<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ7846</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-04-04T17:00:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BQ7846</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2011-05-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13.706215-11, RK nummer: 11/1521.</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ7846">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ7846</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T08:20:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2011-06-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ7846 Rechtbank Amsterdam , 27-05-2011 / 13.706215-11, RK nummer: 11/1521.</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ7846:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Executieoverlevering Hongarije toegestaan. Art 6 lid vijf OLW nvt, geen rechtsmacht en ook geen 5 jaar onafgebroken verblijf.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ7846:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>RECHTBANK AMSTERDAM	</para>
      <para>		      INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13.706215-11</para>
      <para>RK nummer: 11/1521</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>Datum uitspraak: 27 mei 2011 </para>
    <para>                     </para>
    <para />
    <para>    UITSPRAAK</para>
    <para />
    <para />
    <para>op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 10 maart 2011 en strekt onder meer tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB), uitgevaardigd op 22 december 2010 door Judge Judit van de Execution of Sentences Group of the Pest County Court, Hongarije. Dit bevel betreft de aanhouding en overlevering van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>	[opgeëiste persoon],</para>
      <para>	geboren te [geboorteplaats] (Hongarije) op [geboortedatum] 1972, </para>
      <para>	wonende op het adres  [adres] [woonplaats],</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>hierna te noemen de opgeëiste persoon.</para>
    <para />
    <para>1. Procesgang</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering is behandeld op de openbare zitting van 13 mei 2011. Daarbij zijn de offi¬cier van justitie en de raadsman van de opgeëiste persoon, mr. F. Yildiz, advocaat te ‘s-Gravenhage, gehoord. De opgeëiste persoon is, alhoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen. </para>
      <para>De raadsman heeft verklaard dat de opgeëiste persoon hem uitdrukkelijk heeft gemachtigd namens hem ter zitting het woord te voeren. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Op die zitting heeft de rechtbank de termijn waarbinnen zij over de overlevering moet beslissen met dertig dagen verlengd. De reden daarvoor is gelegen in de omstandigheid dat door de druk bezette agenda van de Internationale rechtshulpkamer een eerdere behandeling van het EAB niet mogelijk was. </para>
    <para />
    <para>2. Grondslag en inhoud van het EAB</para>
    <para />
    <para>Aan het EAB ligt een vonnis van de Borsod-Abaúj-Zemplén County Court van 31 mei 2010 ten grondslag, alsmede een uitspraak in hoger beroep van de High Court of Justice of Debrecen van 27 oktober 2010.</para>
    <para> </para>
    <para>De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat van een vrijheidsstraf voor de duur van 3 jaren. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij voornoemde uitspraak van 27 oktober 2010. </para>
    <para />
    <para>Deze uitspraak betreft het feit zoals dat is omschreven in een door de griffier gewaarmerkte en als bijlage aan deze uitspraak gehechte fotokopie van onderdeel e) van het EAB. </para>
    <para />
    <para>3. Identiteit van de opgeëiste persoon 		</para>
    <para />
    <para>De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat bovenvermelde personalia kloppen en dat de opgeëiste persoon de Hongaarse nationaliteit heeft.</para>
    <para> </para>
    <para />
    <para>4. Strafbaarheid </para>
    <para />
    <para>4.1 Verweren</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft aangevoerd dat geen sprake is van de lijstfeiten ‘fraude’ en ‘oplichting’, nu er geen lijstfeiten zijn aangekruist en dat evenmin blijkt of voldaan is aan de voorwaarde als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, sub 1 OLW.</para>
      <para>Evenmin, zo heeft de raadsman gesteld, is er sprake van dubbele strafbaarheid van het feit. Daartoe heeft hij aangevoerd dat, gelet op de feitomschrijving, eerder sprake lijkt te zijn van een civiele procedure dan van een strafrechtelijke procedure. Het EAB dient, zo stelt de raadsman, waarschijnlijk een ander doel, te weten het vergoeden van de schade. Overlevering moet daarom worden geweigerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4.2 Feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank constateert met de raadsman en de officier van justitie dat de uitvaardigende justitiële autoriteit het feit niet heeft aangeduid als een zogenaamd lijstfeit. </para>
      <para>Overlevering kan in dat geval alleen worden toegestaan indien voldaan wordt aan de in artikel 7, lid 1, onder a, 2e OLW gestelde eis van dubbele strafbaarheid.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Naar het oordeel van de rechtbank is hiervan sprake nu het feit zowel naar het recht van Hongarije als naar Nederlands recht strafbaar is en op dit feit in beide staten een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste twaalf maanden is gesteld. </para>
    <para />
    <para>Duidelijk is dat de Hongaarse justitiële autoriteiten de opgeëiste persoon strafrechtelijk hebben veroordeeld voor het misdrijf van fraude zoals bedoeld paragraaf 1 van sectie 318 van het Hongaarse Wetboek van Strafrecht, omdat hij niet de intentie had de door hem gehuurde machines te betalen en de machines terug te brengen. Dit correspondeert met de “valse hoedanigheid” van artikel 326 van het Nederlandse Wetboek van Strafrecht. Dit staat los van eventuele civiele procedures.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Het feit levert naar Nederlands recht op:</para>
      <para>	Oplichting </para>
    </parablock>
    <para> </para>
    <para />
    <para>5. Artikel 6, vijfde lid, OLW</para>
    <para />
    <para>De raadsman heeft bepleit dat de overlevering moet worden geweigerd nu de opgeëiste persoon, door zijn verblijf in Nederland vanaf maart 2008, is geworteld in de Nederlandse samenleving.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is met de officier van justitie van oordeel dat de opgeëiste persoon, anders dan gesteld door de raadsman, niet in aanmerking komt voor gelijkstelling met een Nederlander. De opgeëiste persoon heeft niet de Nederlandse nationaliteit en voorts is gebleken dat niet wordt voldaan aan de in het vijfde lid van voornoemd artikel genoemde vereiste van rechtsmacht van Nederland voor het feit waarop het EAB betrekking heeft. Daarnaast houdt de rechtbank vast aan het in de jurisprudentie vastgelegde criterium van vijf jaar rechtmatig verblijf (Hof van Justitie d.d. 6 oktober 2009, in de zaak C-123/08). </para>
      <para>De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsman. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>6. Slotsom</para>
    <para />
    <para>Nu ten aanzien van het feit waarvoor de overlevering wordt gevraagd, is vastgesteld dat aan alle eisen is voldaan die de OLW daaraan stelt, dient de overlevering te worden toegestaan.</para>
    <para />
    <para />
    <para>7. Toepasselijke wetsbepalingen</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikelen 326 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
      <para>De artikelen 2, 5 en 7 van de Overleveringswet.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>8. Beslissing</para>
    <para />
    <para>STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan Fejér Judit van de Execution of Sentences Group of the Pest County Court, Hongarije, ten behoeve van de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf, te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat wegens het feit waarvoor zijn overlevering wordt verzocht.</para>
    <para> </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gedaan door</para>
      <para>mr. W.H. van Benthem,  				                        		voorzit¬ter,</para>
      <para>mrs.  S. van Eunen en M.C.J. Rozijn,                         				rech¬ters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. A.B. Boukema,		                              	grif¬fier,</para>
      <para>en uitgesproken ter openbare zitting van 27 mei 2010.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>Ingevolge artikel 29, tweede lid, van de OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>