<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2014:3562</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-05-22T14:08:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-06-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-06-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13-520056-09</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2014:3562">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2014:3562</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-05-22T14:07:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-05-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2014:3562 Rechtbank Amsterdam , 19-06-2014 / 13-520056-09</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2014:3562:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Mensenhandel.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2014:3562:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">VONNIS</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/520056-09 (Promis)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 19 juni 2014</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats] ( [land van herkomst] ) op [geboortedag] 1987, </para>
      <para>ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het adres [adres 1] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek ter terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 15 december 2010, 22 mei 2014 en 5 juni 2014.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. J.F. de Boer en van wat verdachte en haar raadsman, mr. B. Stapert naar voren hebben gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <para />
    <paragroup>
      <para />
      <parablock>
        <para>Aan verdachte is na wijzigingen van de tenlastelegging op de terechtzittingen van 15 december 2010 en 22 mei 2014 - kort gezegd - ten laste gelegd dat zij zich heeft schuldig gemaakt aan: </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>1. Medeplegen van mensenhandel, de uitbuiting van acht slachtoffers in de periode van 1 april 2008 tot en met 3 november 2009.</para>
      <para>2. Medeplegen van gewoontewitwassen van de opbrengsten van genoemde uitbuiting.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para />
      <parablock>
        <para>De volledige tekst van de tenlastelegging is als bijlage 1 aan dit vonnis gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <?linebreak?>De rechtbank leest het in de 2e alinea van het onder 1 ten laste gelegde vermelde <emphasis role="italic">“en/of door misleiding </emphasis><emphasis role="underline italic">en/of</emphasis><emphasis role="italic"> door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht” </emphasis>als <emphasis role="italic">“en/of door misleiding </emphasis><emphasis role="underline italic">dan wel</emphasis><emphasis role="italic"> door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht”</emphasis>, omdat van een kennelijke misslag sprake is. De verbetering van deze misslag schaadt verdachte niet in haar verdediging.</para>
        <para>
          <?linebreak?>De rechtbank leest het tussen de 5e en 6e alinea van het onder 1 ten laste gelegde vermelde<?linebreak?><emphasis role="italic">“en/of” </emphasis>als <emphasis role="italic">“dan wel”</emphasis>, omdat van een kennelijke misslag sprake is. De verbetering van deze misslag schaadt verdachte niet in haar verdediging.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank leest het in de 6e alinea van het onder 1 ten laste gelegde vermelde<?linebreak?><emphasis role="italic">“middelen en/of omstandigheden” </emphasis>als <emphasis role="italic">“omstandigheden”</emphasis>, omdat van een kennelijke misslag sprake is. De verbetering van deze misslag schaadt verdachte niet in haar verdediging.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Voorvragen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De geldigheid van de dagvaarding ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De enkele vermelding dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan mensenhandel van “en/of één of meer andere vrouwen”, zonder opgave op welke specifieke vrouwen de tenlastelegging doelt en zonder een nadere omschrijving van de feitelijke handelingen die verdachte met betrekking tot die vrouwen zou hebben verricht, voldoet niet aan de eisen van artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering. Vanwege het grote aantal handelingen, gedragingen en vrouwen die voorkomen in het omvangrijke dossier heeft de rechtbank de inhoud van de tenlastelegging op dit onderdeel niet kunnen vaststellen. De rechtbank is daarom van oordeel dat de dagvaarding op dit punt nietig dient te worden verklaard.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op grond hiervan verklaart de rechtbank de dagvaarding partieel nietig, namelijk telkens voor zover deze ziet op de onder 1 ten laste gelegde zinsneden ‘en/of één of meer andere vrouwen’.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Overige voorvragen.</para>
        <para>
          <?linebreak?>De dagvaarding is voor het overige geldig. De rechtbank heeft vastgesteld dat zij bevoegd is tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en dat de officier van justitie ontvankelijk is. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Waardering van het bewijs</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Feiten en omstandigheden.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte had in de periode van 1 april 2008 tot en met 3 november 2009 contact met acht vrouwen die in de prostitutie te Amsterdam werkzaam waren. Zij reisde tussen [land van herkomst] en Nederland heen en weer, verbleef op verschillende adressen in [plaats] met sommige van deze vrouwen en heeft de prostitutiewerkzaamheden van deze acht vrouwen gefaciliteerd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De vraag die de rechtbank moet beantwoorden is of kan worden bewezen dat verdachte, al dan niet met een ander of anderen, zich schuldig heeft gemaakt aan mensenhandel met betrekking tot deze acht vrouwen in die zin dat verdachte de vrouwen in een uitbuitingssituatie heeft gebracht. Heeft verdachte deze vrouwen daadwerkelijk uitgebuit door hen te dwingen dan wel te bewegen tot het verrichten van prostitutiewerkzaamheden, en heeft verdachte hieruit, al dan niet afgedwongen, financieel profijt getrokken. </para>
        <para>Daarnaast moet de rechtbank de vraag beantwoorden of verdachte de opbrengsten uit deze prostitutiewerkzaamheden heeft witgewassen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Het standpunt van het Openbaar Ministerie.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft als standpunt naar voren gebracht, onder verwijzing naar haar schriftelijk requisitoir, dat het onder 1 en 2 ten laste gelegde kan worden bewezen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Voor wat betreft het onder 1 ten laste gelegde heeft verdachte tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van uitbuiting de acht vrouwen door dwang, dreiging met geweld en andere feitelijkheden, misleiding, misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en misbruik van een kwetsbare positie geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest en opgenomen. Ook heeft verdachte die vrouwen aangeworven en medegenomen met het oogmerk hen in een ander land ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde. Verder heeft verdachte met voornoemde middelen deze vrouwen gedwongen en bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid en opzettelijk voordeel getrokken uit hun uitbuiting. Tenslotte heeft zij die vrouwen bewogen haar en haar mededaders te bevoordelen met de uit hun seksuele handelingen voortvloeiende opbrengsten.</para>
        <para>De feitelijke handelingen staan per slachtoffer omschreven in het schriftelijk requisitoir en al deze handelingen worden, aldus de officier van justitie, ondersteund door een tweede bewijsmiddel. Zowel uit de verklaringen van de vrouwen als uit de taps is duidelijk geworden dat de vrouwen elke dag werkzaam waren in de prostitutie en door verdachte werden aangespoord harder te werken. Zij moesten dagelijks de verdiensten afstaan aan verdachte en ziek zijn was geen optie. Verdachte werd zowel door haar (ex-)vriend [(ex-) vriend verdachte] als door haar moeder aangemoedigd de meisjes harder te laten werken en hen goed in de gaten te houden. [naam 1] heeft aan verdachte toestemming gevraagd vrouwen naar Nederland te brengen om voor hem in de prostitutie te gaan werken. Verdachte regelde de huisvesting, een werkkamer en het vervoer van de woning naar de werkplek.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Met betrekking tot het onder 2 ten laste gelegde heeft verdachte de verdiensten van haar slachtoffers verworven en voorhanden gehad. Zij heeft er gebruik van gemaakt door onder meer de huur te betalen, door in haar levensonderhoud te voorzien, door reparaties aan haar auto te bekostigen, door pakketten naar [land van herkomst] te sturen en door geld naar haar familie en andere personen in [land van herkomst] te sturen, zodat sprake is geweest van verhullende handelingen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Het standpunt van de verdediging.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman heeft als standpunt naar voren gebracht, onder verwijzing naar zijn pleitaantekeningen, dat verdachte van het onder 1 en 2 ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken, nu er op de essentiële elementen van de tenlastelegging onvoldoende bewijs is.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De achtergrond van de thans 27-jarige verdachte wordt gekenmerkt door sociale uitsluiting en armoede en daarbij is zij haar leven lang slachtoffer geweest van lichamelijk geweld, zowel in [land van herkomst] als in Nederland. In 2007 ontmoette zij [(ex-) vriend verdachte] in [geboorteplaats] en die ontmoeting veranderde haar leven. Verdachte is naar Nederland gegaan om geld te verdienen in de prostitutie. Verdachte hoopte verandering te kunnen brengen in de uitzichtloze situatie waarin zij en haar familie zich in bevonden. In plaats van verdachte te helpen, zette [(ex-) vriend verdachte] haar aan het werk in de prostitutie in [plaatsnaam 5] en stoppen was geen optie. [(ex-) vriend verdachte] had in haar geïnvesteerd en verdachte moest doorwerken om hem af te betalen en daarna geld voor hem te verdienen. Verdachte is vanwege deze ervaringen bekend met mensenhandel, met uitbuiting en met dwang. Verdachte moest werken van [(ex-) vriend verdachte] en was bang voor hem. Die angst verdween niet op het moment dat [(ex-) vriend verdachte] werd opgepakt en naar de gevangenis werd gestuurd. Verdachte bleef voor [(ex-) vriend verdachte] werken en het lukte haar niet van hem los te komen. Nadat verdachte gewond was geraakt, veranderde de aard van de werkzaamheden en begon zij andere vrouwen te assisteren om naar Nederland te komen en te werken in de prostitutie. Het geld dat verdachte daarmee verdiende, moest zij afdragen aan [(ex-) vriend verdachte] . Verdachte maakte geld naar [(ex-) vriend verdachte] over, verdachtes moeder stuurde [(ex-) vriend verdachte] pakketten in de gevangenis en [(ex-) vriend verdachte] was via de telefoon nadrukkelijk aanwezig in verdachtes leven. [(ex-) vriend verdachte] speelde op de achtergrond een rol en legde druk op verdachte om voor zijn levensonderhoud in de gevangenis en zijn ex-vrouwen geld te verdienen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In deze zaak is weinig tot geen direct bewijs. De verklaringen van de aangeefsters zijn uiteindelijk de enige bewijsmiddelen die tot een veroordeling kunnen leiden, maar die verklaringen zijn lastig op waarde te schatten. Vrijwel alle vrouwen zijn meermalen gehoord en hun verklaringen zijn op cruciale punten niet consistent en ook niet consistent met elkaar. Hoewel er juridisch geen grond is deze verklaringen uit te sluiten, verzoekt de verdediging de rechtbank er zeer zorgvuldig, kritisch en terughoudend mee om te gaan.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte kende de weg in (een deel van) Nederland, in (een deel van) de prostitutie en ze kende de weg van [land van herkomst] naar Nederland. Verdachte heeft jonge vrouwen geholpen, maar geen van die vrouwen heeft gezegd daartoe te zijn aangezet door verdachte. Deze vrouwen zijn niet misleid, ze wisten dat ze in de prostitutie gingen werken. Geen van de vrouwen heeft verklaard dat geweld is gebruikt. Verdachte had geen groot overwicht op deze vrouwen. Verdachte was zelfs jonger dan enkele van de vrouwen. Deze vrouwen waren kwetsbaar in de zin dat zij nieuw waren in Amsterdam, maar ze gingen met regelmaat terug naar [land van herkomst] en kwamen ook terug, zonder enig spoor van dwang. Er werd geen dwang uitgeoefend om te werken of te blijven werken en geen van de vrouwen heeft verklaard dat zij door of namens verdachte is bestraft, als een advies of aanmoediging van verdachte niet werd opgevolgd. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze vrouwen hebben een keuze gemaakt in Nederland te komen werken en hebben daarbij enige organisatorische steun ontvangen van verdachte en daarvoor geld afgedragen. Daarmee is niet bewezen dat middelen zijn ingezet om hen onvrijwillig in de prostitutie te lokken en te houden. Ook het oogmerk van uitbuiting kan niet worden bewezen. Verdachte verdiende deels aan het werk dat zij deed voor deze vrouwen, maar niet veel en niet buitensporig, gelet op haar verrichtingen. Zij had ook niet de opzet tot uitbuiten, want dan had zij veel harder kunnen optreden, wanneer de vrouwen onvoldoende geld binnen haalden.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Het oordeel van de rechtbank.</para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>4.4.1.</nr>
        <para>Algemene overweging.</para>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank stelt voorop dat in zijn algemeenheid zorgvuldig moet worden omgegaan met verklaringen van getuigen in strafzaken. In het bijzonder in mensenhandelzaken is behoedzaamheid op zijn plaats, omdat de betrouwbaarheid van belastende verklaringen van vermeende slachtoffers in mensenhandelzaken onder druk kunnen staan vanwege angst, schaamte, wraakgevoelens en/of het vooruitzicht op andere voorzieningen als onderdak en hulp bij de opvang van gezins- of familieleden. Ook de betrouwbaarheid van ontlastende verklaringen van vermeende slachtoffers kan negatief beïnvloed worden door gevoelens van angst, loyaliteit of vanwege het hanteren van andere normen en waarden dan die welke ten grondslag liggen aan de strafwetgeving over mensenhandel.</para>
          <para>
            <?linebreak?>De uitgebreide verklaringen van de acht vrouwen kunnen als betrouwbaar worden aangemerkt, zowel op grond van elkaar bevestigende, overlappende verklaringen van de vrouwen tot op detailniveau als op grond van ander ondersteunend bewijs, te weten de verklaring van verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting van 15 december 2010, en de getapte telefoongesprekken. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Niet alle delen van de verklaringen van de acht vrouwen zijn echter voor het bewijs bruikbaar. De rechtbank zal de verklaringen van de vermeende slachtoffers gebruiken voor het bewijs voor zover deze, wat inhoud en consistentie betreft, passen in het geheel der afgelegde verklaringen en de overige bewijsmiddelen. Daarbij zal de rechtbank de geldende bewijsregels in acht nemen evenals de behoedzaamheid die in dit soort zaken past.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.4.2.</nr>
        <para>Medeplegen</para>
        <para />
        <parablock>
          <para>De officier van justitie heeft, onder verwijzing naar haar schriftelijk requisitoir, aangevoerd dat verdachte het ten laste gelegde niet alleen heeft gepleegd, maar dat sprake is geweest van samenwerking met anderen. Zo heeft verdachte bij het aanwerven van de vrouwen samengewerkt met in [land van herkomst] woonachtige personen en is verdachte bij de huisvesting van de vrouwen door anderen geholpen. Ook is verdachte bij het uitbuiten van de vrouwen geholpen door [naam 1] , [(ex-) vriend verdachte] en [naam 2] . De verdiensten heeft zij naar haar familie en de familieleden van [(ex-) vriend verdachte] gestuurd.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank overweegt omtrent dit verweer als volgt. Van medeplegen is sprake als twee of meer personen bewust en nauw samenwerken ten einde gezamenlijk een strafbaar feit te plegen. Daarbij is niet vereist dat verdachten, ieder voor zich, alle delictsbestanddelen van het desbetreffende strafbare feit hebben vervuld. Voor een nauwe en bewuste samenwerking is een aantal elementen van belang, waaronder de intensiteit van de samenwerking, de rol in de voorbereiding, uitvoering en/of afhandeling van die rol en het zich al dan niet distantiëren en de aanwezigheid op belangrijke momenten.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Uit de stukken van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting kan worden afgeleid dat verdachte met verschillende personen heeft samengewerkt of (telefonisch) contact heeft gehad met betrekking tot de door de officier van justitie genoemde feitelijke gedragingen die onderdeel uitmaken van de onder 1 ten laste gelegde mensenhandel. Voor de conclusie dat daarbij sprake is was van een zodanige samenwerking dat deze kan worden aangemerkt als de voor een bewezenverklaring van medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking, biedt het dossier echter onvoldoende aanknopingspunten en dat betekent dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het medeplegen.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Dit ligt echter anders voor het zover het gaat om het medenemen naar Nederland. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            [naam 1] bezocht medio 2009 met [(ex-) vriend verdachte] , (ex)partner van verdachte, die op dat moment in de gevangenis in [land van herkomst] verbleef. Vanuit het raam van de gevangenis spraken [naam 1] en [(ex-) vriend verdachte] over de reis die [naam 1] wilde maken naar Nederland. [(ex-) vriend verdachte] heeft [verdachte] , verdachte, gevraagd of [naam 1] bij haar in [plaats] zou kunnen verblijven. [(ex-) vriend verdachte] vroeg aan verdachte [naam 1] te helpen bij het zoeken van woonruimte in Nederland, omdat [naam 1] onbekend was in Nederland. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Verdachte heeft hierover ter terechtzitting van 15 december 2010 het volgende verklaard: “ [(ex-) vriend verdachte] zei dat ik bij een benzinestation in [plaatsnaam 6] [naam 1] moest ontmoeten. Hij zei tegen mij dat hij naar Nederland wilde komen met twee vrouwen die voor hem zouden werken. Hij vroeg mij of ik hen dan woonruimte kon bieden en ik zei dat op de bovenste verdieping plek was en dat ze daar konden wonen.“</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            [naam 1] vertrok vervolgens medio 2009 samen met zijn vriendin [(ex-) vriend verdachte] en een vriendin van [(ex-) vriend verdachte] , [vriendin verdachte] , met de auto vanuit [land van herkomst] naar [plaats] . [naam 1] en de twee vrouwen trokken tijdelijk bij verdachte in. Verdachte hielp de dames bij het vinden van een andere woning in [plaatsnaam 1] . Enige tijd na hun komst in [plaats] gingen [(ex-) vriend verdachte] en [vriendin verdachte] op de Wallen in Amsterdam aan de slag als prostituee. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Uit het voorgaande blijkt van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte, [naam 1] en [(ex-) vriend verdachte] die ziet op het meenemen van [(ex-) vriend verdachte] en [vriendin verdachte] naar Nederland. Voor dit meenemen is niet vereist dat sprake is van het oogmerk tot uitbuiting. Voor een nauwe en bewuste samenwerking die verder gaat dan dit meenemen in de zin van artikel 273f, lid 1 onder sub 3 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) heeft de rechtbank, zoals hierboven overwogen, onvoldoende aanknopingspunten aangetroffen.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.4.3.</nr>
        <para>De uitoefening van dwang.</para>
        <para />
        <parablock>
          <para>Verdachte wordt verweten dat zij dwang heeft uitgeoefend. De tenlastelegging omschrijft waaruit die dwang heeft bestaan door het per slachtoffer opsommen van een (groot) aantal gedragingen, zoals het verbieden van de woning van verdachte te verlaten, het dreigen tot het terugsturen naar [land van herkomst] als niet genoeg geld wordt verdiend en het draaien van dubbele diensten.</para>
          <para>
            <?linebreak?>De rechtbank merkt over het bewijzen van deze feitelijke gedragingen het volgende op. Het bewijsminimum zoals neergelegd in artikel 342 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) geldt voor de gehele tenlastelegging, en niet voor elk onderdeel ervan. De vraag of aan het bewijsminimum van artikel 342 lid 2 Sv is voldaan, laat zich niet in algemene zin beantwoorden, maar vergt een beoordeling van het concrete geval (HR 6 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BQ6144). De rechtbank acht in sommige gevallen op grond van de verklaring van één getuige bewezen dat verdachte een in de tenlastelegging genoemde feitelijke gedraging heeft verricht, indien die verklaring niet op zichzelf staat. Zo verklaart de rechtbank op basis van alleen de verklaring van een slachtoffer bewezen dat verdachte tegen het slachtoffer heeft gezegd dat zij ook moest werken als zij ziek, moe of ongesteld was indien er voldoende bewijs is voor het uiten van dergelijke dreigementen tegen andere slachtoffers.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Voorts dient bij de beantwoording van de vraag of sprake is van een dwangmiddel als bedoeld in artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht (Sr), te worden gekeken naar de bewezen verklaarde feitelijke gedragingen in onderlinge samenhang. Dat van een dwangmiddel sprake is, kan derhalve niet uitsluitend rechtstreeks uit individuele in de tenlastelegging genoemde feitelijke gedragingen worden afgeleid. </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.4.4.</nr>
        <parablock>
          <para>Oogmerk van uitbuiting</para>
          <para>
            <?linebreak?>In relatie tot de seksindustrie spreken de wetgever en de Hoge Raad van een uitbuitingssituatie, indien het slachtoffer in een situatie verkeert die niet gelijk is aan de omstandigheden waarin een mondige prostituee in Nederland pleegt te verkeren. In de uitspraak van de Hoge Raad van 5 februari 2002 (ECLI:NL:HR:2002:AD5235) wordt verwezen naar de memorie van antwoord bij het wetsvoorstel waarmee art. 250ter (oud) Sr werd geïntroduceerd. Artikel 250ter (oud) en artikel 250a (oud) Sr zijn voorlopers van het huidige artikel 273f Sr. De aard en de duur van het te verrichten werk is in deze uitleg van groot gewicht. Bij gedwongen tewerkstelling in de seksindustrie is per definitie sprake van uitbuiting, de lichamelijke integriteit is dan altijd in het geding. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Uit de bewijsmiddelen komt naar voren dat de vrouwen onder dwang van verdachte, met toepassing van de verschillende in artikel 273f Sr vermelde dwangmiddelen, werkzaamheden als prostituee hebben verricht. Reeds hierom kan uitbuiting worden bewezen. Dat verdachte het oogmerk op uitbuiting had bij het werven, vervoeren, overbrengen, huisvesten en opnemen van de vrouwen, volgt uit de omstandigheid dat zij zelf degene was die de vrouwen onder haar dwang de prostitutiewerkzaamheden liet verrichten. Dat een aantal vrouwen vrijwillig voor de prostitutie had gekozen en/of daarin al eerder werkzaam was geweest, vormt op zichzelf geen aanwijzing voor vrijwilligheid en maakt een en ander dus niet anders.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De essentie van de bewezen verklaarde mensenhandel door verdachte laat zich als volgt omschrijven. Voor nagenoeg alle vrouwen geldt dat zij een problematisch verleden hebben, dat zij eigenlijk niemand hadden om op terug te vallen en dat zij zich om die reden in een kwetsbare positie bevonden. Verdachte heeft misbruik gemaakt van die kwetsbare positie. Zij heeft zich ten opzichte van de vrouwen opgeworpen als een beschermvrouw. Verdachte deed zich voor als vriendin, deed lief, als iemand die hen begreep en bij wie zij terecht konden. Verdachte leek de vrouwen daarmee de aandacht te geven waarnaar ze op zoek waren, maar uiteindelijk bleek dit schijn. Verdachte verlangde immers een tegenprestatie, te weten de onderwerping aan haar controle bij de uitoefening van hun werkzaamheden. Verdachte bepaalde wanneer gewerkt werd en tot hoe laat gewerkt werd. Zij bepaalde hoeveel verdiend moest worden en wat vervolgens met die opbrengsten gebeurde. De verdiensten van de vrouwen moesten voor een (groot) deel aan verdachte worden afgestaan en werden door verdachte bewaard.</para>
          <para>Uit de stukken van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting kan niet exact worden vastgesteld op welke wijze (een deel van) dat geld vervolgens onder regie van verdachte werd gebruikt voor het betalen van de huur van de woning, het huishouden, cadeaus in de vorm van kleding en/of sieraden en andere uitgaven. Soms kregen de vrouwen een geldbedrag, als zij tijdelijk terug keerden naar [land van herkomst] , en betaalde verdachte die reis. Als de vrouwen niet voldeden aan de eisen van verdachte, strafte zij hen – zo blijkt uit de bewijsmiddelen - in de vorm van dwang en manipulatie. De vrouwen waren derhalve in de ten laste gelegde periodes allerminst vrij zelf te beslissen over de invulling van hun werkzaamheden als prostituee. Van geweld is echter geen sprake geweest, zodat verdachte van dit onderdeel van de tenlastelegging dient te worden vrijgesproken.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.4.5. (</nr>
        <parablock>
          <para>Gewoonte)witwassen</para>
          <para>De officier van justitie heeft, onder verwijzing naar haar schriftelijk requisitoir, bepleit dat het medeplegen van gewoontewitwassen kan worden bewezen, nu verdachte de verdiensten van de vrouwen heeft verworven en voorhanden gehad. Zij heeft er gebruik van gemaakt door onder meer de huur te betalen, door in haar levensonderhoud te voorzien, door reparaties aan haar auto te bekostigen, door pakketten naar [land van herkomst] te sturen en door geld naar haar familie en andere personen in [land van herkomst] te sturen, zodat sprake is geweest van verhullende handelingen.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank gaat er van uit dat verdachte een deel van de verdiensten uit de gedwongen prostitutiewerkzaamheden van de acht vrouwen heeft ontvangen en dat zij dat geld derhalve voorhanden heeft gehad. Het enkel verwerven en voorhanden hebben van geld dat uit eigen criminele activiteiten is verkregen, is onvoldoende om tot een bewezenverklaring van witwassen te komen. Bewezen dient te worden dat de gedragingen van de verdachte ook gericht zijn geweest op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst van het geld. Nu niet kan worden vastgesteld dat de verdachte het geld verkregen uit prostitutiewerkzaamheden heeft proberen te verbergen of verhullen in voornoemde zin, kan dit onderdeel niet tot een bewezenverklaring leiden. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Vervolgens ligt de vraag voor of bewezen kan worden dat sprake is van het gebruik maken van de bedoelde geldbedragen. De rechtbank beantwoordt ook deze vraag ontkennend. Op basis van de stukken in het dossier kan niet worden vastgesteld dat verdachte de opbrengsten uit de prostitutiewerkzaamheden van de acht vrouwen heeft gebruikt voor de huur en haar levensonderhoud dan wel anderszins heeft omgezet of overgedragen. Hierbij is mede van belang dat verdachte heeft aangevoerd dat zij werd onderhouden door haar vriend, heeft gewerkt in het restaurant van haar vriend en in de prostitutie inkomsten heeft gegenereerd. Niet kan worden uitgesloten dat zij door middel van deze inkomsten de huur heeft betaald en kort gezegd in haar levensonderhoud heeft voorzien. Gelet daarop kan (gewoonte)witwassen niet worden bewezen en dient verdachte van het onder 2 ten laste gelegde feit te worden vrijgesproken.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.4.6.</nr>
        <parablock>
          <para>Conclusie</para>
          <para>Op grond van de wettige bewijsmiddelen die in bijlage 2 bij dit vonnis zijn opgenomen en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop deze bewezenverklaring steunt, heeft de rechtbank de overtuiging gekregen, en acht dan ook bewezen, dat verdachte het onder 1 ten laste gelegde heeft begaan, zoals beschreven in rubriek 5. Voor zover de officier van justitie en de verdediging andere standpunten hebben aangevoerd, hoeven deze - gelet op het vorenstaande - niet verder worden besproken of worden ze door de feiten en omstandigheden, zoals weergegeven in de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen, weerlegd.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Bewezenverklaring</title>
    <parablock>
      <para>
        <?linebreak?>De rechtbank acht bewezen dat verdachte,</para>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="underline">ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde</emphasis>,</para>
      <para>in de periode van 1 april 2008 tot en met 3 november 2009 te Amsterdam en te [geboorteplaats] [naam 3] en [naam 4] en [naam 5] en [naam 6] en [naam 7] en [naam 8] en [(ex-) vriend verdachte] en [vriendin verdachte] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>door dwang en door dreiging met geweld en/of één of meer andere feitelijkheden en door misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door misbruik van een kwetsbare positie</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest en opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting van die [naam 3] en [naam 4] en [naam 5] en [naam 6] en [naam 7] en [naam 8] en [(ex-) vriend verdachte] en [vriendin verdachte] , </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>die [naam 3] en [naam 4] en [naam 5] en [naam 6] en [naam 7] en [naam 8] heeft aangeworven en medegenomen met het oogmerk die [naam 3] en [naam 4] en [naam 5] en [naam 6] en [naam 7] en [naam 8] in een ander land, te weten in Nederland, ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tezamen en in vereniging met anderen die [(ex-) vriend verdachte] en [vriendin verdachte] heeft medegenomen met het oogmerk die [(ex-) vriend verdachte] en [vriendin verdachte] in een ander land, te weten in Nederland, ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>die [naam 3] en [naam 4] en [naam 5] en [naam 6] en [naam 7] en [naam 8] en [(ex-) vriend verdachte] en [vriendin verdachte] met één of meer van de voornoemde middelen heeft gedwongen en bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten, te weten: prostitutiewerkzaamheden</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>dan wel</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>met één of meer van de voornoemde omstandigheden enige handeling heeft ondernomen waarvan zij, verdachte wist dat die [naam 3] en [naam 4] en [naam 5] en [naam 6] en [naam 7] en [naam 8] en [(ex-) vriend verdachte] en [vriendin verdachte] zich daardoor beschikbaar stelden tot het verrichten van arbeid of diensten, te weten: prostitutiewerkzaamheden</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van die [naam 3] en [naam 4] en [naam 5] en [naam 6] en [naam 7] en [naam 8] en [(ex-) vriend verdachte] en [vriendin verdachte] </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>die [naam 3] en [naam 4] en [naam 5] en [naam 6] en [naam 7] en [naam 8] en [(ex-) vriend verdachte] en [vriendin verdachte] met één of meer van de voornoemde middelen en omstandigheden heeft gedwongen dan wel bewogen haar, verdachte, te bevoordelen uit de opbrengst van de seksuele handelingen van die [naam 3] en [naam 4] en [naam 5] en [naam 6] en [naam 7] en [naam 8] en [(ex-) vriend verdachte] en [vriendin verdachte] met of voor een derde,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bestaande die dwang en die dreiging met geweld en/of één of meer andere feitelijkheden en die misleiding en dat misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en dat misbruik van een kwetsbare positie en dat werven, vervoeren, overbrengen, huisvesten en opnemen en dat dwingen en bewegen en dat handelen en dat handelingen ondernemen en dat voordeel trekken hierin dat zij, verdachte</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(ten aanzien van [naam 3] )</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>terwijl zij, verdachte, wist dat die [naam 3] alleen [taal] sprak en de werkgelegenheid in [land van herkomst] slecht was, die [naam 3] in [geboorteplaats] , [land van herkomst] heeft benaderd en heeft voorgesteld in Amsterdam in de prostitutie te gaan werken en</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>die [naam 3] heeft voorgehouden dat zij in de prostitutie in Amsterdam veel geld, te weten: € 500,- à € 600,-, of zelfs € 1.000,- per dag kon verdienen en</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>die [naam 3] met haar, verdachtes auto, een grijze Mercedes, kenteken [kentekennummer] , van [land van herkomst] naar Amsterdam heeft meegenomen teneinde in Nederland prostitutiewerkzaamheden te gaan verrichten en </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>die [naam 3] heeft gehuisvest in haar, verdachtes, woning in [plaatsnaam 1] en/of [plaatsnaam 2] en die [naam 3] van en naar haar werkkamer op de Wallen heeft vervoerd en</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>tegen die [naam 3] heef gezegd dat zij zonder haar, verdachte, de woning niet mocht verlaten en dat zij niet alleen de straat op mocht gaan en</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>voor die [naam 3] een werkkamer heeft geregeld en</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>dagelijks een deel van de verdiensten uit de prostitutiewerkzaamheden van die [naam 3] aan haar, verdachte, af heeft laten staan en</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>die [naam 3] onder meer telefonisch verantwoording af heeft laten leggen over hoeveel zij reeds had verdiend en hoeveel klanten zij reeds had afgewerkt en</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>tegen die [naam 3] heeft gezegd dat die [naam 3] door haar, verdachte, teruggestuurd zou worden naar [land van herkomst] , als die [naam 3] niet genoeg verdiende en</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>die [naam 3] aanwijzingen heeft gegeven hoe zij haar werk moest verrichten en die [naam 3] heeft aangemoedigd ook klanten die anale seks wilden te accepteren en</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>tegen die [naam 3] ging schreeuwen als die [naam 3] niet voldoende geld had verdiend en tegen die [naam 3] heeft gezegd dat zij beter haar best moest doen en</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>die [naam 3] , terwijl zij prostitutiewerkzaamheden verrichtte, heeft gebeld en tegen haar heeft gezegd dat zij harder moest werken en bij de [naam 3] voor haar werkkamer ging staan en vervolgens tegen die [naam 3] te zeggen dat zij beter zou gaan verdienen als zij, verdachte, voor haar raam zouden gaan staan en</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>tegen die [naam 3] heeft gezegd dat zij ook moest werken als zij ziek was en die [naam 3] heeft laten werken, terwijl zij vanwege uitslag op de binnenkant van haar dijbeen op doktersadvies 1,5 à 2 weken niet mocht werken en</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>die [naam 3] dubbele diensten heeft laten werken als die [naam 3] slecht had verdiend en</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>ervoor heeft gezorgd dat die [naam 3] niet over haar eigen verdiensten kon beschikken en dat zij, verdachte, bepaalde of die [naam 3] bepaalde goederen, onder meer kleding en sieraden, mocht aanschaffen</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(ten aanzien van die [naam 4] )</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>die [naam 4] in [land van herkomst] heeft benaderd en heeft voorgesteld in Amsterdam in de prostitutie te gaan werken en</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>die [naam 4] kort na haar 18e verjaardag met haar, verdachtes auto, een grijze Mercedes, kenteken [kentekennummer] , van [land van herkomst] naar Amsterdam heeft meegenomen teneinde in Nederland prostitutiewerkzaamheden te gaan verrichten en</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>die [naam 4] heeft rondgeleid in het prostitutiegebied op de Amsterdamse Wallen en</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>die [naam 4] heeft gehuisvest, onder meer in een woning in [plaatsnaam 1] en [plaatsnaam 2] en/of die [naam 4] van en naar haar werkkamer op de Wallen heeft vervoerd en</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>voor die [naam 4] een werkkamer op de Wallen heeft geregeld en</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>dagelijks (een groot deel van) de verdiensten uit de prostitutiewerkzaamheden van die [naam 4] aan haar, verdachte, af heeft laten staan en</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>die [naam 4] telefonisch verantwoording af heeft laten leggen over hoeveel zij reeds had verdiend en </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>tegen die [naam 4] ging schreeuwen als die [naam 4] niet voldoende geld had verdiend en tegen die [naam 4] heeft gezegd dat zij ook moest werken als zij ziek was en</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>terwijl zij, verdachte, die [naam 4] het gevoel gaf dat zij schulden had bij haar, verdachte, tegen die [naam 4] heeft gezegd dat indien die [naam 4] niet zou betalen, die [naam 4] terug zou moeten naar [land van herkomst] en dat zij dan helemaal geen kans meer zou hebben om geld te verdienen en</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>tegen die [naam 4] heeft gezegd dat als zij het lef zou hebben geld achter te houden en te verstoppen er hele enge dingen zouden gebeuren en dat zij, verdachte, die [naam 4] zou vertrappen en haar darmen eruit zou rukken en</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>tegen die [naam 4] heeft gezegd dat zij, verdachte de baas was en dat zij, verdachte, hier de hele business had opgebouwd en dat zij, verdachte bepaalde wat er gebeurde en</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>tegen die [naam 4] heeft gezegd dat zij, verdachte, eerder vrouwen voor zich had werken die zij helemaal had platgetrapt en dat zij, [naam 4] , dat moest onthouden en</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>die [naam 4] dubbele diensten liet werken en die [naam 4] aanmoedigde om door te gaan met werken, als die [naam 4] aangaf moe te zijn en de lange werkdagen niet meer vol te kunnen houden </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(ten aanzien van die [naam 5] )</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>die [naam 5] in [geboorteplaats] , [land van herkomst] , heeft benaderd en heeft voorgesteld in Amsterdam in de prostitutie te gaan werken en</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>die [naam 5] heef gezegd dat zij bij haar, verdachte, in huis kon wonen en dat zij, verdachte, voor die [naam 5] een werkkamer op de Amsterdamse Wallen kon regelen en dat die [naam 5] in ruil daarvoor de helft van haar inkomsten uit prostitutiewerkzaamheden aan haar, verdachte, moest afstaan en</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>die [naam 5] met haar, verdachtes, auto van [land van herkomst] naar Nederland heeft meegenomen teneinde in Nederland prostitutiewerkzaamheden te gaan verrichten en </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>die [naam 5] heeft gehuisvest in een woning in [plaatsnaam 2] en die [naam 5] meermalen van en naar haar werkkamer op de Wallen heeft vervoerd en</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>voor die [naam 5] een werkkamer op de Wallen heeft laten regelen en </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>tegen die [naam 5] heeft gezegd dat die [naam 5] alleen een werkkamer op de Wallen kon krijgen als zij op de Wallen kennissen had en dat [naam 5] zonder haar, verdachte, nooit een werkkamer op de Wallen kon bemachtigen en</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>dagelijks de helft van de verdiensten uit de prostitutiewerkzaamheden van die [naam 5] aan haar, verdachte, af heeft laten staan en</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>die [naam 5] telefonisch verantwoording af heeft laten leggen over hoeveel zij reeds had verdiend en/of hoeveel klanten zij reeds had afgewerkt en</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>tegen die [naam 5] ging schreeuwen als die [naam 5] niet voldoende geld had verdiend en</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>die [naam 5] controleerde en/of liet controleren door die [naam 5] middels camerabeelden in de gaten te (laten) houden en door aan een ander, te weten: [naam 3] , te vragen of die ander [naam 5] in de gaten wilde houden en</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>die [naam 5] heeft gezegd dat die [naam 5] de woning in [plaatsnaam 2] niet mocht verlaten en dat zij niet zonder verdachte de straat op mocht gaan en</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>toen [naam 5] contact kreeg met een man de simkaart van die [naam 5] in tweeën heeft gebroken</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(ten aanzien van die [naam 6] )</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>die [naam 6] in [land van herkomst] heeft benaderd en heeft voorgesteld in Amsterdam in de prostitutie te gaan werken en</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>die [naam 6] heeft gezegd dat zij bij haar, verdachte, in huis kon wonen en dat zij, verdachte, voor die [naam 6] een werkkamer op de Amsterdamse Wallen kon regelen en</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>die [naam 6] met haar, verdachtes, auto van [land van herkomst] naar Nederland heeft meegenomen teneinde in Nederland prostitutiewerkzaamheden te verrichten en</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>die [naam 6] heeft gehuisvest in een woning in [plaatsnaam 3] en [plaatsnaam 1] en</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>voor die [naam 6] een werkkamer heeft geregeld en</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>die [naam 6] van en naar haar werkkamer op de Wallen heeft vervoerd en</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>die [naam 6] dagelijks een deel van haar verdiensten in de prostitutie, te weten € 300,- en € 330,- aan haar, verdachte, af heeft laten staan en</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>tegen die [naam 6] heeft gezegd dat er mensen om hen heen waren die hen, indien nodig, bescherming konden geven en dat als die [naam 6] iets verkeerd zou doen, zij dan problemen zou ondervinden en</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>tegen die [naam 6] heeft gezegd dat zij zonder haar, verdachte, nooit een werkkamer kon krijgen en geen geld kon verdienen, als die [naam 6] geen geld aan haar, verdachte, en</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>toen die [naam 6] een relatie kreeg en met haar vriend wilde afspreken tegen die [naam 6] heeft gezegd dat zij een hoer was dat zij, verdachte, die [naam 6] dood ging maken </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(ten aanzien van die [naam 7] )</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>die [naam 7] in [geboorteplaats] , [land van herkomst] , heeft benaderd en die [naam 7] , wetende dat zij geen geld had en dat zij in slechte leefomstandigheden verkeerde, heeft voorgesteld in Amsterdam in de prostitutie te gaan werken en</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>die [naam 7] geld heeft gestuurd voor de reis van [geboorteplaats] naar Amsterdam en die [naam 7] bij aankomst in Amsterdam van het busstation met haar, verdachtes, auto heeft opgehaald en</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>die [naam 7] heeft gehuisvest in haar, verdachtes, woning in [plaatsnaam 2] en die [naam 7] van en naar haar werkkamer op de Wallen hebben vervoerd en</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>voor die [naam 7] een werkkamer op de Wallen heeft geregeld en lingerie voor die [naam 7] heeft/hebben gekocht en</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>dagelijks de helft van de verdiensten uit de prostitutiewerkzaamheden van die [naam 7] aan haar, verdachte, af heeft laten staan en die [naam 7] daarbovenop € 30,- à € 40,- per dag voor eten heeft laten betalen </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(ten aanzien van die [naam 8] )</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>die [naam 8] telefonisch heeft benaderd en tegen die [naam 8] heeft gezegd dat zij, verdachte, zich eenzaam voelde in Amsterdam en een vriendin zocht en die [naam 8] heeft gevraagd mee te gaan naar Nederland, teneinde in Nederland in de prostitutie te gaan werken en </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>die [naam 8] heeft meegenomen naar Nederland en</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>onderweg naar Nederland tegen die [naam 8] heeft gezegd dat zij wekelijks een bedrag van € 700,- van haar verdiensten uit de prostitutie aan haar, verdachte, moest geven en</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>die [naam 8] heeft gehuisvest in een woning in [plaatsnaam 4] en</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>die [naam 8] heeft gezegd dat zij wekelijks een bedrag van € 700,- en € 500,- en € 300,- van haar verdiensten uit de prostitutie aan haar, verdachte, af moest staan en</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>voor die [naam 8] een werkkamer heeft geregeld en</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>nadat die [naam 8] en/of haar “vriend” te kennen had(den) gegeven geen geld meer aan haar, verdachte, af te willen dragen die [naam 8] , terwijl die [naam 8] bij haar, verdachte en een ander, te weten: [naam 2] in de auto zat, per telefoon met [(ex-) vriend verdachte] ) heeft laten spreken en daarbij die [naam 8] dreigend heeft laten toespreken</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(ten aanzien van die [(ex-) vriend verdachte] en [vriendin verdachte] )</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>wetende dat die [(ex-) vriend verdachte] en [vriendin verdachte] naar Nederland kwamen om in de prostitutie te werken en alleen [taal] spraken en de weg in Amsterdam niet kenden, een werkkamer voor die [(ex-) vriend verdachte] en [vriendin verdachte] op de Amsterdamse Wallen heeft geregeld en</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>die [(ex-) vriend verdachte] en [vriendin verdachte] heeft gehuisvest in een woning in [plaatsnaam 2] en [plaatsnaam 1] en die [(ex-) vriend verdachte] en [vriendin verdachte] van en naar hun werkkamer op de Wallen heeft vervoerd teneinde daar prostitutiewerkzaamheden te verrichten en</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>die [(ex-) vriend verdachte] en [vriendin verdachte] een deel en/of de helft van hun verdiensten uit prostitutiewerkzaamheden aan haar, verdachte, heeft laten afstaan en</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>tegen die [(ex-) vriend verdachte] en [vriendin verdachte] heeft gezegd dat zij hun werkkamer kwijt zouden raken als zij geen geld aan haar, verdachte, afdroegen</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van de feiten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De strafbaarheid van verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>8</nr>Motivering van de straf en maatregel</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>8.1.</nr>
      <para>De eis van de officier van justitie</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door haar onder 1 en 2 bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 7 jaren, met aftrek van voorarrest.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft, onder verwijzing naar haar schriftelijk requisitoir, onder meer aangevoerd dat de gepleegde feiten te ernstig zijn en op té grote schaal gepleegd om nog op een voorwaardelijke straf te kunnen terugvallen. In de wereld van de mensenhandel komt het vaker voor dat een slachtoffer een dader wordt. Als slachtoffer heeft verdachte hiervan in elk geval geen aangifte gedaan en de behandeling bij de psycholoog heeft verdachte stop gezet. Mensenhandel is een ernstig feit dat in hoge mate de persoonlijke integriteit en vrijheid schendt en als het betrekking heeft op prostitutie, is tevens sprake van een grove inbreuk op de lichamelijk integriteit. Verdachte heeft er doelbewust voor gekozen veelal jonge vrouwen uit te buiten in de prostitutie en zij heeft geprofiteerd van de verdiensten van deze vrouwen. Haar slachtoffers leefden in [land van herkomst] onder weinig rooskleurige omstandigheden en vormden voor verdachte gemakkelijke prooien. Zij waren volledig afhankelijk van verdachte en zijn door verdachte misleid. De vrouwen moesten zeven dagen per week werken en ziek zijn was niet bespreekbaar. Bij het bepalen van de eis heeft de officier van justitie enigszins gelet op de verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte en heeft zij rekening gehouden met een overschrijding van de redelijke termijn. Als deze termijn niet zou zijn overschreden, had de officier van justitie een gevangenisstraf van 8 jaren gevorderd.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.2.</nr>
      <para>Het strafmaatverweer van de verdediging</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman heeft als standpunt naar voren gebracht, onder verwijzing naar zijn pleitaantekeningen, dat verdachte zelf het slachtoffer is geweest van mensenhandel en haar activiteiten in de facilitering van andere vrouwen heeft uitgevoerd onder invloed van [(ex-) vriend verdachte] , haar uitbuiter. De berechting van de zaak heeft te lang geduurd en hoewel dat voor een deel is te wijten aan de verdediging, is de redelijke termijn overschreden en dient daarmee rekening te worden gehouden, als verdachte wordt veroordeeld. Verdachte heeft de politie begin 2013 om hulp gevraagd. Zij was werkzaam als prostituee in België en [(ex-) vriend verdachte] heeft haar opnieuw aangezet om voor hem te komen werken. De politie kon haar niet helpen, omdat het zich in België afspeelde. De raadsman heeft verder gewezen op de adviezen in de rapportages. Verdachte is eerder behandeld door een psycholoog en is kort gezegd nog niet uitbehandeld. Zij zal het uiteindelijk zelf moeten doen en de raadsman verzoekt de rechtbank om verdachte daartoe in de gelegenheid te stellen. Het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zoals geëist door de officier van justitie lost de problemen van verdachte niet op. De raadsman bepleit een fors lagere gevangenisstraf op te leggen, zodanig dat ruimte is om een deel voorwaardelijk op te leggen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.3.</nr>
      <para>Het oordeel van de rechtbank</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder laten meewegen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan mensenhandel door te handelen als hiervoor bewezen is verklaard.</para>
        <para>
          <?linebreak?>Verdachte heeft in de bewezen verklaarde periode van 1 april 2008 tot en met 3 november 2009 acht vrouwen uitgebuit. Zij heeft deze vrouwen gedurende verschillende periodes in de bewezen verklaarde periode gedwongen tegen betaling seksuele diensten te verrichten en daarvan heeft zij financieel geprofiteerd. Een deel van deze vrouwen moest soms dubbele diensten draaien en een (groot) deel van hun verdiensten aan haar afstaan. De omstandigheid dat enkele van deze vrouwen eerder in [land van herkomst] in de prostitutie zou hebben gewerkt, doet hierbij niet ter zake. Zij moesten zeven dagen per week beschikbaar zijn als prostituee en allerlei seksuele diensten verrichten, ook als dit gevaar voor hun gezondheid opleverde. De vrouwen waren voor verdachte niet meer dan een inkomstenbron die haar een gemakkelijker leven bezorgde. De rechtbank rekent dit verdachte zeer zwaar aan. Verdachte heeft door te handelen zoals hiervoor bewezen verklaard, de persoonlijke vrijheid van deze vrouwen geschonden en een ernstige inbreuk gemaakt op hun lichamelijke en geestelijke integriteit. De uitbuiting heeft voor de vrouwen grote financiële gevolgen gehad. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft acht geslagen op de inhoud van de navolgende over verdachte opgemaakte rapportages:</para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>een Pro Justitia rapport van gz-psycholoog dr. D.J. Burck van 8 april 2011;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>een reclasseringsadvies van de reclassering Nederland van 29 november 2010;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>een Pro Justitia rapport van gz-psycholoog drs. M.J. Spaans van 25 oktober 2010.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>Verdachte is blijkens een haar betreffend uittreksel Justitiële Documentatie van 29 april 2014 niet eerder met politie en justitie in Nederland in aanraking geweest. De rechtbank neemt het advies van psycholoog Burck over dat verdachte als verminderd toerekeningsvatbaar kan worden beschouwd en heeft verder kennis genomen van de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals verdachte en de raadsman deze ook ter zitting hebben toegelicht. Verdachte is, net als de slachtoffers in deze zaak, vanuit [land van herkomst] naar Nederland gekomen om in de prostitutie te werken teneinde met deze verdiensten de situatie van haarzelf en haar familieleden in [land van herkomst] te verbeteren. Nadat verdachte vanwege letsel aan haar voet deze prostitutiewerkzaamheden niet meer fulltime kon verrichten heeft zij de rol van haar in [land van herkomst] gedetineerde (ex) vriend overgenomen en, kort gezegd, gehandeld zoals hiervoor bewezen is verklaard. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Zoals uit dit vonnis blijkt, is sprake van mensenhandel. De maximumstraf voor mensenhandel is sinds 1 juli 2009 8 jaar. Aldus geldt voor de bewezen verklaarde periode van 1 juli 2009 tot en met 3 november 2009 een strafmaximum van 8 jaar en voor de periode van 1 april 2008 tot en met 1 juli 2009 een strafmaximum van 6 jaar. De rechtbank zal de ernst van de feiten en de ontwikkeling in het maatschappelijk denken daarover meewegen bij het bepalen van de straf. In dat licht bezien zijn de feiten te ernstig om af te doen met een gevangenisstraf van zodanige duur dat deze ruimte biedt voor een voorwaardelijk deel, zoals door de verdediging is voorgesteld.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank komt, alles overwegende, tot een lagere onvoorwaardelijke gevangenisstraf dan geëist door de officier van justitie, aangezien de rechtbank verdachte grotendeels zal vrijspreken van de strafverzwarende omstandigheid “gepleegd door twee of meer verenigde personen” en van het onder 2 ten gelaste gelegde gewoontewitwassen. Deze gevangenisstraf dient er toe te leiden dat verdachte voorlopig geen vrouwen meer kan uitbuiten en verder heeft de zwaarte van de straf tot doel verdachte ervan te weerhouden in de toekomst verder te gaan met haar uitbuitingspraktijken. De straf zal er verder mogelijk aan kunnen bijdragen dat mensenhandel ook voor anderen een minder aanlokkelijke manier wordt om geld te verdienen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.4.</nr>
      <para>Redelijke termijn</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Tenslotte dient de rechtbank acht te slaan op de redelijke termijn. Verdachte is op 3 november 2009 in verzekering gesteld en kon vanaf die dag in redelijkheid de verwachting ontlenen dat door het Openbaar Ministerie een strafvervolging tegen haar zou worden ingesteld. Wat de berechting van de zaak in eerste aanleg betreft, heeft als uitgangspunt te gelden dat de behandeling van de zaak ter terechtzitting in beginsel dient te zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaar nadat de op zijn redelijkheid te beoordelen termijn is aangevangen.</para>
        <para>
          <?linebreak?>Op 5 februari 2010 heeft in de onderhavige zaak de eerste pro forma behandeling plaatsgevonden, waarna de zaak voor het horen van getuigen op 28 april 2010 en 15 juli 2010 is aangehouden. Op 26 augustus 2010 is de voorlopige hechtenis van verdachte geschorst en op 15 december 2010 is de zaak inhoudelijk behandeld. Op verzoek van de verdediging is de zaak toen aangehouden voor een nader onderzoek naar de persoon van verdachte, welk onderzoek op 8 april 2011 was afgerond. Ruim 15 maanden later, op 26 juli 2012, is de zaak wederom aangehouden vanwege ziekte vanwege de raadsman. Daarna heeft de zaak nog bijna twee jaren moeten wachten op de inhoudelijke behandeling, die op 22 mei 2014 is afgerond. Op 5 juni 2014 is het onderzoek ter terechtzitting gesloten.</para>
        <para>
          <?linebreak?>In onderhavige zaak wordt heden vonnis gewezen en dat betekent dat de redelijke termijn met ruim 2 jaren en 7 maanden is overschreden, terwijl geen sprake is van een bijzondere omstandigheid die deze overschrijding kan rechtvaardigen. Uit (vaste) jurisprudentie van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2008:BD2578) volgt dat bij een overschrijding van de redelijke termijn van niet meer dan 12 maanden de straf met 10% wordt verminderd. In het geval die termijn met meer dan 12 maanden is overschreden, dient naar bevind van zaken te worden gehandeld. De rechtbank is, alles overwegende, van oordeel dat een vermindering van 6 maanden redelijk voorkomt en zal dan ook de in beginsel passend geachte gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden met 14% verminderen.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.5.</nr>
      <para>Voorlopige hechtenis</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft in tweede termijn, na het pleidooi van de raadsman, de opheffing van de schorsing bevel tot voorlopige hechtenis gevorderd, nu verdachte – zonder hiervan melding te doen – niet meer op het door haar opgegeven adres verblijft en daardoor een van de schorsingsvoorwaarden heeft overtreden. De rechtbank overweegt omtrent deze vordering dat de voorlopige hechtenis van verdachte door de raadkamer van het gerechtshof te Amsterdam is geschorst op 26 augustus 2010 en dat verdachte sindsdien op alle terechtzittingen is verschenen. In het door de officier van justitie ter zitting overgelegde proces-verbaal van bevindingen van 22 mei 2014 is onder meer weergegeven dat op 22 mei 2014 omstreeks 11.00 uur is aangebeld op het woonadres van verdachte, maar dat bij dat adres geen beweging zichtbaar was en niet werd opengedaan. De officier van justitie heeft de afgelopen vier jaren ruim voldoende de tijd gehad om te controleren of verdachte zich aan de schorsingsvoorwaarden heeft gehouden en het heeft weinig zin tot zo’n adrescontrole over te gaan op het moment dat verdachte ter terechtzitting aanwezig is. De rechtbank wijst deze vordering dan ook af.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.6.</nr>
      <para>De benadeelde partijen</para>
      <paragroup>
        <nr>8.6.1.</nr>
        <parablock>
          <para>Het standpunt van de officier van justitie</para>
          <para>
            <?linebreak?>De officier van justitie heeft als standpunt naar voren gebracht dat de vordering van de benadeelde partij [naam 4] kan worden toegewezen tot een bedrag van € 148.065,20, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De vordering van de benadeelde partij [naam 3] dient niet-ontvankelijk te worden verklaard, nu zij geen schadebedrag heeft gevorderd.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>8.6.2.</nr>
        <parablock>
          <para>Het standpunt van de verdediging</para>
          <para>
            <?linebreak?>De raadsman heeft als standpunt naar voren gebracht dat geen sprake is van benadeling door verdachte. Benadeelde partij [naam 4] heeft onvoldoende aangegeven hoe dit enorme bedrag tot stand is gekomen. Zij verdiende amper genoeg om de kamerverhuur te betalen.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>8.6.3.</nr>
        <parablock>
          <para>Het oordeel van de rechtbank</para>
          <para>
            <?linebreak?>8.6.3.1. Benadeelde partij [naam 3]</para>
          <para>
            <?linebreak?>De benadeelde partij heeft zich door middel van een voegingsformulier d.d. 14 december 2010 in het strafproces gevoegd, maar geen schadebedrag ingevuld. Of de benadeelde partij daadwerkelijk schade vergoed wil zien, vereist nader onderzoek. De zaak zou dan moeten worden aangehouden en dat levert een onevenredige belasting van het strafgeding op. Gelet hierop zal de rechtbank bepalen dat de benadeelde partij in de vordering niet-ontvankelijk is. De benadeelde partij kan de vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.</para>
        </parablock>
        <para />
        <para />
        <parablock>
          <para>8.6.3.2.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De benadeelde partij [naam 4] heeft zich als gevolg van het onder 1 bewezen geachte in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding, te weten:</para>
        </parablock>
        <itemizedlist mark="-">
          <listitem>
            <para>materiële schade			€ 	143.065,20</para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>immateriële schade			<emphasis role="underline">-	    5.000,00</emphasis><?linebreak?>                                                           €	148.065,20</para>
          </listitem>
        </itemizedlist>
        <para>
          <?linebreak?>Namens de benadeelde partij is ter terechtzitting verschenen raadsman mr. M.L. van Gaalen, advocaat te Amsterdam. De raadsman heeft de gewijzigde vordering tot schadevergoeding ter terechtzitting toegelicht.</para>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank overweegt als volgt.</para>
          <para>Bij de bepaling van de hoogte van het bedrag aan materiële schade heeft de rechtbank de verklaringen van [naam 4] als uitgangspunt genomen. [naam 4] heeft verklaard dat zij altijd zeven dagen per week werkte, dat de afspraak was dat ze 50% of € 300 moest betalen aan verdachte en dat verdachte daarvan € 125 terug aan haar gaf voor de kamerhuur. Ze moest minimaal € 250 per dag afgeven. Er waren dagen dat ze dat niet haalde en dan bouwde ze een schuld op. Dan kwam het ervan dat ze alles moest afgeven. Als ze dan € 500 of € 700 verdiende, gaf ze dat aan verdachte. Als [naam 4] naar [land van herkomst] ging, gaf verdachte haar 220.000 forint (ongeveer € 1.000,-), waarvan ook het vliegticket werd betaald. Ze is 5 à 6 keer terug geweest naar [land van herkomst] en kreeg dan steeds ongeveer € 1.000 van verdachte mee. In haar tweede verhoor verklaart [naam 4] dat de afspraak was dat ze € 325 dagelijks aan verdachte gaf en dat ze hiervan € 125 van verdachte terug kreeg om de kamerhuur te betalen. Ze betaalde dus feitelijk € 200 aan verdachte. Alles wat ze meer verdiende, mocht ze zelf houden. Dit was van korte duur, want korte tijd later moest ze al haar geld afgeven. In haar derde verhoor geeft [naam 4] aan dat ze de eerste 30 dagen € 200 per dag aan verdachte afstond, dat ze, als ze minder betaalde, een schuld opbouwde en na die 30 dagen al haar verdiensten aan verdachte moest afstaan. Gemiddeld heeft ze € 400 per dag, exclusief de kamerhuur, aan verdachte betaald in de periode dat ze voor verdachte werkte. Ze is 5 à 6 keer terug geweest. [naam 4] heeft vanaf eind augustus 2008 tot ongeveer november 2009 voor verdachte gewerkt, dat zijn ruim 14 maanden.</para>
          <para>Gelet op deze verklaringen gaat de rechtbank ervan uit dat [naam 4] gemiddeld € 200 per dag aan verdachte heeft afgestaan. Rekening houdend met de periodes waarin [naam 4] mogelijk minder dan 7 dagen per week heeft gewerkt, vanwege vakanties en bijvoorbeeld ziekte, acht de rechtbank aannemelijk dat [naam 4] gemiddeld 6 dagen per week (25 dagen per maand) heeft gewerkt. In totaal heeft zij derhalve gedurende 14 maanden en 1 week ongeveer € 71.000 verdiend met prostitutiewerkzaamheden (5 dagen + 14 x 25 dagen x € 200 per dag). Op dit bedrag wordt in mindering gebracht een bedrag van € 6.000, aangezien [naam 4] ongeveer 6 maal een bedrag van € 1.000 van verdachte heeft teruggekregen. Daarnaast heeft verdachte kosten betaald voor [naam 4] , zoals gespecificeerd in het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel van 17 november 2010. Een deel van deze kosten (huur werkkamer) is reeds verdisconteerd in bovenstaande berekening. De rechtbank stelt deze kosten vast op een bedrag van - afgerond - € 10.000 en stelt de materiële schade van [naam 4] dan ook in ieder geval vast op het redelijk te achten bedrag van € 55.000.</para>
          <para>Daarnaast vordert [naam 4] een bedrag van € 5.000 aan immateriële schade. De rechtbank komt dit bedrag, gelet op de ernst van het feit en de lange duur waarover het bewezenverklaarde zich heeft afgespeeld, redelijk voor en zal ook dit bedrag toewijzen. In totaal zal een bedrag van € 60.000 worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het ontstaan van het ontstaan van de schade tot aan de dag van de algehele voldoening. </para>
          <para>Voor het overige zal benadeelde partij [naam 4] niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering. Zij kan dit deel van de vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen. Voorts zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>In het belang van [naam 4] voornoemd wordt, als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f Sr) aan verdachte opgelegd. </para>
        </parablock>
      </paragroup>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>
      <?linebreak?>9. Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen 36f, 57 en 273f van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze wettelijke voorschriften zijn toepasselijk zoals geldend ten tijde van het bewezen geachte.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>Beslissing</title>
    <parablock>
      <para>
        <?linebreak?>De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.</para>
      <para>
        <?linebreak?>Verklaart de dagvaarding partieel nietig, telkens voor zover deze ziet op de onder 1 opgenomen zinsneden ‘een of meer andere vrouwen’.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het onder 2 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:</para>
      <para>Mensenhandel, meermalen gepleegd</para>
      <para>en</para>
      <para>mensenhandel, gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het bewezene strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart verdachte, <emphasis role="bold">[verdachte]</emphasis>, daarvoor strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van <emphasis role="bold">3 jaren</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart benadeelde partij [naam 3] niet-ontvankelijk in haar vordering.</para>
      <para>
        <?linebreak?>Wijst de vordering van de benadeelde partij [naam 4] , te dezen domicilie kiezende op het kantooradres van haar gemachtigde raadsman  mr. M.L. van Gaalen, [adres 2] , toe tot een bedrag van € 60.000, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover van het moment van ontstaan van de schade, 4 november 2009, tot aan de dag van de algehele voldoening.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt verdachte aan [naam 4] voornoemd het toegewezen bedrag te betalen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart de benadeelde partij in het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Legt aan verdachte de verplichting op, aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [naam 4] te betalen de som van € 60.000, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover van het moment van ontstaan van de schade, 4 november 2009, tot aan de dag van de algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 318 dagen, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte heeft voldaan aan een van de voornoemde betalingsverplichtingen, daarmee de andere is vervallen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Heft het - geschorste - bevel tot voorlopige hechtenis op.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door </para>
      <para>mr. W.F. Korthals Altes, 	voorzitter,</para>
      <para>mrs. F.M.S. Requisizione en B.C. Langendoen, 	rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van E.J.M. Veerman, 	griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 19 juni 2014.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>