<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2013:6646</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-12T15:12:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-10-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-10-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AMS 13/425</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2013:6646">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2013:6646</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-10-10T14:16:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-10-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2013:6646 Rechtbank Amsterdam , 09-10-2013 / AMS 13/425</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2013:6646:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Eiseres heeft beroep in gesteld tegen ongegrondverklaring van het bezwaar van eiseres tegen het besluit om haar AOW uitkering te verlagen naar de norm voor gehuwden.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2013:6646:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>uitspraak</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para>Bestuursrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: AMS 13/425</para>
      <para>uitspraak van de enkelvoudige kamer <emphasis role="bold">in </emphasis>de zaak tussen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [eiseres], te [plaats], eiseres</para>
      <para>(gemachtigde mr. WJ.A. Vis),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank, verweerder</para>
      <para>(gemachtigde K. van Ingen).</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 16 oktober 2012 (het primaire besluit) heeft verweerder het pensioen dat</para>
      <para>eiseres op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW) ontvangt met ingang van</para>
      <para>1 oktober 2012 verlaagd naar de norm voor gehuwden.</para>
      <para>Bij besluit van 14 december 2012 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van</para>
      <para>eiseres tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.</para>
      <para>Eiseres heeft tegen dit besluit beroep ingesteld.</para>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 augustus 2013.</para>
      <para>Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder is vertegenwoordigd</para>
      <para>door zijn gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <paragroup>
      <nr>1.</nr>
      <parablock>
        <para>Bij besluit van 1 juni 2010 heeft verweerder aan eiseres een AOW-pensioen</para>
        <para>toegekend naar de norm van een alleenstaande.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.</nr>
      <parablock>
        <para>Eisers is op 19 september 2012 met de heer [A] getrouwd. Bij brief van</para>
        <para>25 augustus 2012 had eiseres verweerder op de hoogte gesteld van haar voornemen daartoe.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.</nr>
      <parablock>
        <para>Bij het primaire besluit heeft verweerder het AOW-pensioen van eiseres gewijzigd</para>
        <para>naar de norm van een gehuwde. Verweerder heeft bepaald dat eiseres € 702,69 per maand</para>
        <para>krijgt.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.</nr>
      <parablock>
        <para>Bij het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond</para>
        <para>verklaard en het primaire besluit gehandhaafd. Verweerder heeft zich op het standpunt</para>
        <para>gesteld dat terecht is besloten het AOW-pensioen te wijzigen naar de norm van een gehuwde</para>
        <para>omdat eiseres is getrouwd en niet is gebleken dat sprake is van duurzaam gescheiden leven</para>
        <para>van de echtgenoten vanaf de huwelijksdatum. Verweerder acht daarbij van belang dat eiseres</para>
        <para>en haar echtgenoot regelmatig bij elkaar verblijven, namelijk wekelijks in het weekeinde, en</para>
        <para>bij elkaar in elkaars woning overnachten. Voorts acht verweerder van belang dat de overige</para>
        <para>activiteiten die eiseres en haar echtgenoot met elkaar ondernemen (vakantie, uitjes, het</para>
        <para>ontvangen van bezoek) sociaal van aard zijn en frequent plaatsvinden. Dat eiseres gehuwd is</para>
        <para>onder huwelijkse voorwaarden met uitsluiting van elke gemeenschap van goederen maakt</para>
        <para>een en ander niet anders, aldus verweerder.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.</nr>
      <parablock>
        <para>Eiseres stelt zich op het standpunt dat zij en haar echtgenoot duurzaam gescheiden</para>
        <para>leven vanaf het moment van hun huwelijk. Zij voert daartoe aan dat zij en haar echtgenoot</para>
        <para>beiden op hun eigen adres woonden en wonen, in Amsterdam respectievelijk in Friesland. Zij</para>
        <para>stelt dat zij geen gemeenschappelijke huishouding voeren en ook niet de bedoeling hebben</para>
        <para>dat in de toekomst te doen. Ook hun financiën zijn gescheiden, aldus eiseres. Door het</para>
        <para>huwelijk is geen enkele wijziging gekomen in de feitelijke situatie van voor hun huwelijk,</para>
        <para>toen zowel eiseres als haar echtgenoot een AOW-pensioen kregen naar de norm van de</para>
        <para>alleenstaande. Zij en haar echtgenoot kunnen niet hun woonkosten en andere lasten te delen,</para>
        <para>aldus eiseres, en zij vindt het daarom onterecht dat zij een lager pensioen krijgt.</para>
      </parablock>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>6.1.</nr>
        <parablock>
          <para>Op deze zaak is, gelet op het overgangsrecht van deel C, artikel 1, van de Wet</para>
          <para>aanpassing bestuursprocesrecht, de Algemene wet bestuursrecht van toepassing zoals deze</para>
          <para>wet luidde tot en met 31 december 2012. Het in beroep bestreden besluit is namelijk bekend</para>
          <para>gemaakt vóór 1 januari 2013.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>6.2.</nr>
        <parablock>
          <para>In artikel 1, derde lid, aanhef en onder b, van de AOW is bepaald dat als ongehuwde</para>
          <para>mede wordt aangemerkt degene die duurzaam gescheiden leeft van de persoon met wie hij</para>
          <para>gehuwd is.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>6.3.</nr>
        <parablock>
          <para>In artikel 9, eerste lid, van de AOW is bepaald dat deze wet een bruto</para>
          <para>ouderdomspensioen kent voor:</para>
        </parablock>
        <para>a. de ongehuwde pensioengerechtigde;</para>
        <para>b. de gehuwde pensioengerechtigde.</para>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>6.4.</nr>
        <parablock>
          <para>In artikel 17, eerste lid, van de AOW is bepaald dat het ouderdomspensioen door de</para>
          <para>Sociale verzekeringsbank wordt ingetrokken ofherzien, wanneer degene, aan wie het is</para>
          <para>toegekend, ingevolge het bij of krachtens deze wet bepaalde daarvoor niet ofniet meer in</para>
          <para>aanmerking komt, onderscheidenlijk voor een hoger of lager ouderdomspensioen in</para>
          <para>aanmerking komt.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.</nr>
      <parablock>
        <para>In dit geding is de vraag aan de orde of sprake is van duurzaam gescheiden leven van</para>
        <para>eiseres en haar echtgenoot vanaf de huwelijksdatum, zoals bedoeld in artikel I, derde lid,</para>
        <para>aanhef en onder b, van de AOW.</para>
      </parablock>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>8.1.</nr>
        <parablock>
          <para>De rechtbank overweegt dat in het algemeen aangenomen kan worden dat na het</para>
          <para>sluiten van een huwelijk de betrokken huwelijkspartners de intentie hebben een echtelijke</para>
          <para>samenleving, al dan niet op termijn, aan te gaan. Niettemin is het niet uitgesloten dat onder</para>
          <para>omstandigheden reeds vanaf de huwelijksdatum van duurzaam gescheiden leven kan worden</para>
          <para>gesproken. In dat geval moet dit ondubbelzinnig dient te blijken uit de feiten en</para>
          <para>omstandigheden.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>8.2.</nr>
        <parablock>
          <para>In dat kader wijst de rechtbank op vaste rechtspraak van de Centrale Raad van</para>
          <para>Beroep (de Raad) waaruit volgt dat van duurzaam gescheiden leven sprake is indien ten</para>
          <para>aanzien van gehuwden de toestand is ontstaan dat, na de door beiden of één hunner gewilde</para>
          <para>verbreking van de echtelijke samenleving, ieder afzonderlijk zijn eigen leven leidt als ware</para>
          <para>hij niet met de ander gehuwd en deze toestand door hen beiden, althans door één van hen, als</para>
          <para>bestendig is bedoeld. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Raad van 25 mei 2012, te vinden</para>
          <para>op www.rechtspraak.nl onder ECLI:NL:CRVB:2012:BW7183.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>9.</nr>
      <parablock>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat in het onderhavige geval geen sprake is van een</para>
        <para>uitzonderingssituatie als hiervoor bedoeld. Daarbij is van belang dat eiseres en haar</para>
        <para>echtgenoot regelmatig bij elkaar verblijven, namelijk elk weekeinde, afwisselend in het</para>
        <para>woonhuis van eiseres in Amsterdam en dat van haar echtgenoot in Friesland. Voorts</para>
        <para>besteden zij hun vakanties gezamenlijk, al dan niet (mede) in het gezelschap van vrienden.</para>
        <para>Daarnaast ondernemen zij gezamenlijk, eveneens al dan niet in gezelschap van vrienden,</para>
        <para>andere sociale activiteiten ('uitjes') en ontvangen zij gezamenlijk bezoek. Voorts blijkt uit</para>
        <para>het door verweerder overgelegde dubbelinterview met eiseres en haar echtgenoot, zoals</para>
        <para>gepubliceerd op [2013] in de Volkskrant, dat eiseres wanneer haar echtgenoot bij</para>
        <para>haar is, de boodschappen betaalt en dat zij haar echtgenoot soms fêteert door een</para>
        <para>gezamenlijke reis te betalen. In dit interview, waarvan de inhoud door eiseres niet is betwist,</para>
        <para>verklaart eiseres voorts dat zij bij zou springen als haar echtgenoot in de financiële</para>
        <para>problemen zou komen. Aldus is naar het oordeel van de rechtbank geenszins aannemelijk</para>
        <para>geworden dat er sprake is van een situatie waarin eiseres en haar echtgenoot ieder hun eigen</para>
        <para>leven leiden als waren zij niet met elkaar gehuwd. De omstandigheden dat eiseres en haar</para>
        <para>echtgenoot op verschillende adressen ingeschreven zijn en dat het huwelijk is gesloten onder</para>
        <para>huwelijkse voorwaarden en buiten elke vermogensrechtelijke gemeenschap van goederen,</para>
        <para>kunnen niet tot een ander oordeel leiden.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>10.</nr>
      <parablock>
        <para>Eiseres heeft aangevoerd dat zij, net als niet-samenwonende ongehuwde personen,</para>
        <para>haar woonkosten en andere lasten niet kan delen met haar echtgenoot. De rechtbank begrijpt</para>
        <para>eiseres aldus dat zij een beroep bedoelt te doen op het discriminatieverbod. De rechtbank</para>
        <para>overweegt dat volgens vaste jurisprudentie van de Raad het discriminatieverbod niet met</para>
        <para>zich meebrengt dat elke ongelijke behandeling van gelijke gevallen verboden is (zie</para>
        <para>bijvoorbeeld de uitspraak van de Raad van 9 oktober 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BX9932).</para>
        <para>Er is pas sprake van discriminatie als een objectieve en redelijke rechtvaardiging voor de</para>
        <para>ongelijke behandeling ontbreekt. Verder is van belang dat aan de wetgever op het gebied van</para>
        <para>de sociale verzekering een ruime beoordelingsvrijheid toekomt bij het beantwoorden van de</para>
        <para>vraag of sprake is van gelijke gevallen, en zo ja, of er een objectieve en redelijke</para>
        <para>rechtvaardiging is om die gevallen niettemin in verschillende zin te regelen. Uit onderdeel</para>
      </parablock>
      <paragroup>
        <nr>4.5</nr>
        <parablock>
          <para>van de conclusie van de advocaat-generaal bij het arrest van de Hoge Raad van 11 juni</para>
          <para>2010, ECLI:NL:HR:2010:BL7267, blijkt dat het onderhavige verschil in behandeling tussen</para>
          <para>gehuwden en niet-gehuwden verband houdt met het feit dat echtgenoten op grond van het</para>
          <para>Burgerlijk Wetboek (BW) een afdwingbare zorgverplichting tegenover elkaar hebben. De</para>
          <para>sociaal-economische band tussen echtgenoten die onder meer hieruit voortvloeit, is in zijn</para>
          <para>algemeenheid dwingender en hechter dan die tussen ongehuwden. Aldus kan niet worden</para>
          <para>gezegd dat - als al sprake is van gelijke gevallen - de wetgever de hem toekomende</para>
          <para>beoordelingsvrijheid heeft overschreden door het onderhavige onderscheid tussen gehuwden</para>
          <para>en ongehuwden te maken. Om die reden kan deze grond van eiseres dan ook niet slagen.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>11.</nr>
      <parablock>
        <para>Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen</para>
        <para>aanleiding.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M. Verberne, rechter,</para>
      <para>in aanwezigheid van mr. B.E. Giesen, griffier.</para>
      <para>De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 9 oktober 2013.</para>
      <para>de griffier de rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Rechtsmiddel</para>
      <para>Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep</para>
      <para>worden ingesteld bÜ de Centrale Raad van Beroep.</para>
      <para>Afschrift verzonden op:</para>
      <para>D:C</para>
      <para>SB</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>