<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBALM:2012:BV3907</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-11T17:06:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BV3907</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Almelo" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Almelo</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2012-02-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">: 383084 CV EXPL 11-8713</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBALM:2012:BV3907">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBALM:2012:BV3907</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T09:38:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2012-02-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBALM:2012:BV3907 Rechtbank Almelo , 14-02-2012 / : 383084 CV EXPL 11-8713</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBALM:2012:BV3907:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Exhibitieplicht ex artikel 843a Rv bestaat alleen indien aan de bepaalbaarheidseis van lid 1 is voldaan. Aan die eis is niet voldaan indien wordt betwist dat de bescheiden bestaan.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBALM:2012:BV3907:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>RECHTBANK ALMELO</para>
      <para>Sector Kanton</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Locatie Enschede</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer	: 383084 CV EXPL 11-8713   </para>
      <para>Uitspraak	: 14 februari 2012 (t)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Vonnis in de zaak van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1  [eiser 1]</para>
      <para>2. [eiseres 2]</para>
      <para>beiden wonende te [plaats]</para>
      <para>eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie, </para>
      <para>hierna ook wel [eisende partij] c.s. te noemen</para>
      <para>gemachtigde: mr. E.H. Hoeksma te Enschede</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>tegen</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap</para>
      <para>DEXIA NEDERLAND B.V.</para>
      <para>rechtsopvolger van Dexia Bank Nederland N.V.</para>
      <para>gevestigd te Amsterdam</para>
      <para>gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie, </para>
      <para>hierna ook wel Dexia te noemen</para>
      <para>gemachtigde: mr. H. Post te Helmond</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1.	Het verdere verloop van de procedure in conventie en in reconventie:</para>
    <para />
    <para>	1.1 Voor het eerdere verloop van de procedure wordt verwezen naar het vonnis van de rechtbank Almelo, enkelvoudige kamer voor burgerlijke zaken, van 3 augustus 2011. Ingevolge dit vonnis is de zaak verwezen naar de kantonrechter te Enschede. Vervolgens hebben [eisende partij] c.s. een incidentele conclusie houdende vordering tot exhibitie genomen ex artikel 3: 94 lid 4 BW, dan wel de artikelen 208 en 209Rv en de artikelen 24 en 843a Rv. Dexia heeft een conclusie van antwoord in het incident genomen. [eisende partij] c.s. hebben zich ten slotte in een akte uitgelaten over de door Dexia in het geding gebrachte producties.</para>
    <para />
    <para>2.	De beoordeling van het incident: </para>
    <para />
    <para>	2.1 [eisende partij] c.s. vorderen dat Dexia bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad wordt bevolen om de transcripties van drie telefoongesprekken, gevoerd in een periode van 19 maart 2003 tot 30 maart 2003 tussen [eiseres 2] en Dexia, in het geding te brengen en voor het geval Dexia nalaat aan dit bevel gevolg te geven daaraan een dwangsom wordt verbonden.</para>
    <para>	</para>
    <para>	2.2 Dexia brengt naar voren dat in de vorenbedoelde periode één telefoongesprek heeft plaatsgevonden tussen [eiseres 2] en Dexia en wel op 27 maart 2003. De betreffende geluidsopname van dit gesprek en het transcript zijn als producties in het geding gebracht. Dexia wijst erop dat zij deze bescheiden ook in het geding had gebracht indien in de hoofdzaak daarom was verzocht. Naar haar mening is de incidentele procedure nodeloos aanhangig gemaakt en moeten [eisende partij] c.s. daarom in de kosten van het incident worden veroordeeld.</para>
    <para />
    <para>	2.3 Voor zover de vordering van [eisende partij] c.s. is gebaseerd op artikel 3: 94 lid 4 BW wordt de vordering afgewezen. [eisende partij] c.s. vorderen geen gewaarmerkt uittreksel van een akte. Een transcriptie is geen akte. De kantonrechter gaat ervan uit dat [eisende partij] c.s. zich abusievelijk beroepen op artikel 24 Rv en dat zij bedoelen artikel 22 Rv. Indien dat zo is had ook anderszins de kantonrechter kunnen worden gevraagd te bevelen de transcripties in het geding te brengen. Een dergelijk verzoek is niet gedaan. Wat daarvan zij, de kantonrechter ziet geen aanleiding, mede gelet op hetgeen hierna wordt overwogen, gebruik te maken van zijn ingevolge artikel 22 Rv gegeven discretionaire bevoegdheid. Blijft over de vordering gebaseerd op artikel 843a Rv.. [eisende partij] c.s. kunnen wellicht een rechtmatig belang hebben bij het in het geding brengen van drie transcripties. Dexia betwist echter dat er drie bestaan. Ze heeft één transcriptie in het geding gebracht en stelt dat in de periode van 19 maart 2003 tot 30 maart 2003 niet meer telefoongesprekken zijn gevoerd. Artikel 843a lid 1 Rv refereert aan bepaalde bescheiden. De omstandigheid dat Dexia betwist dat meer telefoongesprekken zijn gevoerd, heeft tot gevolg dat aan de eis van het kunnen bepalen onvoldoende is voldaan. Van voldoende bepaalbaarheid kan eerst sprake zijn indien ten minste vaststaat dat de gewenste bescheiden bestaan. De incidentele vordering van [eisende partij] c.s. zal worden afgewezen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>      2.4 [eisende partij] c.s. zal als de in het ongelijk stelde partij worden veroordeeld in de </para>
      <para>		proceskosten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>	Beslissing:</para>
    <para />
    <para>	In het incident:</para>
    <para />
    <para>	Wijst de vordering van [eisende partij] c.s. af.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>	Veroordeelt [eisende partij] c.s. in de kosten op het incident gevallen tot op deze uitspraak aan </para>
      <para>	de zijde van Dexia begroot op € 150,-- wegens het salaris van de gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>	In de hoofdzaak:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>	Verwijst de zaak naar de rolzitting van 6 maart 2012 voor het door [eisende partij] c.s.	nemen van een conclusie van repliek in conventie en van antwoord in reconventie, </para>
      <para>	ambtshalve peremptoir.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>	Houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>       Dit vonnis is gewezen te Enschede door mr. M.H. van Rhijn, kantonrechter, en op </para>
      <para>       14 februari 2012 in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>