<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBALK:2002:AE9507</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-04T10:06:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AE9507</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Alkmaar" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Alkmaar</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2002-10-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">14/038056-02</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0002290">Wet op de geneesmiddelenvoorziening</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0002290&amp;artikel=26">Wet op de geneesmiddelenvoorziening 26</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0002290&amp;artikel=31">Wet op de geneesmiddelenvoorziening 31</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0006994">Reclamebesluit geneesmiddelen</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0006994&amp;artikel=14">Reclamebesluit geneesmiddelen 14</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0006994&amp;artikel=15">Reclamebesluit geneesmiddelen 15</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JGR 2002/41 met annotatie van Schutjens</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBALK:2002:AE9507">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBALK:2002:AE9507</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T18:10:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2002-10-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBALK:2002:AE9507 Rechtbank Alkmaar , 25-10-2002 / 14/038056-02</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBALK:2002:AE9507:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De kantonrechter acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte op 9 december 2000 te Rijssen in zijn hoedanigheid van beroepsbeoefenaar bevoegd tot het voorschrijven van geneesmiddelen een door de farmaceutische onderneming Boehringer Ingelheim BV aangeboden slip- en gripcursus heeft gevolgd, in combinatie met een lezing over het geregistreerde geneesmiddel Movicox en/of Micardis.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBALK:2002:AE9507:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>RECHTBANK ALKMAAR</para>
      <para>Sector kanton</para>
      <para>Locatie Alkmaar</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Dit vonnis is naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 11 oktober 2002 gewezen in de zaak tegen:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[verdachte]</para>
      <para>geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats]</para>
      <para>wonende te [postcode] [woonplaats], [adres].</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. Tenlastelegging</para>
    <para />
    <para>1.1 Aan de verdachte is ten laste gelegd wat in de dagvaarding is omschreven. Een kopie van die dagvaarding is als bijlage I bij dit vonnis gevoegd en maakt daarvan deel uit.</para>
    <para />
    <para>1.2 Voor zover in de bewezen verklaarde tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in haar verdediging.</para>
    <para />
    <para>2. Bewezenverklaring</para>
    <para />
    <para>De kantonrechter acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte op 9 december 2000 te Rijssen in zijn hoedanigheid van beroepsbeoefenaar bevoegd tot het voorschrijven van geneesmiddelen een door de farmaceutische onderneming Boehringer Ingelheim BV aangeboden slip- en gripcursus heeft gevolgd, in combinatie met een lezing over het geregistreerde geneesmiddel Movicox en/of Micardis.</para>
    <para />
    <para>3. Het bewijs</para>
    <para />
    <para>De kantonrechter grondt zijn beslissing dat de verdachte het bewezen verklaarde feit heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de volgende bewijsmiddelen zijn vervat.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>A. De verklaring die de verdachte op de terechtzitting heeft afgelegd houdt onder meer het volgende in:</para>
      <para>"Ik ging op 10 december 2000 naar de cursus in Lelystad in verband met mijn en andermans veiligheid. Het ging mij niet zozeer om het praatje."</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>B. Het in wettelijke vorm opgemaakt ambtsedig proces-verbaal nummer </para>
      <para>IGZ/H/RT 01-217-05, opgemaakt door:</para>
      <para>* Hiltje Hoepman-Dolstra, adjunct-inspecteur voor de Gezondheidszorg, buitengewoon opsporingsambtenaar als bedoeld in de zin van artikel 33 van de Wet op de Geneesmiddelenvoorziening,</para>
      <para>* Astrid Meij, inspecteur voor de Gezondheidszorg, buitengewoon opsporingsambtenaar als bedoeld in de zin van artikel 33 van de Wet op de Geneesmiddelenvoorziening, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>* Hans ter Steege, inspecteur voor de Gezondheidszorg, buitengewoon opsporingsambtenaar als bedoeld in artikel 33 van de Wet op de Geneesmiddelen voorziening en </para>
      <para>* Franciscus Johannes Stolk, adjunct-inspecteur voor de Gezondheidszorg, buitengewoon opsporingsambtenaar als bedoeld in de zin van artikel 33 van de Wet op de Geneesmiddelenvoorziening; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>B.1 Dit proces-verbaal houdt - zakelijk weergegeven - onder meer in als de op 13 september 2001 tegenover verbalisant Meij afgelegde verklaring van [verdachte], huisarts (niet praktiserend per 1-9-2000) te [woonplaats] (opgenomen onder V 4.6, ordner 8):</para>
      <para>Vraag: Bent u bevoegd de geneeskunst uit te oefenen?</para>
      <para>Antwoord: Ja.</para>
      <para>Vraag: Bent u bevoegd geneesmiddelen voor te schrijven?</para>
      <para>Antwoord: Ja.</para>
      <para>Vraag: Bent u op 10 december 2000 aanwezig geweest tijdens de slip en gripcursus te Lelystad?</para>
      <para>Antwoord: Ja.</para>
      <para>Vraag: Wat is in uw ogen de relatie tussen de slipcursus/veiligheidstraining en het geneesmiddel Micardis/Movicox?</para>
      <para>Antwoord: Geen enkele relatie met beide geneesmiddelen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. De strafbaarheid van het feit.</para>
    <para />
    <para>4.1 De verdachte voert (onder meer) het verweer dat geen sprake is van een wettelijke strafbepaling op grond waarvan een veroordeling kan volgen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.2 Dit verweer treft naar het oordeel van de kantonrechter doel. Hiertoe wordt het volgende overwogen:</para>
      <para>Artikel 1, lid 3 van het Reclamebesluit Geneesmiddelen luidt:</para>
      <para>"Onder reclame wordt mede verstaan: het aannemen of vragen van diensten of goederen in de omgang tussen farmaceutische ondernemingen en beroepsbeoefenaren in het kader van beïnvloeding van de afzet van geregistreerde geneesmiddelen."</para>
      <para>Artikel 2 van het Reclamebesluit Geneesmiddelen luidt:</para>
      <para>"Het is alleen aan degenen die bevoegd zijn tot uitoefening der artsenijbereidkunst, toegestaan reclameactiviteiten te verrichten of daartoe opdracht te verstrekken."</para>
      <para> Naar het oordeel van de kantonrechter kan niet gezegd worden, dat op grond van (een combinatie van) deze beide artikelen het voor een arts (niet bevoegd tot de artsenijbereid-kunst) duidelijk had moeten zijn wat de norm is voor gunstbetoning, te meer daar de wetgever heeft verzuimd om in een concrete strafbepaling vast te leggen - zoals bijvoorbeeld ten aanzien van farmaceutische ondernemingen wel is gebeurd in de artikelen 14 en 15 van het Reclamebesluit - wat voor een arts nog wel en wat niet meer onder een acceptabele gunstbetoning valt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4.3 Nu in casu een concrete strafbepaling ten aanzien van artsen ontbreekt, moet worden geoordeeld dat het bewezen verklaarde feit niet een strafbaar feit oplevert, zodat verdachte moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging.</para>
    <para />
    <para>5. Beslissing.</para>
    <para />
    <para>De kantonrechter beslist als volgt:</para>
    <para />
    <para>Hij verklaart wettig en overtuigen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals hierboven onder 2. aangeduid, heeft begaan.</para>
    <para> </para>
    <para>Hij verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt hem daarvan vrij.</para>
    <para />
    <para>Hij stelt vast dat het bewezen verklaarde niet een strafbaar feit oplevert.</para>
    <para />
    <para>Hij ontslaat de verdachte van alle rechtsvervolging.</para>
    <para> </para>
    <para>Dit vonnis is gewezen door mr. P.G. Vroom, kantonrechter, bijgestaan door J.A.J. Kreijger, griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van vrijdag 25 oktober 2002.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>