<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2009:BK0993</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-21T19:47:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BK0993</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2009-10-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">402128 - HA ZA 08-1886</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001860">Faillissementswet</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001860&amp;artikel=29">Faillissementswet 29</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001827">Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen)</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001827&amp;artikel=225">Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 225</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>RI 2010, 6</rdf:li>
          <rdf:li>JOR 2010/207</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2009:BK0993">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2009:BK0993</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T05:22:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2009-10-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2009:BK0993 Rechtbank Amsterdam , 07-10-2009 / 402128 - HA ZA 08-1886</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2009:BK0993:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>faillietverklaring gedaagden, schorsing procedure van rechtswege, alle proceshandelingen van na de schorsing worden nietig geacht, hervatting procedure na vernietiging faillissement</para>
        <para>Artikel 29 Fw</para>
      </parablock>
      <para />
      <para>De faillietverklaring van gedaagden is uitgesproken nadat het voorliggende geding ter rolle is aangebracht, zodat het geding op grond van artikel 29 Fw van rechtswege is geschorst vanaf de datum van faillietverklaring. Artikel 29 Fw is van openbare orde. Een redelijke wetsuitleg brengt dan ook met zich mee dat aan een schorsing op grond van dit artikel naar analogie met artikel 225 lid 3 Rv het gevolg wordt verbonden, dat alle proceshandelingen die zijn verricht nadat de schorsing is ingetreden, nietig zijn. Dit betekent dat de akte niet dienen en de vonnisbepaling nietig zijn. Het faillissement is vervolgens vernietigd. Hoewel artikel 29 Fw bepaalt dat er slechts voortzetting van een door de faillietverklaring geschorste rechtsvordering plaatsvindt indien de verificatie van de vordering betwist wordt, brengt een redelijke wetsuitleg met zich mee dat wanneer het faillissement is vernietigd, het geding dient te worden hervat tussen de oorspronkelijke partijen en in de staat waarin het zich ten tijde van de schorsing bevond. Dit betekent dat de zaak weer op de rol zal komen voor uitlating door gedaagden.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2009:BK0993:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>vonnis</para>
      <para>RECHTBANK AMSTERDAM</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Sector civiel recht</para>
    <para />
    <para />
    <para>zaaknummer / rolnummer: 402128 / HA ZA 08-1886</para>
    <para />
    <para>Vonnis van 7 oktober 2009</para>
    <para />
    <para>in de zaak van</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>DM BOUW B.V.,</para>
      <para>gevestigd te Nunspeet,</para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>advocaat mr. R.H. Edens,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>tegen</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.	de vennootschap onder firma</para>
      <para>JELTJE &amp; BOSCH CITY DEVELOPMENTS V.O.F.,</para>
      <para>gevestigd te Amsterdam,</para>
      <para>2.	[A],</para>
      <para>wonende te --,</para>
      <para>3.	[B],</para>
      <para>wonende te --,</para>
      <para>gedaagden,</para>
      <para>advocaat mr. drs. I.M.C.A. Reinders Folmer.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>Partijen worden hierna DM Bouw en Jeltje&amp;Bosch c.s. genoemd.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>1.	De procedure</para>
      <para>1.1.	Het verloop van de procedure blijkt uit het tussenvonnis van 11 maart 2009.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.2.	Nadat mr. Reinders Folmer voornoemd zich ter rolle van 20 mei 2009 heeft onttrokken aan deze zaak en zich geen andere advocaat namens Jeltje&amp;Bosch c.s. </para>
      <para>heeft gesteld, is Jeltje&amp;Bosch c.s. ter rolle van 3 juni 2009 akte niet dienen verleend. </para>
      <para>Vervolgens is op verzoek van DM Bouw vonnis bepaald.</para>
    </parablock>
    <para> </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.	De verdere beoordeling</para>
      <para>2.1.	Bij bericht van 8 september 2009 is door mr. S. Kat namens Jeltje&amp;Bosch c.s. meegedeeld dat gedaagden bij vonnis van 26 mei 2009 in staat van faillissement zijn gesteld en dat dit vonnis op 10 juli 2009 is vernietigd. Jeltje&amp;Bosch c.s. verzoekt vervolgens om geen vonnis te wijzen, maar om door te mogen procederen en in dat kader een aantal getuigen te doen laten horen. Namens DM Bouw is bij fax van 9 september 2009 meegedeeld dat zij zich verzet tegen dit verzoek en dat zij de rechtbank nogmaals </para>
      <para>verzoekt vonnis te wijzen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.2.	DM Bouw heeft de door Jeltje&amp;Bosch c.s. in het bericht van 8 september 2009 gestelde omstandigheden niet betwist, zodat de rechtbank hiervan uit zal gaan. Dit betekent onder meer dat vaststaat dat gedaagden failliet zijn verklaard op 26 mei 2009. Op grond </para>
      <para>van artikel 29 van de Faillissmentswet (hierna: Fw) wordt een geding na faillietverklaring geschorst, voor zover de tijdens deze faillietverklaring aanhangige rechtsvorderingen voldoening van een verbintenis uit de boedel ten doel hebben. De vorderingen van </para>
      <para>DM Bouw hebben betrekking op verplichtingen tot nakoming van gedaagden, die na hun faillietverklaring uit de boedel hadden moeten worden voldaan. Nu de faillietverklaring </para>
      <para>van gedaagden is uitgesproken nadat het voorliggende geding ter rolle is aangebracht, is </para>
      <para>dit geding van rechtswege geschorst vanaf de datum van faillietverklaring. Artikel 29 Fw </para>
      <para>is van openbare orde. Een redelijke wetsuitleg van artikel 29 Fw brengt dan ook met zich </para>
      <para>mee dat aan een schorsing op grond van dit artikel naar analogie met artikel 225, derde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering het gevolg wordt verbonden, dat alle proceshandelingen die zijn verricht nadat de schorsing is ingetreden, nietig zijn. Dit betekent onder meer dat de akte niet dienen, die ter rolle van 3 juni 2009 aan Jeltje&amp;Bosch c.s. is verleend, en de vonnisbepaling ter rolle van 17 juni 2009 nietig zijn.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.3.	Eveneens staat onweersproken vast dat het faillissement is vernietigd op </para>
      <para>10 juli 2009. Hoewel artikel 29 Fw bepaalt dat er slechts voortzetting van een door de faillietverklaring geschorste rechtsvordering plaatsvindt indien de verificatie van de vordering betwist wordt, brengt een redelijke wetsuitleg met zich mee dat wanneer het faillissement is vernietigd, het geding dient te worden hervat tussen de oorspronkelijke partijen en in de staat waarin het zich ten tijde van de schorsing bevond. Dit betekent dat </para>
      <para>de zaak weer op de rol zal komen voor uitlating door Jeltje&amp;Bosch c.s. over de aan haar opgedragen bewijslevering en eventuele opgave van getuigen en de verhinderdagen van partijen en hun advocaten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2.4.	Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>3.	De beslissing</para>
      <para>De rechtbank</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3.1.	bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 4 november 2009 voor uitlating door Jeltje&amp;Bosch c.s. of zij bewijs wil leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en / of door een ander bewijsmiddel,</para>
    <para />
    <para>3.2.	bepaalt dat Jeltje&amp;Bosch c.s., indien zij geen bewijs door getuigen wil leveren maar wel nadere bewijsstukken wil overleggen, die stukken direct in het geding moet brengen,</para>
    <para />
    <para>3.3.	bepaalt dat Jeltje&amp;Bosch c.s., indien zij getuigen wil laten horen, de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten in de maanden december 2009 tot en met februari 2010 direct moet opgeven, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald,</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.4.	bepaalt dat dit getuigenverhoor zal plaatsvinden op de terechtzitting van </para>
      <para>mr. R.A. Dudok van Heel in het gerechtsgebouw te Amsterdam aan de Parnassusweg 220,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3.5.	bepaalt dat partijen uiterlijk twee weken voor het eerste getuigenverhoor alle beschikbare bewijsstukken aan de rechtbank en de wederpartij moeten toesturen,</para>
    <para />
    <para>3.6.	houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
    <para />
    <para />
    <para>Dit vonnis is gewezen door mr. R.A. van Dudok van Heel en in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2009.?</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>