<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2014:3910</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-03-10T06:37:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-07-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-06-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/13/562903 / JE RK 14/510</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>PFR-Updates.nl 2014-0188</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2014:3910">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2014:3910</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-07-03T10:44:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-07-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2014:3910 Rechtbank Amsterdam , 24-06-2014 / C/13/562903 / JE RK 14/510</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2014:3910:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>“kinderrechter verleent machtiging gesloten jeugdzorg, maar plaatst kritische kanttekeningen in het licht van artikel 3 IVRK”.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2014:3910:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling privaatrecht</para>
      <para>Machtiging gesloten jeugdzorg</para>
      <para>Zaaknummer: C/13/562903 / JE RK 14/510</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beschikking van de kinderrechter in de bovengenoemde rechtbank naar aanleiding van het namens het Bureau Jeugdzorg Agglomeratie Amsterdam, gevestigd te Amsterdam, ingediende verzoek door <emphasis role="bold">de William Schrikker Groep,</emphasis></para>
      <para>hierna ook te noemen: de WSG,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>met betrekking tot de minderjarige:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [minderjarige] </emphasis>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum]. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [moeder] </emphasis>wonende te [woonplaats], is de moeder.</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [vader]
        </emphasis>de vader, is overleden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij beschikking van de rechtbank te Amsterdam van 18 april 2012 is het Bureau Jeugdzorg Agglomeratie Amsterdam benoemd tot voogdes over de minderjarige. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als belanghebbenden zijn aangemerkt: de minderjarige en [belanghebbende] (voormalig gezinshuisouder).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Verder verloop van de procedure </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter houdt rekening met de eerder beschikkingen, waarin de kinderrechter een machtiging gesloten jeugdzorg tot 1 juli 2014 heeft afgegeven en het overige heeft aangehouden. De verdere inhoud van die beschikking geldt hier als herhaald en ingelast.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 24 juni 2014 heeft de kinderrechter het verzoek ter terechtzitting met gesloten deuren behandeld. </para>
      <para>Verschenen en gehoord zijn:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>De minderjarige (ook apart gehoord), bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. M. Saaïdi;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>namens de WSS: [naam];</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          [belanghebbende]. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Beoordeling van het verzochte</title>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij beschikking van de kinderrechter te Amsterdam van 18 april 2012 is het Bureau Jeugdzorg Agglomeratie Amsterdam benoemd tot voogdes over de minderjarige. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunten partijen en belanghebbenden</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De WSG heeft onder verwijzing naar de inleidende stukken gepersisteerd bij het verzoek. De WSG heeft daartoe aangevoerd dat Almata weliswaar niet de meest geschikte plaats voor de minderjarige is, maar wel een stabiele uitvalsbasis van waaruit toegewerkt kan worden naar de ideale plaatsing voor [minderjarige]. De WSG geeft aan dat de aangevraagde CIZ indicatie, nodig voor plaatsing van [minderjarige] in een meer geschikte instelling, helaas is afgewezen maar dat met aanpassing van de rapportage van de Bascule goede hoop is dat een hernieuwde aanvraag wordt goedgekeurd. De WSG geeft aan het te betreuren dat als gevolg van ontbreken van budget voor de reiskosten, een ondersteunende therapie voor [minderjarige] moest worden afgebroken. Verder geeft de WSG aan dat de problematiek van [minderjarige] een individuele benadering behoeft die niet past bij de algemeen toegepaste methodiek van Almata. De WSG zegt te betreuren dat op de korte termijn geen uitzicht is op een voor de minderjarige meer geschikte behandelplaats.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsvrouw heeft te kennen gegeven, zakelijk weergegeven, dat Almata geen geschikte plek is voor [minderjarige].  Hoewel [minderjarige] in Almata rust en structuur heeft acht zij een termijn van vier maanden niet in het belang van [minderjarige] omdat gedurende deze periode de behandeling van [minderjarige] geen aanvang neemt omdat dit binnen Almata niet geboden kan worden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De minderjarige heeft tijdens het kindverhoor te kennen gegeven dat het goed met hem gaat in Almata. Hij wil liever niet weer naar een andere plek.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Oordeel kinderrechter</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter is van oordeel dat zich een geval voordoet als bedoeld in artikel 29b Wjz, zodat het verzoek tot het verlenen van een machtiging gesloten jeugdzorg voor toewijzing vatbaar is. De kinderrechter plaatst echter wel de nodige kanttekeningen bij deze beslissing. Er is bij de minderjarige sprake van gecompliceerde meervoudige problematiek. In Almata is uitsluitend sprake van beheersing. Het is te waarderen dat jeugdzorg plus in veel gevallen bereid is om deze groep minderjarigen op te vangen, maar jeugdzorg plus ontbeert de deskundigheid en de middelen om deze groep minderjarigen naast het bieden van veiligheid op de korte termijn behandeling te bieden die noodzakelijk is voor de langere termijn. Deze groep minderjarigen hoort primair thuis in de GGZ. De GGZ kan in de regel echter niet de veiligheid garanderen voor deze groep minderjarigen. Er is aldus in Nederland een situatie ontstaan dat minderjarigen met complexe problematiek, waaronder psychiatrische problematiek en agressieproblematiek, worden opgesloten zonder adequate behandeling. Dit leidt geregeld tot schrijnende situaties. Daarnaast is er sprake van het doorschuiven van het probleem in tijd. Immers zodra deze minderjarigen 18 jaar zijn dienen zij de gesloten jeugdzorg te verlaten en is er vaak nog steeds geen geschikte behandelplek en is de problematiek vaak verergert waardoor adequate behandel niet alleen moeilijker wordt, maar vooral ook veel duurder.  </para>
      <para>De oplossing voor deze groep minderjarigen lijkt overigens redelijk simpel. Realiseer in Nederland drie gespecialiseerde centra (Noord, Midden, Zuiden)voor gesloten jeugdzorg waar sprake is van een veilig behandelklimaat en koop de adequate behandeling in bij de GGZ. </para>
      <para>In de onderhavige zaak blijkt echter dat de schotten in de zorg hier aan in de weg staan. Zo heeft jeugdzorg ter zitting aangegeven dat de behandelaar van de minderjarige uit Amsterdam om budgettaire redenen niet kan worden ingezet binnen de plaatsing in Almata. De kinderrechter is het absoluut niet eens met deze gang van zaken, maar heeft geen middelen om af te dwingen dat de minderjarige de behandeling krijgt waar hij recht op heeft. De kinderechter heeft kennis genomen van de hernieuwde CIZ aanvraag voor de minderjarige. De kinderrechter roept alle betrokken instanties op om in het belang van de minderjarige (artikel 3 IVRK) vooral te kijken naar wat het beste is voor de minderjarige en niet naar de regels. Deze regels zijn in zijn algemeenheid zeker nodig, maar zijn niet heilig. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op de inhoud van het dossier acht de kinderrechter het noodzakelijk voornoemde minderjarige dag en nacht uit huis te plaatsen in de hierna te noemen voorziening tot 1 november 2014.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter overweegt daarbij dat de minderjarige ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen heeft die zijn ontwikkeling naar volwassenheid ernstig belemmeren en die maken dat de opneming en het verblijf in gesloten jeugdzorg noodzakelijk zijn om te voorkomen dat de minderjarige zich aan de zorg die hij nodig heeft zal onttrekken of daaraan door anderen wordt onttrokken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter overweegt daarbij</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mitsdien wordt als volgt beslist. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>- verleent machtiging om voornoemde minderjarige in gesloten jeugdzorg te doen opnemen en te doen verblijven met ingang van 1 juli 2014 tot 1 november 2014;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. R. van de Water, kinderrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 juni 2014, in tegenwoordigheid van mr. B.N. Voogd, griffier.<footnote-ref linkend="_4448f2ed-4f76-45f7-b705-8ed2e572db65" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_4448f2ed-4f76-45f7-b705-8ed2e572db65" label="1">
    <para />
    <para>
      <emphasis role="italic">Aan deze plaatsing zijn kosten verbonden, in welke kosten de ouders dienen bij te dragen op grond van de artikelen 69 en 72 van de Wet op de Jeugdzorg, tenzij op andere wijze in betaling wordt voorzien.</emphasis>
    </para>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="italic">Voor zover tegen de beschikking hoger beroep openstaat kan dit via een advocaat worden ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam (IJdok 20 / Postbus 1312, 1000 BH / fax: 020 - 541 1899).</emphasis>
      <?linebreak?>
      <emphasis role="italic">Het beroep moet worden ingesteld:</emphasis>
      <?linebreak?>
      <emphasis role="italic">- door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;</emphasis>
      <?linebreak?>
      <emphasis role="italic">- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden. </emphasis>
    </para>
    <para />
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>