<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2015:591</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-11T07:46:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-02-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-01-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13-752017-14</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#rekestprocedure">Rekestprocedure</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#internationaalPubliekrecht">Internationaal publiekrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2015:591">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2015:591</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-02-13T10:47:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-02-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2015:591 Rechtbank Amsterdam , 30-01-2015 / 13-752017-14</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2015:591:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Rechtbank heropent onderzoek.</para>
        <para>Pleegplaats is onduidelijk.</para>
        <para>Het moet onomstotelijk vast staan of het feit in België dan wel in Nederland heeft plaatsgevonden. Niet alleen dient het EAB te voldoen aan de in artikel 2, tweede lid onder e OLW gestelde eisen, ook moet vaststaan dat de weigeringsgrond als bedoeld in artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a OLW niet aan de orde is.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2015:591:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM, </bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/752017-14</para>
      <para>RK nummer: 14/7710</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 30 januari 2015</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">TUSSENUITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 21 november 2014 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).</para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 14 november 2014 door de Rechtbank van Eerste Aanleg, afdeling Antwerpen, België en het strekt tot de aanhouding en overlevering van de opgeëiste persoon: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [opgeëiste persoon]
        </emphasis>
      </para>
      <para>	geboren te [geboorteplaats], Roemenië, op [geboortedatum], </para>
      <para>	zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,</para>
      <para>gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting ‘[locatie]’, </para>
      <para>
        [detentie adres],</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna te noemen “de opgeëiste persoon”.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering is behandeld op de openbare zitting van 16 januari 2015. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. R. Vorrink. </para>
      <para>De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn raadsman, mr. P.D. Popescu, advocaat te Amsterdam en door een tolk in de Roemeense taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak zou moeten doen met dertig dagen verlengd. De reden hiervan is gelegen in het feit dat de rechtbank er  niet in slaagt binnen de in de wet bepaalde termijn uitspraak te doen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Roemeense nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het EAB wordt melding gemaakt van een aanhoudingsbevel bij verstek van 14 november 2014, afkomstig van de uitvaardigende justitiële autoriteit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar het recht van België strafbaar feit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit feit is omschreven in onderdeel e) van het EAB en luidt: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Op 15.07.2013 vraagt een vrouw de weg naar het Centraal Station te Antwerpen en wordt door een man in het struikgewas getrokken waar zij wordt verkracht. Zij wordt gepenetreerd met de vinger en ze moet de man masturberen met de hand. Het slachtoffer had diverse kwetsuren ten gevolge van de slagen die zij van haar belager had gekregen. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Genoegzaamheid<?linebreak?></title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt raadsman</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman heeft verzocht de overlevering te weigeren en daartoe aangevoerd dat de omschrijving van het feit waarvan de opgeëiste persoon wordt verdacht ongenoegzaam is. Het EAB voldoet niet aan de in artikel 2, tweede lid onder e OLW gestelde vereisten want onduidelijk is de plaats waar de vermeende handelingen zouden hebben plaatsgevonden. De feitsomschrijving sluit niet uit dat het feit elders, mogelijk zelfs in Nederland, is gepleegd: een vrouw vraagt aan een man ‘de weg naar het station te Antwerpen’ waarna hij haar de struiken in trekt en het feit plaatsvindt. Het feit dat de opgeëiste persoon door de Nederlandse politie is gehoord over deze verdenking versterkt de indruk dat het feit in Nederland heeft plaatsgevonden, aldus de raadsman.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie acht het EAB genoegzaam; zij heeft de stelling van de raadsman als onlogisch van de hand gewezen. Zij heeft benadrukt dat er in Nederland geen vervolging loopt ten aanzien van dit feit en dat het verhoor door de Nederlandse politie mogelijk heeft plaatsgevonden naar aanleiding van een Belgisch rechtshulpverzoek; zekerheid hierover kon zij niet geven. De officier van justitie heeft primair gevorderd dat de overlevering toelaatbaar zal worden verklaard en gaat subsidiair akkoord met het inwinnen van nadere inlichtingen over de pleegplaats bij de uitvoerende justitiële autoriteit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het onderzoek gesloten en de gevangenhouding van de opgeëiste persoon bevolen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Heropening onderzoek</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is in raadkamer tot de conclusie gekomen dat het onderzoek niet volledig is geweest en heropend dient te worden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zij overweegt daartoe het volgende.</para>
      <para>Het moet onomstotelijk vast staan of het feit in België dan wel in Nederland heeft plaatsgevonden. Niet alleen dient het EAB te voldoen aan de in artikel 2, tweede lid onder e OLW gestelde eisen, ook moet vaststaan dat de weigeringsgrond als bedoeld in artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a OLW niet aan de orde is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nauwkeurige lezing van het feit zoals weergegeven in onderdeel e) van het EAB leidt de rechtbank tot de conclusie dat de twijfel over de pleegplaats die de raadsman heeft opgeworpen niet wordt weerlegd door de beschrijving van het feit. Er is geen andere bron voorradig die duidelijkheid kan verschaffen over de pleegplaats. Zo is er geen internationale signalering in het dossier, waaraan gegevens kunnen worden ontleend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het dossier bevinden zich door de Nederlandse politie opgemaakte processen-verbaal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het proces-verbaal van bevindingen opgemaakt op 12 november 2014 blijkt dat de verbalisanten op 18 oktober 2014 de opgeëiste persoon in de penitentiaire inrichting Amsterdam  als verdachte hebben gehoord en dat zij hem hebben meegedeeld <emphasis role="italic">‘dat hij verdacht wordt van aanranding der eerbaarheid c.q. verkrachting, gepleegd op 15 juli 2013’</emphasis>. De opgeëiste persoon reageert daarop met de woorden <emphasis role="italic">‘ik begrijp niet zo goed waar het over gaat. Ik was niet in Nederland toen’</emphasis>. In dit proces-verbaal wordt niet vermeld waar het feit zou hebben plaatsgevonden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 9 november 2014 wordt de opgeëiste persoon als verdachte gehoord door de Nederlandse politie over de verdenking. Hem wordt het volgende voorgehouden<emphasis role="italic">: ‘u wordt verdacht van aanranding der eerbaarheid en verkrachting. Daarover wensen wij met u te praten. Wilt u daar nu al op reageren?’</emphasis> waarop de opgeëiste persoon reageert door ‘nee’ te schudden. Ook dit proces-verbaal vermeldt niet de plaats waar het feit zou zijn gepleegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft niet kunnen verklaren op wiens instigatie dit onderzoek door de Nederlandse politie heeft plaatsgevonden. Mogelijk was het op basis van een rechtshulpverzoek uit België maar de processen-verbaal maken geen van beide melding van enig rechtshulpverzoek.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Alles bij elkaar genomen wordt de door de raadsman gezaaide twijfel niet weggenomen door het EAB, door de daaraan toegevoegde stukken of door de verklaring van de officier van justitie. Het onderzoek is op dit punt onvolledig gebleken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal dan ook het onderzoek heropenen om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen nadere opheldering over de pleegplaats te vragen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit, de Onderzoekrechter in de Rechtbank van Eerste Aanleg te Antwerpen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Heropent en schorst het onderzoek ter terechtzitting voor onbepaalde tijd om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit te vragen in welke plaats en in welk land de in het EAB onder e) omschreven handelingen hebben plaatsgevonden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt dat het onderzoek zal worden hervat op een nog nader te bepalen zitting, met in achtneming van de in artikel 22 OLW bepaalde termijn voor uitspraak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoekt de officier van justitie om de rechtbank op die nader te bepalen zitting te informeren in welk kader de opgeëiste persoon door de Nederlandse politie is verhoord op </para>
      <para>28 oktober en 9 november 2014.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt de oproeping van de opgeëiste persoon tegen een nader te bepalen tijdstip met tijdige kennisgeving aan zijn raadsman.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt de oproeping van een tolk in de Roemeense taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gedaan door</para>
      <para>mr. A.C. Enkelaar,  						                         		voorzitter,</para>
      <para>mrs. S.J. Riem en H.G. van der Wilt,             				   		rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van L.C. Werkman,		             	            		griffier,</para>
      <para>en uitgesproken ter openbare zitting van 30 januari 2015.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>