<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2014:4260</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-30T07:13:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-07-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-07-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AMS 14 / 4140</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2014:4260">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2014:4260</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-29T08:20:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2014:4260 Rechtbank Amsterdam , 18-07-2014 / AMS 14 / 4140</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2014:4260:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vovo hangende bezwaar. Intrekking marktvergunning. Spoedeisend belang. Eiser verpacht zijn standplaats aan een derde. Besluit zal waarschijnlijk in bezwaar standhouden. Afwijzing van het verzoek om een voorlopige voorziening.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2014:4260:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="243e293d-8b1d-4911-ad5a-c56a2a5edf03" depth="2" width="527" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>uitspraak</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: AMS 14/4140</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de voorzieningenrechter van 18 juli 2014 in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [verzoeker], te [woonplaats], verzoeker (gemachtigde: mr. B. van de Boom),</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">het algemeen bestuur van de bestuurscommissie stadsdeel Zuid van de gemeente Amsterdam, </emphasis>verweerder</para>
      <para>(gemachtigden: mr. R. Nomden en mr. C. Kuissink).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan het geding neemt voorts deel:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [belanghebbende], </emphasis>belanghebbende (gemachtigde: mr. R. Ruitenberg Segall).</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot het treffen van een voorlopige voorziening. Dit verzoek hangt samen met het door verzoeker ingediende bezwaar tegen het besluit van verweerder van 3 juli 2014 (het bestreden besluit).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 15 juli 2014. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde en zijn echtgenote. Verweerder is vertegenwoordigd door zijn gemachtigden. De belanghebbende is in persoon verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. Op grond van artikel <emphasis role="bold">8:81 </emphasis>van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) gaat de voorzieningenrechter na of onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, het treffen van een voorlopige voorziening vereist. Bij de daarvoor vereiste belangenafweging gaat het om een afweging van enerzijds het belang van verzoeker dat een onverwijlde voorziening wordt getroffen en anderzijds het door de onmiddellijke uitvoering van het besluit te dienen belang.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Verzoeker was in het bezit van een marktvergunning voor de [markt], te Amsterdam. Op 16 mei 2014 heeft de belanghebbende verweerder verzocht handhavend op te treden jegens verzoeker, omdat verzoeker zijn marktkraam zou verpachten aan derden, te weten de familie [naam 2]. Naar aanleiding van dit verzoek heeft verweerder onderzoek gepleegd, waarvan de resultaten zijn neergelegd in het boekenonderzoek van 13 juni 2014.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Op 13 juni 2014 heeft verweerder verzoeker het voornemen kenbaar gemaakt</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>verzoekers marktvergunning in te trekken, omdat hij deze aan derden verpacht. Verzoeker heeft op 1 juli 2014 zijn zienswijze gegeven.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Bij het bestreden besluit heeft verweerder uitvoering gegeven aan zijn voornemen en verzoekers marktvergunning ingetrokken. Tegen het bestreden besluit heeft verzoeker bezwaar gemaakt en een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening ingediend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Op grond van artikel 3.19, aanhef en onder a, van de Verordening op de straathandel 2008 (hierna: de Verordening) is het de vergunninghouder verboden zijn marktplaats te verpachten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Op grond van artikel 1.1, aanhef en onder y, van de Verordening wordt - voor zover hier van belang - onder verpachten verstaan: het al dan niet door de vergunninghouder tegen betaling afstaan of in gebruik geven van zijn marktplaats aan een ander, die hierop voor eigen rekening en risico de ambulante handel uitoefent.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Anders dan de belanghebbende en verweerder hebben betoogd, is de voorzieningenrechter van oordeel dat verzoeker spoedeisend belang heeft bij het treffen van een voorlopige voorziening. Voor dit oordeel is bepalend dat het bestreden besluit voor verzoeker belastend is en dat hij door dat besluit getroffen wordt in een deel van zijn inkomensvoorziening. Daarbij acht de voorzieningenrechter de aard van dat inkomen en de wijze waarop dat gegenereerd wordt minder van belang.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Verzoeker voert- kort gezegd - aan dat uit de omstandigheid dat verzoeker niet een eigen in- en verkoopbeleid voert niet de conclusie kan worden getrokken dat hij zijn marktplaats afstaat aan een ander. Indien dit wel het geval zou zijn, wordt niet aan de overige vereisten van artikel 3.19, aanhef en onder a, van de Verordening voldaan. Verweerder interpreteert het voornoemde artikel van de Verordening onjuist, zo stelt verzoeker. Ook is verzoeker elke dag aanwezig op de marktstandplaats en geeft hij de familie [naam 2] advies. Voor dat advies ontvangt hij een vergoeding.</para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>4.2.1.</nr>
        <parablock>
          <para>De voorzieningenrechter is vooralsnog van oordeel dat verweerder op grond van het boekenonderzoek heeft mogen concluderen dat verzoeker zijn standplaats verpacht aan de familie [naam 2]. Daarvoor is van belang dat uit het boekenonderzoek blijkt dat verzoeker sinds september 2011 geen eigen handel meer heeft ingekocht en dat verzoeker maandelijks</para>
          <para>€ 714, - en per kwartaal€ 824, - (hetgeen de hoogte is van de leges voor de standplaats) ontvangt van de familie [naam 2]. De voorzieningenrechter laat in het midden of verzoeker daadwerkelijk een adviesovereenkomst met de familie [naam 2] heeft gesloten, nu dit aan het feitelijk afstaan van de standplaats niet afdoet. Ook doet daaraan niet af dat verzoeker naar zijn eigen zeggen elke dag aanwezig is op de standplaats. Voorts wijst de voorzieningenrechter erop dat verzoeker ter zitting heeft verklaard dat de familie [naam 2] zelf opdraait voor eventuele verliezen en zelf het voordeel trekt uit winsten. Zodoende handelt de familie [naam 2] voor eigen rekening en risico. Ten slotte stelt de voorzieningenrechter vast dat verzoeker zelf blijkbaar ook de mening is toegedaan dat hij zijn standplaats verpacht aan de familie [naam 2]. In dit licht wordt verwezen naar een door de politie opgemaakt proces-verbaal van verhoor getuige van 21 mei 2013. In dit proces­ verbaal is verzoeker gehoord als getuige aangaande een handgemeen tussen een lid van de familie [naam 2] en de belanghebbende. Verzoeker verklaarde tegen de politie dat de familie [naam 2] een stuk van zijn stal pachtte. Verzoeker stelt dat deze woorden niet in een te letterlijke betekenis mogen worden opgevat, omdat zij in een andere context naar voren zijn</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>gebracht. Met deze enkele stelling acht de voorzieningenrechter echter niet aannemelijk gemaakt dat er enige andere betekenis aan deze woorden kan worden gegeven.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Voorts voert verzoeker aan dat verweerder in weerwil van het vigerende beleid overgegaan is tot intrekking van de marktvergunning voor onbepaalde tijd. De aanscherping van het Sanctiebeleid [markt] - waarin voorzien wordt in het onmiddellijk voor onbepaalde tijd intrekken van een marktvergunning in geval van verpachting- is niet op de voorgeschreven wijze bekend gemaakt, zodat het oude sanctiebeleid ter zake nog toepassing vindt. Uitgaande van dat beleid, had verweerder het stappenplan moeten volgen en eerst moeten volstaan met een schriftelijke waarschuwing.</para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>4.3.1.</nr>
        <para>Ook hierin volgt de voorzieningenrechter verzoeker niet. De aanscherping van het sanctiebeleid is gepubliceerd in de Stadsdeelkrant Zuid 2013, is ter inzage bij de marktmeester en is te vinden op de website van verweerder. Daarnaast is van belang dat de belanghebbende ter zitting onweersproken heeft gesteld dat alle marktkooplieden destijds schriftelijk geïnformeerd zijn door verweerder over het aangescherpte beleid met betrekking tot het verpachten van marktstandplaatsen op de [markt]. Onder die omstandigheden is niet doorslaggevend dat het aangescherpte beleid op dit moment niet is te vinden op de site die werd genoemd bij de publicatie in de Stadsdeelkrant. Verweerder heeft dan ook terecht het aangescherpte sanctiebeleid kunnen toepassen.</para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Ten slotte voert verzoeker aan dat het gelijkheidsbeginsel en/of het vertrouwensbeginsel is geschonden. Op tientallen andere marktplaatsen vindt dezelfde wijze van handelen plaats. Vanuit verweerders toezicht is te kennen gegeven dat een en ander in overeenstemming zou zijn met de regels. Zonder reden is zonder enige waarschuwing vooraf tot intrekking overgegaan.</para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>4.4.1.</nr>
        <para>De voorzieningenrechter verwerpt verzoekers beroep op het gelijkheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel, nu hij dat niet nader heeft onderbouwd.</para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Uit het voorgaande volgt dat de voorzieningenrechter verwacht dat het bestreden besluit in bezwaar zal standhouden. Zij zal het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening ondanks het door verzoeker gestelde belang dan ook afwijzen. Er bestaat geen aanleiding verweerder te veroordelen in de proceskosten of te bepalen dat hij het griffierecht vergoed. Ook ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding een partij te veroordelen tot vergoeding van de door de belanghebbende gemaakte kosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter wijst het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. C.W.M. Giesen, voorzieningenrech�er, in aanwezigheid van mr. M. van Looij, griffier. De beslissing is in het open�ar uitg_espr(?ken op 18 juli 2014.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">1 8 JUL 201�</emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>