<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2013:9047</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-10T18:18:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-12-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-11-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">HA RK  351.2013</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2013:9047">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2013:9047</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-12-30T12:28:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-12-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2013:9047 Rechtbank Amsterdam , 08-11-2013 / HA RK  351.2013</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2013:9047:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Het verzoek berust op de gedachte dat de rechter de schijn van partijdigheid gewekt door hem slechts vier weken uitstel te verlenen, en hem daardoor de mogelijkheid is ontnomen om zich adequaat tegen de vordering van zijn wederpartij te verdedigen.</para>
      <para />
      <para>De rechtbank overweegt dat het verzoek buiten zitting kan worden afgedaan omdat het kennelijk niet-ontvankelijk is. De wraking dient ertoe om een rechter die (schijnbaar) partijdig is van de behandeling van een zaak af te halen. De betrokkenheid van de rechter als rolrechter is in onderhavige zaak beperkt gebleven tot het geven van een beslissing op het verzoek om uitstel voor de conclusie van antwoord. Nadat  de rechter de verzoeker onwelgevallige beslissing had genomen, is hij niet langer aan te merken als de rechter die de zaak in behandeling heeft, aangezien zijn betrokkenheid bij de zaak geëindigd is met de door hem gegeven rolbeslissing.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2013:9047:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">wrakingskamer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beschikking op het op 29 oktober 2013 ingekomen en onder rekestnummer HA RK  351.2013 ingeschreven verzoek van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [verzoeker],</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>verzoeker,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>welk verzoek strekt tot wraking van mr. R.A. Overbosch, kantonrechter te Amsterdam, hierna: de rechter.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Verloop van de procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Verzoeker is partij (gedaagde in conventie en eiser in reconventie) in een bij de rechtbank, team Kanton aanhangige procedure met kenmerk 2407480 en rolnummer CV 13-25012. Bij brief van 26 september 2013 heeft verzoeker op de rolzitting van 4 oktober 2013 uitstel verzocht voor het nemen van de conclusie van antwoord wegens zijn verblijf in het buitenland tot een nog onzekere datum. Hierop is verzoeker uitstel verleend tot 30 oktober 2013. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <parablock>
        <para>Op 30 oktober 2013 heeft verzoeker een conclusie van antwoord tevens eis in reconventie genomen, waarin als inleiding een verzoek tot wraking is opgenomen. </para>
        <para>Het verzoek is kennelijk gericht tegen de rechter die op 4 oktober 2013 op de rolzitting heeft beslist op het door verzoeker op 26 september 2013 ingediend aanhoudingsverzoek wegens verblijf in het buitenland. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De gronden van het verzoek</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Volgens verzoeker heeft de rechter de schijn van partijdigheid gewekt door op 4 oktober 2013 slechts vier weken uitstel te verlenen, omdat hem daardoor de mogelijkheid is ontnomen om zich adequaat tegen de vordering van zijn wederpartij te verdedigen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling van het verzoek</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>De wrakingskamer is van oordeel dat het wrakingsverzoek buiten zitting kan worden afgedaan omdat het kennelijk niet-ontvankelijk is. De wraking dient ertoe om een rechter die (schijnbaar) partijdig is van de behandeling van een zaak af te halen. De betrokkenheid van de rechter als rolrechter is in onderhavige zaak beperkt gebleven tot het geven van een beslissing op het verzoek om uitstel voor de conclusie van antwoord ter zitting van 4 oktober 2013. Nadat  de rechter de verzoeker onwelgevallige beslissing had genomen, is hij niet langer aan te merken als de rechter die de zaak in behandeling heeft, aangezien zijn  betrokkenheid bij de zaak geëindigd is met zijn rolbeslissing van 4 oktober 2013.  </para>
      <para />
      <para>4. De slotsom is dat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is, omdat het zich niet richt tegen de behandelende rechter. </para>
      <para />
      <para>5. Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">BESLISSING</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank:</para>
      </parablock>
      <para />
      <para>- verklaart verzoeker kennelijk niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Aldus gegeven door mr. N.C.H. Blankevoort, voorzitter, en mrs. A.W.J. Ros en A.W.H. Vink, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 november 2013 in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Tegen deze beslissing staat op grond van het bepaalde in artikel 39 lid 5 Rv geen voorziening open.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>