<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2013:5940</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-12T03:51:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-09-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-08-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13-737170-13</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#raadkamer">Raadkamer</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2013:5940">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2013:5940</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-09-23T09:26:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-09-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2013:5940 Rechtbank Amsterdam , 13-08-2013 / 13-737170-13</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2013:5940:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Overlevering naar België grotendeels toegestaan, de gegeven garantie voldoet aan artikel 12 aanhef en sub d OLW.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2013:5940:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM, </bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/737170-13</para>
      <para>RK nummer: 13/1589</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 13 augustus 2013</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">    UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 5 maart 2013 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).</para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 18 september 2012 door de Substituut procureur des Konings te Antwerpen (België) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	[opgeëiste persoon]</emphasis>
      </para>
      <para>	geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1957, </para>
      <para>ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens en verblijvend op het adres [GBA adres],</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna te noemen “de opgeëiste persoon”.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering is behandeld op de openbare zitting van 7 mei 2013. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. N. van Ditzhuyzen. </para>
      <para>De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn raadsman, mr. R.A. Kaarls, advocaat te  Den Haag. Het onderzoek is bij tussenuitspraak van 21 mei 2013 heropend en geschorst voor onbepaalde tijd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling is vervolgens voortgezet op de openbare zitting van 30 juli 2013. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. K. van der Schaft. </para>
      <para>De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn raadsman, mr. R.A. Kaarls, advocaat te  Den Haag. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het EAB wordt melding gemaakt van een verstekvonnis van 7 maart 2012 van de Correctionele Rechtbank te Antwerpen (België), nummer 1487, referentie: AN20.99.612-10 (zaak I) en AN20.993.927-08 (zaak II). </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van 2 jaar, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij voornoemd vonnis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis betreft de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB en de brief van de uitvaardigende justitiële autoriteit van 26 juli 2013. Door de griffier gewaarmerkte fotokopieën hiervan zijn als bijlagen aan deze uitspraak gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit. Artikel 6, tweede lid, OLW verbiedt de overlevering van een Nederlander indien de overlevering is gevraagd ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een hem bij onherroepelijk vonnis opgelegde vrijheidsstraf. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat het EAB strekt tot de tenuitvoerlegging van een verstekvonnis, dat – kort gezegd – is gewezen zonder dat zich één van de in artikel 12 sub a tot en met c genoemde omstandigheden heeft voorgedaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van artikel 12 aanhef en sub d OLW mag de rechtbank in dit geval de overlevering alleen toestaan onder het beding dat de uitvaardigende justitiële autoriteit heeft vermeld (i) dat het betreffende vonnis na overlevering onverwijld aan de opgeëiste persoon zal worden betekend en hij uitdrukkelijk zal worden geïnformeerd over zijn recht op een verzetprocedure of een procedure in hoger beroep, waarbij hij het recht heeft aanwezig te zijn, waarop de zaak opnieuw ten gronde wordt behandeld en nieuw bewijsmateriaal wordt toegelaten, die kan leiden tot herziening van het oorspronkelijke vonnis en (ii) hij wordt geïnformeerd over de termijn waarbinnen hij verzet of hoger beroep dient aan te tekenen, als vermeld in het desbetreffende Europees aanhoudingsbevel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft in haar brief van 29 april 2013 vermeld dat op 12 juni 2013 zowel de ontvankelijkheid als de gegrondheid van het verzet worden behandeld. Naar aanleiding van dit bericht heeft de rechtbank bij tussenuitspraak van 21 mei 2013 verzocht om nadere informatie.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 24 juni 2013 heeft de Procureur des Konings te Antwerpen meegedeeld dat de behandeling van zowel de ontvankelijkheid als de gegrondheid van het verzet is uitgesteld naar 9 oktober 2013. De Procureur des Konings verwijst bovendien naar een brief van haar collega Procureur des Konings van 24 mei 2013 waarin het volgende wordt vermeld: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">In de eerste plaats zal er bij de nieuwe behandeling van de zaak [opgeëiste persoon] worden nagegaan of het door [opgeëiste persoon] aangetekende verzet ontvankelijk is. Het verzet moet immers binnen een bepaalde termijn worden aangetekend. Deze termijnen worden toegelicht in het EAB dat reeds aan uw diensten werd overgemaakt.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De rechtbank zal oordelen over deze ontvankelijkheid. Naar ik meen zal er zich hier geen probleem stellen voor [opgeëiste persoon]. Uiteraard kan ik mij niet in de plaats stellen van de rechtbank, en is dit enkel mijn persoonlijke opvatting.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Indien het verzet tijdig werd aangetekend, wordt het ontvankelijk verklaard, en wordt het dossier inhoudelijk volledig opnieuw behandeld. Dan zal worden nagegaan of het verzet gegrond of ongegrond is. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Indien de rechtbank van oordeel is dat het eerste vonnis (dus het vonnis bij verstek) dient hervormd te worden (bvb. qua beoordeling van de bewijselementen of qua strafmaat), dan is het verzet “gegrond”.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Indien de rechtbank evenwel van oordeel is dat de eerste rechter een correcte uitspraak heeft gedaan, en het eerste vonnis dus volledig wordt bevestigd, dan is het verzet “ongegrond”.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Kort samengevat: indien het verzet ontvankelijk wordt verklaard, wordt het dossier inhoudelijk volledig opnieuw behandeld.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft, zakelijk weergegeven, betoogd dat nog altijd niet voldoende wordt gegarandeerd dat de opgeëiste persoon recht heeft op een verzetprocedure waarin de zaak opnieuw inhoudelijk en op tegenspraak zal worden behandeld. Dat de Procureur des Konings denkt dat er zich geen problemen zullen voordoen, is onvoldoende. De overlevering moet dan ook primair worden geweigerd, subsidiair moet de behandeling worden aangehouden tot ongeveer half september 2013, zodat dan een ondubbelzinnige garantie kan worden verstrekt en de opgeëiste persoon tijdig in België kan zijn als zijn zaak op 9 oktober 2013 wordt behandeld, aldus de raadsman. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de garantie voldoet aan artikel 12 OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is de informatie in het EAB en de aanvullende informatie over de verzetprocedure zoals hierboven vermeld, een voldoende garantie zoals bedoeld in artikel 12 aanhef en sub d OLW. De in dit artikel bedoelde weigeringsgrond is daarom niet van toepassing. Het verweer wordt verworpen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op voornoemde omstandigheden is het vonnis waarvan de tenuitvoerlegging wordt gevraagd, nog niet onherroepelijk en wordt het EAB door de rechtbank gelezen als strekkende tot <emphasis role="italic">vervolging</emphasis> van de opgeëiste persoon, in verband met het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan 5 naar het recht van België strafbare feiten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Strafbaarheid</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van bepaalde feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht moet achterwege blijven, nu de uitvaardigende justitiële autoriteit die strafbare feiten heeft aangeduid als feiten vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. Uit de nadere toelichting van de feiten door de uitvaardigende justitiële autoriteit bij brief van 26 juli 2013 blijkt welke feiten als lijstfeiten zijn aangekruist. Van de 16 feiten gaat het om het tweede, derde, vierde, vijfde, zesde, zevende, negende, tiende, elfde en twaalfde feit. Deze feiten vallen op deze lijst onder de nummers 20 en 23, te weten:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">	oplichting</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">	en</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">vervalsing van administratieve documenten en handel in valse documenten; vervalsing van betaalmiddelen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit de brief van de uitvaardigende justitiële autoriteit van 29 april 2013 volgt dat op deze feiten naar het recht van België een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren gesteld.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de overige feiten niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Van de 16 feiten uit de aanvullende brief van de uitvaardigende justitiële autoriteit van 26 juli 2013 gaat het hierbij dus om het eerste, achtste, dertiende, veertiende, vijftiende en zestiende feit. Overlevering kan in dat geval alleen worden toegestaan indien voldaan wordt aan de in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder a, 2e OLW gestelde eisen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman heeft, zakelijk weergegeven, betoogd dat het zestiende feit, het als zaakvoerder niet tijdig aangifte doen van het faillissement, naar Nederlands recht geen strafbaar feit oplevert. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat dat het hier gaat om bedrieglijke bankbreuk en aldus als onderdeel of uitvoeringshandeling daarvan. Overigens kan het feit ook gezien worden gezien in samenhang met de overige feiten en daarmee als uitvoeringshandeling van de oplichting. Het feit is daardoor wel strafbaar in Nederland. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is met de raadsman van oordeel dat het zestiende feit naar Nederlands recht geen strafbaar feit oplevert. De overlevering dient voor dit feit te worden geweigerd. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Voor de overige feiten stelt de rechtbank vast dat ze zowel naar het recht van België als naar Nederlands recht strafbaar zijn en dat op deze feiten in beide staten een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste twaalf maanden is gesteld. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De feiten leveren naar Nederlands recht op:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">bedrieglijke bankbreuk</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">	en</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">als bestuurder van een rechtspersoon welke in staat van faillissement is verklaard, ter bedrieglijke verkorting van de rechten der schuldeisers van de rechtspersoon enig goed aan de boedel onttrokken hebben</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">en </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">als bestuurder van een rechtspersoon welke in staat van faillissement is verklaard, ter bedrieglijke verkorting van de rechten der schuldeisers van de rechtspersoon niet voldaan hebben aan de op hem rustende verplichtingen ten opzichte van het voeren van een administratie ingevolge artikel 10, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en het bewaren en te voorschijn brengen van boeken, bescheiden en andere gegevensdragers in dat artikel bedoeld</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">en</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">valsheid in geschrift</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De garantie als bedoeld in artikel 6, lid 1 OLW </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit. Zijn overlevering kan daarom alleen worden toegestaan, indien naar het oordeel van de rechtbank is gewaarborgd dat, zo hij ter zake van de feiten waarvoor de overlevering kan worden toegestaan in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf wordt veroordeeld, hij deze straf in Nederland zal mogen ondergaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Procureur des Konings heeft bij brief van 22 april 2013 de volgende garantie gegeven:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Met verwijzing naar uw verzoek bij faxbericht van 18 april 2013, gericht aan substituut I. Arnauts,  inzake het verzoek om uitlevering op grond van het EUROPEES AANHOUDINGSBEVEL d.d. 18 september 2013 en 29 januari 2013 lastens de genaamde [opgeëiste persoon], breng ik u als volgt ter kennis:  </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Gelet op de Nederlandse nationaliteit van de opgeëiste persoon ga ik hierbij akkoord om de uit te leveren persoon, in geval van een veroordeling tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf of indien er een maatregel welke vrijheidsbeneming met zich brengt, wordt opgelegd in België, naar Nederland over te brengen op basis van artikel 5 lid 3 van het Kaderbesluit Europees Aanhoudingsbevel en het kaderbesluit 2008/2009 (TERUGKEERGARANTIE).</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit artikel 2:13, eerste lid, aanhef en onder f, van de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging vrijheidsbenemende en voorwaardelijke sancties volgt dat deze garantie alleen kan worden geëffectueerd, indien de feiten ook naar Nederlands recht strafbare feiten opleveren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan deze voorwaarde is voldaan ten aanzien van de feiten zoals hiervoor is overwogen onder punt 4.2.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De onder 4.1 bedoelde feiten zijn eveneens naar Nederlands recht strafbaar en leveren op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">valsheid in geschrift</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">	en </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">	oplichting</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is de hiervoor vermelde garantie voldoende.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten aanzien van het zestiende feit zoals omschreven in de brief van de uitvaardigende justitiële autoriteit van 26 juli 2013 is vastgesteld dat niet wordt voldaan aan de eisen van de Overleveringswet zodat de overlevering voor dat feit dient te worden geweigerd. </para>
      <para>Ten aanzien van de overige feiten is komen vast te staan dat aan de vereisten van de Overleveringswet is voldaan. De overlevering zal voor deze feiten worden toegestaan. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Toepasselijke wetsartikelen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De artikelen 225, 326, 341 en 343 Wetboek van Strafrecht en 2, 5 en 7 OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>8</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STAAT TOE</emphasis> de overlevering van <emphasis role="bold">[opgeëiste persoon]</emphasis> aan de Substituut procureur des Konings te Antwerpen (België) ten behoeve van het in België tegen hem gerichte strafrechtelijk onderzoek naar de feiten waarvoor zijn overlevering wordt verzocht, met uitzondering van het zestiende feit zoals omschreven in de brief van de uitvaardigende justitiële autoriteit van 26 juli 2013.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">WEIGERT</emphasis> de overlevering van <emphasis role="bold">[opgeëiste persoon]</emphasis> aan de Substituut procureur des Konings te Antwerpen (België) voor zover het EAB betrekking heeft op het zestiende feit zoals omschreven in de brief van de uitvaardigende justitiële autoriteit van 26 juli 2013.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gedaan door</para>
      <para>mr. W.H. van Benthem,  				                         voorzitter,</para>
      <para>mrs. F.M. Wieland en P. Rodenburg,  					   rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. A.T.P. van Munster,	                              griffier,</para>
      <para>en uitgesproken ter openbare zitting van 13 augustus 2012.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De oudste en jongste rechter zijn buiten staat deze uitspraak mede te ondertekenen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">B</emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>