<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2014:4514</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-12T13:52:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-07-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-07-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13-751380-14</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#mondelingeUitspraak">Mondelinge uitspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2014:4514">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2014:4514</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-08-25T08:47:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-08-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2014:4514 Rechtbank Amsterdam , 25-07-2014 / 13-751380-14</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2014:4514:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verweer met betrekking tot de bevoegde justitiële autoriteit in Zweden verworpen. Anders dan door de raadsman gesteld kan niet in geschil zijn dat de Rikspolisstyrelsen (Swedisch National Police Board) door de Zweedse autoriteiten de bevoegde aangewezen autoriteit is bij het uitvaardigen van een EAB. Uit onderdeel i) blijkt dat het EAB is uitgevaardigd door de Deputy Head of the International Police Cooperation Division bij de Swedisch National Police Board. Aan het EAB ligt ook een rechterlijke beslissing ten grondslag. Op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel dient in beginsel op de juistheid van deze gegevens te worden vertrouwd. Er zijn geen redenen – ook niet in hetgeen de raadsman heeft aangevoerd – om de juistheid hiervan in twijfel te trekken. De rechtbank gaat er derhalve van uit dat de uitvaardigende justitiële autoriteit zowel formeel als materieel de bevoegde autoriteit is om het EAB uit te vaardigen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2014:4514:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">	                  		  RECHTBANK AMSTERDAM	</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">		      INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/751380-14</para>
      <para>RK nummer: 14/3012</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 25 juli 2014 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">    UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 2 mei 2014 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).</para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 25 april 2014 door de <emphasis role="italic">Rikspolisstyrelsen </emphasis>(Zweden) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	[opgeëiste persoon],</emphasis>
      </para>
      <para>	geboren te [geboorteplaats] (voormalig Joegoslavië) op [geboortedatum], </para>
      <para>	zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,</para>
      <para>thans gedetineerd in het Huis van Bewaring “[locatie]” te [plaats];</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna te noemen de opgeëiste persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering is behandeld op de openbare zitting van 1 juli 2014. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mrM. Al Mansouri . De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn raadsman, mr. S.J. van der Woude, advocaat te Amsterdam en door een tolk in de Engelse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op verzoek van de raadsman heeft de rechtbank het onderzoek voor bepaalde tijd tot 15 juli 2014 geschorst. Tevens heeft de rechtbank de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, van de OLW uitspraak zou moeten doen met dertig dagen verlengd. De reden hiervan is gelegen in het feit dat de rechtbank er niet in slaagt binnen de in de wet bepaalde termijn uitspraak te doen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering is in plaats van op 15 juli 2014 vervolgens behandeld op de openbare zitting van 11 juli 2014 omdat op 15 juli 2014 geen Zweedse tolk beschikbaar was. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. M. Al Mansouri. De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn raadsman mr. S.J. van der Woude, advocaat te Amsterdam en door een tolk in de Zweedse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon 		</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Zweedse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het EAB wordt melding gemaakt van een <emphasis role="italic">sentence handed down by Örebro District Court on 4 February 2013, reference: B 4777-12.</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van de sanctie van <emphasis role="italic">forensic mental care with special assessment for discharge, </emphasis>door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis betreft de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Strafbaarheid </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van het feit dat de uitvaardigende justitiële autoriteit heeft omschreven als <emphasis role="italic">rape </emphasis>waarvoor de overlevering wordt verzocht moet achterwege blijven, nu de uitvaardigende justitiële autoriteit het strafbare feit heeft aangeduid als een feit vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. Het feit valt op deze lijst onder nummer 27, te weten:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Verkrachting.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Volgens de in rubriek c) van het EAB vermelde gegevens is op dit naar het recht van Zweden een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren gesteld.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de overige feiten niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval alleen worden toegestaan indien voldaan wordt aan de in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder a, 2e  van de OLW gestelde eisen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank stelt vast dat de feiten waarvoor overlevering wordt verzocht, zowel naar het recht van Zweden als naar Nederlands recht strafbaar zijn en dat op deze feiten in beide staten een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste twaalf maanden is gesteld. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De feiten leveren naar Nederlands recht op:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	verschaft door middel van braak, meermalen gepleegd.  </emphasis>
        </para>
        <para>5. <emphasis role="bold">Verweer met betrekking tot de bevoegde justitiële autoriteit in Zweden  </emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman heeft onder verwijzing naar de preambule en de artikelen 1, 6, 7 en 8 van het Kaderbesluit EAB 2002/584/EG – samengevat weergegeven - betoogd dat de door Zweden aangewezen “rechterlijke” autoriteit, in casu <emphasis role="italic">Rikspolissttyrelsen </emphasis>(Swedisch National Police Board) niet kan worden beschouwd als een rechterlijke autoriteit in de zin van artikel 6 van het Kaderbesluit. In het kader hiervan heeft de raadsman in zijn overgelegde pleitnota gewezen op de uitspraken van het <emphasis role="italic">Supreme Court UK</emphasis> van 20 november 2013 inzake [persoon 1], [persoon 2] en [persoon 3]. Uit deze uitspraken blijkt volgens de raadsman dat de term <emphasis role="italic">judicial authority </emphasis>een autonome betekenis heeft, zodat nationale overheden daaraan geen eigen inhoud mogen geven. Verder is geoordeeld dat als een Ministerie van Justitie optreedt op verzoek van gevangenisautoriteiten omdat een gedetineerde is ontsnapt of niet van verlof is teruggekeerd, en er dus geen enkele rechterlijke autoriteit betrokken is geweest bij de totstandkoming van het EAB,  het Ministerie van Justitie dan niet kan worden beschouwd als een rechterlijke autoriteit (zaak [persoon 2]/Litouwen, r.o. 53-54). Het EAB is dan niet rechtsgeldig uitgevaardigd en de overlevering dient geweigerd te worden. </para>
        <para>De onderhavige zaak lijkt op de zaak [persoon 2], aldus de raadsman. Onder punt f van het EAB staat immers vermeld dat de opgeëiste persoon op 21 april 2014 zou zijn weggelopen uit de inrichting waar hij zat. Uit niets blijkt dat de functionaris van de Nationale Politie in opdracht van, op verzoek van of in samenwerking met enig rechterlijk autoriteit heeft gehandeld bij het reeds vier dagen later, te weten op 25 april 2014, uitvaardigen van het EAB. De conclusie moet dan ook zijn dat de uitvaardigende justitiële autoriteit in redelijkheid niet kan worden beschouwd als rechterlijke autoriteit in de zin van het Kaderbesluit en dat de overlevering op grond hiervan dient te worden geweigerd. </para>
        <para>Omdat mogelijk nog niet alle feiten bekend zijn over de wijze van totstandkoming van het EAB en wellicht niet geheel kan worden uitgesloten dat daarbij toch een rechterlijke autoriteit in voldoende mate betrokken is geweest, verzoekt de raadsman subsidiair dat de rechtbank nadere vragen hieromtrent bij de Zweedse autoriteiten gaat  stellen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Indien de rechtbank de raadsman niet in zijn verweer volgt, is volgens hem geen sprake van een <emphasis role="italic">acte éclairé</emphasis> of <emphasis role="italic">acte claire</emphasis>. De rechtbank dient dan op grond van artikel 267 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft zich gemotiveerd op het standpunt gesteld dat het EAB is uitgevaardigd door een bevoegde autoriteit. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank overweegt als volgt.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Anders dan door de raadsman gesteld kan niet in geschil zijn dat de <emphasis role="italic">Rikspolisstyrelsen </emphasis>(Swedisch National Police Board) door de Zweedse autoriteiten de bevoegde aangewezen autoriteit is bij het uitvaardigen van een EAB. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank verwijst hiertoe naar de officiële website van de Zweedse regering (zie http://www.government.se/sb/d/2710/a/15457 waarin is vermeld: </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">A Swedish arrest warrant for the purpose of execution of a custodial sentence or detention order is issued by the National Police Board at the request of the National Prison and Probation Administration, the National Board of Health and Welfare or the National Board of Institutional Care. </emphasis>
        </para>
        <para>In een memorandum van de Zweedse afgevaardigde bij de Europese Unie van 29 mei 2009 (10401/09 COPEN 102, EJN 32, EUROJUST 34, COVER NOTE) is onder <emphasis role="italic">3. Procedure where Sweden is the issuing State </emphasis>het volgende vermeld: </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">For information on the procedure where Sweden is the issuing State, please contact the Office of the Prosecutor-General, the National Police Board, the Ministry of Justice or a European Judicial Network contact point. </emphasis>
        </para>
        <para>De contactgegevens van de <emphasis role="italic">National Police Board</emphasis> zijn:  </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">National Police Board</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">International Police Cooperation Division</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Box 12256</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">102 26 STOCKHOLM</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Tel: +46-8-401 37 00</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Fax: +46-8-401 48 99</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">e-mail: ipo.rkp@polisen.se</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit onderdeel i) blijkt dat het EAB is uitgevaardigd door de <emphasis role="italic">Deputy Head of the International Police Cooperation Division</emphasis> bij de <emphasis role="italic">Swedisch National Police Board.</emphasis> De vermelde contactgegevens komen overeen met de contactgegevens zoals vermeld in het memorandum. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Voorts dient in het EAB onder b) het besluit dat aan het aanhoudingsbevel ten grondslag ligt te worden vermeld. Daaruit blijkt dat het in de onderhavige zaak gaat om een vonnis van het <emphasis role="italic">Örebro District Court </emphasis>van 4 februari 2013. Aan het EAB ligt derhalve een rechterlijke beslissing ten grondslag. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel dient in beginsel op de juistheid van deze gegevens te worden vertrouwd. De rechtbank is van oordeel dat er geen redenen zijn – ook niet in hetgeen de raadsman heeft aangevoerd – om de juistheid hiervan in twijfel te trekken. De rechtbank gaat er derhalve van uit dat de uitvaardigende justitiële autoriteit zowel formeel als materieel de bevoegde autoriteit is om het EAB uit te vaardigen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank wijst het subsidiaire verzoek tot aanhouding van de behandeling van de vordering eveneens af nu er geen twijfel bestaat ten aanzien van de bevoegdheid van de uitvaardigende autoriteit. Op dezelfde voet acht de rechtbank zich niet gehouden om prejudiciële vragen te stellen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het verweer wordt derhalve verworpen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>8</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 van de OLW en ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan, dient de overlevering te worden toegestaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>Toepasselijke wetsbepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het artikel 312 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 5, en 7 van de OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STAAT TOE</emphasis> de overlevering van <emphasis role="bold italic">[opgeëiste persoon]</emphasis> aan de <emphasis role="italic">Rikspolisstyrelsen </emphasis>(Zweden) ten behoeve van de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf, te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat, wegens de feiten waarvoor zijn overlevering wordt verzocht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gedaan door</para>
      <para>mr. S.A. Krenning,	 					                         voorzitter,</para>
      <para>mrs. A.C. Enkelaar en P. Rodenburg,		                      			   rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. D. Smeets,				                  griffier,</para>
      <para>en uitgesproken ter openbare zitting van 25 juli 2014.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzitter is buiten staat te tekenen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[A/B/C]</emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>