<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:PHR:2026:358</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-04-02T14:42:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-04-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Parket_bij_de_Hoge_Raad" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Parket bij de Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Datum genomen">2026-03-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">25/00688</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie">Conclusie</dcterms:type>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:358">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:358</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-04-02T14:38:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-04-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:PHR:2026:358 Parket bij de Hoge Raad , 24-03-2026 / 25/00688</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:PHR:2026:358:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Conclusie AG in de megazaak Eris (liquidaties en voorbereidingen van liquidaties). Wegens het overlijden van de verdachte wordt geconcludeerd tot niet-ontvankelijkheid van het OM. Tussen 25/00523, 25/00524, 25/00537, 25/00542, 25/00579, 25/00658, 25/00659, 25/00667, 25/00688, 25/00689 en 25/00690 bestaat samenhang.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <conclusie id="ECLI:NL:PHR:2026:358:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>PROCUREUR-GENERAAL</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>BIJ DE</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>HOGE RAAD DER NEDERLANDEN</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Nummer25/00688 </title>
    <para>
      <emphasis role="bold">Zitting</emphasis>	24 maart 2026</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>CONCLUSIE</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>D.J.C. Aben</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>In de zaak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [verdachte] ,</para>
      <para>geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1948,</para>
      <para>hierna: de verdachte</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het cassatieberoep</title>
    <para />
    <para>1. De verdachte is bij arrest van 12 februari 2025 (parketnr. 21-003041-22) door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden wegens meer subsidiair “<emphasis role="italic">medeplegen van voorbereiding van moord</emphasis>”, “<emphasis role="italic">deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven</emphasis>”, “<emphasis role="italic">poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen</emphasis>”, “<emphasis role="italic">afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen</emphasis>” en “<emphasis role="italic">poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen</emphasis>” veroordeeld tot een gevangenisstraf van elf jaren en zes maanden, met aftrek van het voorarrest als bedoeld in artikel 27 Sr. Daarnaast heeft het hof een aantal in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen verbeurdverklaard en de teruggave gelast aan de rechthebbende van een voorwerp. Voorts heeft het hof beslist op de vorderingen van de benadeelde partijen en aan de verdachte een schadevergoedingsmaatregel opgelegd, een en ander als in het arrest vermeld.  </para>
    <para />
    <para>2. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. D.N. de Jonge, advocaat in Rotterdam, heeft negen cassatiemiddelen voorgesteld.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overlijden van de verdachte</title>
    <para />
    <para>3. Volgens een aan de Hoge Raad overgelegd, door de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Den Haag gewaarmerkt afschrift van een akte van de burgerlijke stand van die gemeente is de verdachte op 9 februari 2026 overleden. Daarom is volgens artikel 69 Sr in deze zaak het recht tot strafvordering vervallen. </para>
    <para />
    <para>4. Uit het voorgaande vloeit voort dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven en dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>5. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden en van de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 5 juli 2022 en tot niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie in de vervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De procureur-generaal</para>
      <para>bij de Hoge Raad der Nederlanden</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>AG</para>
    </parablock>
  </section>
</conclusie>
</open-rechtspraak>