<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBALK:2011:BU2924</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-11T11:39:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BU2924</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Alkmaar" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Alkmaar</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2011-07-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">364769 CV EXPL 11-1617</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBALK:2011:BU2924">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBALK:2011:BU2924</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T09:04:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2011-10-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBALK:2011:BU2924 Rechtbank Alkmaar , 04-07-2011 / 364769 CV EXPL 11-1617</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBALK:2011:BU2924:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden op onredelijk bezwarende bedingen in een zaak waar de gedaagde niet in is verschenen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBALK:2011:BU2924:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>RECHTBANK ALKMAAR</para>
      <para>Sector Kanton</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Locatie Hoorn</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknr/rolnr.:  364769 CV EXPL 11-1617</para>
      <para>Uitspraakdatum: 4 juli 2011</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Verstekvonnis in de zaak van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid KPN B.V., voorheen genaamd KPN Telecom B.V., zijnde de rechtsopvolgster onder algemene titel van KPN Mobile The Netherlands B.V. gevestigd te ’s-Gravenhage, kantoorhoudende te Zwolle</para>
      <para>eisende partij </para>
      <para>verder ook te noemen: KPN</para>
      <para>gemachtigde: J. van der Vlies en J. Schutte, gerechtsdeurwaarders te Den Helder</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>tegen</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[naam], wonende [adres]</para>
      <para>gedaagde partij </para>
      <para>verder ook te noemen: [gedaagde]</para>
      <para>niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Het procesverloop</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>KPN heeft een vordering ingesteld, zoals omschreven in de dagvaarding van 5 april 2011 op de daarin vermelde gronden. [gedaagde] is niet verschenen en tegen hem is verstek verleend.</para>
      <para>KPN is in de gelegenheid gesteld nadere inlichtingen te verstrekken en heeft daartoe een akte genomen, waarbij nog producties in het geding zijn gebracht.</para>
      <para>Vervolgens is heden vonnis bepaald.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>De beoordeling van het geschil</para>
    <para> </para>
    <parablock>
      <para>1.De kantonrechter moet op grond van de wet toetsen of de vordering niet in strijd komt met het objectieve recht en of de aangevoerde gronden de vordering kunnen dragen. </para>
      <para>In aanmerking wordt genomen dat op de kantonrechter op grond van de rechtspraak van het Hof van Justitie van de EU (o.a. 4 juni 2009, C-243/08) de verplichting rust om de toepasse-lijke algemene voorwaarden ambtshalve te toetsen op onredelijk bezwarende bedingen. KPN heeft bij dagvaarding aangegeven dat de schadevergoeding die zij vordert wegens de  voortijdige beëindiging van het telefoonabonnement, primair gegrond is op de algemene voorwaarden, en subsidiair op de wettelijke regels omtrent schadevergoeding bij ontbinding. Het bedrag van de schadevergoeding fixeert KPN op de gederfde vaste abonnementsinkomsten over de periode van de datum van ontbinding van de overeenkomst 31 juli 2010 tot 25 mei 2011, zijnde € 351,59. Deze schadevergoeding komt de kantonrechter, nu deze de schadevergoeding berekend volgens het LOVCK-rapport niet overstijgt, niet onredelijk voor. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2.Dat betekent dat de vordering (ook voor het overige) als niet ongegrond of onrechtmatig wordt toegewezen zoals hierna te melden.</para>
    <para />
    <para />
    <para>3.De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] omdat deze in het ongelijk wordt gesteld. </para>
    <para />
    <para>De beslissing</para>
    <para />
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <para>Veroordeelt [gedaagde] om aan KPN tegen kwijting te betalen een bedrag van € 998,24, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 833,73 vanaf 5 april 2011 tot de dag van betaling.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van KPN tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:</para>
      <para>dagvaarding		€   83,31</para>
      <para>vastrecht		€ 284,00</para>
      <para>salaris gemachtigde 	€ 100,00.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Verklaart deze veroordeling(en) uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    <para />
    <para>Wijst af het meer of anders gevorderde.</para>
    <para />
    <para>Dit vonnis is gewezen door mr. H.A. van den Berg, kantonrechter, bijgestaan door de griffier en op 4 juli 2011 in het openbaar uitgesproken. </para>
    <para />
    <para>De griffier                                                                            	De kantonrechter</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>