<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2015:4375</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-11T01:43:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-07-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-07-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr"> -13-751270-15    15-3441 _</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#rekestprocedure">Rekestprocedure</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#internationaalPubliekrecht">Internationaal publiekrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2015:4375">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2015:4375</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-07-17T07:33:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-07-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2015:4375 Rechtbank Amsterdam , 10-07-2015 /  -13-751270-15    15-3441 _</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2015:4375:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Overlevering aan Italië toegestaan.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dubbele strafbaarheid:</para>
        <para>Het verwijt dat de opgeëiste persoon jegens een ander ‘lichamelijk geweld’ heeft toegepast, brengt mee dat die persoon zeer waarschijnlijk pijn en/of letsel zal hebben ondervonden. De in het EAB omschreven reeks mishandelingen is dan ook dubbel strafbaar.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het verweten ‘morele en psychische geweld’ zou onder omstandigheden naar Nederlands recht onder het belagings-artikel (artikel 285 Sr) kunnen vallen, maar om het zo te kwalificeren biedt de omschrijving in het EAB onvoldoende aanknopingspunten.</para>
        <para>Voor het plegen van ‘moreel en psychologisch (sic) geweld’ (zoals omschreven in het EAB) zal de overlevering worden geweigerd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para>De strafverhogende elementen die naar Italiaans recht van toepassing zijn, zijn kwalificatief van aard en vallen buiten het beoordelingskader van de overleveringsrechter.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2015:4375:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM, </bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/751270-15</para>
      <para>RK nummer: 15/3441</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 10 juli 2015</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">    UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 27 mei 2015 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).</para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 20 maart 2015 door the Criminal Court of Rome (Italië), Preliminary Investigations Judges Division, en het strekt tot de aanhouding en overlevering van: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	[opgeëiste persoon]</emphasis>
      </para>
      <para>	geboren te [geboorteplaats], Libië, op [geboortedatum] 1983, </para>
      <para>ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres <?linebreak?>[adres, te plaats],</para>
      <para>gedetineerd in de [detentie adres]<?linebreak?>,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna te noemen “de opgeëiste persoon”.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering is behandeld op de openbare zitting van 26 juni 2105. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. K. van der Schaft. </para>
      <para>De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn raadsman, mr. V.A. Groeneveld, advocaat te Amsterdam en door een tolk in de Italiaanse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Italiaanse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het EAB wordt melding gemaakt van een bevel tot voorlopige hechtenis (‘remand in custody order’). Dit bevel is uitgevaardigd door de Onderzoeksrechter in bovengenoemde rechtbank, zo leidt de rechtbank af uit de aanduiding GIP (= Giudice per le Indagini Preliminari) in de referentie N. 51828/14 R.G. Notizie di Reato – 2567/14 RG GIP.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar het recht van Italië strafbaar feit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit feit is omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage 1 aan deze uitspraak gehecht. </para>
      <para>Een eveneens door de griffier gewaarmerkte fotokopie van een op verzoek van de rechtbank vervaardigde Nederlandse vertaling van het in het Italiaanstalige EAB omschreven feitencomplex wordt als bijlage 2 aan deze uitspraak gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Strafbaarheid</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Feit waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank gaat bij haar beoordeling uit van de volgende omschrijving, zoals weergegeven in de op verzoek van de rechtbank vervaardigde Nederlandse vertaling van het in het Italiaanstalige EAB weergegeven feitencomplex:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [opgeëiste persoon] wordt verdacht van herhaaldelijke daden van lichamelijk, moreel en psychologisch geweld, ook in het bijzijn van minderjarigen, gepleegd tegen de vrouw met wie hij samenwoont die hij op 5 oktober 2014 bij de zoveelste gewelddaad met een mes in het gezicht raakte waarbij zij verwondingen opliep die beoordeeld werden als in 25 dagen te genezen, gedragingen onder de strafverhogende omstandigheid van futiele redenen.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Datum: september – oktober 2014</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Plaats: Italië</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Mate van betrokkenheid bij het plegen van de strafbare feiten: dader</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft het feit niet aangeduid als een feit waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval alleen worden toegestaan indien voldaan wordt aan de in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder a, 2e OLW gestelde eisen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt raadsman</emphasis>
        <?linebreak?>De overlevering moet worden geweigerd omdat de dubbele strafbaarheid ontbreekt.</para>
      <para>Om de dubbele strafbaarheid te kunnen toetsen bevat de beschuldiging onvoldoende informatie.</para>
      <para>Naar Nederlands recht moet vast staan dat in geval van mishandeling pijn en/of letsel is opgetreden. Hierover vermeldt de beschrijving van het feitencomplex in het EAB niets. </para>
      <para>Een begrip als ‘morele mishandeling’ kent het Nederlands Wetboek van Strafrecht (verder: Sr) niet, terwijl de mogelijkheid van ‘psychische mishandeling’ ter discussie staat.</para>
      <para>Voor dit deel van het feitencomplex moet de overlevering worden geweigerd. De raadsman heeft ter ondersteuning van zijn standpunt verwezen naar een eerdere uitspraak van deze rechtbank: ECLI:NL:RBAMS:2006:BD4023.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor het incident op 5 oktober 2014 is overlevering evenmin mogelijk. Dit feit is volgens het EAB onlosmakelijk verbonden met de overige beweerde incidenten uit de pleegperiode, incidenten waarvoor de overlevering geweigerd moet worden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Subsidiair kan de overlevering worden toegestaan voor het incident van 5 oktober 2014.</para>
      <para>Meer subsidiair moet de overlevering worden geweigerd voor de strafverzwarende omstandigheden (‘<emphasis role="italic">in het bijzijn van minderjarigen’</emphasis> en ‘<emphasis role="italic">futiele redenen’</emphasis>) nu de Nederlandse strafwet hiervan geen equivalenten kent en de dubbele strafbaarheid voor deze elementen ontbreekt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De overlevering is toelaatbaar en wel voor het hele feitencomplex. Het is evident dat het gevolg van ‘lichamelijk geweld’ pijn en/of letsel is. <?linebreak?>Ook psychisch geweld is dubbel strafbaar naar Nederlands recht: de in artikel 285b Sr bedoelde ‘belaging’, waarop een gevangenisstraf staat gesteld van ten hoogste drie jaren. <?linebreak?>De in het EAB beschreven handelingen en de omstandigheden waaronder zij plaatsvonden vallen onder de noemer ‘huiselijk geweld’. <?linebreak?>Dat bepaalde kwalificatieve details niet strafbaar zouden zijn, zoals betoogd door de raadsman, is niet relevant voor het oordeel van de rechtbank.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oordeel rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank volgt de officier van justitie in zijn standpunt dat het verwijt dat de opgeëiste persoon jegens een ander ‘lichamelijk geweld’ heeft toegepast, meebrengt dat die persoon zeer waarschijnlijk pijn en/of letsel zal hebben ondervonden. De in het EAB omschreven reeks mishandelingen  is dan ook dubbel strafbaar en de overlevering kan voor deze feiten worden toegestaan.</para>
      <para>De uitspraak waarnaar de raadsman heeft verwezen, bevestigt de rechtbank alleen maar in dit oordeel, immers zij heeft in die bewuste uitspraak (van 15 december 2006) geoordeeld dat de overlevering alleen wordt geweigerd voor zover zij verzocht was voor gedragingen, <emphasis role="italic">anders dan gericht op het toebrengen van lichamelijke pijn en letsel.</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank volgt de officier van justitie niet waar het gaat om het verweten ‘morele en psychische geweld’. Onder omstandigheden zou dergelijk geweld naar Nederlands recht onder het belagings-artikel (artikel 285 Sr)  kunnen vallen, maar om het op de door de officier van justitie voorgestelde wijze te kwalificeren biedt de omschrijving in het EAB onvoldoende aanknopingspunten.</para>
      <para>Voor het plegen van ‘moreel en psychologisch (<emphasis role="italic">sic</emphasis>) geweld’ (zoals omschreven in het EAB) zal de overlevering worden geweigerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het feit van 5 oktober 2014 is zonder meer dubbel strafbaar.<?linebreak?>De strafverhogende elementen die naar Italiaans recht van toepassing zijn, zijn kwalificatief van aard en vallen buiten het beoordelingskader van de overleveringsrechter. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank komt dan ook tot de conclusie dat het feitencomplex waarvoor overlevering wordt verzocht, zowel naar het recht van Italië als naar Nederlands recht strafbaar is en dat op dit feit in beide staten een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste twaalf maanden is gesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het feitencomplex levert naar Nederlands recht op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Mishandeling, terwijl de schuldige het misdrijf begaat tegen zijn levensgezel, meermalen gepleegd </emphasis>
      </para>
      <para>en (op 5 oktober 2015)<?linebreak?></para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Poging tot zware mishandeling, terwijl de schuldige het misdrijf begaat tegen zijn levensgezel. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu ten aanzien van de mishandeling, in het EAB omschreven als ‘herhaaldelijke daden van lichamelijk geweld’ en ten aanzien van de ‘poging tot zware mishandeling, gepleegd op <?linebreak?>5 oktober 2014 – feiten gepleegd jegens ‘de vrouw met wie hij samenwoont’ – zijnde feiten waarvoor de overlevering wordt gevraagd, is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW en ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan, dient de overlevering voor deze feiten te worden toegestaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor het overige moet zij worden geweigerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Toepasselijke wetsartikelen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De artikelen 45, 300, 302 en 304 Wetboek van Strafrecht en 2, 5 en 7 Overleveringswet. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STAAT TOE</emphasis> de overlevering van <emphasis role="bold">[opgeëiste persoon]</emphasis> aan the Criminal Court of Rome (Italië), Preliminary Investigations Judges Division, ten behoeve van het in Italië tegen hem gerichte strafrechtelijk onderzoek naar het feit waarvoor zijn overlevering wordt verzocht, voorzover dit feit betreft de <emphasis role="italic">‘herhaaldelijke daden van lichamelijk geweld’</emphasis> en de <emphasis role="italic">‘poging tot zware mishandeling, gepleegd op 5 oktober 2014 </emphasis>– alle gepleegd jegens ‘de vrouw met wie hij samenwoont’.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">WEIGERT</emphasis> de overlevering van <emphasis role="bold">[opgeëiste persoon]</emphasis> voor zover het EAB betrekking heeft op <emphasis role="italic">‘het plegen van moreel en psychologisch geweld’</emphasis>, waarvoor eveneens zijn overlevering wordt verzocht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gedaan door</para>
      <para>mr. S.A. Krenning,  						                         		voorzitter,</para>
      <para>mrs. M.E.B. Nyman en P. Rodenburg,           				   		rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van L.C. Werkman,			                         		griffier,</para>
      <para>en uitgesproken ter openbare zitting van 10 juli 2015.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>