<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2015:3924</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-07-30T14:53:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-06-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-06-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C-13- 557707 - FA RK 14-329</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHAMS:2019:2705" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg">Hoger beroep: ECLI:NL:GHAMS:2019:2705</dcterms:relation>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHAMS:2016:2925" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg">Hoger beroep: ECLI:NL:GHAMS:2016:2925</dcterms:relation>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHAMS:2016:2657" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg">Hoger beroep: ECLI:NL:GHAMS:2016:2657</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2015:3924">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2015:3924</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-02-12T13:26:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-01-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2015:3924 Rechtbank Amsterdam , 24-06-2015 / C-13- 557707 - FA RK 14-329</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2015:3924:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>VEVE IPR Iraaks recht uitgestelde huwelijksgift /  bruidsschat in goud?</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2015:3924:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>beschikking</para>
    </parablock>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="1818fef9-d09c-4e0e-8959-33a215d78240" depth="1" width="549" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="556d6e64-784d-45e8-b5f9-318fb2a628c1" depth="1" width="11" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="d0fb6d55-9a51-40cc-8517-2d439c09edd0" depth="1" width="1" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling privaatrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rekestnummer: C/13/557707/ FA RK 14/329  (HH/DC)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van 24 juni 2015 betreffende de vermogensrechtelijke gevolgen van de echtscheiding </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [man] ,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ( [land] )</para>
      <para>verzoekende tevens verwerende partij,</para>
      <para>hierna mede te noemen de man,</para>
      <para>advocaat mr. R.P.J. Hendrikx te Amsterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [vrouw] (volgens de vertaling van de huwelijksakte [vrouw] ),</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>verwerende tevens verzoekende partij,</para>
      <para>hierna mede te noemen de vrouw,</para>
      <para>advocaat mr. P. Tijsterman te Uithoorn.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verdere verloop van de procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de ingekomen stukken, waaronder het rapport van het Internationaal Juridisch Instituut (IJI) en de reacties van partijen daarop.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Bij beschikking van 9 juli 2014 heeft de rechtbank geoordeeld dat het Iraakse recht van toepassing is op het huwelijksvermogensregime. De rechtbank heeft bij deze beschikking de beslissing over de vermogensrechtelijke afwikkeling van de echtscheiding aangehouden in afwachting van informatie van het IJI. Het IJI is de volgende vragen voorgelegd:</para>
        <para>1) Is in de onderhavige zaak sprake van een Talaq of Tafriq echtscheiding?</para>
        <para>2) Welke gevolgen heeft het antwoord op vraag 1 voor het recht van de vrouw op de bruidsgave?    </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Op basis van het onderzoek van het IJI zoals weergegeven in het rapport van 22 oktober 2015 komt het instituut met de volgende antwoorden.</para>
        <para>Het antwoord van het IJI op de eerste vraag is dat naar Irakees recht de uitgesproken echtscheiding zou gelden als Tafriq.</para>
        <para>Het IJI beantwoordt vraag 2 als volgt. Irak kent de figuur van de bruidsgave. Er zijn twee soorten: een bruidsgave bij huwelijksvoltrekking en de bruidsgave waarvan een gedeelte afhankelijk wordt gesteld van overlijden of van echtscheiding. Bij Decreet van 1999 geldt in Irak dat de uitgestelde bruidsgave in geval van een huwelijksontbinding wordt omgezet in de waarde in goud met als peilmoment de datum van de huwelijksakte; <emphasis role="italic">The woman collects her deferred dowry in case of divorce estimated in gold on the date of the marriage as stipulated in Resolution № 127 promulgated by the Revolutionary Command Council dated juli 24, 1999.</emphasis><footnote-ref linkend="_a052d1b7-9427-4d45-b3da-23fd79ca9b57" /></para>
        <para>Het IJI merkt overigens op dat de twee door haar geraadpleegde bronnen<footnote-ref linkend="_c9c65e1e-4e26-4986-b215-62e566105d69" /> hierbij het woord <emphasis role="italic">divorce </emphasis>gebruiken, welk woord verder ook wordt gebruikt bij de Talaq, terwijl voor de Tafriq het daarvoor gebruikte woord <emphasis role="italic">separation </emphasis>is. Dit weergegeven hebbende vervolgt het IJI met op te merken dat zij uit geraadpleegde documentatie verder geen aanwijzingen hebben dat de waardering in goud alleen plaatsvindt bij de Talaq en niet bij de Tafriq.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <parablock>
        <para>De man stelt zich op het standpunt dat sprake is van een uitgestelde bruidsgave. Partijen hebben deze vastgesteld op 20.000 Iraakse Dinar. Hij bestrijdt de stelling van de vrouw dat dit dient te worden gewaardeerd in goud en dat hij $ 130.000,- aan haar verschuldigd is. Volgens de man is het Decreet waarop de vrouw en het IJI zich beroepen niet van toepassing op de echtscheiding tussen partijen. Betaling van goud kan alleen aan de orde zijn in geval van een Talaq echtscheiding (verstoting). In casu is echter sprake van een Tafriq echtscheiding (duurzame ontwrichting). Dit is ook de conclusie van het IJI.</para>
        <para>Volgens de man heeft het IJI alleen passages over de waardering in goud aangetroffen bij de artikelen over een Talaq echtscheiding. Bij de artikelen over Tafriq echtscheiding wordt niet gesproken over een waardering in goud. Dat het IJI geen uitsluitsel kan geven over de vraag of waardering in goud dient te gebeuren in geval van een Tafriq echtscheiding, betekent dat het standpunt van de vrouw niet nader kan worden onderbouwd. Haar stelling dient daarom te worden gepasseerd en er dient te worden vastgehouden aan de tekst van het huwelijkscontract. </para>
        <para>Volgens de man wordt in verschillende teksten verwezen naar ‘divorce’, hetgeen verwijst naar Talaq (verstoting), als het gaat om uitbetaling in goud. Dit om aan te geven dat het gaat om een uitzondering. Hiervan is sprake in artikel 19 van de Personal Status Law vermeld op pagina 11 van het IJI rapport en de weergave van het Decreet, overgelegd als productie 3 bij het verweerschrift van de vrouw. De man verwijst ook naar de uitleg van twee Iraakse advocaten van de ratio van het Decreet, overgelegd als productie 4 bij het verweerschrift tegen het zelfstandige verzoek, en de toelichting overgelegd als productie 17 bij zijn brief van 15 mei 2014.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <parablock>
        <para>De vrouw bestrijdt in haar brief van 6 februari 2015 de stellingen van de man. Zij is van mening dat sprake is van een Talaq. Zij licht dat als volgt toe. De vrouw was het niet eens met de verhuizing van de man naar [land] terwijl zij met de kinderen in Nederland bleef. Ook bleek dat de man in [land] relaties aanging met andere vrouwen. Nadat de vrouw de man hierop had aangesproken, heeft hij haar verstoten. De man gaf de vrouw opdracht papieren voor de Talaq te regelen.</para>
        <para>De vrouw bestrijdt de stelling dat zij afstand heeft gedaan van haar bruidsgift. </para>
        <para>Voor zover de rechtbank van oordeel is dat sprake is van een Tafriq, stelt de vrouw dat volgens het Personen en Familierecht van Irak zij haar recht op de bruidsgift behoudt als de echtscheiding niet aan haar te wijten is. In dit geval is de echtscheiding niet aan haar te wijten, omdat het de man is die meerdere malen vreemdging.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Volgens de man dient de rechtbank geen acht te slaan op de brief van de vrouw van 6 februari 2015, aangezien zij daarin nieuwe stellingen poneert en niet ingaat op de het rapport van de IJI. De rechtbank had partijen uitdrukkelijk de gelegenheid gegeven te reageren op het rapport van de IJI, niet om nieuwe stellingen in te nemen. Indien de rechtbank wel acht slaat op de brief, dan verzoekt hij in de gelegenheid te worden gesteld te reageren op deze nieuwe stellingen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <parablock>
        <para>De rechtbank is met de man van oordeel dat de vrouw niet in de gelegenheid was gesteld om nieuwe stellingen in te nemen. Zij bestrijdt in haar brief van 6 februari 2015 de conclusie van het IJI dat sprake is van een Tafriq. Daarmee komt ze terug op haar eerdere standpunt. In dat kader voert zij nieuwe omstandigheden aan. </para>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat de vrouw op deze wijze in strijd heeft gehandeld met de goede procesorde. Zij heeft haar huidige standpunt ingenomen eerst na het onderzoek van het IJI, zodat dit niet meer kon worden meegenomen. De rechtbank zal daarom voorbijgaan aan de nieuwe stellingen van de vrouw.</para>
      </parablock>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>2.7.1.</nr>
        <para>Het IJI heeft in haar onderzoek de echtscheidingsprocedures met elkaar vergeleken en komt tot de conclusie dat de Nederlandse echtscheidingsprocedure zoals die tussen partijen is gevoerd en de procedure van de Tafriq het meest met elkaar gemeen hebben en de procedure van de Talaq minder. De rechtbank neemt de conclusies van het IJI over. De rechtbank is op grond van de bevindingen van het IJI van oordeel dat er in het kader van de vermogensrechtelijke afwikkeling het vermogensregime van de “Tafriq”-echtscheiding moet worden toegepast. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>2.7.2.</nr>
        <para>Partijen zijn het erover eens dat sprake is van een uitgestelde bruidsgave, zodat dit vaststaat. De uitgestelde bruidsgave wordt opeisbaar (onder andere) op het moment dat het huwelijk door echtscheiding wordt ontbonden.</para>
        <para />
        <parablock>
          <para>Uit het afschrift van de overgelegde huwelijksakte valt op te maken dat de uitgestelde bruidsgave 20.000 Iraakse Dinar bedraagt. Uit de huwelijksakte valt niet op te maken dat dit bedrag destijds tegen het equivalent in waarde in goud dient te worden uitgekeerd. Dat die 20.000 Iraakse Dinar dient te worden uitgekeerd in goud is een gevolgtrekking die de vrouw verbindt aan (een gedeelte van) de tekst van het hiervoor beschreven Decreet overgelegd als productie 3 bij verweerschrift echtscheiding tevens houdende zelfstandig verzoek. </para>
          <para>Deze stelling heeft de man onderbouwd met enige stukken gemotiveerd bestreden met als belangrijkste argument dat een aanspraak op dergelijke uitkering alleen aanspraak gemaakt kan worden bij de Talaq, de verstoting. Gelet op het specificeerde karakter van het verweer van de man had het op de weg van de vrouw gelegen om de rechtbank te voorzien van nadere concrete informatie of stukken ter onderbouwing en bewijs van haar stelling. </para>
          <para>Hoewel het IJI in haar toelichting nog ruimte overlaat voor de mogelijkheid dat een dergelijke uitkering in goud ook bij de Tafriq dient plaats te vinden, dient, bij gebrek aan andersluidende informatie, consequenties te worden verbonden aan de constateringen dat bij vertalingen van de Talaq het woord <emphasis role="italic">divorce</emphasis> wordt gebruikt terwijl bij de Tafriq het daarvoor gebezigde woord <emphasis role="italic">separation </emphasis>is. Gelet op het woordgebruik in voornoemd Decreet legt de rechtbank het Decreet aldus uit dat, nu er sprake is van een Tafriq, de vrouw geen aanspraak kan maken op een uitkering in goud.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank zal daarom het verzoek van de vrouw in die zin toewijzen dat de man aan de vrouw het equivalent van 20.000 Iraakse Dinar dient te vergoeden.  </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- veroordeelt de man aan de vrouw het equivalent van 20.000 Iraakse Dinar (twintigduizend Iraakse Dinar) te voldoen;</para>
    <para />
    <para>- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    <para />
    <para>- wijst af het meer of anders verzochte. </para>
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
              <para />
              <para>Deze beschikking is gegeven door mr. H.P.E. Has, rechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. D.K.W. Collins, griffier, op 24 juni 2015.<footnote-ref linkend="_c17514f1-54d7-48c4-8724-cc8aa1a9e076" /></para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_a052d1b7-9427-4d45-b3da-23fd79ca9b57" label="1">
    <para>Bron IJI: https://apps.americanbar.org/rol/publications/iraq personal status law 1959 english translation</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c9c65e1e-4e26-4986-b215-62e566105d69" label="2">
    <para> De andere bron is; Welchman, Women and Muslim Family Laws in Arab States (2007, pag 91).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c17514f1-54d7-48c4-8724-cc8aa1a9e076" label="3">
    <para>Voor zover tegen de beschikking hoger beroep openstaat kan dit via een advocaat worden ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam (IJdok 20 / Postbus 1312, 1000 BH).<?linebreak?>Het beroep moet worden ingesteld:<?linebreak?>- door de verzoeker en degene aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;<?linebreak?>- door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>