<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2010:BN0311</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T19:02:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BN0311</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2010-02-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">422954 - HA ZA 09-922</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>Prg. 2010/178 met annotatie van P.J.M. Ros</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2010:BN0311">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2010:BN0311</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T06:38:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2010-07-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2010:BN0311 Rechtbank Amsterdam , 10-02-2010 / 422954 - HA ZA 09-922</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2010:BN0311:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Overeenkomst naar Duits recht.</para>
      <para />
      <para>Gedaagde laat zijn gebit reinigen en controleren door eiseres, een in Duitsland gevestigde kliniek voor tandheelkunde. Gedaagde betaalt de facturen van eiseres niet. Op grond van het EVO-Verdrag dient Duits recht te worden toegepast. Het Duitse recht bepaalt op straffe van nietigheid dat de overeenkomst tussen eiseres en gedaagde aan een aantal vormvereisten dient te voldoen, waaronder een door beide partijen ondertekende schriftelijke overeenkomst. In dit geval wordt daar niet aan voldaan, zodat geen rechtsgeldige overeenkomst tot stand is gekomen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2010:BN0311:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>vonnis</para>
      <para>RECHTBANK AMSTERDAM</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Sector civiel recht</para>
    <para />
    <para />
    <para>zaaknummer / rolnummer: 422954 / HA ZA 09-922</para>
    <para />
    <para>Vonnis van 10 februari 2010</para>
    <para />
    <para>in de zaak van</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>de vennootschap naar Duits recht</para>
      <para>PRAXISGEMEINSCHAFT [A] / [A] ZAHNARZTE,</para>
      <para>gevestigd te Bocholt,</para>
      <para>eiseres in conventie,</para>
      <para>verweerster in voorwaardelijke reconventie</para>
      <para>advocaat mr. G.S. de Haas,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>tegen</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[B],</para>
      <para>wonende te [--],</para>
      <para>gedaagde in conventie,</para>
      <para>eiser in voorwaardelijke reconventie,</para>
      <para>advocaat: aanvankelijk mr N.E. Kuijer, thans niet langer ten processe vertegenwoordigd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>Partijen zullen hierna Praxisgemeinschaft en [B] genoemd worden.</para>
    <para> </para>
    <parablock>
      <para>1.	De procedure</para>
      <para>1.1.	Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>-	de dagvaarding,</para>
      <para>-	de conclusie van antwoord in conventie en van eis in voorwaardelijke reconventie,</para>
      <para>-	tussenvonnis van 12 augustus 2009,</para>
      <para>-	de conclusie van repliek in conventie en van antwoord in voorwaardelijke reconventie,</para>
      <para>-	akte houdende uitlaten aan de zijde van Praxisgemeinschaft.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1.2.	Nadat de advocaat van [B] zich heeft onttrokken aan de zaak en zich geen andere advocaat heeft gesteld, is door Praxisgemeinschaft vonnis gevraagd.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.	De feiten</para>
      <para>2.1.	Praxisgemeinschaft is een in Duitsland gevestigde kliniek voor tandheelkunde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.2.	Op 26 juli 2005 is het gebit van [B] door Praxisgemeinschaft gecontroleerd en gereinigd. Op 23 september 2005 heeft Praxisgemeinschaft een vervolgbehandeling uitgevoerd aan het bovengebit van [B]. De behandelingen hebben plaatsgevonden in de kliniek van Praxisgemeinschaft in Duitsland.</para>
      <para>2.3.	Op 26 januari 2006 heeft Praxisgemeinschaft een factuur met specificatie verzonden aan [B] verzonden voor de behandelingen op 26 juli 2005 en 23 september 2005 ter hoogte van EUR 7.813,29. Het in rekening gebrachte tarief is grotendeels gebaseerd op een factor 4 maal het basistarief. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.	Het geschil</para>
      <para>in conventie</para>
      <para>3.1.	Praxisgemeinschaft vordert   samengevat - veroordeling van [B] tot betaling van EUR 9.568,47, vermeerderd met rente en kosten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3.2.	Praxisgemeinschaft legt aan haar vordering het volgende ten grondslag. Zij heeft in opdracht en voor rekening van [B] op 26 juli 2005 en 23 september 2005 tandheelkundige werkzaamheden verricht aan het gebit van [B]. Op 26 januari 2006 heeft Praxisgemeinschaft hiervoor een factuur aan [B] verzonden ad EUR 7.813,29, welke [B] ten onrechte onbetaald heeft gelaten.  </para>
    <para />
    <para>3.3.	[B] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>in voorwaardelijke reconventie</para>
      <para>3.4.	Onder de voorwaarde dat de rechtbank [B] in conventie veroordeelt tot betaling van enig bedrag, vordert [B]   samengevat - veroordeling van Praxisgemeinschaft tot betaling van EUR 9.568,47, vermeerderd met rente en kosten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3.5.	Praxisgemeinschaft voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.	De beoordeling</para>
      <para>In conventie en in voorwaardelijke reconventie</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bevoegdheid en toepasselijk recht</para>
      <para>4.1.	Op grond van het bepaalde in artikel 2 van de Verordening (EG) Nr. 44/2001 van de Raad van de EU van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (EEX-Verordening) is de Nederlandse rechter bevoegd van de vordering kennis te nemen, omdat [B], die woonplaats heeft in Nederland, is opgeroepen voor het gerecht van de staat waarin hij woonplaats heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.2.	Partijen stellen zich beiden op het standpunt dat op grond van artikel 4 van het Verdrag van 19 juni 1980 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (EVO-Verdrag), Duits recht dient te worden toegepast. Op grond van dit artikel dient het recht te worden toegepast van het land waarmee de overeenkomst het nauwst is verbonden. Nu de kenmerkende prestatie van de overeenkomst in Duitsland heeft plaatsgevonden, wordt daarmee de overeenkomst vermoed het nauwst te zijn verbonden met Duitsland. De rechtbank is met partijen van oordeel dat Duits recht dient te worden toegepast. </para>
      <para>In conventie</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.3.	[B] voert als meest verstrekkende verweer dat de overeenkomst tussen Praxisgemeinschaft en [B] nietig is, omdat deze niet aan de wettelijke vormvereisten, waaronder een door beide partijen ondertekende schriftelijke overeenkomst, voldoet als bepaald in paragraaf 2 van de Gebührenordnung für Zahnärzte van de Bundeszahnärztekammer (hierna GOZ) juncto paragrafen 125 en 126 Bürgerliches Gesetzbuch (hierna BGB). </para>
      <para>Praxisgemeinschaft heeft gesteld dat zij met het door haar opgestelde Heil- und Kostenplan (hierna HKP), dat op 27 juli 2005 aan [B] zou zijn toegezonden, heeft voldaan aan de wettelijke vereisten. Het HKP voldoet aan de informatievereisten ten aanzien van de werkzaamheden en tarieven en doordat het HKP met [B] is besproken en aan hem is toegezonden, is hij akkoord gegaan met de behandeling op 23 september 2005, aldus Praxisgemeinschaft.  </para>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat de overeenkomst tussen partijen nietig is bij gebreke van een door beide partijen ondertekende overeenkomst. Voormelde bepalingen van het GOZ en het BGB bepalen op straffe van nietigheid, dat, indien het tarief dat in rekening wordt gebracht meer dan 3,5 maal het basistarief bedraagt, de overeenkomst, naast een aantal andere vereisten, schriftelijk moet zijn vastgelegd en door beide partijen moet zijn ondertekend. Gesteld noch gebleken is dat het HKP, dat blijkens de stellingen van Praxisgemeinschaft als de schriftelijke overeenkomst moet worden aangemerkt als bedoeld in voormelde bepalingen van het GOZ en BGB, ondertekend is door beide partijen. Daarmee is niet komen vast te staan dat de overeenkomst overeenkomstig de wettelijke vormvereisten is gesloten zodat geen rechtsgeldige overeenkomst tot stand is gekomen. </para>
      <para>Een andere grondslag voor de betalingsverplichting van [B] is door Praxisgemeinschaft niet gesteld. De vorderingen van Praxisgemeinschaft zullen dan ook worden afgewezen. De overige door [B] gevoerde verweren behoeven geen bespreking meer. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.4.	Nu Praxisgemeinschaft ten aanzien van [B] in het ongelijk is gesteld, dient zij de proceskosten van [B] te betalen. De kosten aan de zijde van [B] worden begroot op:</para>
      <para>Vast recht		EUR	313</para>
      <para>Salaris				384 (1 x (tarief I) € 384)</para>
      <para>Totaal			EUR	697</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in voorwaardelijke reconventie</para>
      <para>4.5.	Nu [B] in conventie niet wordt veroordeeld tot betaling van enig bedrag, is de door hem geformuleerde voorwaarde niet vervuld. De reconventie wordt dan ook geacht niet te zijn ingesteld en de rechtbank komt niet toe aan een beoordeling van de reconventionele vordering. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>5.	De beslissing</para>
      <para>De rechtbank</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>In conventie</para>
    <para />
    <para>5.1.	wijst het gevorderde af;</para>
    <para />
    <para>5.2.	veroordeelt Praxisgemeinschaft te betalen aan [B] een bedrag van € 697;</para>
    <para />
    <para>5.3.	verklaart deze betalingsveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    <para />
    <para>In voorwaardelijke reconventie</para>
    <para />
    <para>5.4.	verstaat dat de reconventie niet is ingesteld.</para>
    <para />
    <para />
    <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.B.M. Wijnveldt en in het openbaar uitgesproken op 10 februari 2010.?</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>