<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBALM:2010:BO6437</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-10T17:32:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BO6437</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Almelo" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Almelo</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2010-12-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">08/710550-10</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBALM:2010:BO6437">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBALM:2010:BO6437</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T07:19:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2010-12-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBALM:2010:BO6437 Rechtbank Almelo , 03-12-2010 / 08/710550-10</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBALM:2010:BO6437:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De rechtbank is van oordeel dat verdachte een beroep op vrijwillige terugtred toekomt en ontslaat verdachte van alle rechtsvervolging.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBALM:2010:BO6437:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>Sector strafrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>parketnummer: 08/710550-10</para>
      <para>datum vonnis: 3 december 2010</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Almelo, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie in het arrondissement Almelo tegen:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[verdachte]</para>
      <para>geboren op [geboortejaar] in [geboorteplaats] [geboorteland],</para>
      <para>wonende in [woonplaats],</para>
      <para>nu verblijvende in het PPC in Vught.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>1. Het onderzoek op de terechtzitting</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van </para>
      <para>9 november 2010. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. L. Grooters en van hetgeen door de verdachte en diens raadsman mr. J.D. Onland, advocaat te Oldenzaal, naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. De tenlastelegging</para>
    <para />
    <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte op 5 augustus 2010 in Markelo heeft geprobeerd brand te stichten in een caravan.</para>
    <para />
    <para>Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 05 augustus 2010 te Markelo, gemeente Hof van Twente, ter</para>
      <para>uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om opzettelijk brand te</para>
      <para>stichten in/aan een caravan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor het inventaris</para>
      <para>van die caravan en/of voor een of meer omliggende caravan(s), in elk geval</para>
      <para>gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar</para>
      <para>lichamelijk letsel voor een of meer bewoner(s) van (een) omliggende</para>
      <para>caravan(s), in elk geval levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk</para>
      <para>letsel voor een ander te duchten was, met dat opzet zichzelf, terwijl hij zich</para>
      <para>in die caravan bevond, heeft overgoten/besprenkeld met benzine, althans een</para>
      <para>vluchtige stof, en/of een sigaar heeft aangestoken,</para>
      <para>terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. De vordering van de officier van justitie</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft gevorderd het tenlastegelegde feit bewezen te verklaren, maar verdachte te ontslaan van alle rechtsvervolging. Aan de verdachte dient volgens de officier van justitie de maatregel van plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis voor de duur van één jaar te worden opgelegd. </para>
      <para>4. De voorvragen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.</para>
    <para />
    <para>5. De beoordeling van het bewijs</para>
    <para />
    <para>5.1 De bewijsoverwegingen van de rechtbank   </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij in de relatief kleine caravan een fles met benzine over zich heen heeft gegooid, waarbij hij tevens een sigaar aan het roken was. Hij wilde echter de caravan niet in brand steken, maar zichzelf.  De verbalisanten hebben gerelateerd dat zij hebben gezien dat verdachte in de caravan zijn lichaam besprenkelde met een vloeistof uit een anderhalf liter fles en dat hij dit ook over zijn hoofd goot. Nadat verdachte de caravan verliet, werd hij overmeesterd en hebben brandweermannen uit de caravan een anderhalve literfles met een restje benzine gehaald. </para>
      <para>De brandende sigaar heeft verdachte mee naar buiten genomen.  </para>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat de kans op het in brand raken van de caravan aanmerkelijk was, indien verdachte zijn plan om zichzelf te doden door zichzelf in brand te steken, waaraan hij een begin van uitvoering had gegeven, verder voltooid zou hebben door de brandende sigaar tegen zijn kleding te houden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Evenals de officier van justitie en de verdediging acht de rechtbank het tenlastegelegde feit wettig en overtuigend bewezen  ,  , met dien verstande dat er geen bewijs is voor het tenlastegelegde te duchten levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een of meer bewoner(s) van (een) omliggende caravan(s) of voor anderen. Uit het dossier blijkt immers niet dat er in de omliggende caravans mensen aanwezig waren.</para>
    <para />
    <para>5.2 De conclusie</para>
    <para />
    <para>De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: </para>
    <para />
    <para>hij op 05 augustus 2010 te Markelo, gemeente Hof van Twente, ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om opzettelijk brand te stichten in een caravan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor de inventaris van die caravan te duchten was, met dat opzet zichzelf, terwijl hij zich in die caravan bevond, heeft overgoten met benzine en een sigaar heeft aangestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;</para>
    <para />
    <para>De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.</para>
    <para />
    <para>6. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde</para>
    <para />
    <para>Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij de artikelen 45 en 157 Sr. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    <para />
    <para>het misdrijf: poging tot opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is. </para>
    <para />
    <para>7. De strafbaarheid van de verdachte</para>
    <para />
    <para>De standpunten van de officier van justitie en de verdediging</para>
    <para />
    <para>Zowel de officier van justitie als de verdediging hebben zich op het standpunt gesteld dat er geen sprake is van vrijwillige terugtred, nu verdachte gestopt zou zijn door de interventie van een agent en niet door een omstandigheid die van zijn wil afhankelijk was. </para>
    <para />
    <para>De overwegingen van de rechtbank</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beslissend voor de vrijwillige terugtred is de vraag of het misdrijf niet is voltooid ten gevolge van omstandigheden afhankelijk van de wil van verdachte. Van buiten komende factoren, die er mede toe hebben geleid dat het misdrijf niet is voltooid, behoeven aan vrijwillige terugtred niet in de weg te staan.  </para>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat verdachte gedurende geruime tijd in de positie is geweest om zijn voornemen om de brand te stichten geheel uit te voeren. Hij had zichzelf overgoten met benzine, had een brandende sigaar tot zijn beschikking en daarnaast was het gasfornuis voorzien van elektrische ontsteking. Toch heeft hij de keuze gemaakt om niet verder te gaan. De enkele omstandigheid dat de politie ter plaatse was en met verdachte gesproken heeft, doet aan zijn eigen keuzevrijheid en de wijze waarop hij daar invulling aan heeft gegeven niet af. Zodra hij de caravan op grond van zijn eigen besluit verliet, was aan de kans op brandstichting een eind gekomen. Naar het oordeel van de rechtbank komt verdachte een beroep op vrijwillige terugtred toe en zal hij daarom worden ontslagen van alle rechtsvervolging.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>8. De toegepaste wettelijke voorschriften</para>
    <para />
    <para>De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op artikel 46b Sr.</para>
    <para />
    <para> </para>
    <para>9. De beslissing</para>
    <para />
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>vrijspraak/bewezenverklaring</para>
      <para>- verklaart bewezen, dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven  omschreven;</para>
      <para>- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>strafbaarheid</para>
      <para>- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;</para>
      <para>- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>het misdrijf: poging tot opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is;</para>
    <para />
    <para>- verklaart verdachte niet strafbaar voor het bewezenverklaarde en ontslaat verdachte van alle rechtsvervolging.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M.E. van Wees, voorzitter, mr. F.H.W. Teekman en </para>
      <para>mr. F.C. Berg, rechters, in tegenwoordigheid van mr. B.M. Hoek, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 3 december 2010.</para>
    </parablock>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>