<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2014:5719</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-16T14:53:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-09-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-03-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">61.2014</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2014:5719">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2014:5719</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-09-05T16:20:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-09-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2014:5719 Rechtbank Amsterdam , 11-03-2014 / 61.2014</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2014:5719:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De motivering van het verzoek is onbegrijpelijk en het verzoek bevat om die reden geen feiten of omstandigheden waaruit vooringenomenheid van de rechter of zwaarwegende aanwijzingen voor objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor, zijn af te leiden. Bij gebreke van gronden is het wrakingsverzoek kennelijk niet-ontvankelijk. De mondelinge behandeling kan daarom achterwege blijven. Toepassing anti-misbruikbepaling.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2014:5719:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">wrakingskamer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beschikking op het op 26 februari 2014 schriftelijk gedane en onder rekestnummer C/14/560637 HA RK 61.2014 ingeschreven verzoek van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [Naam]
      </para>
      <para>zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland,</para>
      <para>verzoeker,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>welk verzoek strekt tot wraking van mr. G.W.J. Harten, bestuursrechter te Amsterdam, hierna: de rechter.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Verloop van de procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Verzoeker is partij in een bij de rechtbank aanhangige en onder zaaknummer AMS 13-6092 ZVW geregistreerde zaak.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Op 25 februari 2014 heeft in deze zaak een mondelinge behandeling plaatsgevonden ten overstaan van de rechter. De behandeling is gesloten en de uitspraak is bepaald op zes weken. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling van het verzoek</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Wraking van een rechter is slechts mogelijk op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan kan sprake zijn indien de rechter jegens een partij vooringenomen is of indien de vrees van een partij daarvoor objectief gerechtvaardigd is. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Bij de beoordeling daarvan moet voorop staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat de rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij die partij dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Uit de wet (8:15 en 8:16 Awb) en het vermoeden van onpartijdigheid volgt dat een verzoeker concrete feiten en omstandigheden dient aan te voeren waaruit objectief afgeleid kan worden dat de rechter jegens een partij vooringenomen is, of dat de vrees van een partij dat er sprake is van een dergelijke vooringenomenheid objectief gerechtvaardigd is. Alle feiten en omstandigheden moeten tegelijk - in het verzoek - worden voorgedragen. </para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Het verzoek houdt in:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>“aan buro president</para>
        <para>wraking rechter harten</para>
        <para>zaaknummer ams 13/6092 zvw</para>
        <para>geacht</para>
        <para>mijn was duidelijk gemaakt dat rechter polak de zitting zouw leiden en als ging naar wens</para>
        <para>maar op eens werd de zitting zaal veranders</para>
        <para>naar enquete kamer en kreeg ik rechter harten</para>
        <para>ik heb hier geen schriftelijk af schrift gekreegen</para>
        <para>best</para>
        <para>maar deze rechter plaats strafrechtelijk op merking inzake mijn gezondhied</para>
        <para>je bent een beetje gek</para>
        <para>dan moet jij die 1500 euro betaalen</para>
        <para>maar ik u duidelijk maaken</para>
        <para>ik lever bij de belasting dienst heerlen</para>
        <para>bijna een schoendoos aan papier in de belasting inspectuer stelt mijn aanslag naar eer en geweffen vast</para>
        <para>natuurlijk kan je zaaken anders schikken</para>
        <para>dan krijg je meer</para>
        <para>of natuurlijk kan je meer heffen</para>
        <para>maar voor beeld</para>
        <para>jij hebt een france verzekering ziekte kosten</para>
        <para>lekker leuk dan MOGEN WE HEFFEN</para>
        <para>maar we vergeeten tom mutsearts bedrijfs arts voor de strafrechter te plaaten</para>
        <para>dat bedoel</para>
        <para>college zorg verzekering</para>
        <para>in het proces verbaal rechtbank den haag belasting sector</para>
        <para>rechter lips staat belasting inspectuer bareata vind de zaak verwarend</para>
        <para>duidelijk op zitting</para>
        <para>college zorg verzekering heeft een totaal anders aanslag voor oogen</para>
        <para>de de belasting inspectuer uit legt aan rechtbank</para>
        <para>ruzie rechter walderveen</para>
        <para>college zorg verzekering heeft een totaal ander proces verbaal</para>
        <para>van de zitting rechter walderveen</para>
        <para>jij krijgt dat niet</para>
        <para>dan ik heb</para>
        <para>ik wil nog maals wijzen op dat medisch expertie rapport</para>
        <para>afdeeling debiteur van college zorg verzekering zegt er is betaal</para>
        <para>door belasting dienst ik blijf hier bij</para>
        <para>hier mijn wraking</para>
        <para>hoogachtend</para>
        <para>
          [Naam]
        </para>
        <para>
          [adres]
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>De motivering van het onderhavige verzoek is onbegrijpelijk en het verzoek bevat om die reden geen feiten of omstandigheden waaruit vooringenomenheid van de rechter of zwaarwegende aanwijzingen voor objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor, zijn af te leiden. Bij gebreke van gronden is het wrakingsverzoek kennelijk niet-ontvankelijk. De mondelinge behandeling kan daarom achterwege blijven.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>Omdat door verzoeker het middel tot wraking lichtvaardig, want zonder enige kenbare grondslag is ingezet, is naar het oordeel van de rechtbank sprake van misbruik van recht. De rechtbank zal daarom bepalen dat een volgend verzoek tot wraking van de rechter belast met de behandeling van de zaak van klager niet in behandeling wordt genomen.</para>
      <para />
      <para>3. Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">BESLISSING</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para> verklaart verzoeker niet ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking,</para>
        <para> bepaalt dat een volgend verzoek tot wraking gericht tegen de rechter belast met de behandeling van de zaak van klager niet meer in behandeling zal worden genomen;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Aldus gegeven door mrs. N.C.H. Blankevoort voorzitter, A.W.J. Ros en A.W.H. Vink, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 maart 2014 in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Tegen deze beslissing staat op grond van het bepaalde in artikel 8:18 lid 5 Awb geen voorziening open.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>