<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2012:BW4293</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-09-19T09:58:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ECLI:NL:RBAMS:2012:1461</dcterms:replaces>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BW4293</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2012-03-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB 12/872 WAV</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2012:BW4293">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2012:BW4293</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T10:05:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2012-04-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2012:BW4293 Rechtbank Amsterdam , 09-03-2012 / AWB 12/872 WAV</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2012:BW4293:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Aan verzoeker is een boete opgelegd van € 4.000,- wegens een overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen. In het onderhavige geval is sprake van een spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening omdat verzoeker aannemelijk heeft gemaakt dat hij door betaling van de boete in een financiële noodsituatie komt te verkeren. Onder deze omstandigheden ziet de voorzieningenrechter aanleiding het besluit te schorsen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2012:BW4293:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>RECHTBANK AMSTERDAM</para>
      <para>Sector Bestuursrecht</para>
      <para>zaaknummer: AWB 12/872 WAV</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter op 9 maart 2012 in de zaak tussen</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[verzoeker] h.o.d.n. [eenmanszaak],</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>verzoeker,</para>
      <para>gemachtigde mr. E.N. de Bode,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,</para>
      <para>verweerder,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Zitting hebben:</para>
      <para>mr. B.E. Mildner, voorzieningenrechter,</para>
      <para>mr. R. Gort, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>Beslissing</para>
    <para />
    <para>De voorzieningenrechter:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>-	wijst het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening toe;</para>
      <para>-	schorst het bestreden besluit van 12 januari 2012; </para>
      <para>-	veroordeelt verweerder tot het vergoeden van de proceskosten tot een bedrag €874,- te betalen aan verzoeker;</para>
      <para>-	draagt verweerder op aan verzoeker het griffierecht van € 156,-  (zegge: honderdzesenvijftig euro) te vergoeden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>Overwegingen</para>
    <para />
    <para>Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot het treffen van een voorlopige voorziening. Dit verzoek hangt samen met het door verzoeker ingediende bezwaar tegen het besluit van verweerder van 12 januari 2012 (het bestreden besluit).</para>
    <para />
    <para>Bij het bestreden besluit heeft verweerder aan verzoeker een boete opgelegd van € 4.000,- wegens een overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav), omdat verzoeker volgens verweerder een vreemdeling arbeid heeft laten verrichten zonder dat daarvoor een tewerkstellingsvergunning was afgegeven. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit en heeft tevens een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening ingediend. </para>
      <para>Verweerder heeft aangevoerd, dat het spoedeisend belang van verzoeker bij het treffen van een voorlopige voorziening onvoldoende is onderbouwd. Verweerder verwijst naar het bepaalde in artikel 6:16 en artikel 4:87, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>De voorzieningenrechter volgt verweerder niet in deze stelling. Zoals de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State onder andere in haar uitspraak van 14 april 2009 met zaaknummer 200808965/2/V6 heeft overwogen, kan aanleiding bestaan tot het treffen van een voorlopige voorziening indien verzoeker aannemelijk maakt dat hij door betaling van de boete in een financiële noodsituatie komt te verkeren. </para>
    <para />
    <para>Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft verzoeker met de door hem overgelegde stukken, waaronder een overzicht van zijn schulden, zijn huidige netto maandinkomen en een bewijs van de kosten voor de maandelijkse huur van zijn woning, voldoende aannemelijk gemaakt dat hij door betaling van de boete in een financiële noodsituatie zal komen te verkeren. Niet is gebleken dat verweerder de uitkomst van de bezwaarprocedure niet kan afwachten. Onder deze omstandigheden ziet de voorzieningenrechter aanleiding het verzoek toe te wijzen,  een voorlopige voorziening te treffen en het bestreden besluit te schorsen. Aan de schorsing wordt geen termijn verbonden, waarbij de voorzieningenrechter voor wat betreft het vervallen van de voorlopige voorziening verwijst naar het bepaalde in artikel 8:85, tweede lid, van de Awb. </para>
    <para> </para>
    <para>Verweerder zal worden veroordeeld in de proceskosten, welke zijn begroot op €874,- (één punt voor het verzoekschrift en één punt voor het verschijnen ter zitting). Tevens dient verweerder het door verzoeker betaalde griffierecht te vergoeden.</para>
    <para />
    <para>Waarvan proces-verbaal,</para>
    <para />
    <para />
    <para>de griffier				de voorzieningenrechter</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Rechtsmiddel</para>
      <para>Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden op:</para>
      <para>D: B</para>
      <para>SB</para>
    </parablock>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>