deelname daaraan tot aan zijn aanhouding. </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bewijsoverwegingen feiten 2 en 3</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Feit 2</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit het dossier blijkt dat verdachte en [medeverdachte 3] over de bankpas van [medeverdachte 6] hebben beschikt en dat [medeverdachte 4] over de rekeninggegevens van deze pas heeft beschikt. Dat blijkt uit tussen hen gevoerde gesprekken. Op 21 september 2014 vraagt [medeverdachte 3] aan verdachte zijn rekening- en pasnummer waarop verdachte hem de rekeninggegevens van [medeverdachte 6] toestuurt. Op 9 oktober 2014 stuurt [medeverdachte 3] een foto naar verdachte waarop is te zien dat is ingelogd op het rekeningnummer van [medeverdachte 6] en de daglimieten te zien zijn. Diezelfde dag heeft [medeverdachte 3] ook contact met [medeverdachte 4] . Hij vraagt hem om <emphasis role="italic">morgen</emphasis> geld op <emphasis role="italic">die green</emphasis> te zetten (<emphasis role="italic">tjonken</emphasis>) omdat hij de limiet van de pas heeft verhoogd. [medeverdachte 4] vraagt of [medeverdachte 3] een foto (<emphasis role="italic">cap</emphasis>) kan sturen, waarop [medeverdachte 3] hem een foto van de rekening van [medeverdachte 6] stuurt. Dat [medeverdachte 3] de bankpas van [medeverdachte 6] ook daadwerkelijk onder zich had blijkt uit het aantreffen van de bankpas in de woning van [medeverdachte 3] tijdens de doorzoeking. Tussen [medeverdachte 3] en [medeverdachte 6] heeft bovendien een gesprek plaatsgevonden op 10 oktober 2014 waarin [medeverdachte 3] hem vraagt zijn limiet te verhogen en waarin zij spreken over de vergoeding voor het ter beschikking stellen van zijn bankpas. Verdachte heeft op 9 en 10 oktober 2014 opnames gedaan vanaf de rekening van [medeverdachte 6] en [medeverdachte 3] op 11 oktober 2014.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het dossier bevat een aangifte van Rabobank waaruit blijkt dat drie frauduleuze overboekingen hebben plaatsgevonden naar de rekening van [medeverdachte 6] . </para>
        <para>Op 9 oktober 2014 is € 4.521,- overgeboekt van de rekening van [bedrijf 1 VOF] . Op 10 oktober 2014 is € 4.105,- overgeboekt van de rekening van [bedrijf 2] en op 13 oktober 2014 is € 4.601,- overgeboekt van de rekening van [persoon 3] . </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman heeft aangevoerd dat nu verdachte geen concrete rol heeft gehad bij de overboekingen, hij niet als medepleger van de diefstal verantwoordelijk kan worden gehouden. </para>
        <para>De rechtbank overweegt daarover het volgende. Gelet op de afspraken die tussen [medeverdachte 3] en verdachte met betrekking tot de rekening van [medeverdachte 6] zijn gemaakt, voorafgaand aan de overboekingen, in combinatie met het gegeven dat verdachte op 9 en 10 oktober 2014 geld heeft opgenomen van de rekening van [medeverdachte 6] , na de gevoerde gesprekken met [medeverdachte 3] hierover, kan verdachte samen met [medeverdachte 3] als medepleger verantwoordelijk worden gehouden voor de weggenomen geldbedragen van rekeninghouders [bedrijf 2] en [bedrijf 1 VOF] . Een concrete koppeling met het overgeboekte bedrag op 13 oktober 2014 van rekeninghouder [persoon 3] , ontbreekt. Verdachte wordt daarom van dit deel van de tenlastelegging vrijgesproken. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Feit 3 - Vrijspraak</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op 13 oktober 2014 heeft tussen verdachte en [medeverdachte 3] een gesprek plaatsgevonden waaruit blijkt dat verdachte hem de rekeninggegevens van [persoon 4] toestuurt. Op die rekening is op 30 oktober 2014 een bedrag van € 1.150,- overgeboekt vanaf de rekening van [persoon 1] . [persoon 1] is slachtoffer geworden van fraude. </para>
        <para>Met de raadsman is de rechtbank van oordeel dat de tijd die zich bevindt tussen het verstrekken van de gegevens van de rekening van Elewout en het overboeken van het bedrag van de rekening van [persoon 1] , te lang is om een rechtstreeks verband tussen verdachte en het wegnemen van het geldbedrag aan te nemen. Verdachte wordt dan ook vrijgesproken van het primair ten laste gelegde feit.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ook voor medeplichtigheid aan de diefstal van het geldbedrag ontbreekt de concrete koppeling naar verdachte. Verdachte wordt daarom eveneens van het subsidiair ten laste gelegde vrijgesproken.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht op grond van de in <emphasis role="bold">bijlage II</emphasis> vervatte bewijsmiddelen en op grond van hetgeen hiervoor is overwogen, bewezen dat verdachte</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde:</emphasis>
      </para>
      <para>in de periode van 1 september 2014 tot en met 17 november 2014 in Nederland heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten verdachte, [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] en andere personen welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk het:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>plegen van computervredebreuk, </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>plegen van witwassen, </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>plegen van oplichting, </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>plegen van diefstal van poststukken en/of bankpassen, </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>plegen van diefstal van geldbedragen door middel van een valse sleutel.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde:</emphasis>
      </para>
      <para>in de periode van 1 oktober 2014 tot en met 13 oktober 2014 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>4.105 euro toebehorende aan [bedrijf 2] en</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>4.521 euro toebehorende aan [bedrijf 1 VOF] ,</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>waarbij verdachte en zijn mededaders de weg te nemen geldbedragen onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde:</emphasis>
      </para>
      <para>op 8 oktober 2014 te Amsterdam, opzettelijk [persoon 2] heeft mishandeld, bestaande die mishandeling uit het stompen tegen de linkerslaap en tegen het gezicht en tegen het bovenlichaam van [persoon 2] en uit het trappen tegen het lichaam van [persoon 2] waardoor [persoon 2] pijn heeft ondervonden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van de feiten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De strafbaarheid van verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>8</nr>Motivering van de straffen </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>8.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">De eis van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door haar onder 1, 2, 3, en 4 bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 30 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en met aftrek van voorarrest. Zij heeft verzocht aan het voorwaardelijke strafdeel te koppelen de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd in het rapport van de reclassering d.d. 26 januari 2015. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het strafmaatverweer van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman heeft in het kader van de strafmaat aangevoerd dat het goed gaat met verdachte, zelfs zo goed dat zijn enkelband eerder is verwijderd. Hij gaat inmiddels vijf dagen per week naar school en binnenkort wordt hij vader. De raadsman verzoekt de rechtbank om aan verdachte in ieder geval geen langere gevangenisstraf op te leggen dan de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft zich gedurende een aantal weken schuldig gemaakt aan deelname aan een criminele organisatie die tot oogmerk had het plegen van misdrijven. Daarnaast heeft hij zich schuldig gemaakt aan het plegen van diefstallen. Leden van de organisatie deden zich voor als rekeninghouders van bankinstellingen waardoor frauduleus gegevens werden verkregen. Op die manier werd op grootschalige wijze geld van de rekeninghouders en banken afhandig gemaakt en werden soms grote bedragen door contante geldopnames, overboekingen en door de aanschaf van goederen, weggesluisd. Verdachte fungeerde als degene die de geldbedragen van de rekeningen opnam. Verdachte was het daarbij slechts te doen om snel geld en hij heeft geen enkel oog gehad voor de problemen en onzekerheid waarin hij de betrokken rekeninghouders heeft gebracht. Op dergelijke feiten kan in beginsel niet anders worden gereageerd dan met de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan mishandeling door te handelen als hiervoor bewezen is verklaard. Hierdoor heeft verdachte op pijnlijke en vernederende wijze inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van zijn vriendin.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft met betrekking tot zijn betrokkenheid bij phishing steeds een ontkennende dan wel zwijgende houding aangenomen. De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij ervoor heeft gekozen geen inzicht te tonen in het kwalijke van zijn handelen en geen verantwoordelijkheid te nemen voor zijn gedrag.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Blijkens het uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 3 september 2015 heeft verdachte zich eerder schuldig gemaakt aan een geweldsdelict. Hij is recent nog veroordeeld voor diverse vermogensdelicten, zodat artikel 63 Sr van toepassing is.   </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft acht geslagen op de inhoud van het reclasseringsrapport van 26 januari 2015, waarin is geadviseerd aan verdachte een meldplicht, een behandelverplichting, andere aanwijzingen het gedrag betreffende en een locatiegebod op te leggen. In het kader van de schorsing van het bevel tot voorlopige hechtenis is reeds aangevangen met voornoemde bijzondere voorwaarden. Uit het voortgangsverslag van Reclassering Nederland d.d. 28 september 2015 blijkt dat verdachte zich goed aan de voorwaarden heeft gehouden, dat zijn enkelband is verwijderd en dat hij goed mee werkt aan de behandeling bij de Waag. De kans op recidive is klein geworden, hij is gemotiveerd om vader te worden en lijkt hier consciëntieus mee bezig te zijn, aldus de reclasseringswerker.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In verdachtes persoonlijke omstandigheden, met name zijn nog jeugdige leeftijd en het feit dat verdachte de juiste weg in is geslagen, maar hoofdzakelijk in het uiteindelijke belang dat de maatschappij erbij heeft dat verdachte niet opnieuw strafbare feiten zal plegen, ziet de rechtbank aanleiding om in strafmatigende zin af te wijken van de eis van de officier van justitie. Daarnaast acht de rechtbank minder feiten en een kleinere criminele organisatie gedurende een aanmerkelijk kortere periode bewezen dan de officier van justitie. Om die reden zal de rechtbank verdachte niet terugsturen naar de gevangenis, maar zal aan hem – naast de maximale taakstraf – wel een flink voorwaardelijk strafdeel worden opgelegd met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden zoals voornoemd, met uitzondering van het locatiegebod. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>Beslag</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Retour rechthebbende</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Onder verdachte is een telefoon in beslag genomen, zoals genoemd onder nummer 1 op de aangehechte beslaglijst. Hoewel vast staat dat verdachte met die telefoon contacten heeft gehad met de medeverdachten is daarop geen informatie aangetroffen waaruit volgt dat het vatbaar is voor verbeurdverklaring. De telefoon behoort aan verdachte toe en zal aan hem worden geretourneerd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>10</nr>Benadeelde partijen </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>10.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vorderingen ING</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>ING heeft vorderingen ingediend als benadeelde partij. De verdediging beschikte voorafgaand aan de terechtzitting over deze vorderingen en ter terechtzitting heeft de [persoon 5] namens ING een toelichting op de vorderingen gegeven alsmede een lijst overgelegd van die dossiers waarop de vorderingen zien. De vorderingen zijn dan ook ingediend in de zaken tegen verdachte en al zijn medeverdachten. Voor zover een op de lijst voorkomende naam bewezenverklaard is tegen verdachte, kan worden vastgesteld dat verdachte jegens ING aansprakelijk is voor de door haar geleden schade als gevolg van de bewezenverklaarde (poging tot) oplichting en/of diefstal. De vorderingen kunnen niet worden toegewezen in verband met de bewezen criminele organisatie, nu het rechtsgoed dat artikel 140 Sr beoogt te beschermen de openbare orde is en niet de individuele belangen van slachtoffers. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Nu verdachte niet is veroordeeld ter zake van een feit waarop de vorderingen van ING betrekking hebben, zal ING niet-ontvankelijk in haar vorderingen worden verklaard. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>10.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vorderingen Rabobank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ook met betrekking tot de overige ingediende vorderingen geldt dat die vorderingen zijn ingediend in de zaken tegen verdachte en al zijn medeverdachten. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Schade door diefstallen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit de aangifte van Rabobank volgt weliswaar dat rekeninghouders [bedrijf 2] en [bedrijf 1 VOF] schade hebben geleden door de diefstal van de geldbedragen, zoals volgt uit het onder 3 bewezen verklaarde, maar niet dat Rabobank daardoor rechtstreekse schade heeft geleden. De benadeelde partij is daarom niet-ontvankelijk in dat deel van die vordering.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dat geldt ook voor de schade geleden door rekeninghouder [persoon 3] . Nu verdachte bovendien van dat deel van de tenlastelegging is vrijgesproken is de benadeelde partij, Rabobank, in dat deel van de vordering ook niet-ontvankelijk. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Onderzoekskosten </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Rabobank heeft een aparte vordering ingediend die op onderzoekskosten betrekking hebben, zoals is omschreven in de aangifte. De rechtbank acht een forfaitair bedrag van </para>
        <para>€ 300,- euro per aangifte redelijk en zal verdachte dan ook veroordelen tot betaling van deze bedragen aan Rabobank voor zover de namen in de bewezenverklaring overeenkomen met de namen op de vordering. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In de zaak van verdachte is gebleken dat de behandeling van de vordering van Rabobank met betrekking tot gevorderde onderzoekskosten inzake [bedrijf 2] en [bedrijf 1 VOF] , niet een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Tevens is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van de hiervoor onder 3 bewezen geachte feiten rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze op € 600,- (2 x € 300,-) (zeshonderd euro). De vordering kan dan ook tot dat bedrag worden toegewezen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Voorts zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet op het professionele karakter van de benadeelde partij in combinatie met het relatief geringe toegewezen bedrag, zal de rechtbank aan verdachte niet de maatregel van artikel 36f Sr opleggen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Nu verdachte wordt vrijgesproken van het deel dat betrekking heeft op rekeninghouder [persoon 3] , is de benadeelde partij, Rabobank, in dat deel van de vordering niet-ontvankelijk. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>10.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vordering [persoon 6]</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bewezen is verklaard, onder feit 1, dat verdachte heeft deelgenomen aan een criminele organisatie die tot oogmerk had het plegen van misdrijven. De officier van justitie heeft gevorderd de vordering van benadeelde partij [persoon 6] toe te wijzen nu aan die benadeelde rechtstreeks schade is toegebracht door de criminele organisatie. De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partij niet is geduid in enige bewezenverklaring. Evenmin kan aan de hand van de bewezenverklaring [persoon 6] als direct slachtoffer worden aangewezen. Ook kan niet worden vastgesteld dat de benadeelde partij als gevolg van feit 1 rechtstreekse schade heeft geleden. De benadeelde partij is daarom niet-ontvankelijk in de vordering. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>10.4</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vorderingen [persoon 7] en [persoon 8]</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Nu niet is gebleken dat aan [persoon 7] en [persoon 8] door de bewezen geachte feiten rechtstreeks schade is toegebracht, zijn deze benadeelde partijen in de vordering niet-ontvankelijk. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>10.5</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vorderingen [persoon 9] en [persoon 10]</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit de voegingsformulieren van benadeelde partijen [persoon 9] en [persoon 10] blijkt dat geen schade wordt gevorderd. De rechtbank zal op die vorderingen daarom geen beslissing nemen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>11</nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57, 63, 140, 300 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze wettelijke voorschriften zijn toepasselijk zoals geldend ten tijde van het bewezen geachte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>12</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het onder 3 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart bewezen dat verdachte het onder 1, 2 en 4 ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen verklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Ten aanzien van het onder 1 bewezen verklaarde:</emphasis>
      </para>
      <para>Het deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Ten aanzien van het onder 2 bewezen verklaarde:</emphasis>
      </para>
      <para>Diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Ten aanzien van het onder 4 bewezen verklaarde:</emphasis>
      </para>
      <para>Mishandeling. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het bewezene strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart verdachte, <emphasis role="bold">[verdachte]</emphasis>, daarvoor strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf</emphasis> van <emphasis role="bold">229 (tweehonderdnegenentwintig) dagen.</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat een gedeelte van deze straf groot 180 (honderdtachtig) dagen <emphasis role="bold">niet zal worden ten uitvoer gelegd</emphasis>, tenzij later anders wordt gelast. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De tenuitvoerlegging kan worden gelast, indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet aan de volgende algemene voorwaarden houdt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Stelt als algemene voorwaarden dat de veroordeelde </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit; </para>
    <para />
    <para>2. ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;</para>
    <para />
    <para>3. medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De tenuitvoerlegging kan ook worden gelast indien de veroordeelde gedurende de proeftijd de hierna vermelde bijzondere voorwaarden niet naleeft.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Stelt als bijzondere voorwaarden:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Meldplicht</emphasis>
      </para>
      <para>Veroordeelde moet zich blijven melden bij Reclassering Nederland, aan de [adres 2] te [plaats] , zo frequent en zo lang als de reclassering dit nodig acht. Veroordeelde dient zich te houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van de meldplicht gegeven worden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Behandelverplichting – ambulante behandeling</emphasis>
      </para>
      <para>Veroordeelde wordt verplicht om zich te laten behandelen betreffende delictpreventie (voor zowel vermogens- als agressiedelicten)  bij polikliniek De Waag te [plaats] of soortgelijke ambulante forensische zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Andere voorwaarden het gedrag betreffende</emphasis>
      </para>
      <para>Veroordeelde wordt verplicht zich in te spannen voor het behoud van zijn opleidingstraject of een andere structurele dagbesteding. Veroordeelde wordt verplicht om zich in te spannen voor het vinden en behouden van een bijbaan naast zijn opleidingstraject of andere vorm van structurele dagbesteding, tenzij dit een betaalde baan betreft. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Geeft opdracht aan Reclassering Nederland, gevestigd aan de [adres 2] , [plaats] , om toezicht te houden op de naleving van de opgelegde bijzondere voorwaarden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt verdachte voorts tot een <emphasis role="bold">taakstraf</emphasis> bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid van <emphasis role="bold">240 uren</emphasis>, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 120 dagen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beslag </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelast de teruggave aan [verdachte] van het voorwerp genoemd op de aangehechte beslaglijst onder nummer:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">1.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Benadeelde partijen </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart ING niet-ontvankelijk in de vorderingen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wijst de vorderingen van Rabobank gedeeltelijk toe en veroordeelt verdachte tot betaling van <emphasis role="bold">€  600,-</emphasis> (zeshonderd euro) aan de benadeelde partij. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan Rabobank voornoemd, behalve voor zover deze vordering reeds door of namens een ander is betaald.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door Rabobank gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart Rabobank niet-ontvankelijk in de overige (delen van) de vordering(en). </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart [persoon 6] niet-ontvankelijk in de vordering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart [persoon 7] niet-ontvankelijk in de vordering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart [persoon 8] niet-ontvankelijk in de vordering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Voorlopige hechtenis</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door </para>
      <para>mr. P.B. Martens, 	voorzitter,</para>
      <para>mrs. R. Hirzalla en M.B. de Boer, 	rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. D. Flikkenschild, 	griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 9 november 2015.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>