<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2015:3661</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-16T09:50:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-06-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-06-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">CV EXPL 14-19961</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2015:3661">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2015:3661</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-06-12T11:48:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-06-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2015:3661 Rechtbank Amsterdam , 04-06-2015 / CV EXPL 14-19961</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2015:3661:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verstekzaak. Spotschoolabonnement. Ambtshalve toetsing beding in algemene voorwaarde. Toekomstige betalingstermijnen ineens opeisbaar. Opschorting van verplichting tot geven van toegang tot de sportschool. Beding oneerlijk.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2015:3661:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="6943f4b6-5e6f-4a4d-9181-bf0e2ab2ae42" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="acb6018e-eba5-4041-a132-09a105119d5d" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <para />
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling privaatrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 3245167  CV EXPL  14-19961</para>
      <para>vonnis van:  4 juni 2015</para>
      <para>fno.:  560</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">vonnis van de kantonrechter</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>I n z a k e</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid </bridgehead>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Healthcity Nederland B.V.,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Hoofddorp,</para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>gemachtigde: C.Th. Snijder,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>t e g e n</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [gedaagde],</bridgehead>
    <parablock>
      <para>wonende te [plaats],</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">VERDER VERLOOP VAN DE PROCEDURE</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar aanleiding van het in deze procedure gewezen tussenvonnis heeft eiseres een akte in het geding gebracht. Vervolgens is een datum voor vonnis bepaald.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="beslissing">
    <title>GRONDEN VAN DE BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering komt niet onrechtmatig en/of ongegrond voor, behoudens voor zover hieronder anders is overwogen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres heeft primair betaling gevorderd van abonnementstermijnen die op grond van een beding in algemene voorwaarden bij niet (tijdige) betaling van een abonnementstermijn vervroegd opeisbaar zijn geworden. Daarbij is aan gedaagde de bevoegdheid tot het gebruik van de sportfaciliteiten ontzegd, tot het moment dat alle termijnen zijn voldaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Omdat er sprake is van een consumentenovereenkomst dient de kantonrechter ambtshalve te toetsen of bedingen in algemene voorwaarden oneerlijk zijn. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van dit beding dient gedaagde zijn verplichting immers (vervroegd) volledig na te komen terwijl eiseres pas weer hoeft te presteren als gedaagde aan al zijn verplichtingen heeft voldaan. De opschortingsbevoegdheid in het beding is niet gelimiteerd, hetgeen tot gevolg kan hebben dat eiseres geen enkele prestatie meer hoeft te leveren. Daarmee zijn de rechten en verplichtingen van partijen onredelijk verstoord. De kantonrechter is daarom van oordeel dat voormeld beding oneerlijk is en het beding wordt dan ook vernietigd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres heeft daarnaast gesteld: “subsidiair heeft eiseres de overeenkomst met gedaagde ontbonden op grond van artikel 6:265 lid 1 BW”. Eiseres heeft echter, mede in het licht van hetgeen primair aan de vordering ten grondslag is gelegd, onvoldoende feiten gesteld waaruit blijkt dat zij de overeenkomst met gedaagde daadwerkelijk heeft ontbonden. De vordering uit hoofde van artikel 6:277 BW is daarom niet toewijsbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van de wet bestaat er de mogelijkheid om de verplichting uit de overeenkomst op te schorten indien de wederpartij diens uit de overeenkomst voortvloeiende verplichting niet nakomt. Deze bevoegdheid mag echter niet het karakter krijgen van een boete, doordat eiseres haar prestatie voor onbepaalde tijd opschort zonder na een redelijke termijn over te gaan tot ontbinding van de overeenkomst. De kantonrechter acht een opschortingstermijn van twee maanden redelijk. Omdat niet duidelijk is wanneer eiseres heeft opgeschort, zal ervan worden uitgegaan dat dit is geschied direct nadat de eerste termijn onbetaald is gebleven. In totaal worden daarom in het onderhavige geval drie abonnementstermijn toegewezen. Het meer gevorderde is niet toewijsbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten aanzien van de contractuele rente geldt het volgende. Eiseres beroept zich ten aanzien van de contractuele rente eveneens op een beding in algemene voorwaarden. Ook dit beding dient ambtshalve te worden getoetst. Onder veerwijzing naar het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 29 juli 2014 (ECLI:NL:GHAMS:2014:5414) wordt het beding oneerlijk geoordeeld. Eiseres heeft geen omstandigheden gesteld waaruit zou moeten volgen dat het beding niet oneerlijk zou zijn. De contractuele rente is daarom niet toewijsbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De buitengerechtelijke kosten zijn, gelet op het besluit voor vergoeding van buitengerechtelijke kosten, toewijsbaar zoals in het dictum is bepaald.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het feit dat een deel van de vordering is afgewezen wordt gedaagde veroordeeld tot betaling van griffierecht corresponderende met het toegewezen deel van het gevorderde. Het (eventueel) meer betaalde aan griffierecht blijft voor rekening van eisende partij.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <para>veroordeelt gedaagde tot betaling aan eiseres van:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>- € 147,00 aan hoofdsom, vermeerderd met de wettelijke rente hierover vanaf 9 juli 2014 tot aan de voldoening;</para>
        <para>- € 40,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>veroordeelt gedaagde in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van eiseres begroot op:<?linebreak?>exploot	€	79,15<?linebreak?>salaris	€	30,00<?linebreak?>griffierecht	€	112,00<?linebreak?>		-----------------<?linebreak?>totaal	€	221,15<?linebreak?>voor zover van toepassing, inclusief btw;<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>veroordeelt gedaagde tot betaling van een bedrag van € 15,00 aan nasalaris, te verhogen met een bedrag van € 68,00 onder de voorwaarde dat betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden en gedaagde niet binnen 14 dagen na aanschrijving vrijwillig aan het vonnis heeft voldaan, een en ander voor zover van toepassing, inclusief btw;<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Aldus gewezen door mr. C.L.J.M. de Waal, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 juni 2015 in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>