<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2010:BO7048</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-10T18:47:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BO7048</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2010-12-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/529027-07 en 13/529010-09</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2010:BO7048">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2010:BO7048</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T07:20:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2010-12-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2010:BO7048 Rechtbank Amsterdam , 13-12-2010 / 13/529027-07 en 13/529010-09</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2010:BO7048:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Opheffing bij tussenbeslissing van de voorlopige hechtenis in de zaak NICHT (13/529027-07) en de 140-zaak (parketnummer 13/529010-09) in het Passage-proces.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2010:BO7048:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>Beslissing rechtbank op opheffingsverzoek mr. Meijering in de zaak [verdachte], d.d. 13 december 2010</para>
    <para />
    <para>De verdediging van [verdachte] heeft ter terechtzitting van 18 en 21 oktober, 25 en 29 november en 2 december 2010 om de opheffing van de voorlopige hechtenis van [verdachte] verzocht. Daartoe heeft zij aangevoerd, op gronden als in de pleitnotities vervat, primair dat de ernstige bezwaren ontbreken en subsidiair dat zich thans een situatie als bedoeld in artikel 67a lid 3 Sv voordoet. Meer subsidiair is de schorsing op persoonlijke gronden van verdachte verzocht.</para>
    <para />
    <para>Het openbaar ministerie heeft zich tegen een opheffing c.q. schorsing verzet op gronden als in zijn schriftelijke reacties vervat. Voor wat betreft de ernstige bezwaren heeft het naar voren gebracht dat die nog onverkort aanwezig zijn en voorts is het openbaar ministerie van mening dat van een situatie als bedoeld in artikel 67a lid 3 Sv nog geen sprake is. De persoonlijke omstandigheden die zijn aangevoerd in het kader van het schorsingsverzoek kunnen niet opwegen tegen het belang bij voortduring van de voorlopige hechtenis, aldus de officier van justitie. </para>
    <para />
    <para>De rechtbank overweegt als volgt.</para>
    <para />
    <para>[verdachte] zit in voorlopige hechtenis terzake van, kort gezegd, poging uitlokking van de moord op [slachtoffer] (hierna de zaak-NICHT), alsmede deelname aan een criminele organisatie gericht op liquidaties (hierna: de 140-zaak).</para>
    <para />
    <para>Met de raadsman is de rechtbank van oordeel dat aan de ernstige bezwaren in de zaak Nicht niet langer voldoende gewicht kan worden toegekend om continuering van de voorlopige hechtenis terzake van dit feit nog te rechtvaardigen. Voorzover de voorlopige hechtenis is gestoeld op de zaak Nicht dient zij derhalve te worden opgeheven.</para>
    <para />
    <para>De rechtbank is daarentegen van oordeel dat, anders dan de raadsman heeft gesteld, in de 140-zaak het voorhanden zijnde bezwarende materiaal, beschouwd in zijn onderlinge samenhang, nog immer voldoende ernstige bezwaren oplevert om als grondslag voor de voorlopige hechtenis te kunnen dienen. </para>
    <para />
    <para>Hetgeen door de verdediging is aangevoerd ter zake van de samenstelling van het dossier en andere incidenten, brengt de rechtbank niet tot een ander oordeel omtrent de voorlopige hechtenis.</para>
    <para />
    <para>Hoewel de rechtbank tegen de achtergrond van het uitvoerige debat tussen verdediging en openbaar ministerie een nadere toelichting op deze beslissingen als meer bevredigend zou ervaren, ziet zij hiervan af. Een nadere toelichting zou ten onrechte als een voorschot op de toekomst uitgelegd kunnen worden, terwijl de precieze interpretatie en weging van het bezwarende materiaal naar het oordeel van de rechtbank voorwerp van debat dient te blijven.  </para>
    <para />
    <para>Geconstateerd kan vervolgens worden dat [verdachte] thans alleen nog voorlopig gehecht zit in verband met, kort gezegd, de 140-zaak. [verdachte] zit in voorlopige hechtenis sedert 3 april 2007, derhalve op dit moment ruim drie jaren en 7 maanden.</para>
    <para />
    <para>Gelet op de maximumstraf die krachtens artikel 140 Wetboek van Strafrecht kan worden opgelegd terzake van deelname aan een criminele organisatie (namelijk 6 jaren gevangenisstraf), in samenhang beschouwd met de VI-regeling (die ertoe strekt dat 2/3 deel van een opgelegde gevangenisstraf effectief wordt uitgezeten), komt thans een situatie als bedoeld in artikel 67a lid 3 Sv in beeld. </para>
    <para />
    <para>De rechtbank komt tot de conclusie dat het subsidiair gedane verzoek dient te worden toegewezen; de voorlopige hechtenis van [verdachte] dient in verband met de afweging krachtens artikel 67a lid 3 Sv terzake van de 140-zaak, te worden opgeheven.</para>
    <para />
    <para>De rechtbank merkt nog wel op dat, zoals zij ook eerder in de zaak tegen medeverdachte Burger heeft overwogen, in de krachtens artikel 67a lid 3 Sv te maken afweging alleen feiten dienen te worden betrokken, waarvoor iemand in voorlopige hechtenis zit. </para>
    <para />
    <para>Aan het schorsingsverzoek komt de rechtbank, gelet op het voorgaande, niet toe.</para>
    <para />
    <para />
    <para>Beslissing:</para>
    <para />
    <para>Heft op de voorlopige hechtenis in de zaak NICHT (13/529027-07) en de 140-zaak (parketnummer 13/529010-09).</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>