<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2013:8955</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-10T15:30:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-12-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-08-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">HA RK 13.181</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2013:8955">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2013:8955</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-12-24T15:48:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-12-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2013:8955 Rechtbank Amsterdam , 30-08-2013 / HA RK 13.181</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2013:8955:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Verzoeker tot wraking is niet-ontvankelijk verklaard.</para>
        <para>Het verzoek is te laat gedaan. Anders dan in de aangehaalde uitspraak van het Gerechtshof Arnhem, d.d. 2 augustus 2006, LJ AY5855, volgens welke uitspraak een verzoek tot wraking ook nog kan worden gedaan tijdens de uitspraak, is de rechtbank van oordeel dat een wrakingsverzoek na aanvang van de uitspraak niet meer mogelijk is.</para>
        <para>Op het moment dat de rechter aanvangt met het doen van zijn uitspraak op de zitting is het proces van oordeelsvorming immers afgerond en heeft de rechter zijn beslissing genomen.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2013:8955:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>RECHTBANK AMSTERDAM </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beschikking op het ter zitting van 27 juni 2013 gedane en onder rekestnummer HA RK 13.181 ingeschreven verzoek van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [verzoeker],</para>
      <para>thans zonder bekende woon-of verblijfplaats,</para>
      <para>verzoeker,</para>
      <para>raadsman: mr. P.M. Rombouts, advocaat te Amsterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>welk verzoek strekt tot wraking van mr. J.W. Moors, politierechter te Amsterdam, hierna: de rechter.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Verloop van de procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoeker heeft op 27 juni 2013 tijdens de behandeling door de rechter van zijn strafzaak mondeling het wrakingsverzoek gedaan. Dat verzoek en de reactie van de rechter zijn opgenomen in het proces-verbaal van die terechtzitting.</para>
      <para>Het onderhavige verzoek is behandeld ter openbare terechtzitting van 16 augustus 2013 in aanwezigheid van de raadsman van verzoeker en de rechter.</para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <para>
        <?linebreak?>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold">2. De ontvankelijkheid van het verzoek</emphasis>
      </para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>2.1</nr>
        <para>Op grond van artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering (SV) kan elk van de rechters die een zaak behandelen, door een partij worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.  <?linebreak?><?linebreak?></para>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>2.2.</nr>
        <parablock>
          <para>Volgens het proces-verbaal van de terechtzitting van 27 juni 2013 is de rechter nadat hij het onderzoek ter terechtzitting had gesloten aangevangen met het uitspreken van het vonnis. Hij heeft meegedeeld dat hij verzoeker vrijsprak van twee ten laste gelegde feiten en dat hij verzoeker veroordeelde voor het derde feit. </para>
          <para>De rechter heeft vervolgens meegedeeld dat hij het (voorwaardelijke) verzoek dat op de zitting was gedaan tot het horen van een getuige, afwees en dat hij de verklaring van die getuige buiten beschouwing zou laten. Hij heeft aansluitend meegedeeld dat hij die verklaring wel gelezen had en dat die in zijn hoofd zat, maar dat hij die niet gebruikt voor het bewijs. De rechter heeft daaraan toegevoegd dat in hoger beroep nader onderzoek naar die verklaring kon worden gedaan en dat dit dan in het voordeel of in het nadeel van verzoeker kon uitpakken. Nadat de rechter daaropvolgend was aangevangen met het toelichten van de op te leggen straf, heeft verzoeker het wrakingsverzoek gedaan.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>2.3</nr>
        <para>Volgens verzoeker heeft de rechter de schijn van partijdigheid gewekt nu de beslissing om die getuige, die ontlastend zou kunnen verklaren, niet te horen, onbegrijpelijk was, zeker tegen de achtergrond van de hierop door de rechter gegeven toelichting. </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>Op het punt van de ontvankelijkheid van het wrakingsverzoek heeft verzoeker een beroep gedaan op een uitspraak van het Gerechthof Arnhem (inmiddels Arnhem-Leeuwaarden) d.d. 2 augustus 2006, LJ AY5855, volgens welke uitspraak een verzoek tot wraking ook nog tijdens de uitspraak gedaan kan worden. </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>2.4</nr>
        <para>De rechter heeft aangevoerd dat het verzoek tot wraking is gedaan, nadat hij was begonnen met het uitspreken van het vonnis en tijdens de toelichting van zijn beslissing. In dat stadium van een geding is een verzoek tot wraking niet meer mogelijk. Hij heeft opgemerkt dat hij vanuit een open houding naar alle partijen heeft geluisterd en vervolgens tot een besluit is gekomen. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>2.5</nr>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat het wrakingsverzoek te laat is gedaan. Anders dan het Gerechthof Arnhem in het hierboven genoemde arrest acht de rechtbank indiening van een wrakingsverzoek na aanvang van de uitspraak niet meer mogelijk. Naar het oordeel van de rechtbank moet deze situatie worden gelijkgesteld met de situatie waarin de behandeling van de zaak is geëindigd door het wijzen van een einduitspraak, in welk geval een verzoek tot wraking niet meer mogelijk is (HR 18-12-1998, LJN AD2977). Op het moment dat een rechter aanvangt met de uitspraak, die één en ondeelbaar is, is het proces van oordeelsvorming immers afgerond en heeft de rechter zijn beslissing genomen. Bij de uitspraak formuleert de rechter de genomen inhoudelijke en procedurele beslissingen en geeft hij inzicht in de keuzes en afwegingen die aan die beslissingen ten grondslag liggen. Daarmee geeft de rechter geen blijk van  (de schijn van) partijdigheid of van een vooroordeel, maar geeft hij zijn oordeel. Voor zover de door de rechter in dit stadium van de procedure genomen beslissingen en de daaraan ten grondslag liggende overwegingen volgens een procespartij desalniettemin de schijn van partijdigheid wekken, kan dit nog slechts in hoger beroep aan de orde worden gesteld.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>2.6</nr>
        <para>De slotsom is dat verzoeker niet-ontvankelijk is omdat het verzoek te laat is gedaan. </para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.</nr>
      <para>Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gegeven door mr. A.W.J. Ros, voorzitter, en mrs. A.W.H. Vink en M.A.H. van Dalen-van Bekkum , leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 augustus 2013in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze beslissing staat op grond van het bepaalde in artikel 515 lid 5 Sv geen voorziening open.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>