<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBALM:2010:BM9530</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-12T09:56:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BM9530</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Almelo" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Almelo</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2010-06-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">111844 / KG ZA 10-137</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBALM:2010:BM9530">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBALM:2010:BM9530</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T06:36:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2010-06-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBALM:2010:BM9530 Rechtbank Almelo , 25-06-2010 / 111844 / KG ZA 10-137</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBALM:2010:BM9530:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vordering opheffing beslag.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBALM:2010:BM9530:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>RECHTBANK ALMELO</para>
      <para>Sector civiel recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 111844 / KG ZA 10-137</para>
      <para>datum vonnis: 25 juni 2010 (j)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Almelo, rechtdoende in kort geding, in de zaak van:</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>[Eiseres],</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>verder te noemen: [eiseres],</para>
      <para>advocaat: mr. A.L. Rothuizen te Deventer,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>tegen</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>[gedaagde],</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>verder te noemen: [gedaagde],</para>
      <para>advocaat: mr. J. Sleeswijk Visser te Nijverdal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>Het procesverloop</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[Eisers] heeft gevorderd als vermeld in de dagvaarding.</para>
      <para>De zaak is behandeld ter terechtzitting van 18 juni 2010. Ter zitting zijn verschenen: [eiseres] vergezeld door mr. Rothuizen en [gedaagde] vergezeld door mr. Sleeswijk Visser. De standpunten zijn toegelicht. Het vonnis is bepaald op vandaag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>De beoordeling van het geschil en de motivering van de beslissing</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De feiten</para>
      <para>1.	In deze zaak staat het navolgende vast.</para>
      <para>-	[Eiseres] en [gedaagde] zijn gehuwd geweest. Op 17 oktober 2007 is de echtscheiding tussen hen uitgesproken. </para>
      <para>-	Bij vonnis van 23 december 2009 is [eiseres] veroordeeld tot afgifte van een fiets en inboedelgoederen (hierna te noemen: inboedelgoederen) aan [gedaagde] op straffe van een dwangsom (hierna te noemen: de dwangsom) van maximaal € 20.000,-- en tot betaling van een bedrag ad € 5.942,55 aan [gedaagde] ter zake van overbedeling. Tegen dit vonnis is geen rechtsmiddel ingesteld.		</para>
      <para>-	[Gedaagde] heeft executoriaal (derden)beslag laten leggen op de UWV-uitkering van [eiseres].</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De dagvaarding</para>
      <para>2.	[Eiseres] vordert – kort gezegd – dat de voorzieningenrechter de onder 1 genoemde dwangsom opheft, althans vermindert, alsmede het (derden)beslag op de UWV-uitkering van [eiseres], althans enig (derden)beslag, opheft. [Eiseres] stelt hiertoe dat zij de inboedelgoederen reeds, voor de dagvaarding die tot het vonnis van 23 december 2009 heeft geleid, heeft afgegeven aan [gedaagde]. Derhalve is [eiseres] niet in staat deze goederen aan [gedaagde] af te geven. Voorts stelt zij dat de hoogte van de (maximale) dwangsom niet in verhouding staat tot de waarde van de af te geven inboedelgoederen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verweer </para>
      <para>3.	[Gedaagde] concludeert tot niet ontvankelijkheidverklaring, danwel ontzegging, van de vorderingen met veroordeling van [eiseres] in de kosten van deze procedure. Hiertoe stelt hij dat [eiseres] niet gesteld heeft dat zij een spoedeisend belang heeft bij haar vorderingen. Tevens stelt hij dat nu het onder 1 genoemde vonnis d.d. 23 december 2009 in kracht van gewijsde is gegaan en de dwangsommen reeds zijn verbeurd, de dwangsom niet voor opheffing of wijziging vatbaar is. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De overwegingen van de voorzieningenrechter</para>
      <para>4.1.	  Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft [eiseres] niet aannemelijk gemaakt dat zij een spoedeisend belang heeft bij -kort gezegd- de opheffing, danwel vermindering, van de dwangsom. Het feit dat naar het oordeel van [eiseres] de deurwaarder, namens [gedaagde], aanstalten maakt tot het nemen van verdere stappen ter verhaal van de beweerdelijk verbeurde dwangsom is onvoldoende om een spoedeisend belang aan te nemen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4.2.	[Eiseres] heeft ter zitting kenbaar gemaakt dat het verzoek tot opheffing van het executoriaal (derden)beslag slechts betrekking heeft op (derden)beslag(en) ten behoeve van verhaal van de beweerdelijk verbeurde dwangsom. Nu zowel [eiseres] als [gedaagde] kenbaar hebben gemaakt dat op dit moment geen sprake is van een dergelijk (derden)beslag, zal de voorzieningenrechter de vorderingen tot opheffing van (het) (derden)beslag(en) afwijzen. </para>
    <para />
    <para>4.3.	De vorderingen van [eiseres] worden derhalve afgewezen. Gelet op de gronden van afwijzing, zal de voorzieningenrechter [eiseres], ondanks het feit dat partijen gewezen echtelieden zijn, als de in het ongelijk gestelde partij, in de kosten van dit geding veroordelen. </para>
    <para />
    <para>4.4	[Gedaagde] vordert wettelijke rente over de proceskosten en de nakosten. [Eiseres] is echter pas wettelijke rente verschuldigd over de proceskosten en de nakosten vanaf datum verzuim. De rechtbank zal bepalen dat [eiseres] de wettelijke rente over de proceskosten en de nakosten is verschuldigd indien deze kosten niet binnen 14 dagen na betekening van het vonnis zijn voldaan.</para>
    <para />
    <para />
    <para>De beslissing</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter:</para>
      <para>I.	Wijst af de vordering van [eiseres]. </para>
    </parablock>
    <para> </para>
    <parablock>
      <para>II.	Veroordeelt [eiseres] in de kosten van dit geding, tot op deze uitspraak aan de zijde van [gedaagde] begroot op € 263,-- aan verschotten en € 527,-- aan salaris van de advocaat, waarvan op de voet van artikel 243 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering,</para>
      <para>te betalen aan de griffier van dit gerecht:</para>
      <para>	€ 197,25 aan in debet gesteld griffierecht</para>
      <para>	€ 527,-- aan het salaris van de advocaat</para>
      <para>te betalen aan de advocaat van [gedaagde]: 	</para>
      <para>	€  65,75 aan niet in debet gesteld griffierecht,</para>
      <para>te vermeerderen met de wettelijke rente indien en voor zover [eiseres] niet binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis aan deze proceskostenveroordeling zal hebben voldaan.</para>
    </parablock>
    <para> </para>
    <para>III.	Veroordeelt [eiseres] jegens [gedaagde] in de nakosten van deze procedure ten bedrage van respectievelijk € 131,-- zonder betekening en € 199,-- in geval van betekening, indien en voor zover [eiseres] niet binnen een termijn van veertien dagen na aanschrijving aan dit vonnis heeft voldaan, te vermeerderen met de wettelijke rente indien en voor zover [eiseres] niet binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis deze nakosten heeft voldaan.</para>
    <para />
    <para>IV. 	Verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    <para />
    <para>Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. U. van Houten, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 juni 2010, in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>