<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2014:1304</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-12T03:44:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-03-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-01-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13.751.065-13</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#raadkamer">Raadkamer</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2014:1304">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2014:1304</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-03-18T09:42:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-03-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2014:1304 Rechtbank Amsterdam , 17-01-2014 / 13.751.065-13</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2014:1304:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Kwalificatie naar Nederlands recht</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2014:1304:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM </bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13.751.065-13</para>
      <para>RK nummer: 13/7293</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 17 januari 2014                     </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">    UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 5 november 2013 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).</para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 18 maart 2010 door de <emphasis role="italic">Presiding Judge of the 3rd Penal Department, Judge of the District Court in Opole</emphasis> (Polen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	[opgeëiste persoon],</emphasis>
      </para>
      <para>	geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [1976], </para>
      <para>ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens en verblijvend op het adres [GBA adres],</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna te noemen “de opgeëiste persoon”.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering is behandeld op de openbare zitting van 3 januari 2014. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. K. van der Schaft. </para>
      <para>De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn raadsman, mr. E.M. Steller, advocaat te Amsterdam en door een tolk in de Poolse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak zou moeten doen met dertig dagen verlengd. De reden hiervan is gelegen in het feit dat de rechtbank er niet in slaagt binnen de in de wet bepaalde termijn uitspraak te doen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het EAB wordt melding gemaakt van een <emphasis role="italic">enforceable decision on provisional detention</emphasis> door <emphasis role="italic">the Regional Court in Strzelce Opolskie</emphasis> van 18 november 2009 met zaaknummer II Kp 474/09.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan drie naar het recht van Polen strafbare feiten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze feiten zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Strafbaarheid</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de feiten niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval alleen worden toegestaan indien voldaan wordt aan de in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder a, sub 2 OLW gestelde eisen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>Namens de opgeëiste persoon is, zakelijk weergegeven, het volgende naar voren gebracht. </para>
      <para>Het eerste feit waarover in het EAB wordt gesproken, kan niet naar Nederlands recht worden gekwalificeerd. Dat er van geestelijke mishandeling en rantsoenering van het huishoudgeld sprake zou zijn, valt in Nederland niet onder enige strafbepaling. Voor mishandeling, als bedoeld in artikel 300 van het Nederlandse Wetboek van Strafrecht is verder nodig dat het slachtoffer pijn en/of letsel heeft. Dat staat evenmin in de beschrijving. Het Poolse strafbare feit is aldus niet naar Nederlands recht te kwalificeren en daarom is er niet voldaan aan het vereiste van de dubbele strafbaarheid. </para>
      <para>Dit geldt eveneens voor het derde feit, het niet betalen van alimentatie door de opgeëiste persoon voor zijn kinderen. Uit de omschrijving in het EAB blijkt niet dat niet aan de ‘basic needs’ van zijn kinderen kon worden voldaan wegens het niet betalen van de kinderalimentatie. Verder blijkt niet dat de opgeëiste persoon de opzet had op het ontstaan dan wel het voortduren van een hulpeloze toestand van zijn kinderen.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft hiertegen, zakelijk weergegeven, het volgende aangevoerd. </para>
      <para>Het eerste feit betreft huiselijk geweld. De delictsbeschrijving kan naar Nederlands recht als belaging worden gekwalificeerd. Tevens blijkt uit Nederlandse jurisprudentie dat ook geestelijke mishandeling als mishandeling kan worden gekwalificeerd.   </para>
      <para>Voorts kan het derde feit naar Nederlands recht worden gekwalificeerd. In dat verband wordt door de officier van justitie naar een uitspraak van deze rechtbank van 17 mei 2013 (LJN: CA0920) verwezen.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>De omschrijving van het eerste feit luidt als volgt: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>“<emphasis role="italic">Between January 2002 and June 2007 in Prószków and between August 2007 and April 2008 in Dziedzice, he was mentally and physically abusing his wife [naam 1] by starting brawls, using offensive, vulgar and humiliating words, pushing and nudging, hitting her with fists, rationing out money for living, destroying equipment, burning documents and the wife’s and children’s clothes and threatening to kill.</emphasis>”</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank kunnen de in deze omschrijving vermelde handelingen naar Nederlands recht worden gekwalificeerd als mishandeling, bedreiging en vernieling. </para>
      <para>Niet is immers vereist dat de feitsomschrijving in het EAB onder een identieke Nederlandse strafbepaling valt of een identieke Nederlandse kwalificatie oplevert, als zij maar onder enige Nederlandse strafbepaling (of strafbepalingen) valt die in de kern hetzelfde rechtsgoed beschermt als de buitenlandse strafbepaling. Dat is naar het oordeel van de rechtbank het geval ten aanzien van het eerste feit, en overigens ook ten aanzien van het derde feit. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met betrekking tot het verweer inzake dat feit overweegt de rechtbank allereerst dat het onderhavige EAB ten behoeve van vervolging van de opgeëiste persoon is uitgevaardigd. In Polen zal aldus nog door een strafrechter moeten worden uitgemaakt of hij zich daadwerkelijk aan dit feit heeft schuldig gemaakt.   </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De omschrijving van het derde feit luidt als volgt: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>“<emphasis role="italic">Between 15th September 2008 and 25th January 2009 and between March 2009 and November 2009 in Dzieszice, he was notoriously evading his obligation to pay maintenance to [naam 2], [naam 3], [naam 4], [naam 5] and [naam 6], which obligation was imposed on him under an award by the Regional Court in Strzelce Opolskie, reference number III RC 308/08, as 26th January 2009 at the amount of 300 zlotys per child, thus exposing them to the risk of inability to satisfy their basic needs.</emphasis>”</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit deze omschrijving valt op te maken dat een Poolse rechter heeft geoordeeld en vastgesteld dat de opgeëiste persoon verplicht is om 300 Zloty per kind te betalen. De rechtbank maakt hieruit op dat de Poolse rechter klaarblijkelijk van oordeel was dat dit bedrag (mede) noodzakelijk is om in het onderhoud van de kinderen te voorzien. Door gedurende een periode van in totaal dertien maanden geen alimentatie voor zijn kinderen te betalen, heeft de opgeëiste persoon willens en wetens het risico aanvaard dat zij in een hulpbehoevende toestand geraakten en/of bleven.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het vorenstaande stelt de rechtbank vast dat de feiten waarvoor overlevering wordt verzocht, zowel naar het recht van Polen als naar Nederlands recht strafbaar zijn en dat op deze feiten in beide staten een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste twaalf maanden is gesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> De feiten leveren naar Nederlands recht op:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">1.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	Mishandeling, terwijl het misdrijf wordt begaan tegen zijn echtgenoot</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht  </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of gedeeltelijk aan een ander</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic"> 	toebehoort vernielen of beschadigen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">2.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Mishandeling, terwijl het misdrijf wordt begaan tegen zijn echtgenoot</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">3.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	Opzettelijk iemand tot wiens onderhoud hij krachtens wet verplicht is, in hulpeloze</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic"> 	toestand brengen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW en ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan, dient de overlevering te worden toegestaan.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Toepasselijke wetsartikelen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De artikelen 255, 285, 300, 304 en 350 Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 5 en 7 OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STAAT TOE</emphasis> de overlevering van <emphasis role="bold">[opgeëiste persoon]</emphasis> aan de <emphasis role="italic">Presiding Judge of the 3rd Penal Department, Judge of the District Court in Opole</emphasis> ten behoeve van het in Polen tegen hem gerichte strafrechtelijk onderzoek naar de feiten waarvoor zijn overlevering wordt verzocht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gedaan door</para>
      <para>mr. S.A. Krenning,	  				                         		voorzitter,</para>
      <para>mrs. C.A.E. Wijnker en B. Poelert,               				   	rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. Y.M.E. Jurgens,		                         		griffier,</para>
      <para>en uitgesproken ter openbare zitting van 17 januari 2014.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>								De jongste rechter is buiten staat deze </para>
      <para>  								uitspraak mede te ondertekenen. 		</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[A/B/C]</emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>