<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2010:BN2932</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-11T16:56:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BN2932</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2010-06-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB 09-1711 HUUR</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RVS:2011:BP3684" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#bekrachtiging/bevestiging">Hoger beroep: ECLI:NL:RVS:2011:BP3684, Bekrachtiging/bevestiging</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2010:BN2932">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2010:BN2932</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T06:45:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2010-07-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2010:BN2932 Rechtbank Amsterdam , 04-06-2010 / AWB 09-1711 HUUR</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2010:BN2932:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Herziening en terugvordering huurtoeslag. Medebewoner in de zin van artikel 2, eerste lid, aanhef en onder e, van de Awir. Niet aannemelijk is gemaakt dat de onjuiste inschrijving in de GBA niet aan eiseres kan worden toegerekend in de zin van artikel 9, tweede lid, van de Wht.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2010:BN2932:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>RECHTBANK AMSTERDAM</para>
      <para>Sector Bestuursrecht</para>
      <para>zaaknummer: AWB 09/1711 HUUR</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[eiseres],</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>eiseres,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Belastingdienst/Toeslagen,</para>
      <para>gevestigd te Utrecht,</para>
      <para>verweerder,</para>
      <para>gemachtigde [gemachtigde verweerder].</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>Procesverloop</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 13 november 2008 (het primaire besluit) heeft verweerder het recht van eiseres op huurtoeslag in het jaar 2006 definitief vastgesteld op nihil en een bedrag van </para>
      <para>€ 3.218 aan ten onrechte betaalde voorschotten van eiseres teruggevorderd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Bij besluit van 7 april 2009 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres tegen het primaire besluit (kennelijk) ongegrond verklaard.</para>
    <para />
    <para>Eiseres heeft tegen dit besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de zaak ter zitting behandeld op 23 april 2010.</para>
      <para>Eiseres is niet verschenen. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>Overwegingen</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.	Feiten en omstandigheden</para>
      <para>1.1.	Naar aanleiding van de aanvraag van eiseres van 27 september 2005 om huurtoeslag heeft verweerder aan eiseres een voorschot van € 3.218 aan huurtoeslag toegekend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.2.	In het primaire besluit heeft verweerder overwogen dat het toetsingsinkomen van eiseres te hoog is, waardoor zij geen recht heeft op huurtoeslag over 2006. Volgens de gegevens van de Dienst Inkomstenbelasting bedroeg het inkomen van eiseres in 2006 </para>
      <para>€ 11.703 en dat van haar inwonende zoon [zoon eiseres] (hierna: [zoon eiseres]) € 16.905, zodat het toetsingsinkomen in totaal € 28.608 bedraagt. Verweerder heeft vervolgens aan eiseres meegedeeld dat zij het voorschot van € 3.218 dient terug te betalen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1.3.	Verweerder heeft zich in het bestreden besluit op het standpunt gesteld dat de hoogte van de huurtoeslag afhankelijk is van het gezamenlijke jaarinkomen van de aanvrager, de toeslagpartner en de medebewoner(s). Alle personen die volgens de gemeente op het adres van de aanvrager wonen horen bij het huishouden, ongeacht of zij financieel bijdragen aan het huishouden. Op grond van de gegevens van de Gemeentelijke Basisadministratie (GBA) heeft verweerder vastgesteld dat [zoon eiseres] in 2006 op het woonadres van eiseres ingeschreven heeft gestaan. Volgens verweerder is het inkomen van [zoon eiseres] daarom terecht meegenomen bij de berekening van de huurtoeslag.</para>
    <para />
    <para>1.4.	Eiseres heeft in beroep gesteld dat [zoon eiseres] al sinds september 2005 niet meer bij haar woont en dat zij hem niet eerder zonder zijn toestemming van haar adres kon laten uitschrijven.</para>
    <para />
    <para>1.5.	Verweerder heeft zich in zijn verweerschrift op het standpunt gesteld dat de informatie van het GBA leidend is bij de berekening van de huurtoeslag en dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat [zoon eiseres] in 2006 niet op haar adres woonde. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.	Het wettelijk kader</para>
      <para>2.1.	Ingevolge artikel 2, eerste lid, aanhef en onder e, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir) wordt onder medebewoner verstaan de persoon die op hetzelfde woonadres als de belanghebbende staat ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens, met dien verstande dat als medebewoner niet wordt aangemerkt:</para>
      <para>1. de partner van de belanghebbende;</para>
      <para>2. de persoon die op basis van een schriftelijke overeenkomst met de belanghebbende een deel van de woning huurt, tenzij deze een bloed- of aanverwant in de eerste graad is van de belanghebbende of van diens partner;</para>
      <para>3. degene die tot het huishouden van de onder 2. bedoelde persoon behoort.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.2.	Ingevolge artikel 24, tweede lid, van de Awir worden, indien voorschotten zijn verleend, deze verrekend met de tegemoetkoming.</para>
      <para>Ingevolge het derde lid van dit artikel kan de in het tweede lid bedoelde verrekening leiden tot een terug te vorderen bedrag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2.3.	Ingevolge artikel 7, eerste lid, van de Wet op de huurtoeslag (Wht) is het recht op en de hoogte van de huurtoeslag afhankelijk van de draagkracht, waaronder begrepen het vermogen, van de huurder, dienst partner en de medebewoners.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.4.	Ingevolge artikel 9, eerste lid van de Wht wordt een huurtoeslag slechts toegekend:</para>
      <para>a. 	als de huurder, diens partner alsmede degenen die medebewoner van de woning zijn, </para>
      <para>op het adres van die woning zijn ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie </para>
      <para>persoonsgegevens;</para>
      <para>b.	als op dat adres geen andere personen staan ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens, behoudens eventueel een onderhuurder en personen die behoren tot diens huishouden.</para>
      <para>Ingevolge het tweede lid van dit artikel kan in afwijking van het eerste lid een huurtoeslag worden toegekend, als de onjuiste inschrijving in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens niet aan de huurder kan worden toegerekend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para> </para>
    <parablock>
      <para>3.	Beoordeling van het beroep</para>
      <para>3.1.	Onbetwist is dat [zoon eiseres] gedurende 2006 op het woonadres van eiseres ingeschreven heeft gestaan. De rechtbank stelt vast dat eiseres op haar aanvraag om huurtoeslag heeft verklaard dat [zoon eiseres] sinds 1 januari 2006 niet meer bij haar inwonend is. In haar brief van 20 november 2006 schrijft eiseres aan verweerder “mijn inwonende zoon [zoon eiseres] studeert vanaf 2006 niet meer …”. In het bezwaarschrift van 8 november 2008 heeft eiseres verklaard dat [zoon eiseres] vanaf september 2005 niet meer bij haar woont. Gelet op deze tegenstrijdige verklaringen heeft eiseres naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende aannemelijk gemaakt dat [zoon eiseres] sinds september 2005 niet meer bij haar woont. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3.2.	Ten aanzien van de stelling van eiseres dat zij [zoon eiseres] niet zonder zijn toestemming kon uitschrijven overweegt de rechtbank dat zij deze stelling op geen enkele wijze heeft onderbouwd. Met verweerder is de rechtbank van oordeel dat eiseres als hoofdbewoner van een woonadres bij de GBA een onderzoek kan laten starten naar de bewoning op dat adres. De rechtbank acht het bovendien opmerkelijk dat [zoon eiseres] de dag na het primaire besluit, op 14 november 2008, kennelijk wel kon worden uitgeschreven uit de GBA. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiseres dan ook niet aannemelijk gemaakt dat de onjuiste inschrijving in de GBA als bedoeld in artikel 9, tweede lid, van de Wht haar niet kan worden toegerekend.</para>
    <para />
    <para>3.3.	Uit het voorgaande volgt dat verweerder op goede gronden heeft besloten dat [zoon eiseres] in 2006 bij haar woonde. Verweerder heeft [zoon eiseres] dan ook terecht als medebewoner in de zin van artikel 2, eerste lid, aanhef en onder e, van de Awir aangemerkt en zijn inkomen meegenomen bij de vaststelling van het toetsingsinkomen voor de huurtoeslag 2006. In de door eiseres aangevoerde gronden heeft verweerder terecht geen bijzondere omstandigheden gezien op grond waarvan verweerder zou moeten afzien van terugvordering. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder in redelijkheid kunnen besluiten om het aan eiseres verleende voorschot te herzien en het ten onrechte ontvangen voorschot terug te vorderen. </para>
    <para />
    <para>3.4.	De rechtbank zal het beroep ongegrond verklaren. Er zijn geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling of vergoeding van het griffierecht.</para>
    <para />
    <para />
    <para> </para>
    <para>Beslissing</para>
    <para />
    <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    <para />
    <para />
    <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. M. de Rooij, rechter, in aanwezigheid van mr. M. Vogel-Frishert, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 4 juni 2010.</para>
    <para />
    <para />
    <para>de griffier,			de rechter,</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Rechtsmiddel</para>
      <para>Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State te </para>
      <para>‘s-Gravenhage.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden op:</para>
      <para>D:B</para>
      <para>SB</para>
    </parablock>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>