<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:PHR:2025:679</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-30T12:45:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Parket_bij_de_Hoge_Raad" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Parket bij de Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Datum genomen">2025-06-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23/03681</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie">Conclusie</dcterms:type>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:HR:2025:1429" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg">Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2025:1429</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2025:679">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2025:679</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-13T15:47:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:PHR:2025:679 Parket bij de Hoge Raad , 17-06-2025 / 23/03681</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:PHR:2025:679:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Conclusie AG. Beklagzaak 552a Sv. Na instellen cassatieberoep is in beslag genomen geld teruggegeven aan klager middels verrekening ingevolge art. 6:1:13 Sv met openstaande bedragen bij CJIB. Beslag is desalniettemin geëindigd ingevolge art. 134.2a Sv. Conclusie strekt tot n.o.-verklaring van klager in het cassatieberoep.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <conclusie id="ECLI:NL:PHR:2025:679:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <conclusie.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>PROCUREUR-GENERAAL</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>BIJ DE</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>HOGE RAAD DER NEDERLANDEN</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Nummer	</emphasis>23/03681 B</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Zitting</emphasis>	17 juni 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>CONCLUSIE</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>T.N.B.M. Spronken</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>In de zaak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [klager] ,</para>
      <para>geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992,</para>
      <para>hierna: de klager</para>
    </parablock>
    <para />
  </conclusie.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het cassatieberoep</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>De rechtbank Rotterdam heeft bij beschikking van 21 september 2023 het ex art. 552a Sv ingediende klaagschrift strekkende tot opheffing van het beslag en tot teruggave van het inbeslaggenomen geldbedrag ten bedrage van € 700,- ongegrond verklaard. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Het cassatieberoep is ingesteld namens de klager. J.J.J. van Rijsbergen, advocaat in Breda, heeft één middel van cassatie voorgesteld. Het middel richt zich tegen het oordeel van de rechtbank dat het strafvorderlijk belang van waarheidsvinding zich verzet tegen opheffing van het beslag. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Ontvankelijkheid cassatieberoep</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Ik kom aan de bespreking van het middel niet toe gelet op het volgende. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Op grond van de stukken van het geding kan worden vastgesteld dat de klager op 30 november 2023 in de hoofdzaak is veroordeeld voor diefstal van een fiets door middel van verbreking. In het vonnis heeft de politierechter beslist over het beslag ten aanzien van diverse voorwerpen, maar niet over het bij de klager inbeslaggenomen geldbedrag.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Uit namens mij ingewonnen inlichtingen bij het openbaar ministerie is gebleken dat op 1 december 2023 door het openbaar ministerie is beslist tot teruggave van het onder de klager in beslag genomen geldbedrag van € 700,- aan de klager en tot uitbetaling van dit bedrag aan het Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB) ter verrekening met bedragen die de klager vanwege onherroepelijke strafrechtelijke beslissingen aan de staat verschuldigd was.<footnote-ref linkend="_4afdbcf1-4264-4c1d-a327-429e2dddd11c" /></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Over deze verrekening is de klager door het CJIB op 27 december 2023 middels een brief geïnformeerd.<footnote-ref linkend="_db08aabf-6652-4eeb-8a06-74020199de0d" /> Daarbij is aan de klager medegedeeld dat het door het openbaar ministerie inbeslaggenomen geld is gebruikt om openstaande zaken bij het CJIB te betalen met de vermelding in welke zaken (aangeduid met CJIB-nummers) verrekening heeft plaatsgevonden en dat in één van deze zaken nu nog een bedrag van € 161,52 openstaat. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>Door de teruggave van het geldbedrag aan de klager (beslagene) is het beslag ingevolge art. 134 lid 2 onder a Sv geëindigd. Daardoor heeft de klager geen belang meer bij zijn cassatieberoep tegen de beschikking van de rechtbank, zodat hij daarin niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Dat het geldbedrag vanwege de op grond van art. 6:1:13 Sv toegepaste verrekening uiteindelijk de facto bij het CJIB is terechtgekomen en niet bij de klager, maakt dat naar mijn oordeel niet anders.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>Slotsom</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de klager in zijn cassatieberoep. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De Procureur-Generaal</para>
        <para>bij de Hoge Raad der Nederlanden</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>AG</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_4afdbcf1-4264-4c1d-a327-429e2dddd11c" label="1">
    <para> 	Tot deze verrekening is het openbaar ministerie ingevolge art. 6:1:13 Sv bevoegd.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_db08aabf-6652-4eeb-8a06-74020199de0d" label="2">
    <para> 	Kenmerk IPR 1852134 met vermelding van parketnummer 10-244272-2. </para>
  </footnote>
</conclusie>
</open-rechtspraak>