<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2012:BX2134</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-16T11:31:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BX2134</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2012-07-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/660075-12 en 13/660912-10 (tul)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2012:BX2134">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2012:BX2134</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T10:31:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2012-07-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2012:BX2134 Rechtbank Amsterdam , 05-07-2012 / 13/660075-12 en 13/660912-10 (tul)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2012:BX2134:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Verdachte met bevel medebrenging gedwongen te verschijnen bij de inhoudelijke behandeling. Wel aanwezigheidsrecht, geen afwezigheidsrecht.</para>
        <para>Rechtbank maakt belangenafweging: maatschappelijk respectievelijk strafvordelijk belang, versus persoonlijk belang.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2012:BX2134:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>RECHTBANK AMSTERDAM</para>
      <para>Parketnummers: 13/660075-12 en 13/660912-10 (tul)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>PROCES-VERBAAL</para>
      <para>TERECHTZITTING</para>
      <para>Proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van bovengenoemde</para>
      <para>rechtbank, meervoudige strafkamer, op 5 juli 2012.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenwoordig:</para>
      <para>mr. J. Knol, voorzitter,</para>
      <para>mrs. W.C.J. Robert en A.E.J.M. Gielen, rechters</para>
      <para>en mr. J. Gardenier en D. Flikkenschild, griffiers.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Openbaar Ministerie wordt vertegenwoordigd door mr. I.M.F. Graumans, officier van</para>
      <para>justitie.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>De voorzitter doet de zaak tegen na te noemen verdachte uitroepen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte, opgeroepen als:</para>
      <para>[ naam verdachte]</para>
      <para>geboren te [datum en plaats],</para>
      <para>wonende [adres], thans verblijvend in “PPC Amsterdam” te Amsterdam,</para>
      <para>is niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter terechtzitting is aanwezig mr. W.J. Morra, advocaat te Amsterdam, die verklaart</para>
      <para>raadsman van verdachte te zijn.</para>
      <para>De voorzitter maakt melding van een schriftelijke verklaring d.d. 5 juli 2012 van verdachte,</para>
      <para>waarin verdachte afstand doet van het recht ter terechtzitting aanwezig te zijn. Deze</para>
      <para>verklaring is in het dossier gevoegd.</para>
      <para>De raadsman verklaart dat verdachte hem uitdrukkelijk heeft gemachtigd hem ter</para>
      <para>terechtzitting te verdedigen.</para>
      <para>Desgevraagd verklaart de raadsman dat hij niet op de hoogte is van de reden van de</para>
      <para>afwezigheid van verdachte ter terechtzitting.</para>
      <para>Nadat de rechtbank daarmee heeft ingestemd, deelt de voorzitter mee dat de behandeling van</para>
      <para>de zaak als een procedure op tegenspraak zal gelden.</para>
      <para>De opgeroepen getuigen-deskundigen [A], psychiater, [B], psychiater, verbonden aan het</para>
      <para>NIFP, locatie Pieter Baan Centrum (PBC) en [C], GZ-psycholoog, eveneens verbonden aan</para>
      <para>het NIFP, locatie PBC zijn ter terechtzitting aanwezig.</para>
      <para>Parketnummers: 13/660075-12 en 13/660912-10 (tul)</para>
      <para>2</para>
      <para>De benadeelde partij [D] en de familie van de benadeelde partij [E] zijn eveneens ter</para>
      <para>terechtzitting aanwezig.</para>
      <para>De rechtbank beveelt dat het ter terechtzitting van 20 april 2012 geschorste onderzoek</para>
      <para>opnieuw wordt aangevangen, omdat zij thans in een andere samenstelling zitting houdt.</para>
      <para>De officier van justitie draagt de zaak voor en maakt melding van de vordering tot</para>
      <para>tenuitvoerlegging na voorwaardelijke veroordeling.</para>
      <para>De officier van justitie verklaart, zakelijk weergegeven:</para>
      <para>Ik constateer dat de verdachte vandaag niet ter terechtzitting aanwezig is. Aan verdachte zijn</para>
      <para>zeer ernstige feiten ten laste gelegd, feiten waarvoor hij nog geen enkele verantwoording heeft</para>
      <para>gegeven en evenmin ter verantwoording is geroepen. Gelet op de ernst van de feiten en de</para>
      <para>bespreking daarvan acht ik het van groot belang dat verdachte op een openbare terechtzitting</para>
      <para>zelf aanwezig zal zijn. Daarnaast heeft verdachte tot op heden geen medewerking willen</para>
      <para>verlenen en heeft hij zowel de politie als de psychiaters alle medewerking geweigerd. Ik acht</para>
      <para>het ook om deze reden noodzakelijk dat de rechtbank verdachte zelf ziet om zich een beeld te</para>
      <para>kunnen vormen van deze verdachte. Ik wil de reactie van verdachte op het voorhouden van de</para>
      <para>stukken en rapportages ook zelf kunnen waarnemen. Ik verzoek de rechtbank dan ook om de</para>
      <para>zaak vandaag niet inhoudelijk te behandelen buiten aanwezigheid van verdachte. Ik verzoek</para>
      <para>de rechtbank om de zaak aan te houden en de medebrenging van verdachte te gelasten.</para>
      <para>Tevens verzoek ik de rechtbank om de nu ter zitting aanwezige getuigen-deskundigen dan ook</para>
      <para>weer op te roepen zodat zij vanuit hun professie waarnemingen kunnen doen en eventueel een</para>
      <para>nadere toelichting kunnen geven.</para>
      <para>De raadsman verklaart, zakelijk weergegeven:</para>
      <para>Ik verzoek de rechtbank het verzoek van de officier van justitie af te wijzen. Primair voel ik</para>
      <para>niet de noodzaak van de aanwezigheid van verdachte ter terechtzitting. Subsidiair voel ik de</para>
      <para>noodzaak van zijn aanwezigheid niet in die mate dat dit een aanhouding rechtvaardigt. Dat</para>
      <para>verdachte vandaag niet fysiek aanwezig is doet niet af aan het feit dat hij gewoon berecht kan</para>
      <para>worden. Het geldt als een zwaar recht dat ook in Europese Verdragen is vastgelegd dat een</para>
      <para>verdachte zich mag laten vertegenwoordigen door een raadsman.</para>
      <para>Ik merk verder op dat het feit dat een verdachte niet op zitting aanwezig is, niet impliceert dat</para>
      <para>hij daarmee zijn verantwoordelijkheid ontloopt. Verdachte heeft in het PBC te kennen</para>
      <para>gegeven dat hij de dader is. Het is een goed recht van verdachte om op bepaalde onderdelen</para>
      <para>zijn medewerking te verlenen en op andere onderdelen niet. Uit de processtukken blijkt de</para>
      <para>houding van verdachte; hij erkent de feiten te hebben gepleegd.</para>
      <para>Ook als verdachte wel op zitting zal zijn, zal hij zich op zijn zwijgrecht blijven beroepen,</para>
      <para>zowel met betrekking tot de feiten als met betrekking tot zijn persoonlijke omstandigheden.</para>
      <para>Zijn aanwezigheid speelt dan ook geen rol bij de beantwoording van de vragen van de</para>
      <para>artikelen 348 en 350 Wetboek van Strafvordering. Het beeld van de verdachte is niet van</para>
      <para>doorslaggevend betekenis voor de beslissing die de rechtbank moet nemen.</para>
      <para>De rechtbank strekt zich terug voor beraad.</para>
      <para>Nadat de rechtbank in raadkamer heeft beraadslaagd deelt de voorzitter als beslissing van de</para>
      <para>rechtbank het volgende mee:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummers: 13/660075-12 en 13/660912-10 (tul)</para>
      <para>3</para>
      <para>Een verdachte heeft in beginsel het recht om ter terechtzitting aanwezig te zijn. Er bestaat</para>
      <para>geen afwezigheidrecht. Maar dit neemt niet weg dat, in geval verdachte er bewust voor heeft</para>
      <para>gekozen om niet ter terechtzitting te verschijnen, de rechtbank een belangenafweging kan</para>
      <para>maken tussen enerzijds de belangen van verdachte en anderzijds de belangen in het kader van</para>
      <para>de waarheidsvinding en maatschappelijke belangen.</para>
      <para>In dit kader is van belang dat over de motieven van verdachte om niet te komen niets kenbaar</para>
      <para>is gemaakt. Ook de raadsman heeft hierover desgevraagd geen motieven kunnen aandragen.</para>
      <para>Aan de andere kant staat het maatschappelijk belang om een zaak als onderhavige, waarbij</para>
      <para>aan verdachte zeer ernstige gedragingen worden verweten, in het openbaar te berechten.</para>
      <para>Hierbij spelen met name de belangen van de aangevers/slachtoffers een rol, om kennis te</para>
      <para>nemen van het afleggen van verantwoordelijkheid van verdachte in een publieke ruimte.</para>
      <para>Daarnaast spelen ook belangen van de rechtbank en het openbaar ministerie om kennis te</para>
      <para>nemen van hoe verdachte zich manifesteert ter terechtzitting, zijn reactie op de verweten</para>
      <para>gedragingen en eventuele motieven die een rol gespeeld hebben. Of verdachte zich ter</para>
      <para>terechtzitting al dan niet op zijn zwijgrecht zal beroepen, is een omstandigheid waar de</para>
      <para>rechtbank thans nog niet op vooruitloopt.</para>
      <para>Gewogen de belangen van verdachte enerzijds en de belangen in het kader van</para>
      <para>waarheidsvinding en maatschappelijke belangen anderzijds, is de rechtbank van oordeel dat</para>
      <para>deze laatste belangen zwaarder wegen dan het belang van verdachte om zich door zijn</para>
      <para>raadsman te laten vertegenwoordigen. De rechtbank zal deze zaak dan ook niet buiten</para>
      <para>aanwezigheid van de verdachte inhoudelijk behandelen.</para>
      <para>De rechtbank beveelt daarom, gelet op artikel 278 van het Wetboek van Strafvordering, dat</para>
      <para>voornoemde verdachte in persoon zal verschijnen op de volgende terechtzitting.</para>
      <para>Daarnaast acht de rechtbank het van belang dat ook de getuigen-deskundigen op de nadere</para>
      <para>terechtzitting weer aanwezig zullen zijn om eventuele waarnemingen te doen bij de</para>
      <para>inhoudelijke behandeling van de zaak.</para>
      <para>Het onderzoek wordt geschorst voor onbepaalde tijd, maar maximaal voor een termijn van</para>
      <para>drie maanden, wegens de klemmende reden dat het zittingsrooster van de rechtbank thans</para>
      <para>zodanig is bezet, dat het stellen van de termijn van de schorsing op niet meer dan één maand</para>
      <para>niet mogelijk is.</para>
      <para>De voorzitter beveelt de oproeping van verdachte tegen het nader te bepalen tijdstip, met</para>
      <para>tijdige kennisgeving daarvan aan de raadsman van verdachte.</para>
      <para>De voorzitter beveelt tevens de oproeping van de deskundigen [A,B,C] tegen het nader te</para>
      <para>bepalen tijdstip.</para>
      <para>De voorzitter beveelt dat de benadeelde partijen de dag en het tijdstip van de volgende zitting</para>
      <para>schriftelijk wordt meegedeeld.</para>
      <para>Op verzoek van de raadsman spreekt de voorzitter een voorkeur uit voor een planning van de</para>
      <para>zaak op een volgende zitting, indien mogelijk van deze voorzitter, maar merkt tevens op dat</para>
      <para>hij dit niet kan toezeggen.</para>
      <para>Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld</para>
      <para>en ondertekend.</para>
    </parablock>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>