<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBALK:2010:BN0265</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-11T17:31:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BN0265</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Alkmaar" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Alkmaar</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2010-04-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">315654 - CV EXPL  09-6426</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Alkmaar</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBALK:2010:BN0265">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBALK:2010:BN0265</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T06:38:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2010-07-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBALK:2010:BN0265 Rechtbank Alkmaar , 21-04-2010 / 315654 - CV EXPL  09-6426</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBALK:2010:BN0265:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Eiseres behoorde zekerheid te stellen voor de proceskosten in de hoofdzaak. Eiseres heeft zonder voorafgaand overleg ervoor gekozen om het bedrag te storten op derdenrekening van haar eigen gemachtigde in plaats van zekerheid te stellen in de vorm van een bankgarantie.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBALK:2010:BN0265:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>RECHTBANK ALKMAAR</para>
      <para>Sector Kanton</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Locatie Alkmaar</para>
    <para />
    <para>Zaaknr/rolnr.:  315654 \ CV EXPL  09-6426 \CP</para>
    <para> </para>
    <para>Uitspraakdatum:  21 april 2010 </para>
    <para />
    <para>Vonnis in de zaak van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>de vennootschap naar buitenlands recht [naam] </para>
      <para>gevestigd en kantoorhoudende te [plaats]</para>
      <para>eisende partij in de hoofdzaak (in conventie / gedaagde partij in reconventie) </para>
      <para>alsmede gedaagde partij in het incident </para>
      <para>verder ook te noemen: [eiser]</para>
      <para>gemachtigde: mr. E.Tj. van Dalen, advocaat te Groningen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>tegen</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[naam]</para>
      <para>gedaagde partij in de hoofdzaak (in conventie / eisende partij in reconventie) </para>
      <para>alsmede eisende partij in het incident </para>
      <para>verder ook te noemen: [gedaagde]</para>
      <para>gemachtigde: mrs. O.F.A.W. van Haperen en A.C. van den Berg, advocaten te Breda.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>Het tussenvonnis</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de hoofdzaak (in conventie en in reconventie)</para>
      <para>en in het incident</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In deze zaak is op 24 februari 2010 een vonnis uitgesproken.</para>
      <para>De kantonrechter blijft bij hetgeen daarin is overwogen en beslist.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Het verdere procesverloop</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de hoofdzaak (in conventie en in reconventie)</para>
      <para>en in het incident</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-de akte van [gedaagde] van 19 maart 2010;</para>
      <para>-de akte van [eiser] van 22 maart 2010;</para>
      <para>-de akte van [gedaagde] van 25 maart 2010.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De inhoud van de processtukken geldt als hier ingelast. </para>
      <para>Ten slotte is heden wederom uitspraak bepaald.</para>
      <para>De verdere beoordeling van het geschil</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de hoofdzaak (in conventie en in reconventie)</para>
      <para>en in het incident</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. Vooreerst zij vermeld dat op de laatste akte van [gedaagde] van 25 maart 2010, waarop [eiser] niet heeft kunnen reageren, geen acht zal worden geslagen. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>2. Bij voormeld vonnis is [eiser] in het incident veroordeeld om binnen drie weken na datum van dat vonnis zekerheid te stellen voor de proceskosten in de hoofdzaak tot een bedrag van € 400,-. </para>
      <para>In dat vonnis is daartoe verder overwogen dat zulks kan bij wijze van een bankgarantie van een Nederlandse bank. </para>
      <para>Tot slot is de hoofdzaak verwezen naar de rolzitting van 24 maart 2010 voor conclusie van dupliek in conventie en repliek in reconventie.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Bij zijn akte van 19 maart 2010 heeft [gedaagde] verzocht [eiser] conform het bepaalde in artikel 616 lid 3 Rv niet ontvankelijk te verklaren in haar vordering.</para>
    <para />
    <para>4. Ten verwere hierop heeft [eiser] bij haar akte van 22 maart 2010, kort gezegd, aange-voerd dat de vereiste zekerheidsstelling binnen de gestelde termijn van 3 weken is gestort op de derdenrekening van haar gemachtigde. Vanwege discussie tussen partijen ter zake stelt zij thans bij wijze van compromis voor om het bedrag van € 400,- te storten op de griffiereke-ning van de rechtbank. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>5. Uit de stellingen van [eiser] bij haar akte blijkt minstgenomen dat zij zonder vooraf-gaand overleg ervoor heeft gekozen om het bedrag van € 400,- te storten op derdenrekening van haar eigen gemachtigde in plaats van zekerheid te stellen in de vorm van een bankga-rantie.</para>
      <para>Van een partij, vertegenwoordigd door een rechtsgeleerd raadsman, had verwacht mogen worden dat zij zich ter zake de vorm van zekerheidsstelling - vooral in deze reeds zo bedis-cussieerde vordering - had laten leiden door de eisen van artikel 6:51 lid 2 BW, bijvoorbeeld, als bij vonnis ook verzocht, bij wijze van een bankgarantie. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>6. Nu ook verder binnen de gestelde zekerheidsstellingstermijn niet om verlenging van die termijn ex artikel 616 lid 4 Rv is verzocht, zal aan het verzoek van [eiser] om de gedane, ongenoegzame zekerheidsstelling alsnog te vervolmaken in de vorm van een storting van het bedrag op de griffierekeing van de rechtbank, voorbij worden gegaan.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>7. Ingevolge het bepaalde in artikel 616 lid 3 aanhef en onder a Rv leidt vorenstaande han-delwijze van de zijde van [eiser] tot verval van de bevoegdheid met het oog waarop de zekerheid moest worden gesteld en mitsdien tot niet-ontvankelijkheid.</para>
      <para>De kantonrechter zal daarom [eiser] niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering in de hoofdzaak</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>8. De kosten in het incident zijn bij gemeld vonnis reeds gecompenseerd.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>9. De uitkomst van deze zaak brengt mee dat de proceskosten in de hoofdzaak voor rekening van [eiser] komen, terwijl de proceskosten in reconventie wegens de nauwe samenhang met de zaak in conventie worden vastgesteld op nihil.</para>
      <para>De beslissing</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de hoofdzaak (in conventie en in reconventie)</para>
      <para>en in het incident</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Verklaart [eiser] niet-ontvankelijk in haar vordering in de hoofdzaak.</para>
    <para />
    <para>Veroordeelt [eiser] in de proceskosten, die tot heden voor [gedaagde] worden vastgesteld op een bedrag van € 150,- voor salaris van de gemachtigde van [gedaagde], waarover [eiser] geen btw verschuldigd is.</para>
    <para />
    <para>Verklaart de veroordeling uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    <para />
    <para />
    <para>Dit vonnis is gewezen door mr. P.G. Vroom, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en op 21 april 2010 in het openbaar uitgesproken. </para>
    <para />
    <para>De griffier	                                                                                                                                                                De kantonrechter</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>