<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2010:BT2625</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-21T20:11:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BT2625</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2010-12-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">CV09-6047</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>PJ 2011/164</rdf:li>
          <rdf:li>AR-Updates.nl 2011-0796</rdf:li>
          <rdf:li>VAAN-AR-Updates.nl 2011-0796</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2010:BT2625">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2010:BT2625</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T08:52:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2011-09-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2010:BT2625 Rechtbank Amsterdam , 08-12-2010 / CV09-6047</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2010:BT2625:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vordering tot nakoming pensioentoezegging en vordering tot betaling schadevergoeding verjaard.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2010:BT2625:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>RECHTBANK AMSTERDAM</para>
      <para>SECTOR KANTON - LOCATIE HILVERSUM </para>
      <para>Kenmerk	: CV 09-6047</para>
      <para>Datum		: 8 december 2010</para>
      <para>450</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>Vonnis van de kantonrechter te Hilversum in de zaak van:</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>[eiser]</para>
      <para>wonende te Almere</para>
      <para>eiser</para>
      <para>nader te noemen [eiser]</para>
      <para>gemachtigde: mr. S. Mollee-Wijga</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>t e g e n: </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap [gedaagde]</para>
      <para>gevestigd te Weesp</para>
      <para>gedaagde</para>
      <para>nader te noemen [gedaagde]</para>
      <para>gemachtigden: mr. drs. C.R. Boekkooi en mr. N.M. Opdam</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>VERDERE VERLOOP VAN DE PROCEDURE</para>
    <para />
    <para>Bij het in deze zaak tussen partijen gewezen tussenvonnis van de kantonrechter van 14 juli 2010 is een comparitie van partijen gelast. Deze heeft op 17 september 2010 plaatsgevonden. [eiser] is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Namens [gedaagde] is [naam directeur ], algemeen directeur, verschenen, bijgestaan door de gemachtigden. Partijen hebben nadere inlichtingen verschaft en hun stellingen toegelicht, ieder aan de hand van een pleitnotitie. Daarbij heeft [eiser] de gevorderde benodigde koopsom verminderd tot € 80.847,02.</para>
    <para />
    <para>Daarna is vonnis bepaald.</para>
    <para> </para>
    <para />
    <para>GRONDEN VAN DE BESLISSING</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.	De kantonrechter blijft bij eerdergenoemd tussenvonnis van 14 juli 2010.</para>
      <para>2.	Allereerst is aan de orde het meest verstrekkende verweer van [gedaagde] dat zowel de primaire vordering van [eiser] tot nakoming van de pensioentoezegging, zoals verwoord in de pensioenbrief van 2 augustus 1982, als de vordering tot betaling van een schadevergoeding is verjaard. Naar het oordeel van de kantonrechter slaagt dit beroep. </para>
      <para>3.	[eiser] is op 1 april 1983 bij [gedaagde] uit dienst getreden. Op dat moment is het pensioenkapitaal van de individuele pensioenregeling premievrij gemaakt en zijn de verplichtingen voor [gedaagde] uit hoofde van de individuele pensioenregeling geëindigd. [gedaagde] heeft onweersproken aangevoerd dat er ten tijde van de beëindiging van het dienstverband een premievrij kapitaal is vastgesteld van NLG 80.105 (EUR 36.350). [eiser] heeft onvoldoende gemotiveerd betwist dat hem daarvan bij de beëindiging ook een opgave is verstrekt. Aan de hand van deze opgave had [eiser] kunnen weten of [gedaagde] jegens hem aan haar verplichtingen uit hoofde van de gesloten pensioenovereenkomst had voldaan en voorts of er door nalatigheid van [gedaagde], zijnde de schadeveroorzakende gebeurtenis, enige schade was ontstaan. De verjaringstermijn van artikel 3:307 BW (vijf jaar) evenals de verjaringstermijn van artikel 3:310 BW (vijf dan wel twintig jaar) moeten dan ook geacht worden vanaf 1 april 1983 te zijn gaan lopen. [eiser] heeft zich voor het eerst bij brief van 28 september 2005 bij [gedaagde] gemeld met zijn vermeende vorderingen, hetgeen later is dan vijf en later dan twintig jaar na 1 april 1983. Dit betekent dat zijn vorderingsrecht is verjaard. Dat [eiser] zich pas rond zijn pensioendatum is gaan verdiepen in de aan hem toekomende pensioenbedragen, komt voor zijn rekening en risico en weegt niet op tegen het belang van de rechtszekerheid.    </para>
      <para>4.	[eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het geding gevallen aan de zijde van [gedaagde].</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>I.	verklaart [eiser] niet-ontvankelijk in zijn vorderingen;</para>
      <para>II.	veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding, gevallen aan de zijde van [gedaagde], tot heden begroot op € 1.800,00 wegens salaris gemachtigde;</para>
      <para>III.	verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Aldus gewezen door mr. A. Sissing, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 december 2010 in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
    <para />
    <para>De griffier	De kantonrechter</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>