<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:PHR:2025:878</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-17T00:01:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Parket_bij_de_Hoge_Raad" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Parket bij de Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Datum genomen">2025-08-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">24/03944</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie">Conclusie</dcterms:type>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:HR:2025:1306" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg">Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2025:1306</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2025:878">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2025:878</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-25T12:11:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:PHR:2025:878 Parket bij de Hoge Raad , 26-08-2025 / 24/03944</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:PHR:2025:878:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Conclusie AG. Zware mishandeling (art. 302.1 Sr), mishandeling (art. 300.1 Sr) en beschadiging (art. 350.1 Sr). Bevestiging vonnis met daarin slechts opgave van bewijsmiddelen, terwijl raadsvrouw in hoger beroep vrijspraak heeft bepleit. De conclusie strekt tot vernietiging van de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen over het in de zaak met parketnummer 10/139541-21  onder 2 ten laste gelegde en de strafoplegging, en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan, en tot verwerping van het beroep voor het overige.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <conclusie id="ECLI:NL:PHR:2025:878:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>PROCUREUR-GENERAAL</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>BIJ DE</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>HOGE RAAD DER NEDERLANDEN</para>
    <para />
  </parablock>
  <section>
    <title>Nummer 24/03944 </title>
    <para>
      <emphasis role="bold">Zitting</emphasis>	26 augustus 2025</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>CONCLUSIE</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>D.J.C. Aben</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de zaak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [verdachte],</para>
      <para>geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970,</para>
      <para>hierna: de verdachte</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <para>1. Het gerechtshof Den Haag heeft bij arrest van 21 oktober 2024 (parketnummer 22-001688-23) het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 25 mei 2023, waarin de verdachte in de zaak met parketnummer 10/069143-21 is veroordeeld wegens “<emphasis role="italic">zware mishandeling</emphasis>” en in de zaak met parketnummer 10/0139541-21 is veroordeeld wegens 1. “<emphasis role="italic">mishandeling</emphasis>” en 2. “<emphasis role="italic">opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel aan een ander toebehoort, beschadigen</emphasis>”, bevestigd behalve ten aanzien van de strafoplegging. Het hof heeft de verdachte veroordeeld tot tien maanden gevangenisstraf, waarvan zes maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. </para>
    <para />
    <para>2. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo, beiden advocaat in Rotterdam, hebben één middel van cassatie voorgesteld.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het middel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>3. Het middel bevat de klacht dat het hof het vonnis van de rechtbank ten aanzien van het in eerste aanleg onder feit 10-139541-21 onder 2 bewezen verklaarde heeft bevestigd zonder de in artikel 423 lid 1 Sv bedoelde aanvulling van gronden, die bestaat uit de in de eerste volzin van artikel 359 lid 3 Sv bedoelde weergave van de inhoud van bewijsmiddelen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De relevante processuele feiten</title>
    <para />
    <para>4. De rechtbank heeft in de zaak met parketnummer 10/0139541-21 ten laste van de verdachte onder 2 bewezen verklaard dat:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>“<emphasis role="italic">hij, op 22 februari 2021 te Rotterdam, opzettelijk en wederrechtelijk een auto, die geheel aan [aangeefster], toebehoorde heeft beschadigd.</emphasis>”</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5. Het vonnis van de rechtbank houdt onder meer in (met weglating van een verwijzing):</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>“<emphasis role="underline italic">4.2. Bewijswaardering 10/139541-21</emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het in de zaak met parketnummer 10/139541-21 ten laste gelegde is door de verdachte deels bekend. Hij bekent dat hij op de datum en plaats zoals genoemd in de tenlastelegging aanwezig was en onenigheid met de aangeefster heeft gehad, waarbij hij tegen de auto van aangeefster heeft geschopt. Er is op dit punt geen tot vrijspraak strekkend verweer gevoerd. Dit maakt dat het onder 2 ten laste gelegde zonder nadere motivering en met een opgave van bewijsmiddelen bewezen kan worden.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">In bijlage III heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de in parketnummer 10/139541-21 onder 2 (…) ten laste gelegde feiten heeft begaan.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bijlage III</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Opgave van bewijsmiddelen parketnummer 10/139541-21, onder 2</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">1. De verklaring van de verdachte op de terechtzitting van 11 mei 2023;</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">2. Het proces-verbaal van politie, Eenheid Rotterdam, nummer 2021056811-2 (…), inhoudende de verklaring van aangeefster.</emphasis>”</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>6. Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 7 oktober 2024 houdt onder meer in:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>“<emphasis role="italic">De verdachte wordt in de gelegenheid gesteld zijn bezwaren tegen het vonnis op te geven. Hij geeft op ten onrechte te zijn veroordeeld.</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De voorzitter deelt mondeling mede de korte inhoud van de stukken van het voorbereidend onderzoek en alle overige stukken van onderzoek, voor zover van belang met het oog op enige door het hof te nemen beslissing. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 10-139541-21 onder 1 en 2 tenlastegelegde</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De voorzitter toont vervolgens de camerabeelden met bestandsnaam [bestandsnaam 1].mp4. De verdachte verklaart op vragen van de voorzitter:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(…) Bij 00:58 geef ik volgens mij een schop tegen, de auto van de aangeefster. In zo’n situatie word ik helemaal boos en gek. U zegt mij dat op de beelden is te zien dat er na het geven van de schop een deuk in de zijkant van de auto, zat, die er vóór het geven van de schop nog niet zat. Men kan van alles zeggen. Ik heb de auto geschopt, maar ik heb de aangeefster niet geslagen. (…)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De raadsvrouw voert het woord tot verdediging overeenkomstig haar overgelegde en in het procesdossier gevoegde pleitnotitie. In aanvulling daarop vraagt zij het hof om de vordering tot gevangenneming af te wijzen.</emphasis>”</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>7. De pleitnotitie houdt onder meer in:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>“<emphasis role="underline italic">Auto mishandeling</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Grief: </title>
    <bridgehead role="italic">Mijn client is ten onrechte is veroordeeld. Ik wil namens cliënt het volgende opmerken.</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Bumper auto </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Mijn client heeft dan wel, blijkt uit videobeelden, de bumper geraakt met zijn voet, maar een bumper is gemaakt om klappen op te vangen. Een trap van een voet zou geen schade achterlaten. De aangeefster heeft ook verteld dat zij al, op de plek waar mijn client met zijn voet de auto raakte, al schade had.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Gelet op datgene wat ik heb medegedeeld namens cliënt verzoek ik u: </title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Primair -&gt; Vrijspraak; Mijn cliënt vrij te spreken van het ten laste gelegde.”</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>8. Het hof heeft het vonnis van de rechtbank wat betreft de bewezenverklaring van het in de zaak met parketnummer 10/139541-21 onder 2 ten laste gelegde bevestigd zonder aanvulling van gronden. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De bespreking van het middel</title>
    <para />
    <para>9. De raadsvrouw van de verdachte heeft bij de behandeling van de zaak in hoger beroep vrijspraak bepleit ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 10/139541-21 onder 2 ten laste gelegde. Het hof had het vonnis daarom in zoverre alleen mogen bevestigen met de in artikel 423 lid 1 Sv bedoelde aanvulling van gronden, die bestaat uit de in de eerste volzin van artikel 359 lid 3 Sv bedoelde weergave van de inhoud van de bewijsmiddelen. Nu het hof de bedoelde aanvulling van gronden heeft nagelaten, is de bewezenverklaring ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 10/139541-21 onder 2 ten laste gelegde ontoereikend gemotiveerd.<footnote-ref linkend="_d2c6ba75-b000-43e1-b2b0-2b13c72f47b3" /></para>
    <para />
    <para>10. Het middel slaagt.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Slotsom</title>
    <para />
    <para>11. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.</para>
    <para />
    <para>12. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen over het in de zaak met parketnummer 10/139541-21 onder 2 ten laste gelegde en de strafoplegging, en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan, en tot verwerping van het beroep voor het overige.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De procureur-generaal</para>
      <para>bij de Hoge Raad der Nederlanden</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>AG</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_d2c6ba75-b000-43e1-b2b0-2b13c72f47b3" label="1">
    <para> Vgl. onder meer HR 5 december 2023, ECLI:NL:HR:2023:1698; HR 22 februari 2022, ECLI:NL:HR:2022:291; HR 6 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2026, <emphasis role="italic">NJ </emphasis>2017/128.</para>
  </footnote>
</conclusie>
</open-rechtspraak>