<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2014:8268</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-16T11:13:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-12-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-11-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13-654216-14</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2014:8268">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2014:8268</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-12-15T13:46:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-12-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2014:8268 Rechtbank Amsterdam , 19-11-2014 / 13-654216-14</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2014:8268:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verdachte heeft bekend dat hij een doorgeladen wapen, dat voor direct gebruik gereed was, heeft bewaard in de woonkamer van een woning waar op dat moment twee kinderen van twaalf en twee jaar oud woonden. Verdachte heeft hiermee bewust het risico aanvaard dat een van de kinderen het vuurwapen in handen zou krijgen en er vervolgens iemand mee zou kunnen verwonden of zelfs doden. De rechtbank rekent bij de straftoemeting het voorgaande in strafverzwarende zin mee alsook de nonchalante en onverschillige houding van verdachte ter terechtzitting.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2014:8268:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">VONNIS</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/654216-14 (Promis) </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 19 november 2014</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],</para>
      <para>zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,</para>
      <para>gedetineerd in [detentie adres]</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek ter terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 5 november 2014.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. B.Y. de Boer en van wat verdachte en zijn raadsman mr. L.Ch.M. Jurgens naar voren hebben gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij in of omstreeks de periode van 02 mei 2014 tot en met 28 augustus 2014 te Amsterdam, althans (elders) in Nederland, een (of meer) vuurwapen(s) van categorie III van de Wet Wapens en Munitie, te weten een (doorgeladen) pistool (merk Baikal, kaliber 9x17mm) en/of munitie van categorie III van de Wet Wapens en Munitie, te weten 11 patronen, althans een of meer patro(o)n(en) (van het kaliber 9x17mm), zijnde voor voornoemd vuurwapen geschikte munitie, voorhanden heeft gehad;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(artikel 26 jo 55 Wet Wapens en Munitie)</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Voorvragen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde feit en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Waardering van het bewijs</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het standpunt van het Openbaar Ministerie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft – zakelijk weergegeven – betoogd dat het ten laste gelegde feit bewezen kan worden. </para>
        <para>De rechtbank betrekt in haar overwegingen, voor zover relevant en van toepassing, de door de officier van justitie aangevoerde standpunten.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft het ten laste gelegde feit bekend. De raadsman heeft zich voor wat betreft de waardering van het bewijs gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat het ten laste gelegde feit bewezen kan worden verklaard op basis van het proces-verbaal van onderzoek en de bekennende verklaring van verdachte. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Gebruikte bewijsmiddelen</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft bij de beoordeling van het ten laste gelegde acht geslagen op de volgende bewijsmiddelen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="underline">1. Een proces-verbaal van onderzoek met nummer 2014203992 van 28 augustus 2014, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant], doorgenummerde pag. 53-59.</emphasis>
      </para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="underline">2. Een proces-verbaal van de terechtzitting van 5 november 2014 bevattende de bekennende verklaring van verdachte. </emphasis>
      </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4. vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de periode van 02 mei 2014 tot en met 28 augustus 2014 te Amsterdam, een vuurwapen van categorie III van de Wet Wapens en Munitie, te weten een doorgeladen pistool merk Baikal, kaliber 9x17mm en munitie van categorie III van de Wet Wapens en Munitie, te weten 11 patronen, van het kaliber 9x17mm, zijnde voor voornoemd vuurwapen geschikte munitie, voorhanden heeft gehad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van het feit</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De strafbaarheid van verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.  </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>8</nr>Motivering van de straffen en maatregelen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>8.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">De eis van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte  zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 6 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 1 maand voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. De officier van justitie heeft gevorderd dat daarbij de bijzondere voorwaarden worden opgelegd die door de reclassering in haar advies van 30 oktober 2014 zijn voorgesteld.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.2.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De verdediging heeft betoogd dat het wapenbezit ‘stoerdoenerij’ betreft, en dat verdachte geen  gevaar voor de samenleving vormt. Verder heeft de verdediging gewezen op de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting en verzocht te  volstaan met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf ter hoogte van het voorarrest en een voorwaardelijk deel waarbij de bijzondere voorwaarden kunnen worden opgelegd zoals in het reclasseringsrapport van 30 oktober 2014 genoemd. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.3.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft een doorgeladen wapen, dat behoudens (eenvoudig te verrichten) ontgrendeling van de veiligheidspal, voor direct gebruik gereed was, bewaard op een kast in de woonkamer van een woning. Het wapen bevatte negen patronen, en voorts bewaarde verdachte twee, eveneens voor dit wapen geschikte patronen in een tasje op een bureau in die woonkamer. De woning behoorde toe aan en werd bewoond door de ex-partner van verdachte, haar twaalfjarige dochter en hun tweejarige dochter. Bedoelde ex-partner had verdachte onderdak verleend omdat hij de vader is van één van haar kinderen en hij niet over andere woonruimte beschikte. Zij wist, voor de aanhouding van verdachte, niet af van de aanwezigheid van het wapen en de munitie in haar woning. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte het risico bewust aanvaard dat een van de kinderen het vuurwapen in handen zou krijgen en er vervolgens iemand mee zou kunnen verwonden of zelfs doden. Dat dit risico zeer reëel is, blijkt uit verschillende incidenten waarbij kinderen per ongeluk een broertje of zusje, een ander kind of een volwassene hebben beschoten of zelfs doodgeschoten, toen zij in huis een doorgeladen vuurwapen vonden en daarmee gingen spelen. (Zie bijvoorbeeld: http://www.nu.nl/buitenland/3715616/broer-schiet-broertje-dood-tijdens-spelen.html, website voor het laatst bezocht op 18 november 2014). Met dit risico geconfronteerd door de rechtbank, heeft verdachte zich ter terechtzitting naar het oordeel van de rechtbank nonchalant en onverschillig opgesteld. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Daarnaast heeft verdachte ter terechtzitting verklaard dat de foto’s op <emphasis role="italic">Instagram</emphasis>, waarop hij te zien is met (al dan niet echte) vuurwapens, slechts stoerdoenerij betreft. Verdachte laat zich voorstaan op zijn vuurwapenbezit terwijl daarmee slachtoffers kunnen vallen. De rechtbank acht het met de verdediging en officier van justitie raadzaam dat verdachte zich leert inzetten om werk en inkomen te verkrijgen, zodat hij kan bijdragen aan een goede toekomst van zijn kinderen. Het door de reclassering voorgestelde leer-werktraject kan daarbij zinvol zijn. De rechtbank geeft verdachte echter mee dat het slagen van een dergelijk traject afhangt van zijn eigen inzet en verantwoordelijkheidsgevoel, niet enkel van de mate van hulp die hij ontvangt.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank houdt rekening met de volgens de landelijke, door het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht vastgestelde, oriëntatiepunten in het kader van de straftoemeting en de Amsterdamse oriëntatiepunten, die in dit geval lager uitvallen dan de eis van de officier van justitie. De rechtbank rekent echter in strafverzwarende zin mee dat sprake is geweest van een doorgeladen vuurwapen dat zich bevond in de woning  van twee jonge kinderen en de  houding van verdachte ter terechtzitting. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Voor zover de verdediging heeft willen betogen dat in de sociaal-economische achtergrond van verdachte een aanleiding is te vinden om de strafmaat te verlagen, oordeelt de rechtbank dat, voor zover in deze achtergrond al een verklaring voor het begaan van het onderhavige feit is te vinden, daarin zeker geen rechtvaardiging is gelegen en ook geen aanleiding tot strafverlaging.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Anders dan de officier van justitie, ziet de rechtbank geen aanleiding om verdachte te verplichten zich te laten behandelen voor agressieproblematiek. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 14a, 14b en 14c van het Wetboek van Strafrecht en artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>10</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen verklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het bewezene strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart verdachte, <emphasis role="bold">[verdachte]</emphasis>, daarvoor strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van <emphasis role="bold">5 maanden</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt dat een gedeelte, 1 maand, van deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De tenuitvoerlegging kan worden gelast, indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet aan de volgende algemene voorwaarden houdt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Stelt als algemene voorwaarden dat de veroordeelde </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit; </para>
    <para />
    <para>2. ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De tenuitvoerlegging kan ook worden gelast indien de veroordeelde gedurende de proeftijd de hierna vermelde bijzondere voorwaarden niet naleeft.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. zich binnen drie werkdagen na vrijlating meldt bij het Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering, [adres, te plaats];</para>
    <para />
    <para>2. zich gedurende de proeftijd zo lang en zo frequent meldt als de reclassering noodzakelijk acht en zich houdt aan de aanwijzingen die deze instelling hem geeft;</para>
    <para />
    <para>3. gedurende de proeftijd meewerkt aan een leer-werktraject van de Dienst Werk en Inkomen of een soortgelijk leer-werktraject;</para>
    <para />
    <para>4. zich, indien de reclassering dit noodzakelijk acht, gedurende de proeftijd onder behandeling laat stellen op het gebied van delictpreventie bij de forensische polikliniek De Waag of soortgelijke ambulante forensische zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering, op de tijden en plaatsen als door of namens die zorginstelling aan te geven en waarbij de veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de zorginstelling zullen worden gegeven. </para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Geeft aan genoemde instelling opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>mr. H.P. Kijlstra, 	voorzitter,</para>
      <para>mrs. H.E. Spruit en M.J.J.P. Luchtman, 	rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van C.E. van Diepen, 	griffier,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 19 november 2014.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De jongste rechter is buiten staat dit vonnis te ondertekenen.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>