<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:1999:AA4097</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-16T11:53:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AA4097</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">1999-05-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/01097599</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:1999:AA4097">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:1999:AA4097</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T15:55:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2001-07-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:1999:AA4097 Rechtbank Amsterdam , 21-05-1999 / 13/01097599</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:1999:AA4097:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>-</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:1999:AA4097:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>datum uitspraak: 21 mei 1999,</para>
    <para>                  </para>
    <para />
    <para>op tegenspraak</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>                  +-------------------+</para>
      <para>                  ¦  VERKORT VONNIS   ¦</para>
      <para>                  +-------------------+</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>van de arrondissementsrechtbank te Amsterdam, zevende meervou-dige kamer A, in de strafzaak tegen:</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>XS4ALL Internet BV,</para>
      <para>gevestigd te 1112 XH Diemen, Eekholt 32.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>De rechtbank heeft beraadslaagd naar aanleiding van het onder-zoek op de terechtzittingen van 28 april 1999 en 10 mei 1999. </para>
    <para />
    <para />
    <para>1. Telastelegging.</para>
    <para />
    <para>Aan verdachte is telastegelegd hetgeen staat omschreven in de dagvaarding, waarvan een kopie als bijlage 1 aan dit vonnis is gehecht.</para>
    <para />
    <para>De in die dagvaarding vermelde telastelegging geldt als hier ingevoegd.</para>
    <para />
    <para />
    <para>2. Voorvragen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ontvankelijkheid van de officier van justitie.</para>
      <para>De raadsman heeft aangevoerd dat het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk dient te worden verklaard, omdat de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in de arrondissementsrechtbank te Utrecht en de officier van justi-tie te Utrecht zich hebben schul-dig gemaakt aan machtsmisbruik en voorts tezamen een criminele orga-nisatie hebben gevormd nu aan alle elementen, welke voor dat delict zijn vereist, is vol-daan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsman, aangezien honorering daar-van zou betekenen dat, in elke situatie waarin een gerechte-lijk vooronderzoek wordt geopend, er gesproken zou kunnen worden van machts-mis-bruik, indien er een voor discussie vatba-re be-slissing zou worden genomen.</para>
    <para />
    <para>Ook overigens is niet aannemelijk geworden dat voornoemde rechter-commissaris met de officier van justitie een criminele organisatie heeft gevormd, nu beide functio-naris-sen de hun door de wet opgedragen taken in de strafrechts-ke-ten hebben vervuld. De rechtbank acht het uitgevaardigde, ambte-lij-ke bevel bevoegd gegeven op grond van een wettelijk voor-schrift.</para>
    <para />
    <para />
    <para>3. Waardering van het bewijs.</para>
    <para />
    <para>3.1. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het telastegelegde heeft begaan zoals is aangegeven op de aan dit vonnis als bijlage 2 gehechte -gestreepte- kopie van de telastelegg-ing. De inhoud daarvan geldt als hier inge-voegd. </para>
    <para />
    <para>3.2. Voorzover in de telastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet geschaad in zijn verdediging.</para>
    <para />
    <para />
    <para>4. Het bewijs.</para>
    <para />
    <para>De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het bewezen geachte heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.</para>
    <para />
    <para />
    <para>5. De strafbaarheid van het feit.</para>
    <para />
    <para>Het door de rechter-commissaris te Utrecht op 29 oktober 1997 gegeven bevel, stoelend op artikel 125i, lid 1 en 2, van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv), beveelt verdachte de onderwijlde vastlegging en overgave aan de opsporingsambtena-ren -met name genoemd- van de Regio Politie Utrecht van gege-vens, te weten:</para>
    <para />
    <para>gegevens over de periode van 5 november 1997 tot en met 3 december 1997 waarvan redelijkerwijs kan worden vermoed dat die door [verdachte], geboren te [geboorteplaats]op [geboortedatum], wonende te [woonplaats], [adres], zijn inge-voerd, die voor hem zijn bestemd, die tot het begaan van het strafbare feit hebben gediend, of met betrekking tot welke het strafbare feit is gepleegd en/of waarover die [verdachte] de be-schikking heeft en/of die een beschrijving geven van hande-lin-gen die die [verdachte] tot een geautomatiseerd werk heeft ver-richt, voorzover deze gegevens zijn opgeslagen, worden ver-werkt of overgedragen met gebruikmaking van het geautomatiseerde werk van de provider XS4ALL.</para>
    <para> </para>
    <para>Door de verdediging is aangevoerd dat het bevel door de rech-ter-commissaris onbevoegd is gegeven althans dat het zich niet kan uitstrekken over toekomstige gegevens, aangezien artikel 125i Sv slechts de mogelijkheid verschaft om be-staande gege-vens in beslag te nemen en niet toekomstige gege-vens.</para>
    <para />
    <para>De rechtbank overweegt dienaangaande het volgende:</para>
    <para />
    <para>Uit de Memorie van Toelichting bij arti-kel 125i Sv kan worden afge-leid dat de wetgever voor ogen stond de bevoegdheid tot het bevelen van uitlevering van voor inbeslagneming vatbare voor-werpen uit te breiden met een be-voegd-heid tot het bevelen van uitle-vering van gegevens opgeslagen in geautomatiseerde be-stan-den, waarvan werd veron-dersteld dat die buiten het bereik van artikel 105 Sv zouden vallen, omdat onder de taal-kundige uitleg van het begrip 'voorwerpen' geen in geautomati-seerde bestanden opgesla-gen gegevens zouden worden verstaan. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij de herziening van het Wetboek van Straf-vordering zocht de wetgever aansluiting bij het be-staan-de wettelijke systeem van dwangmiddelen. Artikel 125i Sv beoogt een uitbreiding te geven aan de werking van artikel 105 Sv. Uitle-vering -van gegevens dient te worden onder-scheiden van het aftappen van signalen zoals blijkt uit de afzonderlij-ke bepa-ling die voor het aftap-pen van telefoon-ge-sprekken en faxver-keer in de wet is opgeno-men in artikel 125g Sv. Bij aftappen gaat het immers om toe-komstige gegevens én een ver-plichting om het nodige te ver-rich-ten om gegevens te onder-scheppen en aan Justitie ter be-schikking te stellen, terwijl bij uitleve-ring het gegevens betreft die in beginsel reeds be-staan, die zich bevinden in het geautomatiseerde bestand en die geen bewerking behoeven anders dan het vastleggen op een gegevensdrager of het naar Justi-tie overbrengen. Ingeval de wetgever had beoogd het opnemen van toekom-stig internetver-keer van een internetge-bruiker als dwangmiddel in te voeren, had het voor de hand gelegen dat aanslui-ting zou zijn ge-zocht bij artikel 125g Sv; immers hier betreft het gegevens die in beginsel niet worden vastge-legd, indien niet getapt zou worden. Hetgeen intussen door de uit-breiding van artikel 125g Sv -een herziening van recentere datum dan de datum van het bewezenge-achte- wordt bevestigd.</para>
      <para>Patijn, werkzaam op de afdeling Wetge-ving van het Ministerie van Justitie, heeft als deskundige verklaard dat artikel 125i Sv bedoeld is voor opgeslagen gegevens zoals bijvoorbeeld de inhoud van een e-mailbox, die via een inter-netprovider zouden kunnen worden uitgeleverd. In de literatuur wordt in dit verband ook melding gemaakt van zogenaamde 'cookies', gegevens over internetge-bruik die bij de provider worden geregistreerd (Y.Buruma, Preadviezen NJV 1998 p. 182). Hier-uit leidt de rechtbank eveneens af dat artikel 125i Sv ziet op de uitleve-ring van aanwezige en dus reeds onder (bereik van) de inter-netpro-vider opge-slagen gege-vens.</para>
      <para>Van de zijde van het OM is erop gewezen dat de jurisprudentie de uitlevering van toekomstige printgegevens heeft mogelijk gemaakt. </para>
      <para>De rechtbank overweegt daaromtrent dat weliswaar in de juris-prudentie de uitlevering van printgegevens van latere datum dan de datum van het bevel is ge-bracht onder de werking van artikel 125f Sv, maar tevens dat daarbij dient te worden opgemerkt, dat de uit te leveren gegevens reeds bij het tele-communicatie bedrijf - bijvoorbeeld ten behoeve van de eigen admini-stra-tie - zijn/worden opgeslagen of zullen worden opge-slagen. Bij het aftappen van gegevens van inter-netverkeer echter dienen gegevens te worden opgenomen, te worden opge-slagen en ter be-schikking te worden gesteld van Justi-tie, die normaliter niet zouden worden onder-schept. Hier betreft het dus het leveren van een extra presta-tie door de internet-provi-der, meer dan wordt ver-wacht bij uitlevering van gege-vens, waarover de provider reeds de beschik-king heeft of zou krij-gen. Daarom is de analogie met de uitlevering van print-ge-gevens ten on-rechte aangevoerd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>De rechtbank komt tot de slotsom, dat artikel 125i Sv geen wettelijke grondslag verschaft voor de aan verdachte bevolen handelingen.</para>
    <para />
    <para>De rech-ter-commissaris heeft het bevel gegeven krach-tens een wettelijk voorschrift, zodat het telastege-legde bewe-zen dient te worden geacht; nu dit voor-schrift echter niet de reik-wijdte noch de strekking heeft om er de bevolen handelingen op te kunnen baseren, is het bewezen geachte niet strafbaar. Uit het voor-afgaande volgt dat verdach-te dient te worden ont-slagen van rechts-ver-vol-ging.      </para>
    <para />
    <para>De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.</para>
    <para />
    <para />
    <para>6. Beslissing:</para>
    <para />
    <para>Verklaart bewezen dat verdachte het telastegelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 3. is aangegeven. </para>
    <para />
    <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    <para />
    <para>Het opzettelijk niet voldoen aan een bevel of vordering krach-tens wettelijk voorschrift gedaan door een ambtenaar belast met of bevoegd verklaard tot het opsporen of onderzoeken van strafbare feiten.</para>
    <para />
    <para>Verklaart het bewezene niet strafbaar en ontslaat verdachte van alle rechtsvervolging terzake daarvan.</para>
    <para />
    <para />
    <para>Dit vonnis is gewezen door </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>mr  J.A.C. Bartels, 	voorzitter,</para>
      <para>mrs A.M.R. Smolders en J.M. Schouwenaar, 	rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr R. Born-de Rijk, 	griffier,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze recht-bank van 21 mei 1999.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>