<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:1998:AA4095</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-11T12:24:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AA4095</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">1998-07-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/129297-96</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:1998:AA4095">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:1998:AA4095</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T15:55:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2001-07-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:1998:AA4095 Rechtbank Amsterdam , 16-07-1998 / 13/129297-96</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:1998:AA4095:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>-</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:1998:AA4095:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>datum uitspraak: 16 juli 1998</para>
    <para>                  </para>
    <para>op tegenspraak</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>	+-----------+</para>
      <para>	¦  VONNIS   ¦</para>
      <para>	+-----------+</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>van de arrondissementsrechtbank te Amsterdam, economische meervoudige kamer extra, in de strafzaak tegen:</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>[verdachte],</para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],</para>
      <para>wo-nende te [woonplaats], [adres].</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>De rechtbank heeft beraadslaagd naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 2 juni 1998, 5 juni 1998, 8 juni 1998, 10 juni 1998, 12 juni 1998, 15 juni 1998, 16 juni 1998, 17 juni 1998, 19 juni 1998, 23 juni 1998, 26 juni 1998 en 3 juli 1998. </para>
    <para />
    <para />
    <para>1. Telastelegging.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is telastegelegd hetgeen staat omschreven in de dagvaarding, waarvan een kopie als bijlage 1 aan dit vonnis is gehecht.</para>
      <para>De in die dagvaarding vermelde telastelegging geldt als hier ingevoegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>2. Voorvragen.</para>
    <para />
    <para>De ontvankelijkheid van het openbaar ministerie.</para>
    <para />
    <para>De raadsman heeft allereerst gesteld dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard nu het openbaar ministerie heeft gehandeld in strijd met beginselen van redelijke en billijke belangenafweging en zuiverheid van oogmerk.</para>
    <para />
    <para>Ter toelichting heeft de raadsman gesteld, zakelijk weergegeven, dat door het openbaar ministerie ten onrechte gebruik is gemaakt van haar recht tot aanhouding en inverzekeringstel-ling en aldus, mede met inachtne-ming van de wijze waarop, geen sprake is geweest van een redelijke belangenafweging, terwijl- aanhouding en inverzekeringstelling slechts dienden ter intimi-datie, zodat is gehandeld in strijd met zuiverheid van oog-merk.</para>
    <para />
    <para>De rechtbank overweegt hieromtrent als volgt.</para>
    <para />
    <para>Bij de beantwoording van de vraag of de wijze van optreden door het openbaar ministerie rond de aanhouding en inverzekeringstelling van verdachte tot niet-ontvankelijkheid dient te leiden, geldt als uitgangspunt dat voor een zo vergaande sanctie slechts plaats is indien sprake is van een zo ernstige inbreuk op beginse-len van straf-proces-recht, waardoor doelbe-wust of met grove veronachtzaming van de belangen van ver-dachte aan diens recht op een eerlij-ke behande-ling van zijn zaak is tekort -gedaan. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de raadsman kan worden toegegeven dat de rechtbank niet inziet welk redelijk doel was gediend met de inverzekering-stelling van verdachte.</para>
      <para>Van de zijde van het openbaar ministerie is ter terechtzitting betoogd dat in beginsel een ieder die wordt ver-dacht van handel met voorweten-schap in verzekering wordt gesteld, maar ook dat sprake is van een individuele belange-nafweging. </para>
      <para>Van een dergelijke belangenaf-weging is de rechtbank in de onderha-vige zaak echter niet gebleken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Bij de beoordeling in het kader van dit verweer neemt de rechtbank verder de navolgende omstandigheden in aanmerking, zoals die uit de stukken en de behandeling ter terechtzitting zijn gebleken.</para>
    <para />
    <para>- 	De verdenking tegen verdachte heeft betrekking op een eenmali-ge transactie van 30 putopties BolsWessanen;</para>
    <para />
    <para>- 	de bewuste trans-ac-ties zijn reeds ruim 14 maanden voor het moment van aanhouding ver-richt. Het openbaar ministerie kon verwachten dat, nu de aanhoudingen van [betrokkene 1], [betrokkene 2] en [betrokkene 3] niet onopgemerkt hadden plaatsgevonden, ook verdachte rekening hield met zijn mogelijke aanhouding. Gelet op het tijdsverloop hadden deze verdachten reeds ruimschoots de moge-lijk-heid gehad verklaringen op elkaar af te stemmen en bewijs-middelen te vernietigen, zeker nu vanaf medio juli 1995 alge-meen bekend was dat er een onderzoek gaande was in ver-band met de transacties in het fonds BolsWes-sanen;</para>
    <para />
    <para>- 	het met de transactie behaalde voordeel heeft ¦ 4.050,- be-dragen;</para>
    <para />
    <para>- 	verdachte is in de ochtend van 11 september 1996 om 06.00 uur zonder vooraankondiging aangehouden door geüniformeerde poli-tiea-genten die met poli-tieauto's bij het huis van verdachte arri-veerden, waarna verdachte ten overstaan van zijn vrouw en kinderen is afgevoerd;</para>
    <para />
    <para>- 	verdachte heeft onmiddellijk nadat hij was aangehouden om een geko-zen advo-caat gevraagd, terwijl dit verzoek pas aan het eind van de middag het kantoor van de advocaat van verdachte heeft bereikt, in welke periode verdachte drie keer is gehoord;</para>
    <para />
    <para>- 	verdachte is tot 13 september 1996 te 11.00 uur in verzekering gehouden;</para>
    <para />
    <para>-	verdachte is niet eerder met politie en justitie in aanraking geweest.</para>
    <para />
    <para>Het vorenstaande in onderling verband en samenhang bezien brengt de rechtbank tot de conclusie dat de wijze van optreden van het openbaar ministerie in de perio-de van de aanhouding en inver-zekeringstelling als on-recht-matig moet worden aangemerkt.</para>
    <para />
    <para>Vervolgens moet nog de vraag worden beantwoord of deze onrechtmatig-heid tegen het licht van het hiervoor genoemde uitgangspunt dient te leiden tot een zo vergaande sanc-tie als de niet-ontvanke-lijkheid van het openbaar ministerie. </para>
    <para />
    <para>Deze vraag wordt door de rechtbank, gelet op de feiten en omstan-digheden in onderling ver-band en samenhang bezien, bevestigend beant-woord, waarbij de rechtbank doorslaggeven-de betekenis toekent aan de omstandigheid dat de verdenking tegen verdachte slechts betrekking had op een eenmalige transactie met een voordeel van ¦ 4.050,-, een en ander tegen de achtergrond van het feit dat niet is gebleken van een gemo-tiveerde belan-genafweging door het openbaar ministerie in de zaak van verdachte terzake diens inverzekeringstel-ling.</para>
    <para />
    <para>Gelet op het voorgaande behoeven de overige verweren geen bespreking meer.</para>
    <para />
    <para />
    <para>De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.</para>
    <para />
    <para />
    <para>4. Beslissing:</para>
    <para />
    <para />
    <para>Verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door:</para>
      <para>mr E.J. van Schaardenburg - Louwe Kooijmans, 	voorzitter,</para>
      <para>mrs E. Pennink en A. Wolfsen, 	rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van </para>
      <para>mrs R. van der Weijden en C.B. Lenssen, 	griffiers,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 16 juli 1998.</para>
    </parablock>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>