<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2014:3314</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-10T12:57:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-06-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-02-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13.751236-13</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#raadkamer">Raadkamer</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2014:3314">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2014:3314</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-06-17T12:11:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-06-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2014:3314 Rechtbank Amsterdam , 28-02-2014 / 13.751236-13</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2014:3314:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>EAB Finland, vervolging, beperkingen, detentie</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2014:3314:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13.751236-13</para>
      <para>RK nummer: 14/958</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BESCHIKKING</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in raadkamer op het bezwaarschrift ex artikel 61 Overleveringswet (OLW) jo. artikel 62a,</para>
      <para>vierde lid, Wetboek van Strafvordering (Sv) in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [klager]
        </emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] (Finland) op [geboortedatum],</para>
      <para>zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,</para>
      <para>thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [locatie] te [plaats];</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna te noemen “klager”,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen het bevel van de officier van justitie te Amsterdam van 5 februari 2014, tot het opleggen</para>
      <para>van beperkingen als bedoeld in artikel 62 Sv.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bezwaarschrift is op 11 februari 2014 ter griffie van deze rechtbank ingediend. De</para>
      <para>rechtbank heeft op 27 februari 2014 de raadsvrouw, mr. T. Korff, namens haar kantoorgenoot</para>
      <para>mr. M.A.M. Pijnenburg, advocaat te Amsterdam, en de officier van justitie in besloten</para>
      <para>raadkamer gehoord. Klager heeft op 27 februari 2014 afstand gedaan; zijn raadsvrouw heeft</para>
      <para>verklaard uitdrukkelijk door hem gemachtigd te zijn.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In verband met het spoedeisende karakter van de zaak is op 28 februari 2014 uitspraak</para>
      <para>gedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Inhoud van het bezwaarschrift</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bezwaarschrift richt zich tegen de door de officier van justitie opgelegde beperkingen. In</para>
      <para>het bezwaarschrift en ter zitting is namens klager aangevoerd - samengevat - dat voor de</para>
      <para>opgelegde beperkingen geen wettelijke basis bestaat, er geen gronden zijn die de beperkingen</para>
      <para>kunnen rechtvaardigen en dat klager onevenredig zwaar getroffen wordt.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Feiten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Klager is op 19 december 2013 voorlopig aangehouden op verzoek van de justitiële</para>
      <para>autoriteiten in Finland, onder verwijzing naar het bepaalde in artikel 21 OLW. Klager verblijft</para>
      <para>sindsdien in overleveringsdetentie uit hoofde van de OLW.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft bij bevel van 5 februari 2014 bevolen dat in het belang van het</para>
      <para>onderzoek beperkende maatregelen worden getroffen. Die maatregelen houden, kort gezegd,</para>
      <para>in dat de opgeëiste persoon zonder uitdrukkelijke toestemming van de officier van justitie</para>
      <para>geen bezoek mag ontvangen, geen telefonisch contact, middellijk noch onmiddellijk, mag</para>
      <para>hebben met anderen zonder uitdrukkelijke toestemming van de officier van justitie/rechter-commissaris, geen brieven mag verzenden of ontvangen zonder uitdrukkelijke toestemming van en na controle door of vanwege de officier van justitie, geen enkel contact mag hebben - mondeling noch schriftelijk noch telefonisch, middellijk noch onmiddellijk- met medegedetineerden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Standpunt van de officier van justitie</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft ter zitting uitgesproken de door haar overgelegde</para>
      <para>“Aantekeningen ten behoeve van het bezwaarschrift tegen bevel beperkingen”.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De Overleveringswet</emphasis>
      </para>
      <para>Artikel 61 OLW bepaalt dat de opgeëiste persoon die op basis van deze wet van zijn vrijheid</para>
      <para>wordt beroofd, wordt behandeld als een verdachte die krachtens Sv aan een overeenkomstige</para>
      <para>maatregel is onderworpen. Aangenomen dient te worden dat, ook al wordt artikel 62 Sv niet</para>
      <para>genoemd bij de bepalingen die in artikel 30 OLW van overeenkomstige toepassing zijn</para>
      <para>verklaard, hiermee artikel 62 Sv van overeenkomstige toepassing is in geval van</para>
      <para>overleveringsdetentie. De officier van justitie moet derhalve in beginsel bevoegd worden</para>
      <para>geacht tot het treffen van de in artikel 62 Sv bedoelde maatregelen, waaronder het nemen van</para>
      <para>vingerafdrukken en foto’s, maar ook het opleggen van beperkingen, krachtens</para>
      <para>rechtshulpverzoek van de betreffende buitenlandse autoriteit, die om overlevering van de</para>
      <para>opgeëiste persoon heeft gevraagd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nog daargelaten hetgeen eerder door de rechtbank, op 6 maart 2009 (NBSTRAF 2009/190)</para>
      <para>over de toelaatbaarheid van beperkingen in het kader van de overleveringsdetentie is beslist,</para>
      <para>is in de onderhavige zaak naar het oordeel van de rechtbank het een gepasseerd station om</para>
      <para>nog beperkingen op te leggen en wel om het volgende.</para>
      <para>De opgeëiste persoon is op 19 december 2013 aangehouden en één dag later, op 20 december</para>
      <para>2013, door de Nederlandse officier van justitie in het kader van het Finse overleveringsverzoek gehoord. Op diezelfde datum, namelijk 20 december 2013, is door de</para>
      <para>Finse autoriteiten (National Bureau of Investigation te Vantaa) een rechtshulpverzoek</para>
      <para>ingediend bij het LIRC te Zoetermeer. Het rechtshulpverzoek houdt onder meer in:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">1 also request that no other persons than the police officers of the Finnish Liaison Bureau of</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Europol and police investigators investigating the case in Finland are allowed to meet the</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">suspect, but no third persons, if the Dutch legislation does not allow otherwise.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Kennelijk heeft dit verzoek op dat moment geen aanleiding gegeven tot het opleggen van</para>
      <para>beperkingen. Tot 5 februari 2014, datum van het thans aan de orde zijnde rechtshulpverzoek</para>
      <para>tot het opleggen van beperkingen (en de daadwerkelijke uitvoering daarvan), heeft de</para>
      <para>opgeëiste persoon onbeperkt kunnen communiceren vanuit het huis van bewaring. Niet wel</para>
      <para>valt in te zien hoe beperkingen nu nog aan de door Finland gestelde belangen om deze</para>
      <para>beperkingen op te leggen tegemoet kunnen komen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Slotsom</emphasis>
      </para>
      <para>De conclusie moet zijn dat de belangen voor klager bij het opheffen van de beperkingen</para>
      <para>groter zijn dan de belangen van het Openbaar Ministerie om deze te handhaven.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">VERKLAART</emphasis> het bezwaar tegen het bestreden bevel van de officier van justitie gegrond;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">HEFT OP</emphasis> de beperkingen door de officier van justitie bij bevel van 5 februari 2014</para>
      <para>opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven op 28 februari 2014 in raadkamer van deze rechtbank door</para>
      <para>mr. W.H. van Benthem, 								voorzitter,</para>
      <para>mrs. A.C. Enkelaar en S.A. Krenning, 						rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van R. Schilp, 							griffier</para>
      <para>en ondertekend door de voorzitter en de griffier.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>