<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2012:BV2282</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-09-19T09:56:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ECLI:NL:RBAMS:2012:671</dcterms:replaces>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BV2282</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2012-01-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">506172 / KG ZA 11-1977 MvW/CN</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2012:BV2282">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2012:BV2282</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T09:34:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2012-01-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2012:BV2282 Rechtbank Amsterdam , 25-01-2012 / 506172 / KG ZA 11-1977 MvW/CN</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2012:BV2282:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Burengeschil, toetsing of of contactverbod is overtreden en dwangsommen zijn verbeurd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2012:BV2282:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>vonnis</para>
      <para>RECHTBANK AMSTERDAM</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Sector civiel recht, voorzieningenrechter</para>
    <para />
    <para />
    <para>zaaknummer / rolnummer: 506172 / KG ZA 11-1977 MvW/CN</para>
    <para />
    <para>Vonnis in kort geding van 25 januari 2012</para>
    <para />
    <para>in de zaak van</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.	[bewoner nr. 1],</para>
      <para>2.	[bewoonster nr. 1],</para>
      <para>beiden wonende te [woonplaats],</para>
      <para>eisers in conventie bij dagvaarding van 28 december 2011,</para>
      <para>verweerders in reconventie,</para>
      <para>advocaat mr. E. Douma te Almere,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>tegen</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.	[bewoner nr. 2],</para>
      <para>2.	[bewoonster nr. 2],</para>
      <para>beiden wonende te [woonplaats],</para>
      <para>gedaagden in conventie,</para>
      <para>eisers in reconventie,</para>
      <para>advocaat mr. A.A.M. van Dijk te Bussum.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>Eisers zullen hierna - gezamenlijk in enkelvoud - [bewoner nr. 1] c.s. worden genoemd, of afzonderlijk [bewoner nr. 1] en [bewoonster nr. 1]. Gedaagden zullen hierna - gezamenlijk in enkelvoud - [bewoner nr. 2] c.s. worden genoemd, of afzonderlijk [bewoner nr. 2] en [bewoonster nr. 2]. </para>
    <para />
    <para> </para>
    <parablock>
      <para>1.	De procedure</para>
      <para>Ter terechtzitting van 11 januari 2012 heeft [bewoner nr. 1] c.s. gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding. [bewoner nr. 2] c.s. heeft verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorziening, en vervolgens in reconventie gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte akte.</para>
      <para>[bewoner nr. 1] c.s. heeft de vordering in reconventie bestreden. Beide partijen hebben producties en pleitnota’s in het geding gebracht. Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen. Ter zitten waren partijen met hun raadslieden aanwezig. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.	De feiten</para>
      <para>2.1.	[bewoner nr. 1] c.s. zijn de eigenaren van de woning gelegen aan de [A-straat nr. 1] te [woonplaats], waar zij wonen met hun twee zonen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2.2.	[bewoner nr. 2] c.s. wonen met hun vier zonen naast [bewoner nr. 1] c.s., aan de  [A-straat nr. 2] te [woonplaats].</para>
    <para />
    <para>2.3.	Tussen [bewoner nr. 1] c.s. en [bewoner nr. 2] c.s. is medio 2009 een conflict ontstaan. Er hebben zich tal van incidenten tussen [bewoner nr. 1] c.s. en [bewoner nr. 2] c.s. voorgedaan.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.4.	Naar aanleiding van het burenconflict heeft [bewoner nr. 1] c.s. [bewoner nr. 2] c.s. op 11 maart 2011 in kort geding gedagvaard en een contactverbod, alsmede een verbod tot onrechtmatige hinder gevorderd. </para>
      <para>[bewoner nr. 2] c.s. hebben in (deels voorwaardelijke) reconventie gevorderd dat het [bewoner nr. 1] c.s. zou worden verboden om – samengevat – video- en/of geluidsopnames te maken van het woonhuis en erf van [bewoner nr. 2] c.s., dan wel van [bewoner nr. 2] c.s. zelf, alsmede dat aan [bewoner nr. 1] c.s. eveneens een contactverbod zou worden opgelegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.5.	Bij vonnis van de voorzieningenrechter van deze rechtbank van 7 april 2011 is aan zowel [bewoner nr. 2] c.s. als [bewoner nr. 1] c.s. – kort gezegd – gedurende zes maanden verboden contact met elkaar op te nemen, alsmede om beledigingen en bedreigingen jegens elkaar te uiten. Verder is het [bewoner nr. 1] c.s. verboden om video-opnames te maken van het woonhuis en het erf van [bewoner nr. 2] c.s. </para>
      <para>Het vonnis is op of omstreeks 14 april 2011 door [bewoner nr. 1] c.s. aan [bewoner nr. 2] c.s. betekend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.6.	 [bewoner nr. 1] c.s. heeft een CD-rom met onder meer beeld- en/of geluidsopnames, alsmede twee foto’s overgelegd van incidenten die zich hebben voorgedaan op 23 april 2011 (geluidsopname), 4 mei 2011 (video- en geluidsopname) en op 25 mei 2011 (video- en geluidsopname). </para>
      <para>Volgens het door [bewoner nr. 1] c.s. opgestelde transcript van deze CD-rom is op 23 april 2011 onder meer het volgende gezegd door [bewoonster nr. 2], tegen haar zoon [kind 1], terwijl beide partijen zich in hun (aangrenzende) achtertuin bevonden:   </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>“(…) Mw [bewoonster nr. 2] “hij zegt dat zijn vader een klootzak is, dat zegtie!” (hiermee doelt ze op ons 1 jarig zoontje die hoorbaar op de achtergrond wat loopt te brabbelen terwijl hij bij zijn zwembadje speelt) (…)”</para>
    <para />
    <para>Volgens een door [bewoner nr. 1] c.s. opgesteld transcript van de video- en de geluidsopname van 25 mei 2011 is hierop het volgende te zien en horen:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>“(…) Mw. [bewoonster nr. 2] “kijk je ziet hem zelfs zitten [naam], kijk maar, hij te roken daar </para>
      <para>achter de schutting, ze zijn gewoon thuis!”</para>
      <para>Mw. [bewoonster nr. 2] “ze zijn zo kinderachtig dat ze je niet je vliegtuig teruggeven, zie je dat? (…)</para>
      <para>Mw. [bewoonster nr. 2] “gewoon zelfs kindjes plagen…hè”</para>
      <para>Dhr. [kind 2] (kind van 5) “maar je kan wel zeggen hey je bent een stomme eikel!”</para>
      <para>Mw. [bewoonster nr. 2] “ja maar dat weet hij al…”</para>
      <para>Dhr. [kind 1] “haha, stomme lul!” </para>
      <para>Dhr. [kind 2] (kind van 5) “stomme homo!”</para>
      <para>Dhr. [kind 1] “hehehe die is ook goed [kind 2], hehehe stomme homo…”</para>
      <para>Dhr. [kind 2] (kind van 5) “mogen we een ei?”</para>
      <para>Mw. [bewoonster nr. 2]  “een ei?”</para>
      <para>Dhr. [kind 2] (kind van 5) “ja”</para>
      <para>Eén van de kinderen van Mw. [bewoonster nr. 2] zingt vervolgens een top40 hit “catch a grenade”  Kort daarna is er op video duidelijk zichtbaar en hoorbaar (glas dat breekt) dat er een stink-ei over de schutting wordt gegooid (…)” </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2.7.	Op 30 juni 2011 is tussen partijen een overeenkomst gesloten, waarbij zij zich over en weer hebben verplicht zich te houden aan het in kort geding opgelegde contactverbod en het provocatieverbod. Daarbij zijn partijen verder overeengekomen zich te onthouden van (doelbewuste) geluidshinder, het gooien van voorwerpen van welke aard dan ook op het perceel van de ander, het vernielen, besmeuren of bekrassen van eigendommen van de ander en het ophitsen van hun/de kinderen of derden die zich op hun perceel bevinden, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,- per overtreding. Partijen zijn verder overeengekomen dat deze voorwaarden te gelden hebben voor beide partijen, alsmede voor de kinderen van beide partijen. </para>
    <para />
    <para>2.8.	Op 30 augustus 2011 zijn er vanaf het erf van [bewoner nr. 2] c.s. twee waterballonnen in de achtertuin en tegen de gevel van [bewoner nr. 1] c.s. gegooid. [bewoner nr. 1] c.s. heeft hier beeld- en geluidsopnames van overgelegd. [bewoner nr. 1] c.s. heeft hiervan een melding gedaan bij de politie. </para>
    <para />
    <para>2.9.  	Op de door [bewoner nr. 1] c.s. overgelegde CD-rom staan verder beeld- en geluidsopnames van een scheldpartij die op 1 september 2011 heeft plaatsgevonden. Op de beeldopname is te zien dat de vader van [bewoonster nr. 2] (verder te noemen [vader]) samen met één van de zoons van [bewoner nr. 2] c.s. ([kind 1]) op een scooter langsrijdt en stopt wanneer [bewoner nr. 1] uit zijn auto stapt. Volgens het door [bewoner nr. 1] c.s. opgestelde transcript zegt [kind 1] tegen hem:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>“Kom dan, hey kuttekop!”</para>
      <para>“Hey kuttekop!”</para>
      <para>“Kom dan!”</para>
      <para>“Sukkel!”</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2.10.	Bij brief van 9 september 2011 zijn [bewoner nr. 2] c.s. door [bewoner nr. 1] c.s. gesommeerd dwangsommen te betalen in verband met de gebeurtenissen van 30 augustus 2011 en 1 september 2011. [bewoner nr. 2] c.s. hebben aan deze sommatie niet voldaan.</para>
    <para />
    <para>2.11.	Bij confraternele brief van 28 september 2011 heeft [bewoner nr. 1] c.s. voorts aanspraak gemaakt op betaling van dwangsommen in verband met de gebeurtenissen van 23 april 2011, 4 mei 2011 en 25 mei 2011, voor zover niet aan de sommatie van 9 september 2011 zou worden voldaan. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.12.	In een verklaring van [getuige 1] (een buurvrouw van [vader])</para>
      <para>van 12 september 2011, staat:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>“(…) Bij deze verklaar ik (…) getuige geweest te zijn op 3.9. jl van een ordinaire scheldpartij op de [A-straat] van Meneer wonende op [nr. 1] ([bewoner nr. 1], vzr) tegen Mevrouw wonende [A-straat] [nr. 2] ([bewoonster nr. 2], vzr.). Tijdens het uitlaten van mijn honden zei tot mijn grote ergernis meneer van [nr. 1] tegen mevr. van [nr. 2]: “Zo heb je je been gebroken hoop voor je dat die poot wegrot om vervolgens naar z’n woning naar binnen te gaan. (…)”</para>
    <para />
    <para>2.13.	[bewoner nr. 1] c.s. heeft op 16 december 2011 aangifte gedaan van valsheid in geschrifte tegen [getuige 1]. </para>
    <para />
    <para />
    <para>3.	Het geschil in conventie</para>
    <para />
    <para>3.1.	[bewoner nr. 1] c.s. vordert – samengevat – :</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>I.	 (hoofdelijke) veroordeling van [bewoner nr. 2] c.s. tot betaling van vijf maal een  dwangsom van € 500,-, derhalve in totaal € 2.500,-;</para>
      <para>II.	 te bepalen dat bij iedere overtreding van de overeenkomst van 30 juni 2011 een dwangsom van € 500,- wordt verbeurd;</para>
      <para>III.	hoofdelijke veroordeling van [bewoner nr. 2] c.s. tot betaling van € 904,- aan buitengerechtelijke incassokosten;</para>
      <para>IV.	veroordeling van [bewoner nr. 2] c.s. in de kosten van dit geding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3.2.	[bewoner nr. 2] c.s. voert verweer. </para>
    <para />
    <para>3.3.	Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. </para>
    <para />
    <para />
    <para>4.	Het geschil in reconventie</para>
    <para />
    <para>4.1.	[bewoner nr. 2] c.s. vordert – samengevat – :</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>I.	[bewoner nr. 1] c.s. te verbieden om op welke wijze dan ook geluidsopnames te maken van [bewoner nr. 2] c.s, dan wel van de met hen samenwonende en bij hen verblijvende personen zolang zij zich in de woning, in de achtertuin of op het erf van [bewoner nr. 2] c.s. bevinden;</para>
      <para>II.	te bepalen dat [bewoner nr. 1] c.s. een dwangsom verbeurt van € 1.000,- voor elke overtreding van voornoemd verbod;</para>
      <para>III.	hoofdelijke veroordeling van [bewoner nr. 1] c.s. in de proceskosten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4.2.	[bewoner nr. 1] c.s. voert verweer. </para>
    <para />
    <para>4.3.	Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>5.	De beoordeling in conventie</para>
      <para>5.1.	Omdat in dit geval sprake is van een procedure waarin een voorlopige voorziening wordt gevorderd, zal de voorzieningenrechter artikel 127a lid 1 en lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) – waarin is bepaald dat aan het niet-tijdig betalen van het griffiegeld consequenties worden verbonden – buiten beschouwing laten. Toepassing van deze bepaling zou immers, gelet op het belang van één of beide partijen bij toegang tot de rechter, leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5.2.	[bewoner nr. 1] c.s. hebben aan hun vordering ten grondslag gelegd dat ondanks het vonnis van 7 april 2011 en de op 30 juni 2011 gemaakte afspraken [bewoner nr. 2] c.s. zich wederom onrechtmatig jegens [bewoner nr. 1] c.s. heeft gedragen door zich schuldig te maken aan beledigingen, bedreigingen en hinderlijke gedragingen. [bewoner nr. 1] c.s. doelt hiermee op de gebeurtenissen die zich hebben voorgedaan op 23 april 2011, 4 mei 2011, 25 mei 2011, 30 augustus 2011 en 1 september 2011. [bewoner nr. 1] c.s. verwijst hiertoe naar de door hem overgelegde CD-rom met beeld- en geluidsopnames en de aangiftes bij de politie. </para>
    <para />
    <para>5.3.	[bewoner nr. 2] c.s. voert verweer. Volgens [bewoner nr. 2] c.s. wordt het gezin keer op keer onterecht beschuldigd door [bewoner nr. 1] c.s. Uit de overgelegde stukken blijkt niets van laakbaar handelen van [bewoner nr. 2] c.s. [bewoner nr. 1] c.s. zit steeds te wachten op overtredingen, legt hier een vergrootglas op en lokt deze uit. Gezien de geschiedenis tussen partijen is het niet vreemd dat de gezinsleden van [bewoner nr. 2] c.s. onderling niet altijd even vriendelijk over [bewoner nr. 1] c.s. praten. Privé-gesprekken kunnen echter niet worden aangemerkt als een overtreding van het opgelegde verbod. [bewoner nr. 1] c.s. houdt zich overigens zelf ook niet aan het door de voorzieningenrechter opgelegde verbod. Zo heeft hij [bewoonster nr. 2] uitgescholden. [bewoner nr. 2] c.s. heeft hiervan een verklaring van een buurvrouw ([getuige 1]) overgelegd, maar vordert – om de zaak niet onnodig op de spits te drijven – hiervoor zelf geen dwangsommen van [bewoner nr. 1] c.s. Verder is [bewoner nr. 2], terwijl hij met zijn vijfjarige zoon op de scooter zat, op 10 december 2011 doelbewust bijna aangereden door [bewoner nr. 1]. [bewoner nr. 2] c.s. heeft gelet op de ernst van dit incident hiervan wel een melding gedaan bij de politie. Ten slotte voert [bewoner nr. 2] c.s. aan dat [bewoner nr. 1] c.s. misbruik van procesrecht maakt, omdat dit al de derde procedure is die [bewoner nr. 1] c.s. heeft aangespannen. Volgens [bewoner nr. 2] c.s. is er sprake van ‘juridische stalking’, hetgeen te meer klemt, nu [bewoner nr. 1] c.s. een rechtsbijstandsverzekering heeft en [bewoner nr. 2] c.s. de advocaatkosten zelf moet betalen. </para>
    <para />
    <para>5.4.	Beoordeeld moet worden of de door [bewoner nr. 1] c.s. naar voren gebrachte gebeurtenissen op respectievelijk 23 april 2011, 4 mei 2011, 25 mei 2011, 30 augustus 2011 en 1 september 2011 een inbreuk door [bewoner nr. 2] c.s. vormen van het bij vonnis van 7 april 2011 aan [bewoner nr. 2] c.s. opgelegde verbod. Voor de gebeurtenissen van 30 augustus 2011 en 1 september 2011 geldt verder dat tevens moet worden beoordeeld of deze onder de verboden zoals vastgelegd in de tussen partijen gesloten overeenkomst van 30 juni 2011 vallen. In dit verband wordt het volgende overwogen. </para>
    <para />
    <para>5.5.	Het ‘incident’ van 23 april 2011 betreft een opmerking van [bewoonster nr. 2] tegen haar zoon gedaan in haar tuin. Deze opmerking was niet gericht aan [bewoner nr. 1] c.s. Hoewel dit gelet op het feit dat de tuinen van partijen aan elkaar grenzen wel hoorbaar was voor [bewoner nr. 1] c.s., is daarmee nog geen sprake van overtreding van het vonnis van 7 april 2011, zodat door [bewoner nr. 2] c.s. hiervoor geen dwangsom is verbeurd.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>5.6.	Met betrekking tot de opname van 4 mei 2011, stelt [bewoner nr. 1] c.s. dat hierop te zien is dat [bewoonster nr. 2] provocerend toetert naar [bewoner nr. 1], vanuit haar auto bij thuiskomst. </para>
      <para>[bewoner nr. 2] c.s. heeft echter gemotiveerd betwist dat zij provocerend heeft getoeterd naar [bewoner nr. 1] c.s. Uit de opname blijkt volgens [bewoner nr. 2] c.s. alleen dat [bewoonster nr. 2] achteruit aan het inparkeren is en dat daarnaast een toeterend geluid te horen is. [bewoonster nr. 2] voert aan dat zij naar haar zonen heeft getoeterd die op de oprit stonden en dat zij geen enkele intentie had om [bewoner nr. 1] te bedreigen of te provoceren. </para>
      <para>Gezien het voorgaande heeft [bewoner nr. 1] c.s. voorshands onvoldoende aannemelijk gemaakt dat sprake is van een overtreding van het in het vonnis van 7 april 2011 opgelegde verbod, zodat [bewoner nr. 2] c.s. voor deze gebeurtenis geen dwangsom verbeurt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>5.7.	[bewoner nr. 1] c.s. stelt verder dat [bewoonster nr. 2] en de zonen [kind 1] en [kind 2] op 25 mei 2011 in strijd hebben gehandeld met het bij vonnis van 7 april 2011 opgelegde verbod door [bewoner nr. 1] achtereenvolgens “stomme eikel”, “stomme lul”en “stomme homo” te noemen en een glazen stinkei over de schutting in de tuin van [bewoner nr. 1] c.s. te gooien, waar hun zoontje op dat moment speelde.</para>
      <para>[bewoner nr. 2] c.s. heeft als verweer aangevoerd dat [bewoner nr. 1] c.s. zelf provocerend heeft gehandeld door een speelgoedvliegtuigje van de zonen van [bewoner nr. 2] c.s. niet terug te gooien over de schutting. Toen de zonen van [bewoner nr. 2] c.s. woorden uitspraken als “stomme eikel” zegt [bewoonster nr. 2] hen tot de orde te hebben geroepen. [bewoner nr. 2] c.s. betwist voorts dat een stinkei over de schutting zou zijn gegooid. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5.8.	Overwogen wordt dat de uitlatingen van de kinderen van partijen op 25 mei 2011 niet onder het bij vonnis van 7 april 2011 opgelegde verbod vallen. Ook het gooien van een stinkei door de kinderen [bewoner nr. 2] c.s. valt, hoe hinderlijk ook, niet onder het opnemen van contact, het bedreigen of het beledigen van [bewoner nr. 1] c.s. door [bewoner nr. 2] c.s. Partijen hebben hierna de overeenkomst van 30 juni 2011  gesloten, waarbij partijen wel expliciet hebben verklaard zich tevens te zullen onthouden van het besmeuren van elkaars erf en eigendommen en dat de verboden zich ook uitstrekken tot de kinderen van partijen, maar deze overeenkomst werkt niet terug tot 25 mei 2011. Het voorgaande brengt met zich dat voor deze gebeurtenis evenmin een dwangsom verschuldigd is door [bewoner nr. 2] c.s. </para>
    <para> </para>
    <para>5.9.	Anders is dit voor het gooien van de waterballonnen op 30 augustus 2011. [bewoner nr. 2] c.s. heeft hierover weliswaar verklaard dat er op dat moment meerdere buurtkinderen in haar tuin aan het spelen waren, dat dit onschuldig gedrag is van jonge kinderen en dat [bewoner nr. 1] c.s. ten onrechte van een mug een olifant maakt door hiervoor dwangsommen te vorderen en een melding te doen bij de politie, maar juist gelet op de slechte onderlinge verhouding tussen partijen en de vlak daarvoor gemaakte afspraken tussen partijen om (onder meer) geen voorwerpen op elkaars erf te gooien, had het op de weg van [bewoner nr. 2] c.s. gelegen te voorkomen dat er waterballonnen op het erf en tegen de gevel van [bewoner nr. 1] c.s. zouden worden gegooid. Nu [bewoner nr. 2] c.s. dit niet heeft gedaan, komt dit voor zijn risico en is [bewoner nr. 2] c.s. hiervoor voorshands een dwangsom van € 500,- verschuldigd. </para>
    <para />
    <para>5.10.	[bewoner nr. 2] c.s. is voorts een dwangsom verschuldigd voor de jegens [bewoner nr. 1] gerichte scheldpartij van zoon [kind 1], waarvan [bewoner nr. 1] c.s. video- en geluidsopnames heeft overgelegd. Dat deze scheldpartij, zoals [bewoner nr. 2] c.s. heeft aangevoerd, is uitgelokt door [bewoner nr. 1] is gezien de door [bewoner nr. 1] c.s. overgelegde beeld- en geluidsopnames onvoldoende gebleken. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>5.11.	Het voorgaande brengt met zich dat [bewoner nr. 2] c.s. in totaal een (hoofdelijke) dwangsom verschuldigd is van € 1.000,-. </para>
      <para>[bewoner nr. 1] c.s. heeft gezien de aard van de overtreden verboden, zijn spoedeisende belang bij toewijzing van de vorderingen voldoende aannemelijk gemaakt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5.12.	Hoewel de voorzieningenrechter met [bewoner nr. 2] c.s. van oordeel is dat het voor de verhoudingen tussen partijen niet bevorderlijk is om voor ieder ‘incident’ dwangsommen op te eisen, is daarmee, nu gelet op het voorgaande nog steeds sprake is van overtredingen door [bewoner nr. 2] c.s. van het bij vonnis opgelegde verbod en de afspraken tussen partijen, geen sprake van misbruik van procesrecht door [bewoner nr. 1] c.s. </para>
    <para />
    <para>5.13.	De vordering van [bewoner nr. 1] c.s. om te bepalen dat de dwangsommen, die tussen partijen zijn afgesproken op 30 juni 2011, zonder rechterlijke tussenkomst inbaar zijn wordt gelet op de slechte onderlinge verhouding tussen partijen alsmede het feit dat beide partijen ook thans weer deels in het gelijk en deels in het ongelijk zijn gesteld, afgewezen. </para>
    <para> </para>
    <parablock>
      <para>5.14.	[bewoner nr. 1] c.s. heeft daarnaast veroordeling van [bewoner nr. 2] c.s. in de buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. Voor de toewijzing van buitengerechtelijke incassokosten wordt als uitgangspunt gehanteerd dat het moet gaan om verrichtingen die meer omvatten dan een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De aan de zijde van [bewoner nr. 1] c.s. gestelde kosten zijn geen andere dan die ter voorbereiding van de processtukken en ter instructie van de zaak. Voor dergelijke kosten plegen de in de artikelen 237 tot en met 240 Rv bedoelde kosten een vergoeding in te sluiten. De vordering tot vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten wordt daarom afgewezen. </para>
      <para>5.15.  	Nu beide partijen over en weer deels in het gelijk en in het ongelijk zijn gesteld, worden de proceskosten in conventie aldus verdeeld dat iedere partij de eigen kosten draagt. </para>
    </parablock>
    <para>  </para>
    <parablock>
      <para>6.	De beoordeling in reconventie</para>
      <para>6.1.	[bewoner nr. 2] c.s. legt aan zijn vordering in reconventie ten grondslag dat de camera op de zolder van [bewoner nr. 1] c.s. dusdanig is geplaatst dat deze grotendeels is gericht op de openbare weg voor zowel de woning van [bewoner nr. 1] c.s. als [bewoner nr. 2] c.s. Daarnaast heeft [bewoner nr. 1] c.s. een camera geplaatst aan de achterzijde van hun woning gericht op de achtertuin. Bij vonnis van 7 april 2011 heeft de voorzieningenrechter [bewoner nr. 1] c.s. verboden video-opnames te maken van het woonhuis en erf van [bewoner nr. 2] c.s. De vordering om een verbod op te leggen voor het maken van geluidsopnames is afgewezen, omdat niet zou zijn gebleken van structurele geluidsopnames. Sinds het vonnis van 7 april 2011 maakt [bewoner nr. 1] c.s. echter structureel geluidsopnames van hetgeen door [bewoner nr. 2] c.s. wordt gezegd. De apparatuur is zodanig opgesteld dat zij volledig gericht staat op het erf en de achtertuin van [bewoner nr. 2] c.s. Daarmee maakt [bewoner nr. 1] c.s. een ernstige en onrechtmatige inbreuk op de privacy van [bewoner nr. 2] c.s., zodat [bewoner nr. 2] c.s. spoedeisend belang heeft bij de gevraagde voorziening in reconventie.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>6.2.	[bewoner nr. 1] c.s. betwist dat de geluidsapparatuur structureel aanstaat. De op de zolder geplaatste camera, die permanent aanstaat, bevat geen geluidsapparatuur. [bewoner nr. 1] heeft verder verklaard dat hij de opname-apparatuur wel altijd bij zich draagt, maar alleen opnames maakt indien daar aanleiding toe is. Met deze apparatuur worden geen gesprekken opgenomen, die in de woning van [bewoner nr. 2] c.s. plaatsvinden, maar enkel uitlatingen in de tuin en op het erf van [bewoner nr. 2] c.s. die vanaf het perceel van [bewoner nr. 1] c.s. waar te nemen zijn. [bewoner nr. 1] c.s. voert ten slotte aan tot het maken van beeld- en geluidsopnames te zijn genoodzaakt, omdat dit de enige manier is om bewijs tegen [bewoner nr. 2] c.s. te vergaren.  </para>
    <para />
    <para>6.3.	De voorzieningenrechter oordeelt als volgt. In het vonnis van 7 april 2011 is reeds overwogen dat tegenover het beroep van [bewoner nr. 2] c.s. op eerbiediging van hun persoonlijke levenssfeer, het beroep van [bewoner nr. 1] c.s. staat om zich veilig te voelen in en om zijn woning. Het antwoord op de vraag welk van beide rechten zwaarder weegt in het onderhavige geval, moet worden gevonden door een afweging van alle omstandigheden van het geval. Daartoe wordt thans overwogen dat [bewoner nr. 1] c.s., gezien hetgeen hiervoor in conventie is overwogen, nog steeds hinder ondervindt van de gedragingen van [bewoner nr. 2] c.s. en hun kinderen, ondanks de daartoe opgelegde verboden en de tussen partijen gesloten overeenkomst. De burenruzie is duidelijk nog niet opgelost. Het is daarom nog steeds voorstelbaar dat [bewoner nr. 1] c.s. met behulp van beeld- en geluidsopnames zijn erf wil bewaken, alsmede eventuele overtredingen van de opgelegde verboden en de overeenkomst wil vastleggen. Verder is gebleken dat de camera niet gericht is op het (privé)erf van [bewoner nr. 2] c.s. en dat de geluidsopnames niet meer van de gesprekken van [bewoner nr. 2] c.s. registreren, dan normaalgesproken ook vanuit de tuin door de buren te horen zou zijn. [bewoner nr. 1] c.s. heeft verder gemotiveerd betwist dat de geluidsopname-apparatuur permanent aanstaat. Gelet op het voorgaande zal het door [bewoner nr. 2] c.s. in reconventie gevorderde verbod worden afgewezen. </para>
    <para />
    <para>6.4.    Nu sprake is van een burenruzie waarin beide partijen een aandeel hebben, zullen de proceskosten in reconventie eveneens aldus worden gecompenseerd, dat iedere partij de eigen kosten draagt. </para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>7.	De beslissing</para>
      <para>De voorzieningenrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in conventie</para>
      <para>7.1.	veroordeelt [bewoner nr. 2] c.s. hoofdelijk tot betaling aan [bewoner nr. 1] c.s. van € 1.000,- (zegge duizend euro) aan verbeurde dwangsommen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>7.2.	verklaart dit vonnis in conventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad,</para>
    <para />
    <para>7.3.	wijst het meer of anders gevorderde af,</para>
    <para />
    <para>7.4.	compenseert de proceskosten aldus, dat iedere partij de eigen kosten draagt.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>in reconventie</para>
      <para>7.5.	weigert de gevraagde voorziening,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>7.6.	compenseert de proceskosten aldus, dat iedere partij de eigen kosten draagt.</para>
    <para />
    <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M. van Walraven, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. C. Neve, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 25 januari 2012.?</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>