<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2014:6826</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-12T03:35:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-10-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-09-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13-751448-14</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#rekestprocedure">Rekestprocedure</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#internationaalPubliekrecht">Internationaal publiekrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2014:6826">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2014:6826</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-11-11T09:57:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-11-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2014:6826 Rechtbank Amsterdam , 23-09-2014 / 13-751448-14</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2014:6826:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Weigering overlevering aan Polen. Weigeringsgrond artikel 12 OLW. Opgeëiste persoon dient conform artikel 540b van het Poolse Wetboek van Strafvordering te voldoen aan een aantal voorwaarden, alvorens in aanmerking te kunnen komen voor de heropening van zijn zaak. In lijn met haar eerdere uitspraken van 24 januari 2014 en 5 juli 2014 (beide niet gepubliceerd) is voornoemde verklaring met betrekking tot de verzetprocedure op grond van artikel 540b van het Poolse Wetboek van Strafvordering naar het oordeel van de rechtbank  niet aan te merken als een onvoorwaardelijke verzetgarantie en is bovendien de termijn voor het instellen van verzet  reeds verlopen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2014:6826:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">		                    RECHTBANK AMSTERDAM	</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">		      INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/751448-14</para>
      <para>RK nummer: 14/4416</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 23 september 2014 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">    UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 27 juni 2014 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).</para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 25 april 2014 door <emphasis role="italic">the District Court in Kalisz </emphasis>(Polen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	[opgeëiste persoon], </emphasis>
      </para>
      <para>	geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedatum], </para>
      <para>	zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,</para>
      <para>thans gedetineerd in het Huis van Bewaring “[locatie]” te [plaats];</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna te noemen de opgeëiste persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering is behandeld op de openbare zitting van 22 augustus 2014. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. K. van der Schaft en de gemachtigd raadsvrouw van de opgeëiste persoon, mr. A.J. van der Velden, advocaat te Amsterdam. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak zou moeten doen met dertig dagen verlengd. De reden hiervan is gelegen in het feit dat de rechtbank er niet in slaagt binnen de in de wet bepaalde termijn uitspraak te doen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft bij uitspraak van 5 september 2014 aanleiding gezien het onderzoek te heropenen en voor onbepaalde tijd te schorsen.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 23 september 2014 heeft de rechtbank de behandeling van de vordering voortgezet in aanwezigheid van de officier van justitie A. Oswald en de gemachtigd raadsman van de opgeëiste persoon mr. M. Malewicz, als vervanger van de raadvrouw mr. A.J. van der Velden. De opgeëiste persoon heeft afstand gedaan van zijn recht om op de vordering te worden gehoord. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon 		</title>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde personalia kloppen en dat de opgeëiste persoon de Poolse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het EAB wordt melding gemaakt van <emphasis role="italic">a joint sentence in default of 27 June 2013 by the Circuit court in Kalisz </emphasis>(VII K 81/13).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van 2 jaren, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Van deze straf resteert volgens het EAB nog 2 jaren. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij voornoemd vonnis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis betreft de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 van de OLW  </title>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat het EAB strekt tot de tenuitvoerlegging van een verstekvonnis, dat – kort gezegd – is gewezen zonder dat zich één van de in artikel 12, aanhef en onder sub a tot en met c, van de OLW genoemde omstandigheden heeft voorgedaan.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vraag die voorligt is of de Poolse justitiële autoriteiten, conform artikel 12, aanhef en onder d, van de OLW, aan de opgeëiste persoon de gelegenheid bieden om in Polen een verzetprocedure of een procedure in hoger beroep te voeren, die kan leiden tot herziening van het oorspronkelijk vonnis, waarbij de zaak opnieuw ten gronde wordt behandeld en nieuw bewijsmateriaal wordt toegelaten en dat hij wordt geïnformeerd over de termijn waarbinnen hij verzet of hoger beroep dient aan te tekenen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft bij brief van 19 september 2014 het volgende verklaard:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>The Regional Court in Kalisz III rd Penal Division, in an answer to your letter concerning [opgeëiste persoon]</para>
      <para>, DOB [geboortedatum] in [geboorteplaats] (your ref: 2014.021.966) hereby informs, that both</para>
      <para>retrial and cassation are considered by the Polish penal proceedings system, as extraordinary</para>
      <para>means od appelation. It irnplies, that these means may be, but do not have to be used, and therefore</para>
      <para>lead to new case in which the defendant participates. Therefore in the above case there is no</para>
      <para>guarantee of retrial at the request of the defendant.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>The retrial under art. 540b of the Polish Code of Penal Proceedings is facultative and may occur</para>
      <para>only at the request of the defendant, and it is a matter of Courts decision in a concrete case, whether</para>
      <para>it would be purposeful, to start a retrial. The above means, that even in case that all conditions</para>
      <para>under art. 540 bS1 of the Polish Code of Penal Proceedings, are met, the Court should start a retrial,</para>
      <para>only if it assesses, that examining the case in the absence of the convict, could have important</para>
      <para>meaning for: the path of the court proceedings, process guarantees of the convict, or the merits of</para>
      <para>the case.</para>
      <para>According to art. 540b § I item 2 of the Polish Code of Penal Proceedings, a court case that ended</para>
      <para>with a valid sentence, may be subject to retrial at the defendant’s request, filed within a month since</para>
      <para>the date, at which he leamed about the sentence issued in his case, except for situation, that the</para>
      <para>sentence mentioned in art. 479 § 1 (sentence in absentia) was not served to the defendant, or he was</para>
      <para>served the sentence not in a personal way, if he can prove , that he was not aware of the contents of</para>
      <para>the sentence, and of his right and terms , and the way to file an appeal. Therefore it is on the part of</para>
      <para>the defendant, to prove that he was not aware of the contents of the sentence. Terms and way to file an appeal. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In the above case, the one month term has already expired for [opgeëiste persoon], against</para>
      <para>whom cxtradition proceedings are carried out since July, therefore he was aware of the sentence in</para>
      <para>case number VII K 81/13 of the District Court in Kalisz.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Taking the above into consideration, the sentence issued to [opgeëiste persoon] by the</para>
      <para>District Court in Kalisz on 27 June 2013 in case number VII K 8 1/13, covered by the European</para>
      <para>Arrest Warrant in case number III Kop 12/14 , is valid, and bas been served properly under art 133</para>
      <para>of the Polish Code of Penal Proceedings. The article 540b of the Polish Code of Penal Proceedings</para>
      <para>may be applied. as the above conditions are met, but, as mentioned earÏier, ït does not guarantee the</para>
      <para>retrial at defendant’s request.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank van oordeel dat deze verklaring niet voldoet aan de eisen van artikel 12, aanhef en onder sub d, van de OLW en dat de in dit artikel bedoelde weigeringsgrond van toepassing is. </para>
      <para>Uit deze verklaring blijkt namelijk dat de opgeëiste persoon conform artikel 540b van het Poolse Wetboek van Strafvordering dient te voldoen aan een aantal voorwaarden, alvorens in aanmerking te kunnen komen voor de heropening van zijn zaak. </para>
      <para>Zo dient de opgeëiste persoon te bewijzen dat hij niet op de hoogte was van het tijdstip waarop zijn zaak door de rechtbank werd behandeld en dat hij niet wist dat buiten zijn aanwezigheid een vonnis tegen hem werd gewezen. </para>
      <para>Bovendien blijkt uit de verklaring dat de termijn van verzet, te weten een maand, gaat lopen vanaf het moment dat de opgeëiste persoon op de hoogte is geraakt van het vonnis. Nu de opgeëiste persoon door de overleveringsprocedure op de hoogte is geraakt van het vonnis, is de termijn voor indienen van verzet in het geval van de opgeëiste persoon thans reeds verlopen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In lijn met haar eerdere uitspraken van 24 januari 2014 en 5 juli 2014 (beide niet gepubliceerd) is voornoemde verklaring met betrekking tot de verzetprocedure op grond van artikel 540b van het Poolse Wetboek van Strafvordering naar het oordeel van de rechtbank  niet aan te merken als een onvoorwaardelijke verzetgarantie en is bovendien de termijn voor het instellen van verzet  reeds verlopen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu is vastgesteld dat het EAB niet voldoet aan de eisen van de OLW omdat geen onvoorwaardelijke garantie is gegeven als bedoeld in artikel 12, aanhef en onder d, van de OLW, dient de overlevering te worden geweigerd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Toepasselijke wetsbepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De 2, 5, 7 en 12 van de OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">WEIGERT </emphasis>de overlevering van <emphasis role="bold italic">[opgeëiste persoon] </emphasis>aan <emphasis role="italic">the District Court in Kalisz  </emphasis>ten behoeve van de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf, te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat, wegens de feiten waarvoor zijn overlevering wordt verzocht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gedaan door</para>
      <para>mr. H.P. Kijlstra,									voorzitter,</para>
      <para>mrs. A.J. Dondorp en B. Poelert,							rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. D. Smeets,						griffier,</para>
      <para>en uitgesproken ter openbare zitting van 23 september 2014. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[A/B/C]</emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>