<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:PHR:2026:268</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-05-27T00:01:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Parket_bij_de_Hoge_Raad" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Parket bij de Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Datum genomen">2026-03-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">25/00938</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie">Conclusie</dcterms:type>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:HR:2026:787" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg">Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2026:787</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:268">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:268</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-20T11:42:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:PHR:2026:268 Parket bij de Hoge Raad , 17-03-2026 / 25/00938</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:PHR:2026:268:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Conclusie AG. 228 pillen inhoudende het medicijn pancreatine binnen PI Lelystad trachten te brengen, terwijl het bezit daarvan binnen die inrichting verboden is (art. 429a.1 Sr). Bewijsklachten houden onder meer in dat bewijsmiddelen niet uitwijzen dat in beslag genomen substantie pancreatine bevatte en evenmin dat dit een stof betreft waarvan het bezit binnen PI Lelystad verboden is. Conclusie strekt tot verwerping van het beroep.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <conclusie id="ECLI:NL:PHR:2026:268:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>PROCUREUR-GENERAAL</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>BIJ DE</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>HOGE RAAD DER NEDERLANDEN</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Nummer25/00938 </title>
    <para>
      <emphasis role="bold">Zitting</emphasis>	17 maart 2026</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>CONCLUSIE</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>D.J.C. Aben</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>In de zaak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [verdachte] ,</para>
      <para>geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973,</para>
      <para>hierna: de verdachte</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <para>1. De verdachte is bij arrest van 13 maart 2025 (parketnr. 21-001546-22) door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, wegens <emphasis role="italic">“voorwerpen binnen een inrichting, of een afdeling daarvan, waarop de Penitentiaire beginselenwet van toepassing is, trachten te brengen waarvan het bezit binnen die inrichting of afdeling verboden is”</emphasis> veroordeeld tot een geldboete van € 400,00, subsidiair acht dagen hechtenis, waarvan € 200,00, subsidiair vier dagen hechtenis voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. </para>
    <para />
    <para>2. Het cassatieberoep is op 13 maart 2025 ingesteld namens de verdachte. J.J.J. van Rijsbergen, advocaat in Breda, heeft één middel van cassatie voorgesteld.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het middel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>3. In het middel wordt geklaagd dat <emphasis role="italic">“de bewezenverklaring van het – kort gezegd – trachten binnen te brengen van verboden voorwerpen binnen een penitentiaire inrichting” </emphasis>niet kan volgen uit de door het hof gebezigde bewijsmiddelen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>De bewezenverklaring en de bewijsmotivering</title>
    <para />
    <para>4. Ten laste van de verdachte heeft het hof bewezen verklaard dat:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>“<emphasis role="italic">hij op 13 september 2021 te [plaats] , een voorwerp, te weten 228 pillen of 28,09 gram pancreatine, binnen een (afdeling van een) inrichting waarop de Penitentiaire beginselenwet van toepassing was, namelijk [PI] , heeft getracht te brengen, waarvan het bezit binnen die (afdeling van die) inrichting verboden was.</emphasis>”</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5. Deze bewezenverklaring berust op de volgende bewijsmiddelen:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>“<emphasis role="bold italic">1. Een proces-verbaal verhoor getuige met betrekking tot het binnenbrengen van contrabande in de [PI] , pagina’s 1-3, zakelijk weergegeven inhoudende</emphasis><emphasis role="italic">: </emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Als verklaring van [getuige] : </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ik ben als medewerker werkzaam voor de Dienst Justitiële inrichtingen. De [PI] waarschuwt bezoekers van gedetineerden dat het verboden is contrabanden de inrichting binnen te brengen. Dat wordt de bezoekers duidelijk gemaakt door borden, posters en folders bij de ingang van de inrichting, het huishoudelijk regelement voor bezoekers en een mededeling in de wachtruimte voor bezoekers. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Binnen de [PI] werd een onderzoek naar het binnenbrengen en/of overdragen van contrabande ingesteld in de badafdeling waar aangeleverde invoer (kleding e.d.) voor gedetineerden wordt gecontroleerd. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Inname goederen. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Op 13-09-2021 onderzocht ik de goederen welke zijn afgegeven door [verdachte] , geboren op [geboortedatum] -1973 voor een justitiabel van de [PI] . Ik zag dat er in de afgegeven goederen een voorwerp zat. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bij controle van dit voorwerp zag ik dat dit vermoedelijk verdovende middelen bevatte. Ik zag namelijk dat dit een stof was welke mij ambtshalve bekend is als: anabolen. Hierop heb ik de verdachte aangehouden voor het binnenbrengen van verdovende middelen in de [PI] . </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">2. Een proces-verbaal Onderzoek verdovende middelen, pagina’s 5-7, zakelijk weergegeven inhoudende</emphasis>: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Als relaas van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] :</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Op 28 september 2021 werd door de Forensische Opsporing een onderzoek ingesteld in verband met een vermoedelijke overtreding van de Opiumwet. Het onderzoek vond plaats aan een hoeveelheid vermoedelijk verdovende middelen die aan ons ter beschikking werd gesteld door de afdeling sporenbeheer van de Forensische Opsporing Eenheid Midden-Nederland. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Omschrijving verdovende middelen </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">De aangeboden partij verdovende middelen bestond uit: </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Goednummer: PL0900-2021293072-2875511 </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">SIN: AANX1408NL </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Aantal: 228 </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Omschrijving: Gripzakje met witte pillen </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Waarnemingen en bevindingen </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Door ons werd het volgende waargenomen en bevonden. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Betreft onderzoek aan: </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Sporendrager </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Goednummer: PL0900-2021293072-2875511 </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">SIN: AANX1408NL </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Relatie met SIN: AAPD2976NL </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Object: Pillen </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Aantal/eenheid: 228 stuks </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Omschrijving: Gripzakje met witte pillen </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Gewicht netto: 28,09 gram </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Aantal monsters: 1</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Monster A </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">SIN: AAPD2976NL </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Relatie met SIN: AANX1408NL </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Spooromschrijving: Overige, pancreatine </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bijzonderheden: Indicatief pancreatine. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Indicatieve test van monster: FTIR: Positief voor Pancreatine (medicijn bij onvoldoende werking van de alvleesklier) </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">3. Een proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina’s 13-17, zakelijk weergegeven inhoudende</emphasis>: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Als vraag van verbalisant (V) en als antwoord van verdachte (A): </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">V: Waar was u 13 september 2021? </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">A: [PI] </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">V: Kunt u vertellen wat er op 13 september 2021 is gebeurd? </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">A: Ik ging op bezoek naar een bekende van mij, [betrokkene 1] . Hij vroeg of ik kleding wilde brengen, waaronder een jas. Er zat iets verstopt in de jas. Toen moest ik mee met een bewaarder van daar. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">V: Wist degene waar u bij op bezoek zou gaan dat u zou komen? </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">A: Ja, hij had gevraagd of ik kwam. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">V: Wat is de relatie tussen u en hem? </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">A: Ik heb gedetineerd gezeten in Frankrijk. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">V: Het contact tussen u en hem was goed en regelmatig? </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">A: Hij belde 1 keer in de twee weken. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">V: Weet u ook wanneer hij vast is komen te zitten? </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">A: Ergens in februari of maart dit jaar, geen idee. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">V: Weet u ook waarom hij vastzit? </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">A: Ja, hij heeft het wel verteld. Iets met harddrugs. Hij had dit volgens mij getransporteerd. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">V: Hoe kwam de kleding aan? </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">A: Zijn nicht woont in Duitsland, daar was het naartoe gestuurd en zij heeft het bij mij gebracht. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">V: Er zijn pillen gevonden bij u toen u in de [PI] was. Waar waren de pillen gestopt? </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">A: In de jas. Volgens mij in de jaszak. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">V: Was u zich ervan bewust dat deze pillen onder verboden middelen vallen en dat het in bezit hebben van deze pillen strafbaar is? </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">A: Ik weet dat steroïden verboden middelen zijn en dat je ze niet bij je mag hebben. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">V: Was u zich ervan bewust dat het naar binnen trachten te brengen van deze pillen strafbaar is? </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">A: Dat je niks naar binnen mag brengen dat weet ik. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">4. Een aanvullend proces-verbaal met proces-verbaalnummer PL0900-2021293072-10, op 16 juli 2022 op ambtseed opgemaakt door [verbalisant 3] , hoofdagent bij politie Eenheid Midden-Nederland, zakelijk weergegeven inhoudende</emphasis>
        <emphasis role="italic">: </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Als relaas van [verbalisant 3] : </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het is strafbaar om een goed in te voeren in de penitentiaire inrichting. De penitentiaire inrichting geeft het volgende daarover aan: </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Goederen meenemen voor gedetineerden </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Met uitzondering van het invoeren van kleding en schoeisel conform de invoerprocedure, is het voor bezoekers van de inrichting verboden om goederen voor gedetineerden mee de inrichting in te nemen. Goederen zoals telefoons, sim-kaartjes, USB-sticks (gegevensdragers), geld, medicatie en drugs worden beschouwd als verboden goederen. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Invoeren van medicijnen is strafbaar gesteld in artikel 429a Wetboek van Strafrecht. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Verdachte </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Achternaam: [verdachte] </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Voornamen: [verdachte] </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Goed </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Goednummer: PL0900-2021293072-2875511</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Object: Pillen </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Spoor identificatienr.: AANX1408NL </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">5. Een proces-verbaal van verhoor getuige van door de raadsheer-commissaris belast met de behandeling van strafzaken bij dit hof d.d. 16 september 2024, zakelijk weergegeven inhoudende</emphasis>
        <emphasis role="italic">: </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Als vragen van de raadsheer-commissaris (cursief) en als antwoord van [betrokkene 1] (niet cursief): </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Heeft u destijds vanuit detentie in de [PI] om toezending van kleding gevraagd? </emphasis>
      </para>
      <para>Ja. </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Aan wie vroeg u dat? </emphasis>
      </para>
      <para>Aan veel mensen. Vanuit Litouwen zijn spullen naar mijn nichtje gestuurd, die heeft het aan een vriend gestuurd en die vriend heeft het naar mij gestuurd. </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wie vanuit Litouwen heeft dat opgestuurd? </emphasis>
      </para>
      <para>Mijn broer, andere mensen, veel mensen. Ik kan het mij niet herinneren. </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Heeft u aan uw broer ook om toezending van medicijnen gevraagd? </emphasis>
      </para>
      <para>Ja, er is iets gestuurd maar het gaat niet om medicijnen. </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat is er gestuurd dan? </emphasis>
      </para>
      <para>Sportmedicijnen. </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Kan het zijn dat het pancreatine heet? </emphasis>
      </para>
      <para>Dat zijn anabolen. Ze helpen je om te sporten; echt sportmedicijnen. </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Is dat dan om meer spiermassa te kweken? </emphasis>
      </para>
      <para>Klopt. </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Heeft u aan uw broer om toezending van die anabolen gevraagd? </emphasis>
      </para>
      <para>Aan vrienden, niet aan mijn broer. </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Hoe is het gekomen dat [verdachte] werd ingeschakeld om kleding in te voeren? </emphasis>
      </para>
      <para>Mijn vrienden hebben het naar hem gestuurd en hij bracht de spullen naar mij toe. </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">De pillen zijn onderzocht in Nederland en dat bleek pancreatine te zijn, dit middel is in Nederland vrij verkrijgbaar. Wist u zelf dat die pillen onderweg waren? </emphasis>
      </para>
      <para>Ja, in de gevangenis is geen apotheek dus ik kon die zelf niet aanschaffen.”</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>6. Het bestreden arrest bevat de volgende bewijsoverweging:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">“De verdediging heeft op twee gronden vrijspraak van het tenlastegelegde bepleit. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ten eerste is aangevoerd dat, nu er na de indicatieve test geen definitieve test is verricht, niet met voldoende mate van zekerheid kan worden vastgesteld welke stoffen de pillen bevatten. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het hof overweegt als volgt. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">De indicatieve test zoals uitgevoerd door de Politie Eenheid Midden, team forensische opsporing, reageerde positief op de aanwezigheid van pancreatine. Het resultaat van een indicatieve test is op zichzelf onvoldoende voor een bewezenverklaring. Volgens vaste jurisprudentie kan een indicatieve test slechts voor het bewijs worden gebruikt, indien sprake is van aanvullend bewijs. Het hof acht de testuitslag, in combinatie bezien met de bij de raadsheer-commissaris afgelegde verklaring van [betrokkene 1] , die erop neerkomt dat hij had gevraagd om pancreatine, dat hij gebruikt als sportmedicijn, aan hem te leveren, toereikend om te komen tot het oordeel dat de aangetroffen pillen pancreatine bevatten. Het verweer wordt verworpen.”</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het juridisch kader</title>
    <para />
    <para>7. De tenlastelegging en bewezenverklaring zijn toegesneden op artikel 429a lid 1 Sr. Dit artikellid luidt:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">“Hij die voorwerpen binnen een inrichting, een instelling of een afdeling daarvan waarop de Penitentiaire beginselenwet, de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden dan wel de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen van toepassing is, brengt of tracht te brengen waarvan het bezit binnen die inrichting, instelling of afdeling verboden is, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie.”</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>8. Artikel 429a Sr is bij wet van 22 mei 2019<footnote-ref linkend="_4b8e9f86-1288-4b48-aa5d-bda369c7bbc7" /> in het Wetboek van Strafrecht opgenomen. De memorie van toelichting bij die wet houdt onder meer in:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>“<emphasis role="italic">In justitiële inrichtingen (JI’s) zijn niet alleen voorwerpen die in de vrije maatschappij illegaal zijn, zoals wapens en drugs, verboden. Ook bepaalde voorwerpen die buiten de inrichting niet illegaal zijn, zoals mobiele telefoons en andere informatiedragers en gereedschappen, kunnen in JI’s verboden zijn op grond van de Pbw, de Bvt en de Bjj in combinatie met de huisregels. Het gaat om voorwerpen waarvan het bezit of gebruik de orde en de veiligheid in de inrichting in gevaar kan brengen. (…) </emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het binnenbrengen in een inrichting van voorwerpen die buiten de inrichting ook illegaal zijn, zoals wapens en drugs, is op dit moment reeds strafbaar. Ook het binnenbrengen van niet illegale, maar in de inrichting wel verboden voorwerpen kan op dit moment onder omstandigheden strafbaar zijn; dat is echter niet altijd het geval. Met dit wetsvoorstel wordt in een aanvullende strafbaarstelling voorzien waardoor ook in die gevallen een strafrechtelijke reactie mogelijk is.</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_9fbf3304-4b6f-4325-a895-f322dfa2edd5" />
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Met «voorwerpen waarvan het bezit binnen een inrichting, instelling of afdeling verboden is» worden voorwerpen bedoeld waarvan dat bezit op grond van de artikelen 45 en 46 Pbw, 44 Bvt en 50 en 51 Bjj in combinatie met de huisregels verboden is. Het kan gaan om voorwerpen die in de hele inrichting verboden zijn of om voorwerpen die op een afdeling worden gebracht waar dat – anders dan op andere afdelingen – niet is toegestaan. (…) De huisregels worden door de directeur van de inrichting vastgesteld. Zie de artikelen 5 Pbw, 7 Bvt en 4 Bjj. Hij zal daarbij, overeenkomstig deze wettelijke bepalingen, het «Model huisregels» in acht nemen. Deze «Model huisregels» bevatten ook bepalingen over voorwerpen die (niet) zijn toegestaan in de inrichting.</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_115a6bd3-814a-4709-8568-08f030aeb1a6" />
        <emphasis role="italic">In de model-huisregels zullen standaardlijsten worden opgenomen van voorwerpen die in de inrichtingen niet zijn toegestaan. Zo is voor iedereen kenbaar welke voorwerpen wel en welke voorwerpen niet zijn toegestaan in de inrichtingen.</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_17c691a5-cb94-46c6-8509-e7b57755f2d5" />”</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>9. Artikel 5 lid 1 Penitentiaire beginselenwet (hierna: Pbw) luidt:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>“<emphasis role="italic">De directeur stelt, in aanvulling op de bij of krachtens deze wet gegeven regels en met inachtneming van het dienaangaande door Onze Minister vast te stellen model en door deze te geven aanwijzingen, huisregels voor de inrichting of afdeling vast.</emphasis>”</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>10. Artikel 45 lid 1 Pbw luidt: </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>“<emphasis role="italic">In de huisregels kan worden bepaald dat het bezit van bepaalde soorten voorwerpen binnen de inrichting of een bepaalde afdeling daarvan verboden is, indien dit noodzakelijk is in het belang van de handhaving van de orde of de veiligheid in de inrichting, dan wel de beperking van de aansprakelijkheid van de directeur voor de voorwerpen.</emphasis>”</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>11. Artikel 1 Regeling model huisregels penitentiaire inrichtingen luidt: </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>“<emphasis role="italic">In deze regeling wordt verstaan onder:</emphasis></para>
      <para>a. <emphasis role="italic">wet: </emphasis><emphasis role="underline italic">Penitentiaire beginselenwet</emphasis><emphasis role="italic">.</emphasis>”</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikel 2 lid 1 Regeling model huisregels penitentiaire inrichtingen luidt:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>“<emphasis role="italic">De directeur van een penitentiaire inrichting stelt, in aanvulling op de bij of krachtens de wet gegeven regels, met inachtneming van het model opgenomen in de bijlage en de daarbij gegeven aanwijzingen huisregels voor zijn inrichting vast.</emphasis>”</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>12. Het in artikel 2 lid 1 Regeling model huisregels penitentiaire inrichtingen bedoelde “<emphasis role="italic">model</emphasis>”<footnote-ref linkend="_845231b0-29de-4bac-8e5a-3107b0212540" /> met “<emphasis role="italic">aanwijzingen</emphasis>” hield op 13 september 2021 (en houdt nog steeds) onder meer in:</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>“4.5.1. Voorwerpen in de inrichting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(Op de navolgende bepalingen en onderwerpen na, aan de directeur)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het is u toegestaan in uw verblijfsruimte kleding en schoeisel die u nodig heeft voor dagelijks gebruik bij u te houden. De directeur bepaalt welke persoonlijke voorwerpen u in uw verblijfsruimte mag houden.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het is verboden om de volgende voorwerpen in de inrichting in bezit te hebben:</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">drugs vermeld op de lijst 1 en 2 van de Opiumwet 2017, waaronder: (…)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">voorwerpen waarvoor toestemming van de directeur noodzakelijk is om deze binnen te brengen in de inrichting, waaronder: (…) medicatie (…)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">overige voorwerpen: (…) voorwerpen waarvan de directeur in hetzij de huisregels hetzij in een afzonderlijk besluit aan een gedetineerde heeft bepaald dat deze in zijn inrichting of op zijn afdeling verboden zijn (…)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De directeur kan u toestemming geven om door u gewenste voorwerpen in uw verblijfsruimte te plaatsen dan wel bij u te dragen voor zover dit zich verdraagt met de handhaving van de orde of de veiligheid in de inrichting en de aansprakelijkheid van de directeur voor de voorwerpen.</emphasis>”</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>13. Uit de huisregels van [PI] zoals die op 13 september 2021 golden, blijkt dat deze door de directeur in zoverre overeenkomstig dit model waren vastgesteld.<footnote-ref linkend="_4bb631a4-12ca-4047-b959-18c5406bc873" /></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De toelichting op het middel</title>
    <para />
    <para>14. Het middel bevat de volgende deelklachten:</para>
    <parablock>
      <para>(i) de bewijsmiddelen houden niet in dat de geteste substantie de substantie betreft die onder de verdachte in beslag is genomen; </para>
      <para>(ii) de bewijsmiddelen wijzen niet uit dat de in beslag genomen substantie pancreatine bevatte en evenmin dat dit een stof betreft waarvan het bezit binnen [PI] verboden is; </para>
      <para>(iii) de bewijsmiddelen zijn tegenstrijdig. De bewijsmiddelen 1 en 5 spreken over anabolen en bewijsmiddel 2 spreekt over pancreatine. Pancreatine betreft geen anabolen en wordt niet gebruikt om anabole effecten te bewerkstelligen. Het betreft een alvleeskliermedicijn. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De bespreking van het middel</title>
    <para />
    <para>15. Het hof heeft de bewezenverklaring gegrond op het volgende: </para>
    <parablock>
      <para>- Het proces-verbaal dat is gebruikt als bewijsmiddel 4 – gelezen in samenhang met de als bewijsmiddel 1 gebruikte verklaring van een medewerker van [PI] – wijst uit dat in kleding die door de verdachte naar die pi is meegebracht een verzameling pillen is aangetroffen waaraan de verbalisant een spoor-identificatienummer (SIN) en een goed-nummer heeft verbonden. </para>
      <para>- Het als bewijsmiddel 2 gebruikte proces-verbaal wijst uit dat een monster uit een verzameling van 228 witte pillen met hetzelfde spoor-identificatienummer en hetzelfde goed-nummer als hiervoor bedoeld, op zijn samenstelling is onderzocht. Het testresultaat is indicatief voor pancreatine, een alvleeskliermedicijn.</para>
      <para>- De als bewijsmiddel 5 gebruikte verklaring van (de ‘justitiabel’) [betrokkene 1] houdt in dat de verdachte voor hem het middel pancreatine naar de pi heeft meegebracht. </para>
      <para>- De verdachte heeft meegedeeld (bewijsmiddel 3) dat er door een medewerker van de pi pillen zijn aangetroffen in kleding die hij ten behoeve van [betrokkene 1] naar de pi had meegenomen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>16. Uit een en ander heeft het hof kunnen afleiden dat in door de verdachte naar [PI] meegebrachte kleding een verzameling van 228 pillen bevattende pancreatine, een medicijn, is aangetroffen.<footnote-ref linkend="_c498f0ab-6fc8-47a0-adb2-7601e822ced0" /> Onder het kopje ‘Het juridisch kader’ is hierboven uiteengezet dat en op welke juridische gronden het bezit van medicatie in [PI] (zonder toestemming van de directeur) verboden (was en) is. Niet ter zake doet of dit medicijn tevens met het oog op spieropbouw kan worden benut. Op het voorgaande stuiten alle klachten af. </para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Slotsom</title>
    <para />
    <para>17. Het middel is tevergeefs voorgesteld.</para>
    <para />
    <para>18. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.</para>
    <para />
    <para>19. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep. </para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De procureur-generaal</para>
      <para>bij de Hoge Raad der Nederlanden</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>AG</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_4b8e9f86-1288-4b48-aa5d-bda369c7bbc7" label="1">
    <para> Stb. 2019, 200.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9fbf3304-4b6f-4325-a895-f322dfa2edd5" label="2">
    <para>
      <emphasis role="italic">Kamerstukken II</emphasis> 2017/18, 34982, nr. 3, p. 1.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_115a6bd3-814a-4709-8568-08f030aeb1a6" label="3">
    <para>
      <emphasis role="italic">Kamerstukken II</emphasis> 2017/18, 34982, nr. 3, p. 4.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_17c691a5-cb94-46c6-8509-e7b57755f2d5" label="4">
    <para>
      <emphasis role="italic">Kamerstukken II</emphasis> 2017/18, 34982, nr. 3, p. 4 en 5.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_845231b0-29de-4bac-8e5a-3107b0212540" label="5">
    <para> Dit model is een uitwerking van de wet en bevat onderdelen die voor alle huisregels verplicht zijn, aldus RSJ 9 april 2025, 23/36643/GA, toegankelijk via https://puc.overheid.nl/rsj/.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4bb631a4-12ca-4047-b959-18c5406bc873" label="6">
    <para> Het betreft de ‘Huisregels [PI] versie 1.0 - 25 juni 2020’, die mij zijn toegezonden door de juridisch adviseur van de [PI] , op mijn verzoek om verstrekking van de huisregels die op 13 september 2021 van kracht waren.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c498f0ab-6fc8-47a0-adb2-7601e822ced0" label="7">
    <para> Vgl. HR 6 april 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL8682 (HR: art. 81.1 RO), voor een geval waarin eveneens voor het bewijs gebruik was gemaakt van een indicatieve test die een positieve indicatie voor cocaïne opleverde en een aanvullende verklaring, te weten de verklaring van de verdachte dat hij vijftien snowseals met cocaïne had gekocht. </para>
  </footnote>
</conclusie>
</open-rechtspraak>