<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBALM:2010:BM5962</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-12T09:11:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BM5962</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Almelo" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Almelo</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2010-05-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">111313 / KG ZA 10-113</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBALM:2010:BM5962">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBALM:2010:BM5962</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T06:27:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2010-05-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBALM:2010:BM5962 Rechtbank Almelo , 26-05-2010 / 111313 / KG ZA 10-113</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBALM:2010:BM5962:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Onrechtmatig handelen gedaagden jegens eisers door eigenhandig en zonder toestemming van eisers de betreffende roerende zaken onder zich te brengen en gebruik te maken van die zaken</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBALM:2010:BM5962:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>RECHTBANK ALMELO</para>
      <para>Sector civiel recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 111313 / KG ZA 10-113</para>
      <para>datum vonnis: 26 mei 2010 (lm)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Almelo, rechtdoende in kort geding, in de zaak van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. [eiseres]</para>
      <para>gevestigd te [woonplaats]</para>
      <para>2. [naam]</para>
      <para>vennoot van eiseres sub 1,</para>
      <para>wonende te [woonplaats]</para>
      <para>3. [naam]</para>
      <para>vennoot van eiseres sub 1,</para>
      <para>wonende te [woonplaats]</para>
      <para>eisers,</para>
      <para>verder te noemen [eiseres]</para>
      <para>advocaat: mr. Th.J.H.M. Linssen te Tilburg,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>tegen</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>Innové Vastgoed B.V.,</para>
      <para>gevestigd te Reutum,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>verder te noemen Innové,</para>
      <para>2. [gedaagde]</para>
      <para>wonende te [woonplaats]</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>verder te noemen [gedaagde]</para>
      <para>in persoon verschenen,</para>
      <para>verder ook gezamenlijk te noemen gedaagden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.    De procedure</para>
      <para>1.1.	Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>-	de dagvaarding met producties;</para>
      <para>-	de mondelinge behandeling; ter zitting zijn eiser sub 2 en eiseres sub 3 verschenen voor zichzelf en namens eiseres sub 1 vergezeld door mr. Linssen. Gedaagde sub 2 is verschenen voor zichzelf en namens gedaagde sub 1.  </para>
      <para>-	de ter zitting door beide partijen ingediende producties;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1.2.	Ten slotte heeft [eiseres] vonnis verzocht.</para>
    <para />
    <para>2.	De feiten</para>
    <para />
    <para>2.1.	 [eiser] exploiteert een veehandel- en landbouwbedrijf te Haaksbergen. </para>
    <para />
    <para>2.2.	[gedaagde] runt het bedrijf Innové dat zich onder meer bezighoudt met het ontwikkelen van projecten op het gebied van woningbouw, utiliteitsbouw en de financiering van onroerende zaken. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.3.	[gedaagde] heeft de volgende aan [eiseres] in eigendom toebehorende roerende zaken </para>
      <para>onder zich: </para>
      <para>1.	een caravan van het merk Hobby met kenteken [kenteken 1]</para>
      <para>2.	een voorwagen/vrachtwagen van het merk Volvo met kenteken [kenteken 2]</para>
      <para>3.	een aanhanger van het merk Van Hool met kenteken [kenteken 3]</para>
      <para>4.	een auto van het merk Hyundai, type Tucson met kenteken [kenteken 4]</para>
      <para>5.	een veeaanhangwagen, merk Henra met kenteken [kenteken 5]</para>
      <para>6.	een tractor van het merk International.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2.4.	[eiseres] heeft op 10 maart 2010 jegens [gedaagde] aangifte van oplichting gedaan bij de politie te [woonplaats]</para>
    <para />
    <para>2.5.	Ondanks herhaalde sommaties weigert [gedaagde] afgifte van de aan [eiseres] in eigendom toebehorende goederen.</para>
    <para />
    <para>3.	Het geschil</para>
    <para />
    <para>3.1.	[eiseres] vordert -samengevat weergegeven- veroordeling van gedaagden tot afgifte van de door haar in de dagvaarding opgesomde roerende zaken, op straffe van verbeurte van een dwangsom, alsmede veroordeling van gedaagden tot betaling van een voorschot op schadevergoeding, met veroordeling van gedaagden in de kosten van deze procedure. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.2.	[eiseres] stelt daartoe dat partijen een mondelinge overeenkomst van geldlening hebben gesloten. [gedaagde], in persoon dan wel als bestuurder van Innové, zou [eiseres] een bedrag van € 50.000,- lenen waarbij [eiseres] ter zekerheidsstelling aan [gedaagde] een aantal roerende zaken stil zou verpanden. [gedaagde] heeft echter in tegenstelling tot hetgeen partijen hebben afgesproken niet € 50.000,- aan [eiseres] overgemaakt, maar slechts </para>
      <para>€ 5,-, terwijl [gedaagde] de betreffende roerende zaken wel onder zich heeft gebracht. [eiseres] kan door het ontbreken van die zaken zijn bedrijfsactiviteiten niet voortzetten en wil ze terug. [gedaagde] weigert echter afgifte van de roerende zaken. [eiseres] lijdt schade en vordert een voorschot op de schadevergoeding van € 15.000,-. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.3.	Gedaagden verweren zich en concluderen tot afwijzing van de vordering, en stellen daartoe onder meer het volgende. Zij hebben uit hoofde van een tezamen met [eiseres] aangegane hypothecaire geldlening waarvoor beide partijen hoofdelijk aansprakelijk zijn, een vordering op [eiseres], op grond waarvan [eiseres] aan hen een bedrag ter hoogte van </para>
      <para>€ 101.125,- verschuldigd is. Voorts is gedaagden gebleken dat [eiseres] met betrekking tot hetzelfde perceel grond als waarvoor voornoemde hypothecaire geldlening is afgesloten, een tweede hypotheek heeft afgesloten waardoor gedaagden worden benadeeld. Teneinde zekerheid te creëren voor betaling van de vordering van € 101.500,- aan hen hebben gedaagden gemeend een aantal aan [eiseres] in eigendom toebehorende roerende zaken onder zich te moeten brengen. </para>
      <para>3.4.	Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4.	De beoordeling</para>
    <para />
    <para>4.1. [eiseres] heeft gelet op de gestelde inbreuk op haar eigendomsrecht voldoende aannemelijk gemaakt dat zij een spoedeisend belang heeft bij haar vordering. Van [eiseres] kan niet worden verlangd dat zij een bodemprocedure afwacht.</para>
    <para />
    <para>4.2.	Kern van het geschil tussen partijen betreft de vraag of gedaagden de aan [eiseres] in eigendom toebehorende roerende zaken, zoals hiervoor genoemd onder 2.3., onrechtmatig onder zich houden.</para>
    <para />
    <para>4.3.	Zoals de voorzieningenrechter ter zitting reeds aan partijen heeft medegedeeld is hij voorlopig van oordeel dat gedaagden jegens [eiseres] onrechtmatig hebben gehandeld en thans  handelen door eigenhandig en zonder toestemming van [eiseres] de betreffende roerende zaken onder zich te brengen en gebruik te maken van die zaken. Niet in geschil tussen partijen is dat de betreffende zaken eigendom zijn van [eiseres]. Partijen betwisten voorts over en weer elkaars stellingen. Zo betwisten gedaagden enerzijds dat zij mondeling met [eiseres] een geldleningovereenkomst van € 50.000,- zijn overeengekomen en betwist [eiseres] anderzijds dat gedaagden een opeisbare vordering van € 101.125,- op haar hebben. Geconcludeerd moet worden dat in dit kort geding onvoldoende aannemelijk is geworden dat gedaagden krachtens enige rechtsverhouding, dan wel op enige rechtsgrond, gerechtigd waren en thans nog zijn om die roerende zaken onder zich te brengen en te gebruiken. Gedaagden handelen onrechtmatig jegens [eiseres] en dienen de betreffende zaken in dezelfde staat als waarin deze zich bevonden op het moment dat gedaagden deze zich onder zich hebben gebracht af te geven aan [eiseres].     </para>
    <para />
    <para>4.4.	Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen dient de vordering van [eiseres] te worden toegewezen, met dien verstande dat de voorzieningenrechter het redelijk acht om de hoogte van de gevorderde dwangsom te matigen en een maximum aan de eventueel te verbeuren dwangsommen te verbinden.</para>
    <para />
    <para>4.5. De gevorderde voorziening tot betaling van een voorschot op de gestelde geleden schade wordt hierna afgewezen, nu enig spoedeisend belang aan de zijde van [eiseres] om reeds thans over een dergelijk voorschot te kunnen beschikken niet is gesteld of gebleken. </para>
    <para />
    <para>4.6. Gedaagden dienen als de in het ongelijk gestelde partij te worden veroordeeld in de kosten van dit geding, voor zover deze aan de zijde van [eiseres] zijn gemaakt.</para>
    <para />
    <para>5.	De beslissing</para>
    <para />
    <para>De voorzieningenrechter:</para>
    <para />
    <para>5.1.	veroordeelt gedaagden hoofdelijk om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis de volgende roerende zaken, in dezelfde staat als waarin zij zich deze zaken onrechtmatig hebben toegeëigend met bijbehorende kentekenbewijzen en (reserve)sleutels, aan [eiseres] af te geven:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.	een caravan van het merk Hobby met kenteken [kenteken 1]</para>
      <para>2.	een voorwagen/vrachtwagen van het merk Volvo met kenteken [kenteken 2]</para>
      <para>3.	een aanhanger van het merk Van Hool met kenteken [kenteken 3]</para>
      <para>4.	een auto van het merk Hyundai, type Tucson met kenteken [kenteken 4]</para>
      <para>5.	een veeaanhangwagen, merk Henra met kenteken [kenteken 5]</para>
      <para>6.	een tractor van het merk International.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>5.2.	veroordeelt gedaagden tot betaling van een dwangsom van € 5.000,- voor iedere dag of </para>
      <para>dagdeel en zulks tot een maximum van € 100.000,- dat gedaagden in strijd handelen met het onder 5.1. bepaalde;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5.3. veroordeelt gedaagden in de proceskosten met bepaling dat indien deze kosten niet binnen twee weken na betekening van dit vonnis zijn betaald, gedaagden daarover de wettelijke rente zijn verschuldigd vanaf dat moment tot aan de dag der algehele voldoening. De kosten aan de zijde van [eiseres] worden begroot op: € 421,32 aan verschotten en € 527,- aan salaris van de advocaat;</para>
    <para />
    <para>5.4.	verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    <para />
    <para>5.5.	wijst af het meer of anders gevorderde.</para>
    <para />
    <para>Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. Vermeulen , voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 mei 2010, in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>