<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2015:5208</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T06:26:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-08-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-07-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">4305772  EA VERZ  15-807</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_arbeidsrecht">Civiel recht; Arbeidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005290">Burgerlijk Wetboek Boek 7</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005290&amp;artikel=669">Burgerlijk Wetboek Boek 7 669</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005290&amp;artikel=671b">Burgerlijk Wetboek Boek 7 671b</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>AR 2015/1506</rdf:li>
          <rdf:li>Prg. 2015/242</rdf:li>
          <rdf:li>JAR 2015/212</rdf:li>
          <rdf:li>AR-Updates.nl 2015-0755</rdf:li>
          <rdf:li>VAAN-AR-Updates.nl 2015-0755</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2015:5208">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2015:5208</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-08-13T14:49:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-08-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2015:5208 Rechtbank Amsterdam , 30-07-2015 / 4305772  EA VERZ  15-807</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2015:5208:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>WWZ, Pro forma ontbinding, arbeidsongeschikte werknemer</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2015:5208:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <inlinemediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="be8a4426-def5-4391-9854-08279deb60ce" depth="2" width="13" format="image/png" />
      </imageobject>
    </inlinemediaobject>
    <inlinemediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="45166b13-c9b6-4376-8a2e-3a18954d3e3e" depth="2" width="523" format="image/png" />
      </imageobject>
    </inlinemediaobject>
  </para>
  <section>
    <title>RECHTBANK AMSTERDAM</title>
    <parablock>
      <para>Afdeling privaatrecht – team kanton</para>
      <para>zaaknummer: 4305772  EA VERZ  15-807</para>
      <para>beschikking van:  30 juli 2015</para>
      <para>func.:  364</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>beschikking van de kantonrechter</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>I n z a k e</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de besloten vennootschap LVDZ B.V.</title>
    <parablock>
      <para>gevestigd te Amsterdam</para>
      <para>verzoekster, nader te noemen: LVDZ</para>
      <para>gemachtigde: mr. H.D.J. van Roest</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>t e g e n</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [verweerster]
    </title>
    <parablock>
      <para>wonende te [woonplaats]</para>
      <para>verweerster, nader te noemen: [verweerster]</para>
      <para>gemachtigde: mr. G.G. Kempenaars.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>VERLOOP VAN DE PROCEDURE </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>LVDZ heeft op 24 juli 2015 een verzoek ingediend dat strekt tot ontbinding van de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst. Daarna heeft LVDZ nog aanvullende stukken ingediend. [verweerster] heeft een verweerschrift ingediend. Het verzoek is ter terechtzitting behandeld op 29 juli 2015. LVDZ is verschenen bij haar gemachtigde, [verweerster] is verschenen, vergezeld van haar gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beschikking is bepaald op heden.<?linebreak?></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>BEOORDELING VAN HET VERZOEK</title>
    <para />
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>
          [verweerster] , geboren op [geboortedatum] 1986 en thans 29 jaar oud, is sedert 1 januari 2015 in dienst van LVDZ als senior associate corporate finance advisory activiteiten, op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd ter voortzetting van een arbeidsovereenkomst met ingang van 1 mei 2014, in het kader van een overgang van onderneming. Het salaris bedraagt € 5.092,59 bruto per maand, exclusief vakantietoeslag. [verweerster] is sinds enige tijd arbeidsongeschikt.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>LVDZ verzoekt om ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van artikel<?linebreak?>7: 671b lid 1 sub a BW. LVDZ stelt dat daarvoor een redelijke grond aanwezig is, als bedoeld in artikel 7: 669 lid 3, onderdeel g BW, waarbij herplaatsing van [verweerster] binnen een redelijke termijn niet tot de mogelijkheden behoort of in de rede ligt. </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>LVDZ heeft haar verzoek onderbouwd door er op te wijzen dat sprake is van:<?linebreak?>- een verstoorde arbeidsverhouding, zodanig dat van LVDZ in redelijkheid niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          [verweerster] erkent dat sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding. Pogingen om het probleem op te lossen hebben niet het gewenste resultaat opgeleverd. Andere passende functies binnen LVDZ zijn niet voorhanden. [verweerster] kan daarom niet anders dan zich refereren aan het oordeel van de kantonrechter. </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Als eerste heeft de kantonrechter zich ervan vergewist of het verzoek geen verband houdt met omstandigheden waarop de opzegverboden betrekking hebben. De kantonrechter stelt vast dat sprake is van een opzegverbod, nu [verweerster] ongeschikt is tot het verrichten van de arbeid wegens ziekte. Gezien het bepaalde in artikel 7:671b lid 6 BW staat dit echter niet in de weg aan ontbinding, omdat het verzoek geen verband houdt met de ziekte van [verweerster] , maar is gebaseerd op een verstoorde arbeidsverhouding. [verweerster] valt daarvoor geen verwijt te maken.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Op grond van het bovenstaande wordt verder vastgesteld dat de arbeidsverhouding verstoord is, zodanig dat van LVDZ in redelijkheid niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>De arbeidsovereenkomst zal derhalve worden ontbonden, overeenkomstig het bepaalde in artikel 7:671b lid 8 BW, met ingang van 1 september 2015. Dat is de datum waarop de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging zou zijn geëindigd, verminderd met de duur van deze procedure. Er is geen sprake van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van [verweerster] , zodat een verkorting van de termijn niet aan de orde is. Nu [verweerster] niet heeft gesteld dat sprake is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van LVDZ,  is voor de toekenning van een billijke vergoeding geen plaats. Nu de arbeidsovereenkomst korter dan 24 maanden heeft geduurd is er voor toekenning van een transitievergoeding ex artikel 7:673 BW geen grond. Met het vorenstaande is na overleg met partijen ter zitting afgeweken van hun oorspronkelijke verzoek om de arbeidsovereenkomst te ontbinden met ingang van 31 juli 2015 onder toekenning van een vergoeding van € 2.750,00 bruto. </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Er zijn termen de proceskosten te compenseren.</para>
      </listitem>
    </orderedlist>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <?linebreak?>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <para>ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 1 september 2015;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>bepaalt dat elk der partijen de eigen proceskosten draagt;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <parablock>
        <para>wijst het meer of anders verzochte af.</para>
        <para>Aldus gegeven door mr. M.E.B. Terwee, kantonrechter en in het openbaar uitgesproken op <?linebreak?>30 juli 2015 in aanwezigheid van de griffier.</para>
      </parablock>
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="2">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>De griffier</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>De kantonrechter</para>
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>