<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBALK:2010:BO5318</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-10T10:54:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BO5318</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Alkmaar" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Alkmaar</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2010-07-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">300250 \ CV EXPL  09-2844</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBALK:2010:BO5318">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBALK:2010:BO5318</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T07:16:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2010-11-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBALK:2010:BO5318 Rechtbank Alkmaar , 14-07-2010 / 300250 \ CV EXPL  09-2844</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBALK:2010:BO5318:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ingevolge artikel 217 Rv kan ieder die een belang heeft bij een tussen andere partijen aanhangig geding vorderen zich daarin te mogen voegen of daarin te mogen tussenkomen. Gedaagde sub 2 heeft dat belang. Incidentele vordering tot tussenkomst toegewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBALK:2010:BO5318:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>RECHTBANK ALKMAAR</para>
      <para>Sector Kanton</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Locatie Alkmaar</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknr/rolnr.:  300250 \ CV EXPL  09-2844 \CP </para>
      <para>uitspraakdatum: 14 juli 2010 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis in de incidenten </para>
      <para>tot verwijzing ex artikel 220 Rv</para>
      <para>en </para>
      <para>tot voeging/tussenkomst ex artikel 217 Rv</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>in de zaak van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>de buitenlandse vennootschap Varde Investments (Ireland) Limited te Dublin, Ierland</para>
      <para>in de hoofdzaak: eisende partij </para>
      <para>in de incidenten tot verwijzing en voeging/tussenkomst: gedaagde partij</para>
      <para>verder ook te noemen: Varde</para>
      <para>gemachtigde: mr. G.J. Schras, advocaat te  Spijkenisse</para>
      <para>rolgemachtigde: Swier &amp; Van der Weijden, gerechtsdeurwaarders te Amsterdam</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>tegen</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[...] te [plaats]</para>
      <para>in de hoofdzaak: gedaagde partij</para>
      <para>in het incident tot verwijzing: eisende partij</para>
      <para>in het incident tot voeging/tussenkomst: gedaagde partij</para>
      <para>verder ook te noemen: [gedaagde sub 1]</para>
      <para>gemachtigde: mr. G. van Dijk te Amsterdam</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[...] te [plaats]</para>
      <para>in het incident tot voeging/tussenkomst: eisende partij</para>
      <para>verder ook te noemen: [gedaagde sub 2]</para>
      <para>gemachtigde: mr. G. van Dijk te Amsterdam</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>Het procesverloop</para>
    <para />
    <para>in de hoofdzaak en in de incidenten </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit verloop blijkt uit:</para>
      <para>-de dagvaarding d.d. 5 juni 2009 met producties [Varde];</para>
      <para>-de incidentele conclusie tot verwijzing ex artikel 220 Rv met productie [[gedaagde sub 1]];</para>
      <para>-de incidentele conclusie tot voeging/tussenkomst met producties [[gedaagde sub 2]];</para>
      <para>-de incidentele antwoordconclusie in het incident tot voeging/tussenkomst met producties [Varde];</para>
      <para>-het tussenvonnis d.d. 10 maart 2010 [uitlating Varde inzake incident tot verwijzing];</para>
      <para>-de conclusie van antwoord in het incident tot verwijzing [Varde].</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De inhoud van de processtukken geldt als hier ingelast.</para>
      <para>Ten slotte is heden uitspraak bepaald.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>De hoofdzaak</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. Varde vordert, als rechtsopvolgster van Dexia Bank Nederland N.V. [verder: Dexia], na-koming van een naar haar mening tussen Dexia en [gedaagde sub 1] geldende vaststellings-overeenkomst, welke betrekking heeft op een aandelenleaseovereenkomst met contractnum-mer [nummer], die tussen [gedaagde sub 1] en Dexia (althans haar rechtsvoorgangsters) is gesloten. </para>
      <para>De vaststellingsovereenkomst waar Varde zich in de eerste plaats op beroept, betreft het zgn. Dexia Aanbod. </para>
      <para>Mocht hierover anders worden geoordeeld dan is Varde in de tweede plaats van mening dat [gedaagde sub 1] gebonden is aan de zgn. Duisenbergregeling.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het incident tot verwijzing</para>
      <para>en de beoordeling daarvan</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. [gedaagde sub 1] vordert op grond van verknochtheid de verwijzing van de onderhavige zaak naar de reeds eerder bij de rechtbank te Amsterdam, sector kanton, tussen haar echtge-noot/[gedaagde sub 2] en Dexia aanhangig gemaakte zaak onder rolnr. DX 09-185, zulks ter voorko-ming van dubbel werk en tegenstrijdige beslissingen.</para>
    <para />
    <para>3. Varde refereert zich ter zake aan het oordeel van de kantonrechter.</para>
    <para />
    <para>4. De kantonrechter is er ambtshalve mee bekend dat in de zaak te Amsterdam met [gedaagde sub 2] als eisende partij en Dexia als gedaagde partij op 10 maart 2010 eindvonnis is uitgesproken, zo-dat de vordering, immers thans verstoken van ieder belang, zal worden afgewezen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het incident tot voeging en tussenkomst</para>
      <para>en de beoordeling daarvan</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>5. [gedaagde sub 2] vordert, kosten rechtens, zich in het geding in de hoofdzaak te mogen voegen aan de zijde van zijn echtgenote/[gedaagde sub 1]. Subsidiair, zo begrijpt de kantonrechter de vordering, vordert [gedaagde sub 2] te mogen tussenkomen in het geding in de hoofdzaak. </para>
      <para>Hij stelt daartoe, zakelijk samengevat en voor zover hier van belang, dat hij is gehuwd met [gedaagde sub 1] en dat hij op grond van de gezinsbeschermende bepaling uit artikel 1:88 lid 1 aanhef en onder d BW schriftelijk de vernietiging heeft ingeroepen van de door zijn echt-genote aangegane huurkoopverplichting onder contractnummer  [nummer], maar dat Dexia die vernietiging niet heeft geaccepteerd. </para>
      <para>Hij wenst zich aldus in de hoofdzaak bij [gedaagde sub 1] te voegen, zodat hij zich als pro-cespartij op de buitengerechtelijke vernietiging kan beroepen. Tevens is hij van mening dat het Dexia Aanbod niet geldig is, omdat hij niet heeft meegetekend. Subsidiair heeft hij bij toewijzing van de vordering van Varde een uit de nietigheid van het contract in kwestie </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>voortvloeiende vordering op Varde tot terugbetaling van hetgeen [gedaagde sub 1] onver-schuldigd aan Varde heeft betaald. Hij meent dan ook recht en belang te hebben zich te voegen dan wel tussen te komen.</para>
    <para />
    <para>6. Varde verzet zich tegen de incidentele vordering en concludeert tot afwijzing.</para>
    <para />
    <para>7. Ingevolge artikel 217 Rv kan ieder die een belang heeft bij een tussen andere partijen aan-hangig geding vorderen zich daarin te mogen voegen of daarin te mogen tussenkomen.</para>
    <para> </para>
    <parablock>
      <para>8. De kantonrechter overweegt dat voor het aannemen van een belang van een derde om zich te kunnen voegen voldoende is dat een uitkomst van de procedure, die ongunstig is voor de partij aan wier zijde de derde zich voegt, de rechtspositie voor die derde nadelig kan beïn-vloeden (vid. Hoge Raad 14 maart 2008, NJ 2008, 168 / LJN: BC6692). Dit belang is gesteld door [gedaagde sub 2]. </para>
      <para>De argumenten, die Varde in deze heeft ingebracht, betreffen inhoudelijke argumenten die in de hoofdzaak zullen worden getoetst.</para>
      <para>Voorts valt in tegenstelling tot Varde niet in te zien waarom de verzochte voeging een aan-zienlijke vertraging van de procedure in hoofdzaak met zich zou meebrengen, zodat dit ver-weer van Varde niet opgaat. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>9. Het vorenoverwogene brengt dan ook met zich mee dat [gedaagde sub 2] belang, als bedoeld in arti-kel 217 Rv, heeft om zich in de hoofdzaak tussen Varde en [gedaagde sub 1] aan de zijde van de laatste te voegen dan wel daarin tussen te komen.</para>
      <para>De kantonrechter is voorts van oordeel dat deze interventie als “tussenkomst” dient te wor-den aangemerkt nu eventuele benadeling of verlies dreigt van een aan [gedaagde sub 2] toekomend recht (in dit stadium van de procedure kan hier immers niet met zekerheid over worden ge-oordeeld), voor welk behoud nodig is dat hij zelf in de hoofdzaak optreedt. De incidentele vordering tot tussenkomst is dan ook toewijsbaar.</para>
      <para>[gedaagde sub 2] wordt verzocht bij eerstkomende gelegenheid tot overlegging van het eindvonnis in de zaak te Amsterdam onder rolnr. DX 09-185. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>In beide incidenten voorts</para>
    <para />
    <para>10. De proceskosten aangaande beide incidenten zullen worden gecompenseerd, als na te melden.</para>
    <para />
    <para>De beslissing</para>
    <para />
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <para>in de incidenten tot verwijzing en tot voeging/tussenkomst:</para>
    <para />
    <para>-Wijst de vordering van [gedaagde sub 1] tot verwijzing af.</para>
    <para />
    <para>-Wijst de vordering van [gedaagde sub 2] tot tussenkomst toe.</para>
    <para />
    <para>-Compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>in de hoofdzaak:</para>
    <para />
    <para>-Verwijst de zaak naar de openbare civiele terechtzitting (rolzitting) van de rechtbank te Alkmaar (sector kanton, locatie Alkmaar) van woensdag 11 augustus te 10.30 uur voor een:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>-(schriftelijke) conclusie aan de zijde van [gedaagde sub 2], alsmede</para>
      <para>-(schriftelijke) conclusie van antwoord aan de zijde van [gedaagde sub 1].</para>
      <para>-Verlenging van deze termijn wordt in beginsel niet verleend.</para>
      <para>-Houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>Dit vonnis is gewezen door mr. H.A. van den Berg, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en op 14 juli 2010 in het openbaar uitgesproken. </para>
    <para />
    <para>De griffier</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>