<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:PHR:2025:898</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-17T00:01:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Parket_bij_de_Hoge_Raad" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Parket bij de Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Datum genomen">2025-08-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23/03144</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie">Conclusie</dcterms:type>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:HR:2025:1301" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg">Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2025:1301</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2025:898">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2025:898</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-28T12:20:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:PHR:2025:898 Parket bij de Hoge Raad , 26-08-2025 / 23/03144</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:PHR:2025:898:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Conclusie AG. Niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het hoger beroep door het hof vanwege ontbreken van grieven. Aan de cassatieschriftuur is een screenshot van een door de rechtbank gestempelde appelschriftuur gehecht. Die appelschriftuur wekt het ernstige vermoeden dat het hof de verdachte achteraf bezien ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard in het hoger beroep. De conclusie strekt tot vernietiging van de uitspraak en terugwijzing, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <conclusie id="ECLI:NL:PHR:2025:898:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>PROCUREUR-GENERAAL</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>BIJ DE</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>HOGE RAAD DER NEDERLANDEN</para>
    <para />
  </parablock>
  <section>
    <title>Nummer 23/03144 </title>
    <para>
      <emphasis role="bold">Zitting</emphasis>	26 augustus 2025</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>CONCLUSIE</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>M.E. van Wees</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de zaak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [verdachte],</para>
      <para>geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989,</para>
      <para>hierna: de verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>De verdachte is bij arrest van 1 augustus 2023 door het gerechtshof Amsterdam<footnote-ref linkend="_eee99e98-04dc-4532-ad82-ec5a3f8c554e" /> niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. C.M. Peeperkorn, advocaat in Amsterdam, heeft één middel van cassatie voorgesteld.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Het middel </title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Het middel klaagt dat het hof de verdachte ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard in het hoger beroep. Daartoe voert het middel aan dat er - anders dan het hof heeft vastgesteld – wel degelijk een appelschriftuur houdende grieven is ingediend. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Het hof heeft ten aanzien van de ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep het volgende overwogen:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>“Door of namens de verdachte is geen schriftuur houdende grieven ingediend. Evenmin zijn mondeling bezwaren tegen het vonnis opgegeven. Ook overigens is niet gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig onderzoek van de zaak. Om die reden wordt de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het ingestelde hoger beroep, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.”</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Aan de cassatieschriftuur is een document gehecht. Dat document betreft een ‘screenshot’ van een (voorpagina van een) appelschriftuur van mr. A. Vogelaar. Die appelschriftuur is gestempeld door de griffie van de rechtbank Noord-Holland op 17 april 2023. Aan de herkomst van het in cassatie overgelegde document behoeft mijns inziens redelijkerwijs niet te worden getwijfeld.  Daaraan doet niet af dat het gerechtshof bij brief van 20 februari 2024 heeft medegedeeld dat een appelmemorie mét datumstempel zich niet in het dossier van het hof bevindt. Uit de (aanvullende) cassatieschriftuur is immers op te maken dat het gaat om een afbeelding van het digitale dossier van de rechtbank. Op de afbeelding is ook in de bovenbalk van de digitale applicatie een van de in eerste aanleg gehanteerde parketnummers te zien.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Het door de steller van het middel aan de cassatieschriftuur gehechte document wekt het ernstige vermoeden dat het hof de verdachte achteraf bezien ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard in het hoger beroep. Uit dat stuk volgt immers dat er wel een appelschriftuur is ingediend waarop het hof - ervan uitgaande dat daarin grieven worden geformuleerd - acht had moeten slaan. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>Dit brengt mee dat het middel slaagt.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Afronding </title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Het middel slaagt.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Deze conclusie strekt tot vernietiging van de uitspraak en terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De Procureur-Generaal</para>
        <para>bij de Hoge Raad der Nederlanden</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>AG</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_eee99e98-04dc-4532-ad82-ec5a3f8c554e" label="1">
    <para> 	Parketnummer 23-00051-23.</para>
  </footnote>
</conclusie>
</open-rechtspraak>