<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2015:3315</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T14:11:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-06-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-06-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13-701658-13</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#rekestprocedure">Rekestprocedure</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>O&amp;A 2015/78</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2015:3315">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2015:3315</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-06-19T09:31:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-06-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2015:3315 Rechtbank Amsterdam , 02-06-2015 / 13-701658-13</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2015:3315:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verrekening o.g.v. artikel 90 lid 3 Sv van strafbeschikking met (schade)vergoeding o.g.v. toegekend verzoek 89 en 591a Sv.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2015:3315:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/701658-13</para>
      <para>RK: 14/7305 en 14/7306</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">BESCHIKKING</emphasis>
      </para>
      <para />
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op het verzoek ex artikel 89 en 591a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker],</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984, </para>
      <para>wonend op het adres [adres, te plaats],</para>
      <para>te dezen woonplaats kiezend op het kantooradres van zijn raadsman,</para>
      <para>mr. M.A.W. Nillesen, [adres, te plaats],</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verder te noemen: verzoeker.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verzoek is op 5 november 2014 ter griffie van deze rechtbank ingekomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft op 19 mei 2015 mr. J-H.L.C.M. Kuijpers, kantoorgenoot van de raadsman van verzoeker, en de officier van justitie in openbare raadkamer gehoord.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Inhoud van het verzoekschrift </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verzoek strekt tot het toekennen van een vergoeding van € 315,00 voor de schade die verzoeker ten gevolge van ondergane verzekering stelt te hebben geleden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verzoek strekt daarnaast tot het toekennen van een vergoeding van € 550,00 voor de kosten van het opstellen, indienen en behandelen van het verzoekschrift. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het standpunt van het Openbaar Ministerie</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft verklaard zich niet te verzetten tegen het toekennen van de standaard schadevergoeding voor de ondergane inverzekeringstelling en zich evenmin te verzetten tegen het toekennen van de standaardvergoeding voor de kosten van het opstellen, indienen en behandelen van het verzoekschrift. Ten slotte heeft de officier van justitie erop gewezen dat de openstaande bedragen die staan vermeld in het overzicht van het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB), op grond van artikel 90 lid 3 Sv moeten worden verrekend met het bedrag dat verzoeker op grond van zijn verzoek zal worden toegekend.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het oordeel van de rechtbank</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Feiten en omstandigheden</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verzoeker is op 31 maart 2013 aangehouden en op 1 april 2013 in verzekering gesteld op verdenking van openlijke geweldpleging. Op 4 april 2013 is verzoeker heengezonden.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verzoeker is op 19 september 2014 door de meervoudige kamer van deze rechtbank vrijgesproken van het hem ten laste gelegde. Tegen dit vonnis is geen hoger beroep ingesteld. Het vonnis is dus op 3 oktober 2014 onherroepelijk geworden.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het wettelijk kader</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ingevolge artikel 89 Sv kan de rechter op verzoek van de gewezen verdachte, indien de zaak eindigt zonder oplegging van straf of maatregel, of met zodanige oplegging, doch op grond van een feit waarvoor voorlopige hechtenis niet is toegelaten, hem een vergoeding ten laste van de Staat toekennen voor de schade welke hij ten gevolge van ondergane verzekering, klinische observatie of voorlopige hechtenis heeft geleden. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ingevolge artikel 591a lid 2 Sv kan, indien de zaak eindigt zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht, aan de gewezen verdachte, op een verzoek ingediend binnen drie maanden na beëindiging van de zaak, uit ’s Rijks kas een vergoeding worden toegekend voor de schade die hij ten gevolge van tijdverzuim door de vervolging en de behandeling der zaak ter terechtzitting werkelijk heeft geleden, alsmede in de kosten van een raadsman. Op grond van artikel 591a lid 4 Sv is artikel 90 Sv van overeenkomstige toepassing.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op grond van artikel 90 lid 1 Sv heeft de toekenning van een vergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe, naar het oordeel van de rechtbank, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op grond van artikel 90 lid 3 Sv wordt, indien de rechter beslist tot het toekennen van (schade)vergoeding naar aanleiding van een verzoek ex artikel 89 en/of 591a Sv, het uit te keren bedrag verrekend met geldboeten en andere aan de Staat verschuldigde geldsommen (zoals de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f Sr, storting in het Waarborgfonds Motorverkeer als bedoeld in artikel 30 zevende lid WAM en de ontneming van het wederrechtelijke verkregen voordeel), tot betaling waarvan de verzoeker bij onherroepelijk geworden vonnis of arrest in een strafzaak is veroordeeld of tot betaling waartoe de verzoeker op grond van een jegens hem uitgevaardigde, onherroepelijk geworden strafbeschikking verplicht is indien die nog niet door hem zijn voldaan. </para>
      </parablock>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>4.3.1.</nr>
        <para>
          <emphasis role="bold">Ten aanzien van het verzoek ex artikel 89 Sv </emphasis>
        </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank acht alle omstandigheden in aanmerking genomen, waaronder de levensomstandigheden van verzoeker, gronden van billijkheid aanwezig een schadevergoeding toe te kennen tot een bedrag van na te noemen hoogte.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Verzoeker heeft in totaal 3 dagen op een politiebureau doorgebracht. De rechtbank kent een vergoeding toe van € 105,00 per dag die op het politiebureau is doorgebracht.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.3.2.</nr>
        <para>
          <emphasis role="bold">Ten aanzien van het verzoek ex artikel 591a Sv</emphasis>
        </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank zal voor het opmaken, indienen en behandelen van het verzoekschrift de standaardvergoeding toekennen. </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.3.3.</nr>
        <para>
          <emphasis role="bold">Ten aanzien van artikel 90 lid 3 Sv</emphasis>
        </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>Uit gegevens van het CJIB blijkt dat verzoeker op grond van een jegens hem uitgevaardigde, onherroepelijk geworden strafbeschikking verplicht is € 507,00 aan de Staat te betalen alsmede dat verzoeker 4 WAHV-boetes heeft openstaan. De op grond van artikel 89 en 591a Sv aan verzoeker uit te keren (schade)vergoedingsbedragen zullen worden verrekend met het bedrag dat verzoeker op grond van bovengenoemde strafbeschikking verplicht is aan de Staat te betalen. Ten aanzien van de openstaande WAHV-boetes zal geen verrekening plaatsvinden omdat dit administratieve sancties zijn en derhalve niet onder het bereik van artikel 90 Sv vallen.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank komt tot de volgende beslissing.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten aanzien van het verzoek ex artikel 89 Sv:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank kent aan verzoeker ten laste van de Staat een vergoeding toe van € 315,00 (driehonderdvijftien euro) voor de schade die verzoeker ten gevolge van ondergane verzekering heeft geleden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten aanzien van het verzoek ex artikel 591a Sv:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank kent aan verzoeker uit ’s Rijks kas een vergoeding toe van € 550,00 (vijfhonderdvijftig euro) voor de kosten van het opstellen, indienen en behandelen van het verzoekschrift.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten aanzien van de verrekening ex artikel 90 lid 3 Sv:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De hierboven genoemde bedragen worden verrekend met het bedrag dat verzoeker de Staat nog moet betalen met dien verstande dat aan verzoeker € 358,00 zal worden uitgekeerd en aan de Staat in de persoon van het CJIB € 507,00.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven op 2 juni 2015 en in het openbaar uitgesproken door</para>
      <para>mr. W.M.C. van den Berg, 								voorzitter,</para>
      <para>mrs. P.B. Martens en E. Dinjens,							   rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. M. Cordia,						    griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Tegen deze beslissing staat voor verzoeker hoger beroep open, </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">in te stellen ter griffie van deze rechtbank, </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">binnen een maand na betekening van deze beschikking. </emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer, beveelt de tenuitvoerlegging van deze beschikking door overmaking van € 358,00 (zegge: driehonderdachtenvijftig euro) op [rekeningnummer 1], ten name van Stichting Beheer Derdengelden Kuijpers &amp; Nillesen Advocaten te ‘s-Hertogenbosch, onder vermelding van vergoeding 89 en 591a Sv, inzake: [verzoeker].</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer, beveelt de tenuitvoerlegging van deze beschikking door overmaking van € 507,00 (vijfhonderdzeven euro) op [rekeningnummer 2] ten name van Centraal Justitieel Incasso Bureau te Leeuwarden onder vermelding van CJIB-nummer [nummer], betaling [verzoeker].</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gedaan op 2 juni 2015</para>
      <para>door mr. W.M.C. van den Berg, voorzitter.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>