<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2014:1422</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-12T14:04:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-03-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-03-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AMS 12-6445</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2014:1422">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2014:1422</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-08-14T09:17:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-08-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2014:1422 Rechtbank Amsterdam , 11-03-2014 / AMS 12-6445</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2014:1422:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Voorschrift verbonden aan de belanghebbendenvergunning voor de taxistandplaats CS. Verplichting om honden te vervoeren in de taxi? Geen toepassing van artikel 6:19 Awb t.a.v. de nieuwe vergunning. Niet-ontvankelijk; geen procesbelang.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Eiser is tegen de wijziging van een vergunningsvoorschrift opgekomen. Er is geen overtreding van het bestreden voorschrift geconstateerd. De belanghebbenden-vergunning van eiser waarin het bestreden voorschrift is opgenomen, is inmiddels vervallen. Het beroep richt zich dus tegen een vergunning die inmiddels niet meer geldt.</para>
        <para>Het taxivervoer in Amsterdam wordt thans geregeld via de Taxiverordening 2012 en op grond daarvan verstrekte taxivergunningen. Dat de voorschriften bij de taxivergunning nagenoeg gelijk zijn aan de belanghebbendenvergunning, betekent niet dat de rechtbank op grond van artikel 6:19 van de Awb een oordeel moet geven over de nieuwe taxivergunning en bijbehorende voorschriften. Het besluit tot verlening van die vergunning is dus gebaseerd op een nieuwe wettelijke grondslag en houdt geen verband met het bestreden besluit. </para>
        <para>Niet valt in te zien dat het resultaat van het onderhavige beroep voor eiser nog van feitelijke betekenis kan zijn.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2014:1422:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para>Bestuursrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: AMS 12/6445 </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de meervoudige kamer van 11 maart 2014 in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role=" bold">
      [naam], te [woonplaats], eiser</bridgehead>
    <para>(gemachtigde mr. J. Veltheer),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam</emphasis>, <emphasis role="bold">verweerder</emphasis></para>
      <para>(gemachtigden J.W.C.M. van Westing en mr. J. Pot).</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 13 juni 2012 (het primaire besluit) heeft verweerder voorschrift (f), verbonden aan de belanghebbendenvergunning van eiser voor de taxistandplaats bij het Centraal Station te Amsterdam, aangepast.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 13 november 2012 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen dit besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 30 januari 2014. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder is vertegenwoordigd door zijn gemachtigden. De rechtbank heeft de zaak gevoegd behandeld met de zaak met nummer AMS 12/5362. Na sluiting van het onderzoek heeft de rechtbank de zaken weer gesplitst. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.1	Eiser was in het bezit van een belanghebbendenvergunning voor de taxistandplaats Centraal Station te Amsterdam. Deze vergunning was verleend op grond van de Parkeerverordening 2009 en gaf eiser de bevoegdheid om met gebruikmaking van voornoemde taxistandplaats vervoer aan te bieden. Aan deze vergunning waren voorschriften verbonden, genummerd (a) tot en met (m). Voorschrift (f) luidde met ingang van 15 juni 2012: ‘<emphasis role="italic">De vergunninghouder mag geen ritten weigeren, tenzij in redelijkheid niet van de chauffeur kan worden gevergd de klant te vervoeren.</emphasis>’. Eiser is tegen de wijziging van deze vergunningsvoorwaarde opgekomen. Hij heeft daarbij onder meer aangevoerd dat verweerder op grond van dit voorschrift niet van hem kan vergen dat hij klanten vervoert die een hond – niet zijnde een geleide- of hulphond – bij zich hebben.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.2	Op 8 november 2012 is de Taxiverordening 2012 in werking getreden.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.3	Op 1 juni 2013 is de belanghebbendenvergunning van eiser verlopen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.</nr>
      <para>De rechtbank ziet zich allereerst (ambtshalve) voor de vraag geplaatst of eiser nog belang heeft bij de onderhavige procedure. </para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>3.1</nr>
        <para>Voor het aannemen van procesbelang is vereist dat het resultaat dat eiser met dit beroep nastreeft ook daadwerkelijk kan worden bereikt en het realiseren van dat resultaat voor eiser feitelijk betekenis kan hebben. De rechtbank stelt voorop dat er in het geval van eiser geen overtreding van het bestreden voorschrift is geconstateerd. De rechtbank stelt verder vast dat de belanghebbendenvergunning van eiser waarin het bestreden voorschrift is opgenomen, inmiddels is vervallen. Het beroep richt zich dus tegen een vergunning die inmiddels niet meer geldt. Het taxivervoer in Amsterdam is niet langer geregeld via belanghebbendenvergunningen en de Parkeerverordening 2009 maar via de Taxiverordening 2012. Per 1 juni 2013 zijn taxivergunningen verstrekt op grond van deze verordening.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.2</nr>
        <para>Namens eiser is ter zitting betoogd dat hij nog steeds een procesbelang heeft omdat voor de huidige taxivergunning dezelfde materiële voorschriften gelden als destijds voor de belanghebbendenvergunning. De aan de taxivergunning gekoppelde vervoersverplichting is nu opgenomen in artikel 1, derde lid, aanhef en onder a, van de Nadere regels eisen chauffeurs en is nagenoeg gelijk aan voorschrift (f) van de belanghebbendenvergunning. Gelet hierop dient de rechtbank op grond van artikel 6:19 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) mede een oordeel te geven over de nieuwe taxivergunning inclusief de bijbehorende vervoersverplichting, aldus eiser.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.3</nr>
        <para>De rechtbank volgt eiser niet in zijn betoog. Op grond van artikel 6:19 van de Awb heeft het bezwaar of beroep van rechtswege mede betrekking op een besluit tot intrekking, wijziging of vervanging van het bestreden besluit. In eisers geval is daarvan geen sprake. Het bestreden besluit is niet ingetrokken, gewijzigd of vervangen. Eiser heeft sinds juni 2013 een taxivergunning op grond van de Taxiverordening 2012. Hij heeft daartoe een aanvraag moeten indienen. Het besluit tot verlening van die vergunning is dus gebaseerd op een nieuwe wettelijke grondslag en houdt geen verband met het bestreden besluit. In de onderhavige procedure kan daarom geen oordeel worden gegeven over de uitleg van artikel 1, derde lid, aanhef en onder a, van de Nadere regels eisen chauffeurs. Niet valt in te zien dat het resultaat van het onderhavige beroep voor eiser nog van feitelijke betekenis kan zijn.  </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.4</nr>
        <para>Voor zover eiser aanvoert dat hij bovendien procesbelang heeft vanwege zijn verzoek om vergoeding van de in beroep gemaakte proceskosten, volgt de rechtbank eiser hierin evenmin. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State levert een dergelijk verzoek op zichzelf geen procesbelang op.</para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.</nr>
      <para>Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaren. Aan de overige beroepsgronden komt de rechtsbank niet toe. Voor een vergoeding van de proceskosten of het griffierecht bestaat geen aanleiding.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. C. Bakker, voorzitter,</para>
      <para>mrs. H.B. van Gijn en K. Oldekamp-Bakker, leden, </para>
      <para>in aanwezigheid van mr. A.G. Sijbrands, griffier. </para>
      <para>De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 11 maart 2014.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de griffier	</para>
      <para>de voorzitter</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden op:</para>
      <para>D: B</para>
      <para>SB</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>