<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2013:8907</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-10T18:55:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-12-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-06-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">HA RK 13-149</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2013:8907">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2013:8907</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-12-23T16:58:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-12-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2013:8907 Rechtbank Amsterdam , 05-06-2013 / HA RK 13-149</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2013:8907:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoek tot wraking van de wrakingskamer afgewezen zonder mondelinge behandeling. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Aan het verzoek is ten grondslag gelegd dat de gewraakte rechter en een lid van de wrakingskamer reeds jaren samenwerken n een organisatie voor zakelijke mediation en geschillenbeslechting. Dit is gebleken uit het register nevenfuncties. Een ander lid van de wrakingskamer heeft met de gewraakte rechter samengewerkt in een gespreksgroep van de Wetenschappelijk Raad voor het Regegeringsbeleid. Daardoor ontbreekt de onpartijdigheid van de wrakingskamer.</para>
        <para>Er is geen grond te veronderstellen dat het de leden van de wrakingskamer aan onpartijdigheid zou ontbreken. Voor het overige betreft het verzoek een procesbeslissing van de wrakingskamer.</para>
        <para>Voor een mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek bestaat geen aanleiding, nu het verzoek aanstonds wordt afgewezen nu de gronden van het wrakingsverzoek niet tot wraking kunnen leiden.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2013:8907:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM </bridgehead>
    <bridgehead role="bold">Wrakingskamer</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking op het onder rekestnummer HA RK 13-149 ingeschreven verzoek van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De stichting STICHTING HORECACLAIM NEDERLAND </para>
      <para>verzoekster,</para>
      <para>gevestigd te Amsterdam,</para>
      <para>vertegenwoordigd door F.F.C. Matthaei, voorzitter,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>welk verzoek strekt tot wraking van mrs. N.C.H. Blankevoort, K.A. Brunner en P.H.A. Knol, leden van de wrakingskamer.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Verloop van de procedure</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de navolgende stukken:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> Het schriftelijke wrakingsverzoek met bijlagen van 2 juni 2013;</para>
      <para> Het wrakingsverzoek van 26 april 2013;</para>
      <para> De reactie van de rechter op dit laatste verzoek.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Feiten</title>
    <para />
    <orderedlist numeration="loweralpha">
      <listitem>
        <para>Klaagster is gedaagde partij in een zaak die onder rolnummer 1369802 CV EXPL 12-23900 bij de rechtbank in behandeling is. Behandelend rechter is mr. M.E.B. Terwee. Op 2 april 2013 heeft in deze zaak een comparitie van partijen plaatsgevonden waarna vonnis is bepaald op 29 april 2013.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Op 26 april 2013 heeft verzoekster een schriftelijk verzoek tot wraking ingediend gericht tegen de behandelend rechter.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>De behandeling van het verzoek tot wraking is vervolgens bepaald op woensdag 5 juni 2013.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Bij brief van 2 juni 2013 heeft verzoekster verzocht de behandeling van het verzoek tot wraking aan te houden.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Op 4 juni 2013 heeft de griffier van de wrakingskamer verzoekster medegedeeld dat de wrakingskamer op de zitting van 5 juni 2013 zal beslissen op het verzoek om aanhouding. In dat bericht is verzoekster tevens medegedeeld dat schriftelijk op het verweer van de rechter mag worden gereageerd.</para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De gronden van het verzoek</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan haar verzoek legt verzoekster samengevat het volgende ten grondslag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>A. Het is verzoekster gebleken dat de gewraakte rechter en een lid van de wrakingskamer, mr. N.C.H. Blankevoort, vele jaren samenwerken in dezelfde organisatie. Uit het register nevenfuncties blijkt namelijk dat beide rechters werkzaam zijn voor Result ADR, een organisatie voor zakelijke mediation, arbitrage en andere vormen van geschillenoplossing. Ingeval één of meerdere leden van de wrakingskamer samenwerken met de gewraakte rechter in dezelfde organisatie, dan onbreekt de onpartijdigheid, aldus verzoekster.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>B. Een ander lid van de wrakingskamer, mr. P.H.A. Knol, heeft met de gewraakte rechter recentelijk samengewerkt, waarbij beide als gesprekspartners hebben deelgenomen aan een focusgroep van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Ook schijnen deze rechters vaker samengewerkt te hebben bij overige projecten binnen dit instituut.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>C. Uit het bericht van de griffier van de wrakingskamer blijkt dat de wrakingskamer (bewust) voorbijgaat aan het verzoek om aanhouding en het verstrekken van verhinderdata voor een hoorzitting.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoekster verzoekt om aanstelling van wrakingsrechters uit een ander gerecht en enkel leden in de wrakingskamer te laten plaatsnemen die niet met elkaar samenwerken en/of geen gezamenlijke belangen delen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling van het verzoek</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Anders dan verzoekster stelt, wijzen de geldende wettelijke bepalingen het eigen gerecht aan als enig bevoegd gerecht voor de beslissing op het wrakingsverzoek. Het verzoek om aanstelling van wrakingsrechters uit een ander gerecht dient aanstonds te worden afgewezen omdat voor dat verzoek geen wettelijke grondslag aanwezig is, terwijl er evenmin bijzondere feiten of omstandigheden zijn gesteld of gebleken, die het wenselijk maken dat leden van een ander gerecht in de wrakingskamer plaats nemen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Op grond van het bepaalde in artikel 36 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), dient in een wrakingprocedure te worden onderzocht of er sprake is van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Het verzoek dient naar het oordeel van de wrakingskamer als kennelijk ongegrond aanstonds te worden afgewezen omdat er geen gronden worden vermeld waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <parablock>
        <para>Er is geen grond voor de veronderstelling van verzoekster dat de onpartijdigheid ontbreekt ingeval een lid van de wrakingskamer als arbiter/mediator optreedt bij dezelfde organisatie als de gewraakte rechter. De ten aanzien van mr.</para>
        <para>Blankevoort aangevoerde grond kan derhalve niet tot wraking leiden</para>
        <para>.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>De tegen mr. P.H.A. Knol gerichte gronden voor zover die betreffen deelname aan een focusgroep en vermeende samenwerking bij andere projecten behoeven geen bespreking, nu is gebleken dat mr. Knol wegens ziekte geen deel meer uitmaakt van de wrakingskamer belast met de behandeling van het verzoek tot wraking.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6</nr>
      <para>Het laatste verwijt betreft een door de rechters genomen procesbeslissing. Wat er ook zij van de door verzoekster daartegen aangevoerde bezwaren, het gesloten systeem van rechtsmiddelen biedt geen ruimte voor een beoordeling binnen het kader van een wrakingsprocedure van de juistheid van een door de rechter genomen (processuele) beslissing. Grond voor wraking bestaat alleen als voor zodanige beslissing redelijkerwijs geen andere verklaring kan worden gegeven dan dat deze voortvloeit uit vooringenomenheid van de rechters. Uit hetgeen door verzoekster is aangevoerd en overigens is gebleken kan iets dergelijks niet worden afgeleid. </para>
      <para />
      <para>3. Voor een mondelinge behandeling als bedoeld in artikel 39 lid 1 Rv bestaat geen aanleiding. Het in deze bepaling als vanzelfsprekend opgenomen recht op hoor en wederhoor is door de wetgever bedoeld voor het debat over de gegrondheid van het verzoek. Aan dat onderzoek komt de wrakingskamer niet toe omdat het verzoek aanstonds wordt afgewezen nu de door verzoekster aan haar verzoek ten grondslag gelegde feiten en omstandigheden, niet tot de conclusie kunnen leiden dat de rechters jegens verzoekster een vooringenomenheid koesteren, althans dat haar vrees dienaangaande objectief gerechtvaardigd is.</para>
      <para />
      <para>5. Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">BESLISSING</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De wrakingskamer:</para>
      </parablock>
      <para />
      <para> wijst het verzoek tot wraking af;</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Aldus gegeven door mr. J. Knol, A.W.H. Vink en M.Y.C. Poelmann leden, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 juni 2013 in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Tegen deze beslissing staat op grond van het bepaalde in artikel 39 lid 5 Rv geen voorziening open.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>