<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2008:BG1512</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-12T13:59:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BG1512</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2008-01-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13-528423-06</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2008:BG1512">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2008:BG1512</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T03:39:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2008-10-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2008:BG1512 Rechtbank Amsterdam , 24-01-2008 / 13-528423-06</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2008:BG1512:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Met het wegvallen van de verklaring van medeverdachte kan de rol van verdachte bij de gebeurtenissen op 3 november 2006 niet wettig en overtuigend bewezen worden. Verklaart het telastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.</para>
        <para>Nu de telastegelegde feiten niet bewezen zijn, is de benadeelde partij in haar vordering niet-ontvankelijk. De benadeelde partij kan die slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2008:BG1512:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>RECHTBANK AMSTERDAM</para>
    <para />
    <para />
    <para>Parketnummer: 13/528423-06</para>
    <para />
    <para>Datum uitspraak: 24 januari 2008</para>
    <para />
    <para>op tegenspraak</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>VONNIS</para>
    <para />
    <para />
    <para>van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen</para>
    <para />
    <para>[verdachte]</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats] (Suriname) op [geboortedatum] 1985,</para>
      <para>wonende op het [adres 1], gedetineerd in het Huis van Bewaring “Almere Binnen” te Almere.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>De rechtbank heeft beraadslaagd naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 10 januari 2008.</para>
    <para />
    <para>1. Telastelegging</para>
    <para />
    <para>Aan verdachte is telastegelegd hetgeen staat omschreven in de dagvaarding zoals deze ter terechtzitting is gewijzigd. De gewijzigde telastelegging is als bijlage aan het vonnis toegevoegd. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>2. Voorvragen</para>
      <para>…</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Waardering van het bewijs</para>
    <para />
    <para>De rechtbank acht - met de officier van justitie - de onder 1 primair en subsidiair en 2 telastegelegde feiten niet wettig en overtuigend bewezen, zodat verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken.</para>
    <para />
    <para>De rechtbank acht- anders dan de officier van justitie- het onder 1 meer subsidiair telastegelegde feit eveneens niet wettig en overtuigend bewezen, zodat verdachte ook daarvan dient te worden vrijgesproken. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt hierbij dat de verklaringen van medeverdachte [medeverdachte 1] over de rol van verdachte bij de gebeurtenissen op 3 november 2006 die leidden tot de dood van [slachtoffer], onvoldoende consistent en geloofwaardig zijn.</para>
      <para>[medeverdachte 1] legt verschillende, elkaar uitsluitende, verklaringen bij de politie af. In eerste instantie verklaart [medeverdachte 1] dat hij van medeverdachte [medeverdachte 2] een wapen aan [slachtoffer] moest overhandigen, maar dat hij in plaats daarvan [slachtoffer] neerschoot omdat hij bang was dat deze  hem anders iets zou aandoen. Over de betrokkenheid van verdachte verklaart [medeverdachte 1] dan niets. In zijn tweede verhoor bij de politie verklaart [medeverdachte 1] iets heel anders, namelijk dat hij samen met verdachte een ripdeal zou gaan plegen op twee Afrikaanse mannen, na een tip van medeverdachte [medeverdachte 2], inhoudende dat deze mannen een tas met cocaïne bij zich zouden hebben. [medeverdachte 2] zou ook het wapen voor deze ripdeal aan [medeverdachte 1] en verdachte hebben geleverd. Aan deze verklaring houdt [medeverdachte 1] vast bij de rechter-commissaris en ter terechtzitting.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Voorts is de verklaring van [medeverdachte 1] dat hij tijdens de uitvoering van de ripdeal in de veronderstelling bleef dat het om Afrikaanse mannen ging en [slachtoffer], voor wie hij diensten had verricht en die hij kende, niet herkende, niet geloofwaardig, temeer daar [medeverdachte 1] volgens zijn eigen verklaring die dag een schuld van € 45.000 aan [slachtoffer] moest terug betalen.</para>
    <para />
    <para>Ten slotte acht de rechtbank het onwaarschijnlijk dat [medeverdachte 1] zeer kort voor de zogenaamde ripdeal samen met verdachte een wapen in ontvangst heeft genomen van [medeverdachte 2] in de berging van de [adres 1]. Dit blijkt ook verder nergens uit het dossier. Bovendien bevat het dossier aanwijzingen dat verdachte rond die tijd op een andere plek in de wijk bezig was met het leveren van heroïne aan [persoon 1]. De historische telefoongegevens van verdachte ondersteunen dit.</para>
    <para />
    <para>Met het wegvallen van de verklaring van [medeverdachte 1] kan de rol van verdachte bij de gebeurtenissen op 3 november 2006 niet wettig en overtuigend bewezen worden.</para>
    <para />
    <para>De rechtbank komt - anders dan de officier van justitie - op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.</para>
    <para />
    <para />
    <para>4. Beslissing</para>
    <para />
    <para>Verklaart het telastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.</para>
    <para />
    <para>Ten aanzien van de benadeelde partij</para>
    <para />
    <para>Nu de telastegelegde feiten niet bewezen zijn, is de benadeelde partij [benadeelde partij] in haar vordering niet-ontvankelijk. De benadeelde partij kan die slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door </para>
      <para>mr. H.M.J. Quaedvlieg, 	voorzitter,</para>
      <para>mrs. W.F. Korthals Altes en J.L. de Vries, 	rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. A.M. Loots, 	griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 24 januari 2008.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>Aan verdachte is telastegelegd dat</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
      <para>hij op of omstreeks 3 november 2006 te Amsterdam tezamen en in vereniging met</para>
      <para>een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en met voorbedachten rade</para>
      <para>[slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft/hebben verdachte en/of (een</para>
      <para>of meer van) zijn mededader(s) met dat opzet en na kalm beraad en rustig</para>
      <para>overleg, die [slachtoffer] in/door het hoofd geschoten, tengevolge waarvan voornoemde</para>
      <para>[slachtoffer] is overleden;</para>
      <para>(art. 289/287 Wetboek van Strafrecht)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>subsidiair:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 3 november 2006 te Amsterdam tezamen en in vereniging met</para>
      <para>een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer] van het leven heeft</para>
      <para>beroofd, immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn</para>
      <para>mededader(s) met dat opzet die [slachtoffer] in/door het hoofd geschoten, tengevolge</para>
      <para>waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden, welke vorenomschreven doodslag werd</para>
      <para>gevolgd, vergezeld en/of voorafgegaan van enig strafbaar feit, te weten</para>
      <para>diefstal van een rugzak/rugtas (met daarin vermoedelijk verdovende middelen),</para>
      <para>en welke doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit</para>
      <para>voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op</para>
      <para>heterdaad, aan zichzelf en/of aan de andere deelnemer(s) straffeloosheid en/of</para>
      <para>het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren;</para>
      <para>(art. 288 Wetboek van Strafrecht)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>meer subsidiair:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 3 november 2006 te Amsterdam tezamen en in vereniging met</para>
      <para>een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke</para>
      <para>toeëigening heeft weggenomen een rugzak/rugtas en/of een hoeveelheid geld</para>
      <para>en/of een hoeveelheid verdovende middelen, in elk geval enig goed, geheel of</para>
      <para>ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan</para>
      <para>aan verdachte, en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan,</para>
      <para>vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer],</para>
      <para>gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te</para>
      <para>maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere</para>
      <para>deelnemer(s) aan voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken en/of het bezit</para>
      <para>van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld</para>
      <para>hierin bestond(en), dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) achter die</para>
      <para>[slachtoffer] is/zijn aangerend en/of een vuurwapen op die [slachtoffer] heeft/hebben gericht</para>
      <para>en/of die [slachtoffer] in/door het hoofd heeft/hebben geschoten, althans in de</para>
      <para>richting van die [slachtoffer] heeft/hebben geschoten, tengevolge waarvan die [slachtoffer] is</para>
      <para>overleden;</para>
      <para>(art. 312 Wetboek van Strafrecht)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
      <para>hij op of omstreeks 3 november 2006 te Amsterdam tezamen en in vereniging met</para>
      <para>een ander of anderen, althans alleen, een wapen van categorie III (of II), te</para>
      <para>weten een vuurwapen, en/of munitie van categorie III, voorhanden heeft gehad;</para>
      <para>(art. 26 Wet wapens en munitie)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover</para>
      <para>daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde</para>
      <para>betekenis te zijn gebezigd.</para>
    </parablock>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>