<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2015:6694</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-10T13:49:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-10-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-01-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">HA RK 11.2015</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2015:6694">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2015:6694</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-10-05T14:49:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-10-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2015:6694 Rechtbank Amsterdam , 23-01-2015 / HA RK 11.2015</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2015:6694:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoek afgewezen. Met de onderhavige beschikking zijn alle ten deze relevante feiten en omstandigheden ter kennis van beide partijen gebracht en is voor beide partijen volstrekt helder dat genoemde betalingen op de rekening van de stichting zijn gedaan, wat de betrokkenheid van de rechter bij de stichting is en wat het standpunt van de rechter is ter zake van die betalingen. Indien degene die de betalingen aan de stichting heeft gedaan niet dezelfde is als de partij in de procedure, kan er geen verband is met de door de rechter behandelde zaak en er dus geen gronden voor verschoning zijn. Indien de betalingen aan de stichting wèl afkomstig zijn van de partij in de procedure, zijn deze ofwel gedaan op zuiver filantropische gronden - in welk geval geen beïnvloeding van de rechter is beoogd of gebleken - ofwel gedaan met het oogmerk feiten en omstandigheden te creëren waarmee de rechterlijke onpartijdigheid kan worden ondergraven om aldus te verhinderen dat de rechter de behandeling van de onderhavige zaak voortzet. Een dergelijke opzet kan en mag niet worden gehonoreerd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2015:6694:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM </bridgehead>
    <bridgehead role="bold">Wrakingskamer</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking op het onder rekestnummer HA RK 11.2015 ingeschreven verzoek tot verschoning van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. R.A. DUDOK VAN HEEL, rechter in de rechtbank Amsterdam, hierna: de rechter.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Verloop van de procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Bij de afdeling Privaatrecht van de Rechtbank te Amsterdam is onder zaaknummer [     ] een civiele procedure aanhangig tussen de heer [     ] en De Nederlandsche Bank N.V. (DNB). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>In deze zaak heeft op 7 januari 2015 ten overstaan van de rechter een comparitie van partijen plaatsgevonden, waarbij partijen en hun advocaten aanwezig waren. De zaak staat op de rol van 25 februari 2015 voor vonnis.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het verzoek </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechter heeft aan haar verzoek het volgende ten grondslag gelegd. De rechter is bestuurder (secretaris) van de stichting Stichting [     ] (hierna: de</para>
      <para>stichting). Deze nevenfunctie staat vermeld in het register nevenfuncties van rechters. Daags na de zitting van 7 januari 2015 heeft de administrateur van de stichting</para>
      <para>de rechter ongevraagd bericht dat de stichting een aantal donaties had ontvangen, onder meer van een zekere [     ]. De administrateur noemde dit “een vreemd geval”, omdat het vele kleine overschrijvingen betrof. Deze donateur bleek (ook) de voorletters ‘[     ]’ te hebben. De rechter verwijst naar een door haar overgelegd overzicht van alle overschrijvingen afkomstig van [     ] naar de rekening van de stichting in de periode van 4 december 2014 tot en met 12 januari 2015, waaruit volgt dat in die periode door [     ] 38 betalingen ad in totaal € 143,90 op rekening van de stichting zijn gedaan. De rechter vermoedt dat de persoon met de naam [     ] die de bedragen heeft overgeschreven naar de rekening van de stichting, dezelfde [     ] is die partij is in de procedure met zaaknummer [     ]. Op die grond meent de rechter dat sprake is van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden en verzoekt de rechter zich op de voet van artikel 40 Rv te mogen verschonen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling van het verzoek</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Uit artikel 41 Rv volgt dat de behandeling van een verzoek tot verschoning, anders dan de behandeling van een wrakingsverzoek, niet ter terechtzitting behoeft plaats te vinden. De rechtbank zal daarom zonder mondelinge behandeling een beslissing nemen op het verzoek.  <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Bij de beoordeling van een verzoek als het onderhavige dient uitgangspunt te zijn dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet die een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat een rechter jegens een rechtzoekende een vooringenomenheid zou kunnen koesteren, althans dat de bij een rechtzoekende dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd zou kunnen zijn. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Dat de rechter jegens een van partijen vooringenomen zou zijn is gesteld noch gebleken. De vraag is dan of de omstandigheid dat [     ] genoemde betalingen heeft gedaan op de rekening van de stichting waarvan de rechter secretaris is, bij een van partijen de objectief gerechtvaardigde vrees kan doen ontstaan dat de rechter niet onpartijdig is. Dat is hier niet het geval. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>De rechtbank stelt allereerst vast dat met de onderhavige beschikking alle ten deze relevante feiten en omstandigheden ter kennis van beide partijen zijn gebracht en dat dus voor beide partijen volstrekt helder is dat genoemde betalingen op de rekening van de stichting zijn gedaan, wat de betrokkenheid van de rechter bij de stichting is en wat het standpunt van de rechter is ter zake van die betalingen. <?linebreak?>Vervolgens geldt dat indien de [     ] die de betalingen aan de stichting heeft gedaan niet dezelfde is als de partij [     ], er geen verband is met de door de rechter behandelde zaak en er dus geen gronden voor verschoning zijn. Indien de betalingen aan de stichting wèl afkomstig zijn van partij [     ], zijn deze ofwel gedaan op zuiver filantropische gronden - in welk geval geen beïnvloeding van de rechter is beoogd of gebleken - ofwel gedaan met het oogmerk feiten en omstandigheden te creëren waarmee de rechterlijke onpartijdigheid kan worden ondergraven om aldus te verhinderen dat de rechter de behandeling van de onderhavige zaak voortzet. Een dergelijke opzet kan en mag niet worden gehonoreerd.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5</nr>
      <parablock>
        <para>Tegen die achtergrond is de rechtbank van oordeel dat geen sprake is van voldoende zwaarwegende feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Het verzoek van de rechter zich te mogen verschonen zal om die reden bij gebreke van een voldoende grondslag worden afgewezen. </para>
        <para>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="bold">BESLISSING:</emphasis>
        </para>
        <para>
          <?linebreak?>De rechtbank:</para>
      </parablock>
      <para />
      <para> wijst het verzoek tot verschoning af;</para>
      <para> beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij artikel 41 lid 2 Rv wordt toegezonden aan: </para>
      <para />
      <parablock>
        <para> de advocaat van partij [     ], mr. Y. Ersoy advocaat te Amsterdam;</para>
        <para> de advocaat van de Nederlandsche Bank, mr. drs. H.J.S.M. Langbroek advocaat te Amsterdam;</para>
        <para> de rechter, mr. R.A. Dudok van Heel. </para>
        <para>
          <?linebreak?>Aldus gegeven door mr. N.C.H. Blankevoort, voorzitter en mrs. A.W.J. Ros en A.W.H. Vink, leden, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 januari 2015 in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Tegen deze beslissing staat op grond van het bepaalde in artikel 41 lid 3 Rv geen voorziening open. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>