<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBALK:1999:AA3712</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-04-13T10:20:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AA3712</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Alkmaar" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Alkmaar</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">1999-01-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">ZW 98/21</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001888&amp;artikel=45&amp;g=1999-01-07">Ziektewet 45</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001888&amp;artikel=45a&amp;g=1999-01-07">Ziektewet 45a</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001888&amp;artikel=49&amp;g=1999-01-07">Ziektewet 49</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001888&amp;artikel=38a&amp;g=1999-01-07">Ziektewet 38a</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBALK:1999:AA3712">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBALK:1999:AA3712</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T15:53:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">1999-01-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBALK:1999:AA3712 Rechtbank Alkmaar , 07-01-1999 / ZW 98/21</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBALK:1999:AA3712:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>-</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBALK:1999:AA3712:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>Arrondissementsrechtbank Alkmaar </para>
      <para>Sector Bestuursrecht </para>
      <para>Meervoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para> UITSPRAAK op grond van artikel 8:70 van de Algemene wet  bestuursrecht.</para>
    <para />
    <para> Reg.nr:ZW 98/21</para>
    <para />
    <para>Inzake:A, wonende te B, eiser,</para>
    <para />
    <para>tegen:het bestuur van het Landelijk instituut sociale  verzekeringen, verweerder.</para>
    <para />
    <para> 1. Aanduiding bestreden besluit.</para>
    <para />
    <para>Besluit van verweerder d.d. 25 november 1997.</para>
    <para />
    <para />
    <para> 2. Zitting.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum: 26 november 1998. </para>
      <para>Eiser is niet verschenen. </para>
      <para>Verweerder is, daartoe ambtshalve opgeroepen, verschenen  bij gemachtigde drs. J.P.A. Loogman, werkzaam bij Gak Nederland bv te Alkmaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para> 3. Feiten welke de rechtbank als vaststaande aanneemt.</para>
    <para />
    <para>Eiser, werkzaam via Uitzendorganisatie X BV, is op 30 juni  1997 door zijn werkgever bij verweerder arbeidsongeschikt gemeld. Eiser heeft zijn werkzaamheden op 15 september 1997 hervat.  De werkgever heeft op 22 september 1997 een hersteldmelding aan verweerder gezonden.</para>
    <para />
    <para>Bij besluit van 6 oktober 1997 heeft verweerder aan eiser medegedeeld dat hij de mededelingsverplichting heeft overtreden, doordat hij zich niet tijdig hersteld gemeld heeft. Aan hem is een boete opgelegd van f  300,--. </para>
    <para />
    <para>Eiser heeft op 17 oktober 1997 een bezwaarschrift tegen dit besluit ingediend. Hierin heeft hij aangevoerd  dat hij zich op tijd hersteld heeft gemeld bij zijn  werkgever. Hij was niet op de hoogte van de verplichting  om aan verweerder door te geven dat hij hersteld was.  Voorts heeft hij aangegeven dat hij door de  eventuele late melding verweerder niet heeft benadeeld.</para>
    <para />
    <para>Bij besluit van 25 november 1997 heeft verweerder het  bezwaarschrift ongegrond verklaard.</para>
    <para />
    <para>Eiser heeft op 22 december 1997 beroep tegen dit besluit  ingesteld. Daarin heeft hij, in aanvulling op  hetgeen reeds in zijn bezwaarschrift naar voren is  gebracht, aangegeven dat zijns inziens een maatregel  wegens overtreding van artikel 38a lid 3 van de Ziektewet  had moeten worden opgelegd, in plaats van een  boete wegens schending van de mededelingsverplichting.</para>
    <para />
    <para>Verweerder heeft bij schrijven van 26 januari 1998 een  verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <para>Vervolgens is het beroep ter zitting behandeld.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>4. Bewijsmiddelen.</para>
    <para />
    <para>De gedingstukken en het verhandelde ter zitting.</para>
    <para />
    <para />
    <para> 5. Motivering.</para>
    <para />
    <para>In artikel 49 van de Ziektewet (verder te noemen: ZW) is  het volgende bepaald.</para>
    <para />
    <para>De verzekerde is verplicht aan de uitvoeringsinstelling die  ten aanzien van hem werkzaamheden als  bedoeld in artikel 41 van de Organisatiewet sociale  verzekeringen 1997 verricht, op haar verzoek of  onverwijld uit eigen beweging alle feiten en omstandigheden  mee te delen, waarvan hem redelijkerwijs  duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op het  recht op of de hoogte van een door hem  aangevraagde of aan hem toegekende ziekengelduitkering.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>In artikel 38a ZW (zoals dit luidde ten tijde hier van  belang) is het volgende bepaald: </para>
      <para>1. De verzekerde die aanspraak maakt op ziekengeld is in  geval van ongeschiktheid tot het verrichten van  zijn arbeid wegens ziekte verplicht dit zo spoedig  mogelijk, doch in elk geval niet later dan op de tweede  dag van die ongeschiktheid, te melden aan zijn werkgever,  of, indien de verzekerde geen werkgever heeft  als bedoeld in paragraaf 3 van deze wet, aan de  bedrijfsvereniging die met de uitvoering is belast. </para>
      <para>2. De werkgever meldt, na ontvangst van de in het eerste  lid bedoelde melding, aan de bedrijfsvereniging  zo spoedig mogelijk, doch in elk geval niet later dan op de  derde dag van de ongeschiktheid tot werken, de  eerste werkdag waarop die verzekerde wegens ziekte  ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid. </para>
      <para>3. Indien de verzekerde, na een ziekmelding als bedoeld in  het eerste of het tweede lid, weer geschikt is tot  het verrichten van zijn arbeid, meldt hij aan de  bedrijfsvereniging zo spoedig mogelijk, doch in elk geval  niet later dan op de tweede dag van die geschiktheid, de  eerste dag waarop hij weer geschikt is tot het  verrichten van zijn arbeid.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Ingevolge artikel 45, eerste lid, aanhef en onder d, van de  ZW weigert het Landelijk instituut sociale  verzekeringen het ziekengeld geheel of gedeeltelijk,  tijdelijk of blijvend indien de verzekerde het  voorschrift, gegeven in artikel 38a, eerste en derde lid,  niet opgevolgd heeft. </para>
    <para />
    <para>Ingevolge artikel 45a, eerste lid, van de ZW legt het  Landelijk instituut sociale verzekeringen, indien de  verzekerde een verplichting als bedoeld in artikel 31,  eerste lid, of 49 niet of niet behoorlijk is nagekomen,  hem een boete op van ten hoogste f 5000,-.</para>
    <para />
    <para>Niet in geschil is dat eiser niet tijdig aan verweerder  heeft gemeld dat hij zijn werkzaamheden heeft hervat.</para>
    <para />
    <para>De vraag die partijen primair verdeeld houdt, is of het  niet (tijdig) doen van de hersteldmelding moet  worden gezien als een overtreding van artikel 49 ZW of als  een overtreding van artikel 38a, derde lid van  de ZW. Bij overtreding van artikel 38a ZW dient immers, gelet op  artikel 45 van de ZW, een maatregel te worden  opgelegd, terwijl bij overtreding van artikel 49 ZW, gelet  op artikel 45a van de ZW, oplegging van een  boete aan de orde is.</para>
    <para />
    <para>Verweerder heeft in dit verband gewezen op artikel 45,  vierde lid, van de ZW, waarin is bepaald dat het  opleggen van een maatregel achterwege blijft indien voor  dezelfde gedraging een boete als bedoeld in  artikel 45a ZW wordt opgelegd. Verweerder leidt hieruit af, dat bij samenloop van  overtredingen aan het opleggen van een boete voorrang  moet worden gegeven.</para>
    <para />
    <para>De rechtbank kan verweerder hierin niet volgen.</para>
    <para />
    <para>Bij de parlementaire behandeling is aan de hiervoor  gesignaleerde samenloop van boete en maatregel  aandacht besteed. In de Tweede Nota van Wijziging (Tweede  Kamer, vergaderjaar 1994-1995, 23 909, nr.  13), pagina 11, is hierover het volgende opgemerkt:</para>
    <para />
    <para>"In geval van het niet tijdig verstrekken van gevraagde  informatie ontstaat dus een samenloop van boete-  en maatregel oplegging. Deze situatie wordt niet gewenst  geacht. Gelet op de aard van de overtreding is  het kabinet van oordeel dat de maatregel de meest geëigende  sanctie is. (...) De uitvoeringsorganen stellen vast binnen welke termijn de  gevraagde inlichtingen verstrekt moeten  worden. Indien de betrokkene het inlichtingenformulier wel  inlevert, maar te laat, overtreedt hij de  controlevoorschriften. Er is echter geen sprake meer van  een samenloop situatie, omdat - aangezien de  gevraagde gegevens uiteindelijk wel zijn ingeleverd - de  inlichtingenplicht niet is overtreden. Betrokkene  heeft desgevraagd informatie gegeven. Wellicht ten  overvloede merken wij nog op dat het hierbij niet gaat  om de inhoud van de informatie. Als blijkt dat de gevraagde  informatie niet juist of niet volledig is, dan is  uiteraard wel sprake van overtreding van de  inlichtingenplicht. In dat geval zal de bedrijfsvereniging  of de  SVB een boete opleggen"</para>
    <para />
    <para>Ook in het voorliggende geval is naar het oordeel van de  rechtbank geen sprake van het niet verschaffen  van informatie, maar van het niet tijdig verschaffen van  informatie. Gelet op het hiervoor weergegeven  standpunt van het kabinet terzake, dient een dergelijke  overtreding als een overtreding van de  controlevoorschriften te worden aangemerkt. De overtreding  had moeten worden beoordeeld op basis van  de artikelen 38a en 45 van de ZW.</para>
    <para />
    <para>Door de overtreding van eiser te beschouwen als een  overtreding van artikel 49 ZW, heeft verweerder een  onjuiste uitleg gegeven aan de artikelen 38a, 45, 45a en 49  van de ZW.</para>
    <para />
    <para>Het bestreden besluit komt dan ook voor vernietiging in  aanmerking.  Beslist wordt als volgt.</para>
    <para />
    <para />
    <para> 6. Beslissing.</para>
    <para />
    <para>De rechtbank,</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>- verklaart het beroep gegrond; </para>
      <para>- vernietigt het bestreden besluit; </para>
      <para>- bepaalt dat verweerder een nieuwe beslissing neemt op  het bezwaarschrift;</para>
      <para>- bepaalt dat het Landelijk instituut sociale  verzekeringen aan eiser het griffierecht ad f 55,00  vergoedt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Aldus gewezen door mr. M. Zijp, voorzitter, mr. G.J.A. van Unnik en mr. E.M. van der Linde, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.M. van Weely, als griffier.</para>
    <para />
    <para>Uitgesproken in het openbaar op:  7 januari 1999</para>
    <para />
    <para>door voornoemde voorzitter, in tegenwoordigheid van de  griffier.</para>
    <para />
    <para> De griffier,                     De voorzitter,</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open. Indien u  daarvan gebruik wenst te maken, dient u binnen  zes weken na de verzending van deze uitspraak een  beroepschrift en een kopie van de uitspraak te zenden  aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA   Utrecht. </para>
      <para>In het beroepschrift vermeldt u waarom u de uitspraak niet  juist vindt. Afschrift verzonden op:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>    Reg.nr:ZW 98/21</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>