<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2003:AL9074</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-11T01:57:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AL9074</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2003-10-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">EA 03-5780</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2003:AL9074">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2003:AL9074</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T19:57:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2003-10-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2003:AL9074 Rechtbank Amsterdam , 06-10-2003 / EA 03-5780</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2003:AL9074:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Beschikking van de kantonrechter te Amsterdam op een verzoek als bedoeld in artikel 7:685 van het Burgerlijk Wetboek</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2003:AL9074:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>RECHTBANK AMSTERDAM</para>
      <para>sector kanton - locatie Amsterdam</para>
      <para>kenmerk: EA 03-5780</para>
      <para>6 oktober 2003</para>
      <para>166</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>Beschikking van de kantonrechter te Amsterdam op een verzoek als bedoeld in artikel 7:685 van het Burgerlijk Wetboek, ingediend door:</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [verzoekster]</para>
      <para>gevestigd te Amsterdam</para>
      <para>verzoekster </para>
      <para>gemachtigde: M.M. Hoogenhout, LTB Accountants te Aalsmeer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>t e g e n</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>[verweerder]</para>
      <para>wonende te Amsterdam</para>
      <para>verweerder </para>
      <para>gemachtigde: mr. P.J.M.H. van der Vugt, FNV te Amsterdam</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>VERLOOP VAN DE PROCEDURE	</para>
    <para />
    <para>Verzoekster heeft op 11 augustus 2003 een verzoek ingediend dat strekt tot ontbinding van de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst.</para>
    <para />
    <para>Verweerder heeft op 4 september 2003 een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <para>Het verzoek is behandeld ter terechtzitting van 9 september 2003. Verzoekster is verschenen bij [verzoekster], directeur en haar gemachtigde. Verweerder is verschenen, vergezeld door zijn gemachtigde.</para>
    <para />
    <para />
    <para>BEOORDELING VAN HET VERZOEK</para>
    <para />
    <para>Als gesteld en onvoldoende weersproken staat vast:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder, thans 36 jaar oud, is sedert 19 mei 1998 in dienst van verzoekster </para>
      <para>laatstelijk als productiemedewerker. Het brutosalaris bedraagt EUR 1.692,72 per </para>
      <para>maand exclusief vakantietoeslag.</para>
      <para>in 1998 is verweerder 8 dagen arbeidsongeschikt geweest, in 1999 17 dagen, </para>
      <para>2000 8 dagen, 2001 25 dagen. In november 2002 heeft verweerder zich </para>
      <para>ziekgemeld ten gevolge van een val met zijn brommer waardoor hij twee </para>
      <para>gescheurde vingers had opgelopen. Hij is tot 10 februari 2003 arbeidsongeschikt </para>
      <para>geweest.</para>
      <para>Bij brief van 28 januari 2003 heeft verzoekster aan verweerder</para>
      <para>meegedeeld dat zij had vernomen dat verweerder ingaande 27 januari 2003 voor </para>
      <para>50% het werk kon hervatten en met ingang van 10 februari 2003 weer volledig. </para>
      <para>In deze brief wordt een geschil aangekaart over de invulling van de 50%: </para>
      <para>verzoekster stelt zich op het standpunt dat dit niet is 50% van de tijd maar een </para>
      <para>loonkundige prestatie van 50%, hetgeen meebracht dat verweerder meer uren </para>
      <para>dan 50% diende te draaien en dat verweerder had geweigerd meer dan 4 uur per </para>
      <para>dag te werken. Aldus was verweerder bezig de arbeidsverhouding te verstoren </para>
      <para>aldus de brief.</para>
      <para>In een brief van 3 februari 2003 wordt door verzoekster hetzelfde thema </para>
      <para>aangesneden.</para>
      <para>Op 18 februari 2003 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen verzoekster en </para>
      <para>verweerder waarbij de gemachtigde van verweerder, ook als vertegenwoordiger </para>
      <para>van zijn vakbond, aanwezig was. In een brief van 24 februari 2003 heeft </para>
      <para>verzoekster de inhoud van dat gesprek weergegeven. Gerefereerd wordt aan </para>
      <para>discussie over de invulling van het begrip 50%. De omstandigheid dat </para>
      <para>verweerder in zijn standpunt volhard heeft, levert een negatieve uitstraling en als </para>
      <para>partijen zouden blijven verschillen van inzicht, zou verzoekster de </para>
      <para>arbeidsovereenkomst laten ontbinden volgens de brief.</para>
      <para>In een brief van 25 maart 2003 wordt gemeld dat verzoekster heeft </para>
      <para>geconstateerd dat het werktempo van verweerder laag is en dat hij met tegenzin </para>
      <para>werkt. Dat wordt bewust provocerend genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In een brief van 9 april 2003 wordt verweerder gewaarschuwd voor het feit dat</para>
      <para> hij op het werk langdurige telefoongesprekken voert en dat verweerder als </para>
      <para>excuus had aangevoerd dat hij bereikbaar moest zijn voor zijn zieke vrouw. De </para>
      <para>discussie wordt door verzoekster aangemerkt als bewust bezig zijn de </para>
      <para>arbeidsverhouding te verstoren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In een brief van 29 april 2003 heeft de gemachtigde van verweer-der bezwaar </para>
      <para>gemaakt en meegedeeld dat naar het inzicht van verweerder hij zijn </para>
      <para>werkzaamheden altijd naar behoren uitvoert. Tengevolge van de verwonding uit </para>
      <para>november 2002 kan verweerder nog steeds niet zijn hand volledig gebruiken, om </para>
      <para>welke reden de gemachtigde er op wijst dat het beter zou zijn hem geen werk </para>
      <para>met een heggenschaar op te dragen. Ook maakt de gemachtigde er bezwaar </para>
      <para>tegen dat verweerder door verzoekster buiten de groep wordt geplaatst door zijn </para>
      <para>arbeidstijden te veranderen en tegen het verbod om een mobiele telefoon bij zich </para>
      <para>te dragen. In de brief wordt onderkend dat verzoekster bezig lijkt te zijn met 'het </para>
      <para>op-bouwen van een dossier, teneinde verweerder te kunnen ontslaan'.</para>
    </parablock>
    <para>	</para>
    <parablock>
      <para>In een brief van 6 mei 2003 heeft de gemachtigde van verzoekster meegedeeld </para>
      <para>dat het duidelijk verweerder was die de arbeidsverhouding aan het verstoren is. </para>
      <para>Hij werd door de bedrijfsarts volledig arbeidsgeschikt geacht.</para>
    </parablock>
    <para>	</para>
    <parablock>
      <para>In een brief van 4 juni 2003 heeft verzoekster bezwaar gemaakt tegen de </para>
      <para>beschuldiging door verweerder van beschadiging van zijn auto en in een brief van </para>
      <para>5 augustus 2003 heeft verzoekster verweerder op non actief </para>
      <para>gesteld in afwachting van de behandeling van een ontbindingsverzoek. Als reden </para>
      <para>wordt aangegeven dat de houding en het gedrag van verweerder tijdens het </para>
      <para>werk verstorend is voor de arbeidsrelatie. Goede communicatie is allang niet </para>
      <para>meer mogelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoekster verzoekt om ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens </para>
      <para>gewichtige redenen in de zin van een verandering in de omstandigheden van </para>
      <para>zodanige aard dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen billijkheidshalve </para>
      <para>dadelijk behoort te eindigen. Daartoe stelt verzoekster - kort gezegd - dat </para>
      <para>verweerder sedert februari 2003 op geen enkele wijze zijn goede wil wil tonen, </para>
      <para>zoals blijkt uit de omstandigheid dat hij , 50% arbeidsongeschikt zijnde, niet </para>
      <para>meer dan de helft van de arbeidsuren wil werken. Verweerder blijft sedertdien </para>
      <para>provoceren door een laag arbeidstempo te hanteren, en allerlei discussies met </para>
      <para>verzoekster aan te gaan over de kleinste dingen. Verweerder bleef langdurig </para>
      <para>telefoneren op zijn mobiele telefoon. Hij weigerde constructief mee te werken en </para>
      <para>liet zijn ontevredenheid blijken. Verzoekster was genoodzaakt om verweerder</para>
      <para> niet meer met zijn collega's te laten samenwerken en verweerder heeft zijn </para>
      <para>onvrede hierover laten blijken door de vakbond in te schakelen. De beschuldiging </para>
      <para>van beschadiging van de auto was kwetsend, mede omdat het ver-zoekster er </para>
      <para>alles aan gelegen was om op een plezierige wijze te kunnen blijven</para>
      <para> samenwerken. De situatie werd onhoudbaar en zodanig gespannen en verstoord</para>
      <para> dat er escalatie dreigt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder betwist dat er gewichtige redenen voor ontbinding zijn in de door </para>
      <para>verzoekster bedoelde zin en verzet zich tegen de door verzoekster gevorderde </para>
      <para>ontbinding. Verweerder verzoekt voor het geval de kantonrechter de </para>
      <para>arbeidsovereenkomst zal ontbinden om een vergoeding van EUR 18.323,69 ten </para>
      <para>laste van verzoekster toe te kennen. Verweerder voert ter ondersteuning van zijn</para>
      <para> stellingen - kort gezegd - aan dat de ziekmeldingen in het verleden reëel zijn</para>
      <para> geweest en niet buitensporig. Over de 50% arbeidsongeschiktheid ontstond een </para>
      <para>discussie waarin verzoekster een onredelijke eis stelde. Het eenvoudig te </para>
      <para>honoreren verzoek om een stofkapje te mogen dragen, gaf allerlei problemen.</para>
      <para> Verweerder stelt naar beste kunnen te werken. Hij geeft toe dat hij bij zwaar </para>
      <para>knipwerk met de heggenschaar nog pijn aan zijn hand ondervindt en dat hij</para>
      <para> daardoor in zijn werk belemmerd wordt. Verweerder erkent één maal onder </para>
      <para>werktijd met zijn zwangere echtgenote te hebben gebeld, Dat hield verband met </para>
      <para>haar ziekte. Aan het verzoek om niet meer onder werktijd te bellen heeft </para>
      <para>verweerder verder voldaan. Toch werd hem verboden een mobiele telefoon bij</para>
      <para> zich te dragen, terwijl de collega's hem wel bij zich mogen hebben en overigens</para>
      <para> ook privé mogen bellen. De wijziging van de werktijd was alleen maar bedoeld </para>
      <para>om verweerder van de collega's af te zonderen en onder de duim te krijgen.</para>
      <para> Verweerder heeft geklaagd over het feit dat zijn auto op het bedrijfsterrein </para>
      <para>beschadigd is geraakt. Hij heeft niemand beschuldigd ook al omdat hij niet</para>
      <para> weet wie het heeft gedaan. Verweerder is van mening dat hij geen goed meer </para>
      <para>kan doen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoekster heeft geen enkel ernstig verwijt jegens verweerder aan-nemelijk </para>
      <para>kunnen maken. Alle brieven die verzoekster aan verweerder heeft verzonden </para>
      <para>ademen een sfeer van opblazen van - zoals ook verzoekster zegt - de kleinste </para>
      <para>dingen. De discussie is gestart naar aanleiding van een debat over de betekenis </para>
      <para>van het begrip 50% arbeidsgeschikt, waarin van het standpunt van verzoekster </para>
      <para>tenminste gezegd kan worden dat dit dubieus is en bovendien een medisch </para>
      <para>oordeel inhoudt voor het geven waarvan ver-zoekster de nodige deskundigheid</para>
      <para> mist.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De maatregelen van verzoekster jegens verweerder met betrekking tot het </para>
      <para>vaststellen van een gewijzigd aanvangsmoment voor de arbeid en ten aanzien </para>
      <para>van de mobiele telefoon lijken slechts ingegeven door de wens om de </para>
      <para>verhoudingen zo ziek mogelijk te maken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Ook de op non actief stelling ontbeert in feite enige grond.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het heeft er alle schijn van dat de vakbond van verweerder in de brief van 29 </para>
      <para>april 2003 alle gelijk van de wereld had, toen zij verzoekster verweet bezig te </para>
      <para>zijn met het opbouwen van een dossier teneinde verweerder te kunnen ontslaan.</para>
      <para> Daar komt bij dat het ver-zoekster zelf is geweest die in de aanvang een en </para>
      <para>ander in de sleutel van de toepassing van de Wet Poortwachter heeft gezet.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter terechtzitting heeft verweerder desgevraagd meegedeeld niet te weten of</para>
      <para> terugkeer op de arbeid succesvol zou kunnen zijn. De kantonrechter heeft ter </para>
      <para>terechtzitting uit de opstelling van de directeur van verzoekster moeten opmaken</para>
      <para> dat zulks bij een ongewijzigde opstelling van verzoekster niet tot de reële</para>
      <para> mogelijkheden behoort en van verweerder niet is te verlangen. Op grond van het</para>
      <para> bovenstaande wordt vastgesteld dat de goede verstandhouding, noodzakelijk</para>
      <para> voor een verdere samen-werking tussen partijen, blijvend is komen te ontbreken.</para>
      <para> De arbeidsovereenkomst wordt daarom ontbonden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op gronden van billijkheid komt aan verweerder ten laste van verzoekster een</para>
      <para> vergoe-ding toe, te stellen op het hieronder toe te kennen bedrag, dat mede is</para>
      <para> bepaald aan de hand van hetgeen reeds is overwogen ten aanzien van de</para>
      <para> wijziging in de omstandigheden en de beoordeling van de wederzijdse verwijten.</para>
      <para> Voorts hebben bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding meegewo-gen</para>
      <para> de duur van het dienstverband, de leeftijd van verweerder en de hoogte van zijn</para>
      <para> loon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu aan verweerder een vergoeding wordt toegekend, moet aan verzoekster de</para>
      <para> gelegenheid worden geboden haar verzoek in te trekken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn termen de proceskosten te compenseren, behoudens in het geval dat</para>
      <para> verzoekster het verzoek intrekt, in welk geval verzoekster in de kosten aan de</para>
      <para> zijde van verweerder wordt veroordeeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>BESLISSING</para>
    <para> </para>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 6 november</para>
      <para> 2003;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>kent aan verweerder een vergoeding toe ten laste van verzoekster ter hoogte van</para>
      <para> EUR 18.000,- bruto, een en ander strekkende tot aanvulling van door</para>
      <para> verweerder te ontvangen uitkeringen dan wel elders verdiend loon;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt verzoekster tot betaling van deze vergoeding en verklaart deze</para>
      <para> veroordeling uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat het onder I t/m III gestelde rechtskracht ontbeert, indien het verzoek</para>
      <para> door verzoekster uiterlijk op 30 oktober 2003 wordt ingetrokken;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>wijst het meer of anders verzochte af;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat partijen ieder de eigen proceskosten dragen, behoudens in het geval</para>
      <para> verzoekster het verzoek zal intrekken, in welk geval verzoekster wordt veroor--</para>
      <para>deeld in de kosten van deze procedure aan de zijde van verweerder, die tot op</para>
      <para> heden worden begroot op EUR 545,- voor salaris van zijn gemachtigde,</para>
      <para>voorzover verschuldigd, inclusief BTW;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>Aldus gegeven door mr. J. Westhoff, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 6 oktober 2003 in aanwezigheid van de griffier.</para>
    <para />
    <para>De griffier	De kantonrechter</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>